Na een inleiding waarin de reden van onze reis en details van de geschiedenis ervan aan de orde zijn gekomen, is het nu dan tijd om aan het verslag van die reis te gaan beginnen.
Het doel van onze reis was Jordanië, dat ooit deel uitmaakte van wat men nu ‘Het Heilige Land’ zou noemen. Dit land bevindt zich net ten noorden van de Sinaï-woestijn en is tevens het meest noordelijke gedeelte van het Arabische schiereiland.

Dit verslag vertelt niet over alle bezienswaardigheden die wij zagen tijdens ons verblijf in dit land; er is hier namelijk erg veel te zien op cultureel en historisch niveau. Het leek ons beter daar dan maar een apart verslag over te maken, en dit geheel te wijden aan het werkelijke doel van onze reis; de Berg van God en de plaatsen die daar direct of indirect mee te maken hebben.
We slaan dus het Rome van Jordanië - de geheel in oude staat verkerende stad Jerash - maar over, net als de oude stad Philadelphia, die tegenwoordig beter bekend is als Amman en beginnen gelijk aan onze tocht naar het zuiden...

Langs de Kings highway naar Edom

Deze ‘weg van Koningen’ betreft een oude handelsroute die belangrijke steden in het Midden-Oosten met elkaar verbindt. Natuurlijk is deze vandaag de dag volledig geasfalteerd, maar hij bestond al in antieke tijden toen karavanen vanwege handelsdoeleinden deze weg volgden.

Zoals vooral op het kaartje rechts goed is te zien (roze linksboven) is Jordanië eigenlijk min of meer het bovenste deel van het Arabische schiereiland, dat grotendeels uit woestijn bestaat.
“Een woestijn”, denkt men dan, dat is toch veel zand en erg veel stof?
Ja, dat natuurlijk wel, maar wonderlijk genoeg zouden wij er heel wat minder last hebben van onze luchtwegen dan in Nederland. Het mag dus een heet en droog klimaat zijn daar, stoffig op een wijze zoals dat in industrieel West Europa het geval is, daar is daar geen sprake van.

De eerste plaats die we onderweg naar het zuiden aan zouden doen was de plaats Madaba, ooit de belangrijkste stad der Moabieten en nu één van de weinige plaatsen met een deels Christelijke bevolking.
In deze stad zouden wij tijdens een bezoek aan een sociale werkplaats, waar men onder meer heel erg mooie mozaïeken maakte, op een gegeven moment door een medereiziger worden geattendeerd op een heel bijzondere wandelstok van licht hout waar een uitgesneden slang omheen kronkelde.
Natuurlijk had deze staf hierdoor gelijk onze aandacht, want als er iets een symbool is voor Mozes tijdens de Exodus der Hebreeën uit Egypte, dan was het wel zijn staf.
Dat verhaal vertelt namelijk dat Mozes zijn woorden kracht bijzette door zijn staf in een kronkelende slang te laten veranderen, toen hij toestemming van de Farao vroeg om met de Hebreeën te vertrekken naar het Beloofde Land.
Aangezien de slang voor de Egyptenaren een symbool was voor wijsheid en onsterfelijkheid moest dit wel indruk op de Farao maken.
Later gebruikte Mozes dezelfde staf opnieuw om de wateren van de ‘Rode Zee’ te splijten. Zoals in een vorig deel al werd besproken was dit in werkelijkheid de ‘Schelfzee’ of ‘Rietzee’, een moerasgebied dat in de buurt van de monding van de Nijl was gelegen.
Na een zware tocht dwars door de Sinaï-woestijn gebruikte hij deze staf andermaal om water uit een rots te ‘toveren’, bij de Berg van God!

“Daarop zeide de Here tot Mozes: ’Ga voor het volk uit en neem enige van de oudsten van Israël met u; neem ook de staf waarmee gij de Nijl hebt geslagen, in uw hand en ga heen. Zie, ik zal daar voor u op de rots bij Horeb staan; dan zult gij op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken’ “
(Exodus 17:5-6)


Deze staf vormde dus een uiterst belangrijk symbool voor Mozes.
En hierdoor natuurlijk ook voor ons. Ten eerste vormde het gevoelsmatig een bevestiging dat we op de goede weg waren met onze tocht naar de vermeende Berg van God, die dus niet volgens de huidige traditie als zodanig is erkend. Maar daarnaast, als wij die Berg van God wensten te betreden, wat was er dan mooier dan om dat met eenzelfde soort staf te doen als die Mozes lang geleden had?

“En deze staf, waarmede gij (Mozes) de tekenen moet doen, moet gij in uw hand nemen.”
(Exodus 4:17)


“... Ook nam Mozes de Staf Gods in zijn hand. En de Here zeide tot Mozes: ‘Nu gij gaat terugkeren tot Egypte, zie toe, dat gij tot het aangezicht van de Farao als de wonderen doet, die Ik in uw macht heb gesteld’ ”
(Exodus 7:17)


“... Dan zult gij Aäron zeggen:’Neem de staf en werp die neer voor het aangezicht van farao; dan zal hij een slang worden.”
(Exodus 7:9)


Wat er mogelijk met die echte staf van Mozes is gebeurd komt ter sprake in het eerder genoemde boek van Graham Phillips, ‘Langs het pad van Mozes’ (ISBN 9043902756).
Daarin kan men namelijk lezen dat in 1839 een zekere David Roberts een van de eerste bezoekers te Petra in Jordanië was die zich met archeologische werkzaamheden bezig zou gaan houden.
Op een zeker moment was hij - zonder de Bedoeïenen die hem toestemming hadden verleend - met zijn team bezig bij de zuidelijke graven die zich bij een enorme uit massieve steen gehouwen rechtopstaande slang van zo’n 10 meter bevonden.
Dat is het helaas in de jaren zeventig door de Arabische bevolking opgeblazen ‘slangenmonument’. Toerisme daar naartoe was in die dagen net op gang aan het komen en vele westerse jongelui met New Age ideeën brachten dagen en nachten bij die slang door wat de Bedoeïenen dermate heidens gedrag vonden dat ze de oorzaak van dit neo-heidendom besloten te vernietigen.

Bij een altaarsteen ontdekten Roberts en zijn team een grote rolsteen die, nadat zij deze met moeite hadden weten te verwijderen, een doorgang vrijgaf naar een graf dat enkel maar van een vooraanstaand iemand kon zijn geweest.
Er lagen echter geen stoffelijke resten meer in, of andere waardevolle zaken, waaruit bleek dat het graf al eerder een keer moest zijn geschonden. Er bevonden zich nog slechts enkele onbeduidende artefacten zoals een gebroken waterkruik van klei, een stuk koord van zilverkleurige gesponnen draden, een kom en een houten staf.
Volgens een tekst in het Oude Testament waren dat soort grafgiften overigens gebruikelijk als onderdeel van een oud Hebreeuws begrafenisritueel.
Later, na enig onderzoek, zou men er steeds meer van overtuigd raken dat dit wel eens de staf van Mozes kon hebben betroffen en dat het dan het graf van Mozes zelf zou kunnen zijn geweest daar bij dat ‘slangenmonument’.
Roberts moest na deze vondst echter zeer omzichtig te werk gaan, want de plaatselijke bedoeïenen vonden het maar niets wat de archeologen daar aan het uitvreten waren.
Waarschijnlijk waren zij bang dat er waardevolle artikelen gevonden zouden worden, en dan meegenomen. Eén van de bedoeïenen die een kijkje was gaan nemen scheen behoorlijk ontstemd te zijn geraakt door die vondst en brak zelfs in zijn boosheid de in zijn ogen waardeloze staf in tweeën. Gelukkig lukte het Roberts en zijn team toch die zogenaamd onbeduidende artefacten met zich mee te nemen.
 
Het zou het begin vormen van weer een aantal omzwervingen van de staf waarin hij bewees nog steeds in staat te zijn om kleine wondertjes te verrichten.
Na enige omzwervingen, de staf werd enkele malen als Egyptische curiositeit doorverkocht, kwam hij in het bezit van een Amerikaans zakenman die het plan had opgevat met de Titanic terug naar de Verenigde Staten te varen. Zij hadden al ingescheept en voeren de eerste twee dagen zelfs mee, maar besloten, toen het schip Ierland even aandeed, om dit land eerst te gaan verkennen en later hun tocht te vervolgen met een ander schip.
Was het de ‘Hand Gods’ die hen wist te behoeden voor dat vreselijke lot wat de andere reizigers op de Titanic te wachten zou staan?

 

Later verwisselde de staf nog enkele malen van eigenaar totdat hij uiteindelijk in het stedelijk museum in Birmingham zou belanden als een ‘Egyptische‘ curiositeit. De staf was als Egyptisch geïdentificeerd omdat soortgelijke staven in Egypte doorgaans door priesters daar in die dagen werden gebruikt. Misschien zegt ons dit wel gelijk iets over de voormalige bezitter ervan.

Natuurlijk waren wij ons er zeer wel van bewust dat wij slechts een mogelijke daarop gelijkende kopie van deze staf hadden aangeschaft maar de symboliek moest ons natuurlijk wel aanspreken. Met een op de staf van Mozes gelijkende stok zouden we nu naar de ‘Berg van God’ gaan.
Daarnaast kon een goede wandelstok zijn nut nog wel bewijzen op de lange weg omhoog...

De omgeving van Madaba heeft nog meer te bieden dat van alles met Mozes - en zijn staf - te maken heeft, namelijk de niet ver daar vandaan gelegen Berg Nebo.


Het boek Deuteronomium (32:49) uit het Oude Testament vertelt ons dat Mozes op de berg Nebo, vlak voordat hij zou gaan sterven, afscheid nam van de Israëlieten die nu zonder hem verder moesten. Hij zou op deze berg uitkijken over het ‘Beloofde Land’ dat hij zelf nooit zou betreden.

Zodoende staat hier nu een kerkje dat door de Franciscanen zou zijn gebouwd en natuurlijk is het een belangrijk bedevaartsoord geworden, waar men zelfs een monument voor heeft opgericht in de vorm van een kruis met een daarom heen kronkelende slang. Het verhaal van Mozes en zijn ‘Slangenstaf’ wordt volgens het verhaaltje erbij op deze wijze gekoppeld aan het verhaal van Jezus Christus.
Wederom konden we een parallel met Rennes-le-Chateau bespeuren want in het kerkje aldaar vindt men voor het altaar eveneens een afbeelding die hieraan lijkt te refereren.


De traditie mag het dan doen voorkomen dat Mozes op de Berg Nebo zelf zou sterven, in werkelijkheid bestaat er enige onduidelijkheid over de locatie waar dit zou gebeuren. Dat wordt natuurlijk al duidelijker na het zojuist vertelde verhaal over de vindplaats van die mogelijke staf van Mozes. Maar Flavius Josephes, die in zijn boek ‘Oudheden’ uitweidt over deze gebeurtenis, noemt eveneens een heel andere plaats waar Mozes zou sterven, een gebergte dat hij ‘Abarim’ noemt.
Het Bijbelse boek Deuteronomium 32:49-50 vertelt ons eveneens iets daarover:

“Beklim dit gebergte, de Abarim- de berg Nebo, die in het land van Moab ligt……en sterf op de berg, die gij beklimmen zult, opdat gij tot uw voorgeslacht vergaderd wordt...”


Uit de diverse verhalen over deze gebeurtenis blijkt dat de schrijvers erg weinig kennis moeten hebben gehad van de geografie van deze landen, want aan de hand van alle aanwijzingen die erbij worden gegeven blijkt dat er geheel verschillende locaties worden genoemd.
In de tekst zelf staat eigenlijk al dat de plaats waar Mozes de Israëlieten zou zegenen, een heel andere plaats moet zijn geweest dan de plaats waar hij later zou komen te sterven.
Josephes vertelt ons hierover:
“Toen Mozes aan het eind van zijn leven aldus had gesproken en had verteld wat elk van hun stammen daarna zou overkomen, en toen hij hen had gezegend, barstte de menigte in tranen uit... duidelijk hoe diep bedroefd zij waren toen hij op het punt stond te sterven... Toen hij vandaar heenging naar de plaats waar hij uit hun oog zou verdwijnen, volgden zij allen hem met luid geween; maar Mozes wenkte met zijn hand naar hen die hem van verre volgden, en verzocht hen achter te blijven...”


Hier wordt al aangegeven dat Mozes ergens anders naartoe ging om te sterven.
Deuteronomium 32:50 geeft ons dan een heel goede aanwijzing waar Mozes moet zijn heengegaan:
“En sterf op de berg, die gij beklimmen zult, opdat gij tot uw voorgeslacht vergaders wordt, zoals uw broeder Aäron op de berg Hor gestorven en tot zijn voorgeslacht vergaderd is”


Naast deze citaten worden er nog andere aanwijzingen gegeven waaruit men de conclusie zou kunnen trekken dat Mozes helemaal niet zo ver bij zijn broer Aäron vandaan zou komen te sterven.
En Aäron stierf dus volgens deze tekst OP de berg Hor, oftewel de Berg van God!

Dit alles neemt niet weg dat de berg Nebo een mooie heilige plaats is waar Mozes in ieder geval de Israëlieten zou zegenen voor hun tocht naar het Beloofde Land.
Het land dat hijzelf nog met zijn ogen kon aanschouwen vanaf deze hoogte.

“En de Here zeide tot hem:’Dit is het land, dat Ik Abraham, Isaäk en Jacob onder ede heb beloofd met deze woorden: aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen laten zien ,maar gij zult daarheen niet overtrekken.’ Toen stierf Mozes, de knecht des Heren, aldaar in het land van Moab, volgens des Heren woord. En Hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor, en niemand heeft zijn graf geweten tot op den huidigen dag.”
(Deuteronomium 34: 5-7)


In deze tekst zit een aanwijzing die we in een heel ander soort tekst eveneens tegenkomen.

Verheug je niet Israël,……………je hoerenloon ontving je maar al te graag.
Maar toen zij in Baäl-Peor kwamen, wijdden zij zich aan schandelijke praktijken. Even weerzinwekkend werden zij, als de afgod die zij aanbaden…..
Straf hen Heer! Maar hoe zult u hen straffen? Geef hun een onvruchtbare schoot en verdroogde borsten.
(Hosea 9:1-14)


Bovenstaande citaten uit het Oude Testament konden haast niet meer verschillen, maar zij hebben wel één overeenkomst die we nu even willen bespreken omdat het ons zoveel meer kan vertellen over wat er zo ongeveer gebeurd moet zijn toen Mozes weg ging om te sterven.
In dit geval betreft het Peor, die naam komt in beide voorbeelden voor. Dit blijkt echter geen Hebreeuws woord te zijn, en zodoende heeft men het niet gelijk herkend.
In het Akkadisch - een taal die in het ‘Tweestromenland’ werd gesproken - had het echter wel een duidelijke betekenis, namelijk die van ‘slang’.
Beth-Peor laat zich op deze wijze geschreven vertalen als ‘huis van de slang’ en het ‘Baäl-Peor’ uit de tweede tekst betekent zoveel als ‘Heer van de slang’.
Mozes zou aldus tegenover - of naast - het ‘huis van de slang’ begraven worden.
En later zou men over Israël, Edom en Bethel spreken als dat die zich inlieten met zekere praktijken bij ene ‘Heer van de Slang’.
Volgens Graham Phillips zou dit wel eens heel goed het ‘slangenmonument’ en het graf van Mozes daarbij kunnen betreffen. Mogelijk werd met die ‘Heer van de Slang’ Mozes zelf bedoeld! Of in ieder geval de plaats van zijn graf.

De berg Nebo bevindt zich nog in het land der Moabieten en wij moesten dus verder, net als Mozes dat had gedaan toen hij wist dat zijn tijd om te sterven was gekomen. Hij was naar het ‘huis van de Slang’ gegaan, en dat was dus waar wij eveneens heen moesten.
Anders dan Mozes waarschijnlijk, gingen wij verder over de ‘Kings Highway’ naar Edom – de enige voor de hand liggende plaats waar Beth Peor zich kon bevinden. Onderweg zagen we nog aardig wat bezienswaardigheden uit latere tijden, bijvoorbeeld kruisvaarderskastelen.
Maar het doel van onze reis is ‘de Berg van God’, waar zich tevens dat ‘huis van de Slang’ moet hebben bevonden, en nog wel meer dan dat!

Meer daarover in het volgende deel. Wordt vervolgd...

tracer50: nu ben je de sinai alweer voorby,Moses komt uit egypte,alle goden van Egypte zyn van e groep slangengoden,Baal is een stierengod,deze naam betekent Heer,alle Egypische goden hadden de slangen als aanwysing,de latere kinderen,de Farao,s hebben allemaal de slang op hun kroon,heel belangryk om uit te vinden wie de god van de bybel is . Thoth is,was,de god v d wysheid en tyd
Op 11-04-2011 0:15:10 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden