"De angst van een moeder kan de ontwikkeling van een foetus beïnvloeden", las ik een paar weken terug in het weekblad Knack. Na een vluchtige blik op het artikel moest ik vaststellen dat vooral meisjes van angstige moeders al van zeer jonge leeftijd aanleg voor depressie hebben. Bovendien zouden er tijdens de puberteit negatieve effecten ontstaan op de prestaties ten gevolge van afwijkingen in de hersenen.

Foetus

Verbazingwekkend genoeg om even te gaan grasduinen in verschillende wetenschappelijke artikelen om de essentie van het 'probleem' te kunnen doorgronden...

Twintig jaar geleden startte Bea Van den Bergh (Onderzoeksgroep Gezondheidspsychologie aan de Katholieke Universiteit in Leuven) met een onderzoek naar de invloed van de emotionele toestand van zwangere vrouwen op de ontwikkeling van haar kinderen. De basis voor het onderzoek bestond uit intensieve gesprekken met 86 zwangere moeders in drie perioden van hun zwangerschap, te weten: tussen 12 en 22 weken, tussen 23 en 32 weken en tussen 33 en 40 weken.

Nadien werden de kinderen opgevolgd met de bedoeling om na te gaan of eventuele angsten die de moeder tijdens de zwangerschap ervoer effecten zou kunnen hebben op de latere ontwikkeling van het kind.

De resultaten bij 58 kinderen uit het oorspronkelijk onderzoek worden besproken in het vakblad Neuropsychopharmacology en wijzen op symptomen van een depressieve aanleg. Maar aan het hele gegeven zit iets vreemds: enkel bij kinderen waarvan de moeder in de eerste fase van haar zwangerschap (tussen 12 en 22 weken) beduidend angstiger was geweest dan normaal kon een verhoging van de aanleg voor depressie worden waargenomen. En nog vreemder: uitsluitend bij meisjes.

Quote uit het artikel in Knack: "Het is bekend dat depressieve symptomen zich vooral vanaf de puberteit manifesteren, en dat ze 1,5 tot 3 keer meer meisjes treffen dan jongens."

Volgens Van den Bergh zouden de angsten van een moeder een vorm van hyperactiviteit in de relevante hersenzones van hun kinderen introduceren. En aandachtsproblemen en hyperactiviteit behoren tot het pakket invloeden dat het team van Van den Bergh al eerder hadden ontdekt.

Depressie bij meisjes

Maarten Mennes, een student van Van den Bergh, boog zich over het vervolg van het verhaal. Hij bestudeerde de kinderen zodra ze twintig werden en onderzocht hun geheugen en de mate waartoe ze in staat waren om complexe taken tot een goed einde te brengen. Zijn eerste bevindingen verschenen in het vakblad Neuroscience and Biobehavioral reviews.

Net als in het andere rapport bleek datgene wat in de eerste fase van de zwangerschap gebeurde primordiaal: als de moeder angstig geweest was had dat een negatieve invloed op de prestaties van haar kind. Mennes schrijft dit toe aan lichte afwijkingen in de ontwikkeling van de hersenen, ze leidden echter niet tot ernstige aandoeningen.

Chazz Michael M: Ik ben benieuwd wat Derek Ogilvie hier over te zeggen heeft...

Ik vraag me wel af wat ze met angst precies bedoelen. is dat echt een fobie of een keertje schrikken als je jezelf in de spiegel ziet 's ochtends?
Op 30-07-2008 9:04:28 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Ivoryke^: En hoe wordt bewezen dat dit al in de moeder gebeurt, en niet later door de opvoeding? Lijkt me moeilijk om dat uit te sluiten eigenlijk.
Moeten is een keuze...
Op 30-07-2008 0:03:55 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
celtic: Ik heb altijd al gedacht dat de angst die mijn moeder in haar droeg op mij is overgedragen. Angst die je in je draagt maar zelf nooit hebt kunnen plaatsen.
Condemnation without investigation is the highest form of ignorance
Op 30-07-2008 0:19:57 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden