Chemotherapie
of
‘Wie geneest, heeft gelijk!’

Op het einde van deel 2 werden enkele grote vragen over kanker genoemd. waaróm zou een fysiologisch functionerend mechanisme opeens, uit het niets, een zelfvernietigend proces gaan aanvangen in ongeacht welk anatomisch deel van het lichaam?
En waaróm tast kanker nooit de spieren aan? Waaróm nestelt het zich veelvuldig in reeds bestaande pathologische omstandigheden, zoals een reeds actuelHenk Trentelmane maagzweer, een cirrose, een polypose etc.?
Waaróm leidt kanker zelden tot zeer hoge koorts (buiten de terminale fasen)?

En, minstens zo verbazingwekkend en tot nadenken stemmend: Waaróm wekt het bij de behandelend specialist - die toch uitgaat van de gangbare oncologische visie dat het proces van binnen uit en autogeen ontstaan was - geen grote verbazing, dat tijdens zo’n proces van zelfvernietiging in de zeldzame gevallen van spontane genezing dit proces zich even plotseling in omgekeerde richting kan voltrekken?

Het is dan ook veel logischer, en dat beeld zullen we trachten aan u over te dragen, dat een tumor een ziekte is, die (a) wordt bepaald door een externe aanval, die (b) wordt gestimuleerd door bepaalde organische omstandigheden (we komen daarop terug), die (c) zich in de eerste plaats voornamelijk locaal ontwikkelt, maar (d) vervolgens het organisme in zijn totaliteit kan aantasten tot aan uittering daarvan.
Welnu, een externe aanval (sub a) kan bij levende structuren afkomstig zijn van andere levende structuren, hetgeen een infectie impliceert, waarvoor derhalve uitsluitend een verklaring gevonden kan worden bij de microbiologie, zijnde het terrein van bacteriën, virussen en schimmels. Binnen deze mogelijkheden is een schimmel de meeste logische, en wel een variant die in bepaalde mate ziekteveroorzakend (pathogeen) is gebleken voor de mens, te weten candida.

Let wel: de schimmel is niet als enige in staat om de incubatie, de verspreiding, het verloop en de symptomatologie van kanker te verklaren. Ook enkele klinische aspecten spelen hier een rol.
Bij een bacteriële infectie is er meestal sprake van een hoge mate van uitputting en regressie in korte tijd en deze gaat gepaard met hoge koorts; het openbaart zich en vindt plaats in een bepaald orgaan en binnen een precies tijdsbestek. De ziekteverschijnselen van bacteriële oorsprong met een duidelijke neiging om chronisch te worden behoren tot dat soort kiemen, die een hoog gehalte aan vetzuren in hun structuur hebben.
Een virale infectie wordt gekenmerkt door een zodanige snelheid met een daaruit voortvloeiende koorts, dat deze soms in een flits plaatsvindt vanwege de zeer kleine afmetingen die een directe verspreiding mogelijk maken.
We haken in dit verband even in op een zeer recente analyse, vermeld in het toonaangevende blad The Lancet, waarbij via verschillende onderzoeken werd aangetoond dat hiv-positieve mensen op de lange duur een hogere kans hebben op een aantal soorten kanker; hetzelfde geldt voor transplantatiepatiënten. Bij mensen met hiv werd een verhoogd risico gevonden voor die typen kanker, die met name veroorzaakt worden door virussen en bacteriën.
Enkele voorbeelden: baarmoederhalskanker en anale kanker, Hodgkin lymfoma en non-Hodgkin lymfoma, leverkanker (hepatitis C) en maagkanker (Helicobacter pylori).
Tekenend hierbij is de kop in het NRC: ‘Uitzaaiing van kanker begint vaak met een ontstekingsreactie’.

Schimmels

Alvorens verder te gaan zullen we, voor een beter begrip van onze redenering, dus eerst wat aandacht dienen te besteden aan het fenomeen schimmel.
Schimmels voeden zich door directe absorptie van oplosbare organische verbindingen; ze kunnen zowel ééncellig als ook meercellig zijn en ze hebben een duidelijke kern.
In relatie tot kanker is het essentieel te weten, dat ze over een uiterst markante eigenschap beschikken, te weten dat ze een microscopische basisstructuur hebben (hyfe) máár tegelijkertijd enorme afmetingen kunnen krijgen (kilo’s), waarbij (let wel) het vermogen tot aanpassing en reproductie ongewijzigd blijft, ongeacht de reeds bereikte grootte!

Het zijn dus géén ‘organismen’, doch cellulaire samengroeisels, die zich gedrágen als een organisme, omdat elke cel onverminderd het vermogen tot overleving en reproductie behoudt, ongeacht de structuur waarin deze zich bevindt.
Schimmels zijn afhankelijk van andere levende wezens (organen) door zich te voeden met organisch afval (de nog gelukkige situatie, waarover straks meer) of door het weefsel van de gastheer rechtstreeks aan te tasten.

De reproductiecyclus vindt plaats door middel van ééncellige of meercellige sporen, onzichtbaar voor het huidige geneeskundige instrumentarium. De aandachtige lezer ziet hier wellicht de verklaring voor de door de chirurg/laborant geachte ‘schone snijvlakken’, terwijl achteraf toch blijkt - zoals bij mijn broertje en zusje het geval was - dat uitzaaiing reeds had plaatsgevonden.
Het polymorfisme van de schimmel geeft een dusdanige biologische flexibiliteit, dat dit een onbeperkt aanpassingsvermogen geeft in het lichaam van de patiënt en daarmee een onbeperkte pathogene (ziekteveroorzakende) potentie. Ze kunnen vanuit de basisopbouw gespecialiseerde structuren ontwikkelen in de vorm van een ‘snavel’ waarmee het bindweefsel kan worden binnengedrongen. De door de schimmel geproduceerde sporen zijn zeer goed bestand tegen externe aanvallen - denk hierbij aan bv. chemo - en kunnen, indien de omgevingscondities er naar zijn, jarenlang slapend blijven en daarbij onverminderd hun regeneratieve vermogen behouden.

Voor een goed begrip in relatie tot kanker nog het volgende. Schimmels zijn in staat om wijzigingen in hun eigen metabolisme aan te brengen, teneinde de weerstandmechanismen van de gastheer, in casu het immuunsysteem van de patiënt en het bedreigde orgaan, te overwinnen. In bepaalde gevallen is het aanvallend vermogen van schimmels dermate groot, dat een ring, bestaande uit slechts drie schimmelcellen, een prooi, ondanks wanhopige pogingen tot verweer, in korte tijd kan omvatten, opsluiten, doden en consumeren. In het volgende deel wordt nog iets verder ingegaan op schimmels bij de mens.

Wordt vervolgd...

or middel van ééncellige of meercellige sporen, onzichtbaar

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden