Deze keer lanceren biologen een controversieel idee om bedreigde diersoorten zoals de neushoorn en de ijsbeer te redden. Men vreest er immers voor dat de ijsbeer definitief kopje onder zal gaan op de afsmeltende Noordpool. De Afrikaanse savanne zou te zanderig worden voor de neushoorn.

Wat doe je dan als wetenschapper om deze dieren te redden? Je verhuist de bedreigde dieren gewoon naar de andere kant van de aardbol voor ze uitsterven: de neushoorn van Afrika naar de VS, de ijsbeer van de Noordpool naar de Zuidpool.

De ene studie na de andere over de opwarming van de aarde is alarmerend. Als we niet voldoende ingrijpen in onder andere de CO2-vervuiling dan is tegen 2050 tussen de 15 en 35 percent van alle diersoorten niet meer. Voor de ijsbeer gaat het zo lang niet meer duren omdat zijn woongebied nu al drastisch afsmelt.

Dus vliegen we de ijsbeer van de Noordpool over naar de Zuidpool: het is er lekker koud en er is voldoende vaste grond. Het zelfde doen we met de neushoorn: hij krijgt een one-way ticket van Afrika naar de grote vlakten van centraal Amerika.

Bloedbad

De Ecological Society of America gaat in augustus 2008 de plannen bespreken, maar vooraanstaande biologen keren zich nu al tegen het voorstel. Zij zeggen dat de verhuis van de ijsbeer naar de Zuidpool voor een bloedbad zal zorgen. Niet voor de ijsbeer, hij zal het daar naar zijn zin hebben, maar voor andere dieren zoals de pinguïns en de zeehonden.

Deze dieren hebben geen overlevingsinstinct aangeleerd gekregen om zich te beschermen tegen roofdieren. Pinguïns en zeehonden lopen het risico om met de ogen open in de muil van een ijsbeer te lopen. En dan werken we het uitsterven van een andere soort in de hand.

In een artikel in Het Laatste Nieuws zegt conservatiebioloog Peter Galbusera van de Antwerpse Zoo dat er nog andere problemen zullen reizen:

“Los van het kostenplaatje en de praktische lasten van zo’n verhuis heeft men op elke nieuwe plek minstens 50 exemplaren van de diersoort nodig om geslaagd te overleven. En zelfs dan blijft het afwachten. Zullen de dieren zich in hun nieuwe omgeving nog wel kunnen oriënteren, gewend als ze zijn aan de sterrenhemel in hun thuisland? Riskeren ze geen ziektes op te lopen of er andere door te geven? Dreigen ze geen andere dieren af te slachten? Zo’n verhuis kan echt verstrekkende gevolgen hebben.”

Volgens Galbusera is een verhuis enkel relevant als allerlaatste maatregel. Het is belangrijker dat we alle middelen aanwenden om de natuurlijke habitat van alle dieren te redden.

Australië

Dat het verhuizen van dieren slecht kan aflopen hebben ze in Australië geweten. In 1866 werden Europese konijnen losgelaten in Kapunda in het zuiden van Australië. Het duurde maar 15 jaar voordat ze New South Wales hadden bereikt. In 1887 bereikten ze de zuidwestelijke grens van de deelstaat Queensland, in 1894 werden ze gesignaleerd in het Northern Territory nabij Charlotte Waters en in 1900 waren er wilde populaties konijnen in het westen van Australië.

Tegen 1890 was de konijnenpopulatie zo groot geworden dat het een plaag werd en drastische maatregelen zich opdrongen. Tot op de dag van vandaag is Australië nog altijd met een konijnenplaag van jewelste opgezadeld. En je weet wat er gezegd wordt over konijnen...

Gerelateerd aan deze publicatie:
Cheshire Cat: Die konijnen op de onderste foto zijn toch mooi het haasje.

sorry redaxi, maar dat zijn hazen op de foto, geen konijnen.
"We're all mad here."
Op 12-08-2008 17:39:46 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden