In het vorige deel zagen we hoe en wanneer het begrip concentratiekamp ontstond en vorm begon te krijgen. Omdat nog steeds veel mensen denken dat concentratiekampen slechts beperkt bleven tot Nazi-Duitsland nemen we het boek "Goelag, een geschiedenis' van Anne Appelbaum ter hand en kijken we hoe de voormalige Sovjet Republieken handig gebruikt maakten van dergelijke kampen. Daar waar de Duitsers zich nog vooral bezig hielden met het vastomlijnd opsluiten van Joden, zigeuners, homo's, communisten en andere dissidenten in kampen trokken de Sovjets dat breder. 'Vijanden van het Volk' was bijvoorbeeld een stempel die op onwillekeurig wie gedrukt kon worden om vervolgens voor tien jaar of meer te verdwijnen in een afgelegen goelag.



Anne Appelbaum heeft een diepgravende studie gedaan naar het ontstaan en gebruik van de Sovjetkampen die tot aan de uiteenvaling van de USSR bestonden. Zij baseert zich op archiefstukken en getuigenissen om de voelags en haar gebruiken in kaart te brengen. Met 578 pagina's is het een zeer doorwrocht boek geworden en een aanrader voor een ieder die zich verder wil verdiepen. Voor wie de tijd ontbreekt is er natuurlijk dit blog.

De Russen kenden al heel lang het principe van verbanning. Tsaren maakte daar handig gebruik van om afgelegen onherbergzame streken te bevolken met een 'ieder die tegen de haren instreek'. Het idee van concentratiekampen maakte een enorme sprong voorwaarts toen in 1918 de leider van de revolutie Lenin had geëist dat 'onbetrouwbare lieden' werden opgesloten in concentratiekampen. Deze zogenaamde vijanden waren aristocraten, kooplieden of gewoon lastpakken. Omstreeks 1921 waren er al 84 kampen en 43 provincies die voornamelijk waren bedoeld voor de 'heropvoeding' van de 'vijanden des volks'.



Hoewel het leven in dergelijke 'opvoedingskampen' alles behalve aangenaam was leek het nog in niets op de latere goelags. Gevangen moesten grotendeels zelf hun kampen onderhouden en voorzien van de gebruikelijke noodzakelijkheden. Soms liepen mannen en vrouwen door elkaar en konden ze zelfs 's avonds lezingen houden of schrijven. Natuurlijk leed men aan gebrek van voedsel, kleding en warmte maar er was een relatief soepel kampregime. Wie zijn best deed kon zelfs opklimmen van gevangene tot kampbewaker of zelfs commandant.

In 1929 kregen de kampen een nieuwe betekenis. Onder Stalin besloot men dwangarbeid in te voeren om de industrialisatie van de Sovjet Unie te versnellen als om de natuurlijke rijkdommen te delven in nauwelijks bewoonbare gebieden. In datzelfde jaar nam de geheime politie (wat later KGB zou worden, het tegenwoordige FSB) de controle over van het strafsysteem waarbij men langzaam maar zeker alle kampen en gevangenissen losweekte van de gangbare rechtspraak.

In 1937 maakte de kampen een snelle periode van uitbreiding door dankzij de massale arrestaties onder het volk. Te laat op het werk komen, grapjes over het regime, verkeerde etnische afkomst of uit de gratie gevallen bij het Centraal Comité was al reden genoeg om voor een dikke 10 jaar te verdwijnen. Maar ook weerbarstige generaals, luie agenten van de geheime politie, boeren, dronkaards, buitenlanders, speculanten, handelaren, mensen met familie in het buitenland, joden, Christenen, schrijvers, denkers, ongeletterde verdwenen in één van de vele kampen. In het begin vond er nog zoiets plaats als een showproces voor de propaganda. Saboteurs of profiteurs van de glorieuze Sovjetstaat werden ze genoemd. Later waren het complete razzia's onder willekeurige burgers als de kampen te weinig arbeiders hadden om hun doelstellingen te behalen.

Als we burgers (naar Norilsk) hadden gestuurd, hadden we eerst huizen voor hen moeten bouwen om in te wonen. En hoe zouden die burgers hier moeten wonen? Met gevangenen is het zo makkelijk. Je hebt alleen een barak nodig, een kachel met een pijp, en ze overleven. En daarna misschien een ruimte om te eten. Kortom, gevangenen waren, onder de omstandigheden van die tijd, de enige mensen die je op zo'n een grote schaal kon gebruiken. Als we de tijd hadden gehad zouden we het waarschijnlijk niet op die manier gedaan hebben. Aldus commandant Loginov van kamp Norilsk.

Pas in 1987 besloot president Gorbatsjov (zelf kleinzoon van een goelaggevangene) tot de volledige opheffing van de politieke kampen in de Sovjet Unie. In totaal kende de Sovjets 476 kampcomplexen waarvan sommige uit duizenden afzonderlijke kleinere kampjes bestonden. Het aantal politieke gevangenen dat in de kampen kwam te overlijden loopt in de vele tientallen miljoenen.

Mijn ondergoed en onderhemd waren al vochtig, en ik zat te rillen. Mijn nek en schouders werden stijf en verkrampt. Het doorweekte ruwe hout was aan het schimmelen, vooral op de randen van de bank. De bank was zo smal dat ik niet op mijn rug kon liggen, en als ik op mij zij lag hingen mijn benen over de rand, ik moest ze voortdurend opgetrokken houden. De beslissing welke op welke zij te liggen was moeilijk... lag ik op mijn ene zij dan drukte mijn gezicht tegen de slijmerige muur, lag ik op de andere zij werd mijn rug klam. Aldus Janusz Bardach over de strafcel.

Exacte cijfers zijn er niet. Onder Stalin maakte men zich niet echt druk om de gevangenen. Vaak werden ze in veewagens gezet met slechts een homp brood en de kleding die ze droegen. Na een reis die soms wel 30 dagen of meer duurde kwamen ze aan in afgelegen Siberische kampen om goud te delven of hout te hakken. Bewakers vroegen niet eens naar hun naam of naar hun 'misdaad'. Ze werden gewoon te werk gesteld. Zieken werden aan hun lot overgelaten en werkenden werden zo uitgebuit dat ze vroeg of laat vanzelf wel het loodje legden.

Om zes uur moesten we in de fabriek zijn. Om tien uur kregen we vijf minuten voor een pauze om te roken. Daarvoor moesten we rennen naar een kelder 200 meter verderop. Dat was de enige plek waar gerookt mocht worden, overtreding van het rookverbod werd bestraft met 2 extra jaren gevangenschap. Om één uur kreeg men een half uur pauze voor de lunch. Met een klein kommetje moest je als een gek naar de kantine haasten en plaats nemen in een lange rij om wat weerzinwekkende sojabonen in ontvangst te nemen, voedsel dat de meeste niet verdroegen. Daarna weer tot elke prijs weer in de fabriek zijn als de motoren weer begonnen te werken. Daarna moesten we zonder onze plaats te verlaten tot zeven uur 's avonds blijven zitten. Aldus Sergej Bondarjovski, kamp Vjatlag.

Soms was er nog geen eens een kamp. Men moest dan zelf kuilen graven en die overdekken met takken bij wijze van behuizing. Gereedschap, kleding was vaak niet aanwezig zodat men met de blote handen in de vrieskou moest zien te overleven. Vele vonden de dood door koude, verwaarlozing of wreedheden door bewakers of mede kampbewoners. Werken was natuurlijk het hoogste ideaal, de gevangenen kregen de kans om "hun schuld aan de staat" af te betalen door arbeid. Goede werkers kregen dan ook het meeste rantsoen of soms zelfs een medaille. Wie het tempo niet kon bijbenen of de ontberingen doorstaan kreeg nog maar een half rantsoen.

Hoewel de autoriteiten regels voorschreven over werktijden, rantsoenen, kleding en andere verzorging was er geen kamp die zich eraan hield. Men mocht zich gelukkig prijzen met één vrije dag in de maand (die dan besteed moest worden aan schoonmaken barakken e.d.) en dat men de arbeidstijd niet overschreed na 14 tot 16 uur werken.

Onder Stalin kwam bijna een derde van de staatsinkomsten uit de opbrengsten van de goelags. Toch bleken bij nadere beschouwing de goelags alles behalve rendabel. Slordig management, verkeerde beslissingen, verspilling van materiaal en mensen en corruptie dreven de kosten van kampbeheer hoog op. Geschoolde krachten verdwenen in de mijnen en halve analfabeten kregen kantoorbanen. Op bevel van Stalin begon men bijvoorbeeld aan de bouw van een zeehaven in de arctische zee. Het opmeten, plannen, geografisch onderzoek en de bouw begonnen gelijktijdig en chaotisch om er halverwege achter te komen dat de bodem te zacht was en de wateren te ontdiep en het project weer werd afgeblazen. De prijs in geld en mensenlevens was hoog.

Na de periode van Stalin kromp het kampensysteem wat ineen. Het beeld van 'Vijanden des Volks' verschoof naar een 'voor gek' verklaring door de staat. Ander stempeltje, zelfde resultaat.

En het lot maakte iedereen gelijk
buiten de grenzen van de wet
Zoon van een koelak (boer) of Rode Generaal
Zoon van een priester of commissaris

Hier waren de klassen allemaal gelijk
Alle mannen waren broeder, kampgenoten
Gebrandmerkt als verraders, allemaal...

Alexander Tvardovski

Tot het volgende deel.


Bron:
Goelag, een geschiedenis
Anne AppleBaum
ISBN 90 263 1976 2
UItgeverij AMRO

DaVince: marc praat je vaak poep?
Religion, a placebo which causes damage.
Op 30-10-2007 18:42:00 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden