Perslucht staat centraal in het dagelijkse leven op aarde: zonder perslucht kunnen we immers onze autobanden niet van de nodige luchtdruk voorzien. Maar in de procesindustrie en laboratoria echter eisen de installaties die perslucht leveren lucht van hoge en konstate kwaliteit. Daarom is het conditioneren van perslucht uiterst belangrijk.

Gewone perslucht (behalve die uit een handpomp) bestaat zelfs niet eens: op zijn minst moet er een condensaatafvoer zijn. Is het niet de bedoeling dat persluchtleidingen blazen en niet sproeien?

Lucht als hulmiddel voor de mens is sinds de oertijd bekend, denk maar aan gebruik van de wind of aan blazen om een vuur aan te wakkeren. De Griekse tehnicus Ktesibios (circa 245 voor Christus) geldt als een der eerste uitvinders van pneumatisch gereedschap: hij bouwde het eerste persluchtkanon. Door middel van een pees werd lucht in een cilinder gecomprimeerd waarna het vrijkomen van de opgehoopte energie de reikwijdte van het geschut aanzienlijk deed toenemen.

Vervolgens stond de ontwikkeling van de persluchttechniek nagenoeg stil tot ongeveer 150 jaar geleden. Hoewel reeds in de Middeleeuwen fundamentele proeven met gassen en lucht werden verricht en zelfs basiswetten werden opgesteld die nog altijd gelden, bleven deze proeven toch nog zeer lang zonder praktische toepassingen.

De aanleg van spoorwegen betekende voor de pneumatiek dé heropleving. De aanleg van lange tunnels dwongen de ingenieurs tot het ontwikkelen van nieuwe technologieen om door gesteente te boren. De eerste omvangrijke toepassing van persluchtgereedschappen was bij de aanlag van de Mont-Cenis-Tunnel in de Alpen rond 1860.

Mont-Cenis Tunnel (Mont-Cenis Tunnel)

Sinds die tijd werden de compressoren en de persluchtwerktuigen voortdurend vervolmaakt en ook steeds groter. Zo werd in 1886 in Parijs een persluchtinstallatie gebouwd met een vermogen van 17.650 Kilowatt.

In de Verenigde Staten van Amerika had de perslucht zich reeds toen op stelselmatige wijze een belangrijke plaats veroverd in de gereedschapswerktuigen-industrie: al sedert 1876 werden pneumatische klinkpersen gebruikt, handklinkhamers en pneumatische hakbeitels volgden na 1860.

In de industrie werd al zeer spoedig duidelijk dat de perslucht aan de verwachtingen beantwoordde. Daarom werd in 1900 resoluut de stap gezet in het persluchttijdperk. In 1903 werkten de eerste hamerboormachines. Bij deze machine was de boorspil niet rechtstreeks meer aan de aandrijvende zuiger vastgeflensd, maar hamerde de zuiger op een metalen staaf, slagwerking genoemd.

Pneumatische hamerboormachine

In de loop der jaren hadden de vaklui in de industrie, maar ook in de bouwnijverheid en het transportwezen, ontdekt dat het gebruik van perslucht (pneumatica) bijdroeg tot het lichter maken van de arbeid. Vanaf dat moment volgde de ene nieuwe construktie op de andere en ontplooide zich een breed en omvangrijk toepassingsgebied in alle geledingen van de industrie.

Spoedig echter ondekte men dat de pneumatiek ook nadelen had: de hoge compressie zorgde na afkoeling voor condens (water). Het nieuwe probleem moest dus herleid worden tot een minimum om de nadelen van water, vuil en stof positief te beïnvloeden. De nuttigste en goedkoopste oplossing bleek het aanbrengen van persluchtfilters en smeertoestellen.

Aanvankelijk was de lucht nog van slechte kwaliteit maar naarmate het gebruik van perslucht nog toenam werden de filters en smeertoestellen verder geperfectioneerd zodat heden een hoge graad van kwaliteit en verschillende soorten luchtconditionering bestaan voor alle toepassingsgebieden.

Clark Kendt:
Ringding:

Ik heb een beetje moeite met het ontdekken van het grenswetenschappelijke karakter van dit artikel...

Misschien is dát net het grenswetenschappelijke.

:S
Op 24-11-2007 21:33:54 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden