Filologen... |
| ...zijn lieden die zich in ‘taalkunde’ hebben ge-specialiseerd |
Met kreten als 'Angelsaksen' wordt het dan eerst nuttig om eens in de geschiedenis van diverse Europese volken te duiken om enigszins in staat te zijn die te identificeren. Filologen zijn in staat geweest een overeenkomst te ontdekken in diverse Europese talen en zo heeft men vast mogen stellen dat er zo'n 4000 jaar voor onze jaartelling een volk ergens in Rusland tussen de Caspische zee en het Aralmeer heeft gewoond dat een taal sprak wat de basis voor onze Europese talen moet hebben gevormd.
Grote aantallen van deze volken zijn op een zeker moment, waarschijnlijk door klimatologische omstandigheden, westwaarts getrokken, de zon achterna. Daar waren zij goed toe in staat omdat zij reeds paarden hadden weten te temmen op de graslanden van hun thuisland en daar hadden zij gelijk tweewielige wagens achter gehangen.
Deze eerste gedomesticeerde paarden waren kleiner dan het paard dat men vandaag de dag kent. Men kan het beste voorbeeld hiervan tegenwoordig terugvinden in het natuurgebied de Oostvaardersplassen tussen Almere en Lelystad, de zogeheten Konikpaarden die van de Aziatische Tarpan afstammen
Veel van de culturele verworvenheden van dit volk op de Russische steppe hadden zij te danken aan een grote menselijke beschaving die zich direct ten zuiden van hen bevond en waar zij handel mee dreven, namelijk de Soemerische beschaving uit het land tussen de Eufraat en de Tigris.
Eenmaal in het westen zouden deze stammen zich reeds snel verspreiden en kwamen ze in aanraking met volkeren die zelf nog in het 'Stenen Tijdperk' leefden. Archeologen menen ervan uit te mogen gaan dat de immigratie van die volken uit het oosten vrij vreedzaam is verlopen. Daarvoor gingen de autochtone inwoners van Europa er cultureel namelijk genoeg op vooruit.
Natuurlijk moet men er vanuit gaan dat deze grootscheepse immigratie in golven gebeurde en dat het niet in enkele jaren tijd plaatsvond, maar dat hier een grote tijd overheen zou gaan. De volken uit het oosten, door archeologen Koergaanvolken genoemd vanwege hun gewoonte grafheuvels te bouwen, streken neer op een plek die hen paste en reeds snel vermengden ze zich met de daar inwonende volken. Hun invloed was wel dermate groot dat in de meeste gevallen de autochtone inwoners hun taal op zouden geven en er een variant ontstond van de taal die de nieuwkomers spraken.
Dit zou de verschillen tussen de Europese talen verklaren.
Vandaag de dag kan men zich nauwelijks voorstellen misschien dat hele volken hun taal op zouden geven maar in die dagen, toen er nog niet zoiets als nationalisme bestond, deed men daar niet zo moeilijk over. Taal was er in eerste instantie om te communiceren en dat doel heiligde de middelen. Zo verklaart men dus de Europese talen die men INDO-Europees noemt, omdat men vast heeft mogen stellen dat het oude Sanskriet der Indiërs tot die zelfde taalgroep mag worden gerekend. Niet al die Aziatische steppenvolkeren bleken westwaarts te zijn gegaan.
Er zijn in Europa tevens nog enkele talen terug te vinden die niet tot de Indo-Europese taalgroep kunnen worden gerekend. In verband met deze 'Volkenkunde' in een notendop is het aardig hier alsnog even bij stil te staan.
Zo is het Baskisch geen Indo-Europese taal. Natuurlijk zitten er nu veel leenwoorden in uit andere Europese talen maar het Baskisch is wat taal betreft vooralsnog nergens mee te vergelijken. Waarschijnlijk is de Baskische taal de ENIGE overgebleven taal van de bewoners van Europa ten tijde van het Stenen Tijdperk, dat is voordat die Indo-Europese stammen vanuit Rusland westwaarts zouden gaan met hun paarden en hun wagens en hun ijzer, terwijl de meeste autochtone volkeren van Europa op goede vruchtbare gronden woonden. Aan rivieren en dergelijke woonden de voorouders der Basken, op een tamelijk onherbergzame plek in de westelijke uitlopers van de Pyreneeën. Of zij waren gelijk hierheen gevlucht toen die vreemdelingen met hun paarden en hun wagen kwamen. Door het geïsoleerde bestaan wat zij hier leidden bleken zij in staat hun taal te behouden, evenals zekere gebruiken die duidelijk stammen uit een megalithische cultuur.
Dat zij zelden huwelijken sloten met andere Indo-Europese volken blijkt uit het feit dat veel Basken een bloedgroep hebben die elders in Europa weinig voorkomt.
Een andere pré Indo-Europese taal die tot in de Romeinse tijd voort zou blijven bestaan moet het Pictisch zijn geweest.
En hiermee zijn we dan weer even in Schotland.
Dankzij de Romeinen weten zelfs we dat er zoiets als een Pictisch volk bestond. Nadat de Britse eilanden deel uit gingen maken van het Romeinse rijk kwamen de Romeinen in het noorden in aanraking met een volk dat de gewoonte had zich met blauwe wede te beschilderen, waardoor ze de naam 'Pictii' kregen. Van 'plaatjes'.

Dit volk had tevens de gewoonte vreemde krultekens op stenen achter te laten. Stenen hadden een grote waarde voor de Picten, hun koningen werden gekozen door een 'schreeuwende' steen.
De Romeinen zouden vaststellen dat de taal van dit volk volledig anders was dan die van de andere volkeren van de Britse eilanden. Want elders werd een variant van de Gallische (Keltische) taal gesproken die zij eveneens kenden van het vasteland.
De Romeinen hadden geen verdere interesse in het barre noorden van Brittannië en daar zij veel hinder ondervonden van die beschilderde woestelingen in het noorden richtten zij een muur op die tegenwoordig een toeristische trekpleister is, de 'Muur van Hadrianus'
De Pictische taal zou later toch verloren gaan doordat Ierse zeerovers, die door de Romeinen 'Scoten' werden genoemd, vele invasies in Pictenland uit zouden voeren waardoor er uiteindelijk toch een mengvolk ontstond dat een Keltische taal zou gaan spreken. Want een Keltisch volk was eerder ooit vanuit Spanje in Ierland neergestreken en had er zo voor gezorgd dat de daar wonende volken reeds volledig Keltisch geworden waren.
Zekere Pictische eigenaardigheden gingen in Schotland echter niet verloren met de komst der Scoten. Het blauw schilderen van de gezichten en een zekere kroningsteen herinneren nog aan dit volk.
Laten we dan nu eerst nog eens terugkeren naar die Indo-Europese volken die zo'n stempel zouden weten te drukken op Europa.
De huidige Europese talen heeft men weten onder te verdelen in:
- Germaanse talen,
- Romaanse talen,
- Keltische talen,
- Slavische talen,
- Grieks.
Er bestaat tevens nog iets wat men de Fins-Oegrische taalgroep noemt, omdat het Fins en Hongaars hiertoe worden gerekend, maar deze is evenmin Indo-Europees te noemen. Deze talen zijn ontstaan tijdens de grote volksverhuizingen (5e eeuw) toen de Aziatische Hunnen zich in Europa zouden vestigen.
Tot de Germaanse talen mag men , Duits, Nederlands, Engels, Zweeds, Noors, Deens en Fries rekenen.
De Keltische talen vindt men vandaag de dag nog in Ierland, Schotland, Wales en Bretagne. Tot 1890 werd er eveneens in Cornwall nog een Keltische taal gesproken.
Ten tijde van het Romeinse rijk was dit echter wel anders want toen sprak men in geheel Gallia, dat tot aan de grote rivieren in Nederland liep, een Keltische taal.
Het Keltisch wat hier toen gesproken werd, en dat nu nog in Bretagne en Wales wordt gesproken, behoort tot de zogenoemde P-Keltische taalgroep.
Het Iers en het Schots daarentegen is door de geïsoleerde ligging van Ierland, waar tevens de bron van het Schotse Gaelic ligt, meer archaïsch te noemen en wordt door de verschillen tot de q-keltische taalsoort gerekend.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen het West-Romeinse rijk op z'n eind begon te lopen, werden de ons zo bekende Lage Landen nauwelijks bewoond door zogeheten 'Gallo-Romeinen'.
Julius Caesar (uitgesproken als Kaisar en niet als Sesar) had volgens eigen zeggen de Keltische stam der Eburonen, die tot in het vruchtbare land tussen de grote rivieren woonden, uitgeroeid. Al zal dit rijkelijk overdreven zijn, hij had de machtsverhoudingen hier wel volledig verstoord.
Ten noorden van die grote rivieren woonden voornamelijk Friezen die eigenlijk de meest westelijke wonende Germanen in de Romeinse tijd mogen worden genoemd.
Ten zuiden van die grote rivieren woonden in eerste instantie voornamelijk Galliërs, al zou dit later gaan veranderen.
Na enige opstanden tegen de Romeinse overheersing, waardoor de Kelten der Lage Landen tot de dappersten onder de Galliërs zouden worden gerekend, zouden ze geheel 'Romaniseren' en zelfs de eigen taal uiteindelijk opgeven.
De bevolking werd een mix van Galliërs, Kelten dus, en Romeinen en de taal die ontstond was een soort van 'volkslatijn' met hooguit nog enkele Keltische invloeden.
Hierbij dient dan wel te worden opgemerkt dat de Keltische taal en het door de Romeinen gesproken Latijn schijnbaar genoeg overeenkomsten hadden waardoor dit gemakkelijk kon gebeuren.
In de eeuwen die volgden zouden diverse Germaanse stammen die meer in het noordoosten van Europa woonden hoogte krijgen van het goede Romeinse leven en kwamen ze steeds meer aan de grenzen van het rijk wonen. Die grens werd bepaald door de rivier de Rijn die in die tijd nog bij Katwijk in zee uitmondde. ( de huidige Oude Rijn)
Na eerst onder keizer Augustus een vernietigende nederlaag in het Teutoburgerwoud tegen de Germaanse stammen te hebben geleden, besloten de Romeinen deze woeste krijgerstammen in het dunbevolkte Nederland te gebruiken om de grenzen tegen andere Germaanse invallers te verdedigen.
Deze Germanen zouden hierdoor snel 'romaniseren' maar zij wisten wel hun taal te behouden omdat ze veel minder met de taal der Romeinen werden geconfronteerd, het gebied was slechts zeer dunbevolkt.
Het Germaanse volk dat vooral met deze taak zou worden opgezadeld werd de 'Franken' genoemd , oftewel 'vrijen', 'dapperen'. De taal die deze Franken spraken behoorde tot de Germaanse taalgroep en het is hun taal die mogelijk nog het meest op het huidige Nederlands lijkt.
Denk hierbij bijvoorbeeld maar eens aan de Salische Franken die eerst in Salland in Overijssel waren neergestreken en naar wie veel later de Salische wetten nog zouden worden vernoemd.
In het noordoosten van Duitsland, onder andere waar de legers van keizer Augustus zo’n gevoelige dreun opliepen, woonden in die tijd krijgerstammen die zichzelf de 'zwaardbroeders', of 'zwaardgenoten' noemden. Oftewel 'Saxnotas'.
Dit volk zou later onder de naam Saksen vermaard worden. Natuurlijk spraken zij eveneens een Germaanse taal die wel wat overeenkomsten heeft met het huidige Duits.
Saksen zouden voor een groot probleem gaan zorgen toen het Romeinse rijk op zijn einde begon te lopen door een reeks van onbekwame keizers .
Terwijl in die periode Germaanse Alemannen, dat zoveel als Alle Mannen betekent, en vooral Franken het hen reeds bekende Romeinse Gallia binnen zouden vallen, zouden deze Saksen vooral dwars door Nederland naar de kust gaan om daar natuurlijk gelijk conflicten te krijgen met Friezen en Franken.
De Hunneschans, een opgeworpen aarden wal op de Veluwe, is nog een restant van een Frankisch bolwerk tegen deze Saksen die verder noordwaarts in Nederland meer succes hadden en zelfs een wig in het land van de Friezen wisten te drijven. De huidige provincies Groningen en Drenthe herinneren hier ook nog aan, want anders dan het ten westen en ten oosten ervan gelegen Friesland is dit gebied volledig binnen de Saksische invloedsfeer komen te vallen.
Maar in de roerige tijden van de 5e eeuw hadden de Saksen tevens aan de Hollandse kust een goede uitvalsbasis in de buurt van de monding van de Rijn die zij ‘Saksentehuis’ noemden. Het huidige Sassenheim herinnert hier nog aan.
Onder andere van daaruit trokken Saksische zeerovers en gelukszoekers naar het in die dagen volledig onverdedigde Brittannië.
Door moeilijkheden in Europa hadden de Romeinen hun legers teruggetrokken uit dit land, zij hadden ze dichter bij huis nodig om tegen andere Germaanse stammen te strijden. Zij die wel in Brittannië achterbleven waren hoofdzakelijk geromaniseerde Britten. Hooguit hier en daar bleef nog een echte Romein in het land waar ie mogelijk zelfs geboren was.
 Met dit gegeven bevinden we ons nu dan eigenlijk in de tijd waarin de bekende mythe van koning Arthur zou ontstaan.
De Romeinen hadden het eiland grotendeels verlaten en de Britten vervielen zonder een centrale leider weer snel in de oude onderlinge conflicten die men had voordat de Romeinen waren gekomen. Het vechten waren ze echter wel grotendeels verleerd onder enkele eeuwen 'pax romana'.
De Saksen vielen in groten getale binnen via de onbeschermde kusten en waren nauwelijks te stoppen. Zij wisten dat ze op niet al teveel tegenstand hoefden te rekenen want eerder hadden de Romeinen nog hen al eens ingehuurd als soldaten om tegen de Scoten in het noorden te strijden.
Bij de Britten begon door deze invallen steeds meer de behoefte te bestaan aan een koning, een leider, die de verdeelde stammen weer kon verenigen om zo de Saksen te weren. Deze beschrijving past precies in de situatie waarin men het Arthur-verhaal plaats laat vinden. Want al zijn de verhalen op Keltische leest geschoeid, Arthur kan enkel maar een volledig geromaniseerde Brit zijn geweest.
Enige tijd zouden de Britse Kelten de Saksen nog tegen weten te houden maar lang zou dat echter niet duren. De Saksen, ondersteund door eveneens Germaanse Angelen uit Denemarken, veroverden de (bevolkings)rijkste gebieden. Namen als Essex, Sussex, East-Anglia enzovoort, herinneren hier nog aan. Deze streken bevinden zich juist daar waar de grootste bevolkingscentra lagen en waar zodoende het meest voor hen te halen was geweest.
Alle Britse Kelten die hier woonden werden uiteindelijk gedwongen zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen of te vluchtten naar onherbergzame streken.
Plekken die bij uitstek voor dit laatste in aanmerking kwamen waren Cornwall, Wales en natuurlijk de andere zijde van de muur van Hadrianus, Pictenland of Schotland.
Maar er waren tevens grote aantallen Britten die uiteindelijk vanuit Cornwall terugvluchtten naar Gallia op het Europese vasteland waar het leven Romeinser was gebleven en waar geen Saksen zaten.
Velen van hen kwamen in Normandië en vooral het Gallische Armorica aan wat vanaf die tijd al snel 'Brittannia Minor' werd genoemd, oftewel klein Bretagne.
Eenmaal in Gallia bleven zij wel hun eigen taal spreken, terwijl ze ontdekten dat de Galliërs daar dat niet meer deden, maar het hadden ingeruild voor een soort van volkslatijn, het huidige Frans. In Bretagne zelf waren de Britten echter in de meerderheid nu en bleef hun eigen taal gehandhaafd.
Nadat de Romeinse legers Gallia uiteindelijk eveneens hadden verlaten konden Frankische stammen die aan de andere zijde van de grens hadden gewoond zonder problemen de grens oversteken. Stamgenoten die in Romeinse dienst belast waren geweest met de grensbewaking deden niet langer pogingen hen te weerhouden. Zij waren nu nog de enige die over een staand leger beschikten en hadden zich een geheel Romeinse wijze van leven aangemeten.
Bij gebrek aan leiding vanuit Rome probeerden de Franken nu het Romeinse rijk als het ware in ere te herstellen, maar dan wel nu met een Frankische koning aan het hoofd.
Deze Frankische koning moest echter eerst wel nog andere Germaanse stammen bestrijden, zoals de eerder genoemde Alemannen, maar uiteindelijk wisten opvolgers van hem heerser te worden over heel Romeins Gallia. Vanaf dit moment was er niet langer sprake van ‘Gallia’ maar van een 'rijk der Franken', oftewel Frankrijk.
Al moet men niet vergeten dat dit Frankrijk tot aan de taalgrens in België eigenlijk voor het grootste deel Gallo-Romeins zou blijven, Franken waren er ver uit in de minderheid.
Een latere Frankische koning, Karel de Grote, zou er zelfs in slagen het Romeinse Rijk ten dele weer wat van de oude luister terug te geven want hij zou het in het jaar 800 tot keizer worden gekroond met de goedkeuring van de paus te Rome, zo was er eigenlijk sprake van een nieuw, 'Heilig' deze keer, Rooms Rijk.
De munt die in dit rijk als betaalmiddel zou worden gebruikt was niet meer de Romeinse Sestertie maar de Libra.
| Voor hen die zich nu afvragen waarom men binnen de E.U. de Euro als munteenheid is gaan hanteren in plaats van de historisch meer op zijn plaats lijkende Sestertie of Libra... De Sestertie zou $ als symbool hebben gehad en de Libra de L. Maar deze tekens werden helaas al gebruikt door respectievelijk de Amerikanen (Dollar) en de Engelsen (Pond).
De E van Euro was echter nog ongebruikt., Ecu was eveneens overwogen maar scheen niet te kunnen. |
Het moge duidelijk zijn dat alle Franken de taal van de meerderheid waren gaan spreken in het land dat ze veroverd hadden, in dit geval de Gallo-Romeinse taal. Dat is de taal die men nu Frans noemt.
In de dun bevolkte gebieden aan de grenzen in het noorden, waar de Franken zelf altijd in de meerderheid waren gebleven, daar bleven ze hun eigen taal spreken. Oftewel Nederlands.
En nu hebben we dus iets zeer verwarrends. Want de omschrijving 'Frans' stamt dus van de Franken af die het voormalig Romeinse Gallia waren gaan overheersen, maar wel de Gallo-Romeinse taal hadden aangenomen.
De taal die er eigenlijk in Gallia gesproken werd, het huidige Frans, was Gallo-Romeins en niet Frankisch. Het Nederlands heeft daarentegen meer gemeen met de oorspronkelijke Frankische taal.
Nederlanders en Vlamingen spreken dus Frans. En de Fransen en Walen Gallo-Romeins.
Er is echter nog meer wat voor verwarring kan zorgen.
Die taalgrens lag toen, en ligt nu nog, in ‘Gallia Belgica’. Ten zuiden van die grens bevonden zich de echt drukke bevolkingscentra in de Romeinse tijd.
De naam ‘Belgica’, die door de Romeinen tijdens Julius Caesar voor het eerst zou worden gebruikt voor de landen in het noorden van Gallia, betekent eigenlijk gewoon 'Laagland'. 'Nederland' dus. Wat dus eigenlijk inhoudt dat we allemaal in België wonen.
We zijn nog niet klaar met ons reisje langs de Europese bevolkingsgroepen en hun geschiedenis. Laten we nu voor de aardigheid eens gaan kijken naar dat ene volk wat uiteindelijk het eens zo machtige Romeinse rijk op de knieën wist te krijgen door de hoofdstad ervan te veroveren...
De Visigothen zouden degenen zijn die de stad Rome uiteindelijk wisten te veroveren, wat het einde zou betekenen van het West Romeinse Rijk. Het Romeinse rijk was in die periode al verdeeld tussen een oostelijk en een westelijk deel.
Het oorspronkelijke thuisland van de Visigothen moet zo’n beetje ter hoogte van Västergotland in Zweden hebben gelegen.
Men zegt wel eens dat het eiland Gothland in de Oostzee hun oorspronkelijk stamland moet zijn geweest.
In ieder geval zouden deze proto-Zweden die Oostzee massaal oversteken en oost Europa binnentrekken waar zij zich reeds snel zouden verdelen.
Hierna zou men gaan spreken van Ostrogothen en Visigothen, ten onrechte wel eens uitgelegd als oost en west Gothen.
Visi-gothen zou mogelijk ‘dappere’ of ‘valante’ of ‘wijze’ Gothen kunnen hebben betekend, alhoewel wij voor eigen rekening daar nog wel een hypothese aan toe durven te voegen.
Visii en Frisii hebben etymologisch genoeg overeenkomsten om mogelijk een zelfde herkomst te hebben.
Het is niet ondenkbaar dat het Germaanse volk, wat in de vroege Romeinse tijd het meest westelijk woonde, Noord-Nederland, Noord-Duitsland, Denemarken en Zuid-Zweden had bevolkt.
Dit zou pas veranderen tijdens de Grote Volksverhuizingen, toen steeds meer oostelijk wonende Germaanse stammen naar de grenzen van het Romeinse rijk trokken en conflicten kregen met de hier reeds wonende stammen.
Dit zou dan tevens een extra verklaring zijn voor die grote trek die de Visigothen ineens besloten te ondernemen op zoek naar een nieuwe woonplaats.
Visii en Frisii als één en hetzelfde volk is lang niet zo gek als dat eventueel in eerste instantie mag lijken. Friezen waren het eerste Germaanse volk dat met Kelten en Romeinen in aanraking zouden komen, zij zouden dermate veel onderlinge huwelijken gaan sluiten dat men op een gegeven moment van een nieuw volk ging spreken wat ‘Frisiavones’ heette. Een Keltische naam voor een Frieskeltische mix.
De naam Faber komt in Friesland erg veel voor en is, anders dan men zou denken, van Romeinse oorsprong. Afgezien van in Duits en Nederlands Friesland komt men deze naam, in de variant Faure, ook veel tegen in het zuiden van Frankrijk waar de Visigothen lange tijd een zelfstandig vorstendom zouden hebben wat Septimanië heette.
Voegt men hierbij het simpele feit dat de gemiddelde Friestalige zich met de eigen taal wel weet te redden in Denemarken en Zweden dan lijkt het toch niet al te vergezocht dat Friezen en Visigothen een gemeenschappelijke basis zouden kunnen hebben.
De erfenis van deze Gothen is nog groter dan men eventueel zou denken. Het Gothische schrift herinnert nog aan hen maar men mag evenmin de Kathedralen in Gothische bouwstijl niet vergeten. En wat dacht u van de hedendaagse Gothics?

Plusminus 500 jaar na de val van Rome zouden inwoners uit de noordelijke streken van Europa opnieuw van zich laten horen. Deze keer noemde men hen achter anders, men sprak nu over Vikingen.
Wederom kwam de klank ‘Vi’ in de omschrijving van deze volken voor.
Niemand staat er eigenlijk bij stil wat deze Scandinaviërs, want Noren en Denen deden ook mee, er iedere 500 jaar toe dreef om massaal hun land te verlaten en elders te gaan wonen.
Euh... zou het soms het klimaat zijn geweest? Zou het niet heel erg goed kunnen dat het gewoon tijdelijk erg onleefbaar werd voor grote groepen mensen daar in het noorden? Een soort van kleine ijstijd?
Dan is er al gauw een teveel aan mensen en een tekort aan voedsel.
Deze vikingen vielen de bewoners van de noordelijke kuststreken van het Frankische rijk lastig, zij veroverden en plunderden Dorestad (nabij Wijk bij Duurstede) bijvoorbeeld, vielen de kloosters in Ierland en Schotland binnen en vielen België binnen evenals Noord-Frankrijk.
Daar kwamen ze met hun schepen aan bij een gebied wat aan ‘Bretagne Minor’ grensde en waar tevens vele nakomelingen van Britse vluchtelingen woonden. De Franse koning Karel de Eenvoudige raakte ze niet kwijt dus stelde hij hen het land ter beschikking als ze hem maar wel erkenden als hun leenheer.
Normandië werd zo een feit. Het ‘land van de Noormannen’.
Aan de overzijde van het Kanaal was in die tijd inmiddels een zelfstandig Saksisch koninkrijk ontstaan wat geheel geschoeid was op wat er over was gebleven aan Romeinse beschaving. De Saksen waren nu eigenlijk toch ten dele geromaniseerd en een deel van hun krijgsmanskunsten kwijt geraakt.
Ze handelden wat met de aangrenzende Keltische vorstendommetjes, Wales, Cornwall, Schotland, en hadden regelmatig grensconflicten met hen.
Aan de overzijde, in Normandië, kreeg een nazaat van een Vikingenopperhoofd die Willem heette zin om zelf een echte koning te zijn en niet slechts een hertog. Hij keek begerig naar de overzijde van het Kanaal en bedacht dat dat land toch wel te veroveren moest zijn.
Hij kon hierin op genoeg medestand van de lokale bevolking van Normandië rekenen. Dat waren voor een groot deel nakomelingen van Britse vluchtelingen en die wilden het land van hun voorvaderen best wel weer terug. Niemand kon die Saksen uitstaan en iedereen was vertrouwd met de legende van koning Arthur...
Dus werd Willem ‘de Veroveraar’ en wist hij in het jaar 1066 Brittannië eigenlijk weer terug te veroveren voor de Galliërs. Zijn leger had vooral bestaan uit Bretonnen, Normandiërs en Vlamingen.
De stoere Angelsaksische ‘Housecarls’ van de Saksische koning Harold werden vernietigend verslagen bij Hastings en de koning zelf vond er de dood door een pijl in zijn oog. De wraak van koning Arthur....posthuum....zeg maar.
En zo werd het Engelse hof Frans. Want de noormannen die destijds in Normandië waren neergestreken waren in de minderheid geweest en aldus de taal van de meerderheid gaan spreken, Frans.
De taal die zich zou ontwikkelen in voormalig Saksen- en Angeland was een mix van Frans (Gallo-Romeins) , Saksisch en Keltisch geworden. De grammatica van de taal bleef wel Germaans, van de Saksen, maar aanmerkelijk gesimplificeerd zodat iedere burger hem makkelijk kon spreken voor handelsdoeleinden onderling. De naamvallen en mannelijke en vrouwelijke woorden van de taal vervielen dus. Eigenlijk mag men spreken van een soort van middeleeuws Esperanto.
Wie goed op de huidige Engelse taal let zal zien hoe ontzettend veel woorden direct uit het Frans afkomstig zijn. In de tijd dat de Engelse taal aan het ontstaan was, was het Gallo-Romeins, Frans, een veel rijkere taal wat woorden betreft dan die der Saksen.
Na dit uitstapje in de Britse geschiedenis keren we nu terug naar de Europese talen.
De Romaanse talen zijn allen dus eigenlijk voortgekomen uit het Latijn, het Roemeens is misschien nog wel de meest oorspronkelijke versie van het zogenaamde volkslatijn.
Spaans is weer een mix van de taal der Romeinen en die der Kelt-Iberiërs en Portugees dat van de Lusitaniërs met het Latijn.
Catalaans, de taal die gesproken wordt in Barcelona en een groot deel van oostelijk Spanje, is eveneens een mix van Romeins en Gallisch. Deze taal werd in een variatie eveneens in de Zuid-Franse Languedoc gesproken en juist deze ‘taal van Oc’, Oc betekent Ja, werd vooral een literaire taal omdat men zich in deze taal erg goed uit kon drukken.
De Italiaanse schrijver Dante Alighieri heeft zelfs even overwogen zijn ‘Goddelijke Komedie’ (la divina comedia) in het Occitaans te schrijven, al zou hij later toch besluiten het dialect van de Italiaanse stad Florence te gebruiken, het huidige Italiaans.
Slavische talen zijn talen die door volkeren in het oosten van Europa worden gesproken, al dient men zich wel te realiseren dat eerst de Visigothen en later Zweedse Vikingen een behoorlijke invloed zouden hebben op de talen daar.
Zelfs de naam Rusland, Rossiya, ontleent zich van de Zweedse Vikingen waaronder zich vele roodharigen zouden hebben bevonden.
De Fins Oegrische taalgroep, bestaande uit Hongaar en Fins, zijn restanten van de Hunnen. De Hunnen konden in Hongarije vooral lange tijd dermate dominant zijn dat hun taal in een zekere variatie zou blijven voortbestaan.
Grieks is een op zichzelf staande taalgroep die wel van Indo-Europese herkomst is.
Misschien heeft men door bovenstaande nu meer een idee wat Europa tot Europa zou maken.
Resteert enkel nog de naam van dit werelddeel zelf.
Europa was in de Griekse mythologie een prinses die door de Griekse god Zeus zou zijn ontvoerd. Men heeft door dit verhaal de naam Europa in eerste instantie gepoogd aan het Grieks te verbinden en zo kwam men uit op de betekenis ‘breed gezicht’ waarmee vooral de ‘Volle Maan’ wordt bedoeld.
Men stuit bij deze uitleg echter wel op het probleem dat zowel de oorsprong van dit verhaal als de God Zeus eigenlijk van het eiland Kreta stammen waar zeker geen Indo-Europees volk woonde in het begin.
Bij een nieuwe poging de naam te verklaren kwam men bij de oude talen van het Midden-Oosten terecht, waar de eerste bewoners van Kreta waarschijnlijk eveneens vandaan zijn gekomen ooit, en dan betekent Europa ‘Avondland’. Daar waar de zon onderging voor de mensen in het oosten.
 |