Onlangs verscheen in het NRC een intrigerend wetenschappelijk stukje. Het ging over een onderzoek onder 3-jarigen waarbij bleek dat peuters sneller plaatjes van slangen (of spinnen) herkennen dan die van kikkers of rupsen. Het artikel ging verder in op de vraag of angst voor slangen aangeboren is en of dergelijke angsten evolutionair gezien in ons voordeel waren.

( kusje )

Het artikel haalt de bevindingen van psycholoog Sligman aan die in 1970 het concept van prepared learning introduceerde. Dit zou verklaren waarom niet iedereen angst voor slangen heeft. Volgens Sligman zou niet de angst aangeboren zijn, maar de neiging om snel te leren bang te zijn voor slangen.

Sommigen gaan een stapje verder en menen dat we onze extreem grote hersenen voor een groot deel te danken hebben aan de angst voor slangen. Er zou sprake zijn van een soort evolutionaire wapenwedloop met giftige slangen zijn geweest. Een een groot brein en goed ontwikkeld visueel systeem zou de vroege mens geholpen hebben met het snel kunnen herkennen en ontwijken van slangen en spinnen (zie ook hier).

Antropologe Lynne Isbell beschreef in een uitvoerig artikel in de Journal of Human Evolution van juli 2006, dat de primaten op Madagascar minder grote hersenen hebben en minder ontwikkeld visueel systeem. De oorzaak zou volgens haar kunnen liggen in het feit dat deze primaten niet of evolutionair gezien veel korter met slangen samenleven.

Even wat tegenwicht.

Het is jammer dat in het artikel geen herpetoloog (reptielenkenner) aan het woord komt. Slangen kunnen gevaarlijk zijn maar zijn zeker niet zo gevaarlijk dat een vroege mens zich in een evolutionaire wapenwedloop zou moeten storten. Slangen houden niet van mensen (en andere voor prooi te grote wezens). Iedere natuurvorser zal u vertellen dat het gros van de slangen vlucht zodra ze een groot wezen ontwaren. Dat komt voort uit de 'aangeboren' angst bij slangen om vertrapt te worden.

Natuurlijk gaat het wel eens fout en stapt of grijpt iemand in een slang met alle gevolgen van dien. Maar niet overdrijven. Het grootste deel van de slangen en spinnen is voor ons grote zoogdieren niet eens giftig of ernstig giftig. (Van de huidige 725 gifslangen zijn er slechts 250 in staat een mens te doden.)

Slangen en spinnen zijn overigens relatief makkelijk te vangen (of ontwijken) en vormen een goede voedselbron.

Natuurvolkeren zijn angstiger voor grote dieren zoals nijlpaarden, hyena's, buffels en grote katachtigen of juist de kleine beestjes zoals agressieve bijensoorten, venijnige miljoenpoten en wespensoorten. De categorie spinnen, schorpioenen en slangen dwingen respect af maar zeker geen angst. Beide soorten zijn in de regel niet agressief en vallen uit zichzelf zelden of nooit een mensachtige aan.

De grap van het artikel komt dan ook eigenlijk pas aan het einde. Terwijl de wetenschap krampachtig slangenangst probeert te persen in een evolutionair denkbeeld kwam men er ook achter dat proefpersonen plaatjes van pistolen net zo snel tussen anderen plaatjes kon ontdekken als die van slangen. Deze proef is helaas nog niet gedaan met peuters maar geeft wel te denken.

Misschien ligt de kennelijk diep gewortelde 'angst' voor slangen meer in onze Joods/Christelijke traditie dan in vaag evolutionair verleden. Lees dit blog er nog eens op na.

Edmund: Zei Desmond Morris in zijn boek De Naakte Aap niet dat mensen een aangeboren vorm voor spinnen en slangen hebben omdat die beestjes er anders uitzien? 8 poten, 8 ogen, of geen poten.

Ik weet niet meer precies wat hij erover zei, maar hij zei er alleszins iets over.
Op 08-04-2008 23:53:02 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden