Nadat we de berg Nebo hadden bezocht (waar Mozes de Israëlieten zegende en daarna voor hen uit het zicht was verdwenen om ergens anders te sterven) legden we de rest van de reis af en kwamen we laat in de middag in Edom aan. We wisten dat wij de volgende dag in de gelegenheid zouden zijn de Berg van God van nabij te aanschouwen en gingen ervan uit die zelfs te kunnen beklimmen.
Maar we zouden deze namiddag nog wel alvast een klein voorproefje krijgen op die volgende dag, met een bezoekje aan Al-Beidha, ook wel Little Petra genoemd.
De reden waarom deze plaats zo heet is, omdat er een duidelijke overeenkomst is te bespeuren met het echte Petra. De oorspronkelijke inwoners / bouwers van Al-Beidha waren dan ook dezelfden: de toch wel enigszins mysterieuze Nabateeërs.
In tegenstelling tot het ‘grote’ Petra was Al-Beidha echter louter voor commerciële doeleinden aangelegd, daar diverse grote karavaanroutes door dit gebied liepen.
Daarnaast  is er nog één belangrijk detail waardoor het zich van het echte Petra onderscheidt, iets wat we vooral de dag erna zouden gaan merken. Maar dat komt verderop ter sprake.

Net als in het geval van de grotere zus van dit ‘kleine’ Petra moet men eerst door een smalle kloof voordat men de plaats kan betreden.
Als men daar eenmaal doorheen is valt gelijk de overeenkomst op met het ware Petra.

De ruimtes die hier uit de zandstenen rotsen zijn gehouwen dienden duidelijk voor bewoning.

Natuurlijk komen de meeste bezoekers van deze regio louter voor het echte Petra, maar dit kleine zusje is beslist ook een bezoek waard. Het is lang niet zo groot als Petra zelf, maar die anderhalf uur die ervoor nodig is om alles te zien was beslist geen tijdverspilling.
Bij het weer verlaten ervan viel ons één ding in het bijzonder op, iets wat we bij het naar binnen gaan over het hoofd hadden gezien, maar wel de moeite van het vermelden waard vinden.

Gelijk buiten Little Petra, bij de ingang, viel ons een rots op die ons een beetje aan de Egyptische Sfinx deed denken...
Zij het dat dit dan wel een behoorlijk door erosie en zure regen aangetaste versie ervan zou zijn.
Dat zou op zich natuurlijk niet zo verwonderlijk zijn, daar zandsteen nu eenmaal niet tot de hardste steensoorten kan worden gerekend.
Niemand kon ons hier overigens iets over vertellen, of het dus een toevallige gelijkenis is of met opzet ooit door de vroege inwoners zo uit het steen is gehouwen, blijft vooralsnog onbekend.
Wat echter wel een feit is, is dat de Nabateeërs erg veel dingen uit de Egyptische en Griekse cultuur hadden overgenomen in de periode dat zij in beide Petra’s woonden.

Ons hotel in Wadi Musa – wat zoveel betekent als ‘rivierbedding van Mozes’- was geheel in de stijl van Petra. Een mooie voorgevel van roze steen, waarvan we verwachtten daar de volgende dag nog veel meer van te kunnen zien.

Die dag zou een heel bijzondere gaan worden. Want we waren nu eindelijk daar waarvoor we aan deze hele reis waren begonnen, namelijk bij het Seïr-gebergte, waarin zich een dal bevindt dat tegenwoordig vooral bekend staat onder de naam ‘Petra’. Deze naam komt van het Griekse woord voor ‘rots’ en de reden waarom dit zo heet is wel duidelijk. Alle gebouwen die zich daar bevinden zijn uit het vaak roze gekleurde zandsteen gehouwen.
Deze plaats staat tegenwoordig op de Unesco-lijst en wordt als één van de wereldwonderen beschouwd. Om vast te stellen dat dit geheel terecht is kan men de plaats het beste zelf eens met een bezoek vereren.

De negentiende eeuw bleek vooral in het teken van ontdekkingsreizigers te staan, die op zoek waren naar de bronnen van de rivier de Nijl. De Zwitser Johann Ludwig Burckhardt was daar één van. Maar anders dan bijvoorbeeld Dr. Livingstone en Henry Morton Stanley zou Burckhardt snel op een heel ander spoor belanden.

Vermomd als Arabier, waarvan hij de  taal in redelijk korte tijd  had leren spreken, hoorde hij van plaatselijke inwoners over een tussen de rotsen gelegen stad in Jordanië die schijnbaar bij geen enkele westerling bekend was. Daar de Arabieren in die tijd extra reden hadden om iedere westerling te wantrouwen  - het was nog steeds de tijd van het westerse kolonialisme -  was het zaak dat ze Burckhardts ware nationaliteit niet door zouden krijgen. Maar hij had natuurlijk wel interesse om die ‘verborgen stad’ eens te bezoeken. De Arabische bevolking wist hem te vertellen dat zich daar tevens de bron bevond waar Mozes na de zware tocht door de Sinai de Hebreeën weer van water had voorzien en zij vertelden hem dat Mozes’ broer Aäron daar op een berg was begraven.
Burckhardt bezocht de plaats, maakte er een kaart en tekeningen van, en zo werd Petra uiteindelijk herontdekt voor de rest van de wereld.

Wie waren de bouwers van deze stad, en waarom werd het uiteindelijk weer verlaten? Waarom zou het zo lang duren voor het werd herontdekt?

Over wie de bouwers waren van de monumenten die men er nog steeds kan bewonderen, stemmen de meningen wel overeen. Dat zouden de van het Arabisch schiereiland stammende Nabateeërs zijn geweest, omstreeks de 5e/4e eeuw voor onze jaartelling.
Maar de plaats was voor die tijd ook reeds lang bewoond geweest, en wel door een volk die de Edomieten werden genoemd en van Hebreeuwse afkomst waren.
Seïr is de Hebreeuwse naam voor het gebergte waarin het oorspronkelijke koninkrijk Edom lag en waar de plaats Petra zich in een dal van bevindt. De Nabateeërs noemden het gebergte Shera en later werd daar door de Grieken weer Shara van gemaakt.

In het volgende deel zullen we eerst nog wat geschiedkundige feitjes over Edom bespreken om daarna aan het bezoek van dit oude koninkrijk te gaan beginnen.
We zouden ontdekken dat we echt op een ‘heilige’ plaats waren beland.

tracer50: ik weet niet of je de berg Nebo de berg God kunt noemen,hy is namelyk vernoemt naar Marduk zyn zoon Nabu,hy was namelyk al een halfgod.
Op 11-04-2011 0:29:45 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden