Chemotherapie
of
‘Wie geneest, heeft gelijk!’

U leest nu het vervolg op deel 1 van de verhandeling die Drs. Henk Trentelman voor GW schreef.
De hierna volgende beschouwingen zijn ontwikkeld door dr. Simoncini; hij is naast oncoloog, tevens chirurg, endocrinoloog, diabetoloog, doctor in natuurkunde en filosofie en 20 jaar hoofd afdeling oncologie geweest in een ziekenhuis in Rome. Zijn ervaring heeft aangetoond dat natriumbicarbonaat (vanaf nu kortweg ‘bica’) de enige bekende stof is, die algemeen effectief is tegen neoplasmata; de autonome groei van cellen of weefsels tot goed- of kwaadaardige gezwellen. Henk TrentelmanDe bewijsvoering daarvoor werd verkregen via jarenlange ervaring met parenterale toediening, zijnde langs een ándere weg dan via het darmkanaal, dus intraveneus (via een ader), arteriële port-a-cath (via een geëigende slagader) dan wel via holtes rechtstreeks in het weefsel.

De theorie - en nu komen we op een uiterst discutabel terrein - waarbij vraagtekens moeten worden geplaatst, behelst de opvatting dat een tumor wordt bepaald door een reproductieve celafwijking. Ipso facto zijn dan ook de daarvan afgeleide theorieën niet langer houdbaar, te weten:

  • het concept van auto-immuniteit: de vorming van antistoffen, tegen de eigen lichaamsweefsels, en
  • een bij kanker geldende afwijking van de genetische structuur, die zorgt voor een ontwikkeling in zelfvernietigende richting.
    Voor de genetische theorie van kanker gelden twee basisstellingen, die de spil vormen van dat denksysteem en van de oncologische bespiegelende wijsbegeerte:
  1. de ongecontroleerde groei hangt af van een aantasting van de groeimechanismen, die wordt veroorzaakt door een degeneratie, een falen van de genen;
  2. de tumor is een massa cellen, die geneigd is steeds verder te groeien; een overdreven celvermeerdering.

De oorzaak van deze gesuggereerde ongecontroleerde vermeerdering ligt - volgens de huidige opvattingen - in een falen van enkele delen van het DNA; in het bijzonder van degene, die bestemd zijn voor de productie van de moleculen, die nodig zijn voor de celvermeerdering.
Tot dusverre heeft echter niemand ooit het verband aangetoond tussen overproductie van cellen en carcinogeniteit, tussen mutagenese en kwaadaardige transformatie, tussen overproductieve effecten van cellen die in vitro worden vastgesteld en tumoren, die aanwezig zijn in patiënten van vlees en bloed.
Kanker en genetica blijken echter niets met elkaar te maken te hebben; de relatie die er echter wél ligt is de kwetsbaarheid van een specifiek orgaan en genetica. Dit lijkt een woordenstrijd, doch schort uw oordeel nog even op.

Een mogelijke indeling van ziekten is de volgende:

  • Autogene ziekten: deze komen van binnenuit en omvatten alle energetische evenwichtsverstoringen en insufficiënties, die voortkomen uit het individu; mentaal, intellectueel, psychisch, spiritueel, voeding, genetisch en gestel.
  • Exogene ziekten: komen van buiten, hebben een externe herkomst en betreffen de kwalen waar het organisme door getroffen wordt vanwege omgevingsomstandigheden, ongevallen en infecties.
  • Gemengde ziekten: bevatten elementen van zowel de ene als de andere en betreffen alle ziekte-entiteiten waarbij sprake is van een onderlinge afhankelijkheid van de twee genoemde gebieden (met een bijzondere verwijzing naar de interactie tussen persoonlijke elementen en infecties).

Om de gezondheidstoestand in een concrete situatie te verbeteren, om op het gebied van research resultaten te boeken en om de huidige ziekte-entiteiten te bestrijden, dient men tegelijkertijd op zowel holistisch als op allopatisch vlak op te treden, met behulp van de wapens van een verstandig levensevenwicht en een verdediging tegen externe aanvallen.
Alleen wanneer menselijkheid, klinische geneeskunde en proefnemingen met elkaar verenigd blijven, kan de ondubbelzinnige interpretatiedynamiek verworven worden, die nodig is om de complexe causale stappen van ziekten te onthullen, waarachter de verschijnselen liggen die nu met de huidige statische onderzoeksmethoden ongrijpbaar zijn.

Een wezenlijk fundament in dat onderzoek dient, zoals hiervoor reeds gememoreerd, de microbiologie te zijn. Immers, het moge duidelijk zijn dat bij het fenomeen kanker de hypothese dat de oorzaak daarvoor autogeen is (lees: ‘vanzelf plaatsvindend’) op zijn minst als uiterst speculatief gekenschetst dient te worden!
Immers, waaróm zou een fysiologisch functionerend mechanisme opeens, uit het niets, een zelfvernietigend proces gaan aanvangen in ongeacht welk anatomisch deel van het lichaam?

Dé grote vragen

Waaróm tast kanker nooit de spieren aan? Waaróm nestelt het zich veelvuldig in reeds bestaande pathologische omstandigheden, zoals een reeds actuele maagzweer, een cirrose, een polypose etc.?
Waaróm leidt kanker zelden tot zeer hoge koorts (buiten de terminale fasen)?
En, minstens zo verbazingwekkend en tot nadenken stemmend: Waaróm wekt het bij de behandelend specialist - die toch uitgaat van de gangbare oncologische visie dat het proces van binnen uit en autogeen ontstaan was - geen grote verbazing, dat tijdens zo’n proces van zelfvernietiging in de zeldzame gevallen van spontane genezing dit proces zich even plotseling in omgekeerde richting kan voltrekken?

Wordt vervolgd...

 

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden