Zo nu en dan heb ik even mijn buik vol van grenswetenschappelijke verhalen en duik ik weer veilig in het stof geschiedenis. Voor wie mijn blogjes al wat langer volgt weet dat ik bijzondere aandacht heb voor de periode van de Eerste Wereldoorlog. Interessanter dan de macro beschouwingen van historici zijn voor mij de persoonlijke ervaringen van de mannen die daadwerkelijk in de loopgraven stonden. En zo stuitte ik op een opmerkelijke grote kleine man die als frontsoldaat ons minutieus deelgenoot maakte van zijn ervaringen in de velden van weleer. Het gaat om de oorlogsbrieven van Unteroffizier Carl Heller. Zijn relaas gaat tot op het bot. Zonder een spoor van zelfbeklag of goed/fout beschouwingen neemt Heller ons mee de loopgraven in om het zelf door zijn ogen te zien.

De Eerste Wereldoorlog vond plaats in de periode tussen 1914 en 1918. Duitsland vocht een oorlog op twee fronten en hoopte in het westen snel via België naar Frankrijk door te kunnen stoten. Het pakte anders uit. Van het noorden in België tot aan de Alpen in het zuiden ontstond er een linie waar de Duitsers letterlijk recht tegenover de Fransen, en later geallieerden kwamen te staan. Ingraven was het devies en zo ontstonden er loopgraven die zich soms tot op slechts enkele tientallen meters van die van de vijand bevonden. Men bestookte elkaar met duizenden en duizenden bommen en granaten en telkens hoopte men met massale offensieven de lijn enkele tien- of honderdtal meters naar voren te duwen. Oude oorlogstactieken werden keihard afgestraft door nieuwe inzichten en miljoenen stierven een zinloze dood in het niemandsland tussen de loopgraven.

Carl Heller werd geboren in het Pruisische Elberfeld en vertrok op jeugdige leeftijd naar Nederland. Op zijn 14de trad hij in dienst van een Hengelose weverij. Blijkens het getuigschrift was hij een prima arbeider en er leek geen vuiltje aan de lucht tot hij in 1915 werd opgeroepen om onder de Duitse wapenen te komen (hij had toen nog de Duitse nationaliteit). Carl, plichtsgetrouw zoals dat toen hoorde, ging en werd na een korte drilperiode naar het westfront gezonden.

... plotseling sloeg een granaat vlak voor ons in de bodem. Wat er verder gebeurde, kan ik me slechts flauw herinneren. Ik hoorde kermen, jammeren, roepen, vloeken, bevelen en voelde dat makkers enige keren over me heen liepen. Daarna raakte ik bewusteloos. Ik kwam pas bij toen het weer dag was. Ik keek om me heen maar ach, daar lagen een, twee, drie, vijf, tien man, allen dood, sommigen akelig verminkt. Ik zat van onder tot boven onder het bloed en voelde verschrikt of ik al mijn ledematen nog wel had... Met veel moeite kwam ik overeind, maar waar moest ik naartoe, waar was het front en waar waren mijn kameraden? Op goed geluk zette ik me weer in beweging, overal om me heen verwoesting, overal kuilen, stukgeschoten bomen, moerassen, dode paarden, stukgeschoten kanonnen, prikkeldraad, blindgangers en dode soldaten. Ik kwam voorbij een gat en hoorde een zacht gekreun..

hellerVan 1915 tot 1918 zou Heller de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog in de frontlinies aan den lijve ondervinden. Hij raakte tot drie maal toe gewond en ontving het IJzeren kruis. Van hand tot hand gevechten tot het graven van tunnels onder het niemandsland door naar de vijand, Heller was van de partij. Verdwaald tussen de met gifgas gevulde kraters van het slagveld bij Verdun en op de vlucht voor de Engelsen bij Arras, Heller maakte het mee. Diverse malen zag hij toe hoe, op een enkeling na, zijn complete regiment door bombardementen en rondvliegend lood gedecimeerd werd.

En daar rijst de vraag hoe deze opmerkelijk man telkens de dans kon ontspringen. Uit zijn eigen verhalen en de officiële documenten blijkt nergens dat hij zijn snor drukte. Integendeel. Hij was er en betoonde een anonieme heldenmoed die men alleen in dat soort verschrikkelijke omstandigheden tegen komt. De kans dat deze man zo relatief ongeschonden uit de oorlog wist te ontkomen was vrijwel gelijk aan nul. Lot of toeval? 
(fotoinzet: Carl Heller op de eerste dag op weg naar het front)

... Intussen werden de gevangenen verder getransporteerd. Allen waren diep begaan met het lot van de arme Fransman die afgemat en uitgeput van de laatste gevechten, nu in gevangenschap moest gaan en door toeval door zijn vroegere woonplaats kwam. Het had een vreselijke indruk op hem gemaakt. Drie jaar had hij de ellende en ontberingen van het oorlogsleven meegemaakt, drie jaar had hij de dood getrotseerd en zich staande gehouden met de hoop op weerzien met zijn gezin. Eindelijk zag hij, als gevangene, zijn huis terug, nu niet meer bewoond door vrouw en kinderen (zijn vrouw was anderhalf jaar eerder door een Engelse vliegtuigbom om het leven gekomen. red), maar door de vijand die hem de toegang weigerde en hem eruit gooide!  Meer fragmenten hier.

Maar er is meer. Uit de brieven van Heller klinkt vreemd genoeg nergens wrok door. Geen wrok tegen de Kaiser en geen wrok tegen de vermeende vijand. Nergens laat Heller in zijn verhalen iets van haat doorschemeren en als de situatie het toeliet was hij niet te beroerd om de vermeende vijand als medemens te behandelen. Na zijn tijd in de loopgraven ging Heller eenvoudigweg terug naar Hengelo en hervatte zijn werkzaamheden in de weverij. In 1949 ontving hij de gouden eremedaille in de Orde van de oranje Nassau. Daarmee is hij één van de zeldzame mensen uit die periode die zowel het Duitse IJzeren kruis (een onderscheiding voor getoonde moed) als de Nederlandse eremedaille in de Orde van de oranje Nassau op de borst kon laten prijken. Carl Heller stierf op 89-jarige leeftijd.

Nu, bijna een honderd jaar verder, kunnen we ons haast geen voorstelling maken van hoe het toen was. Mannen die gewoon in een uniform werden gehesen en een geweer in de handen gedrukt  kregen om  met een duw in de rug op het slagveld te worden gegooid. Niets geen vakbond, ARBO of begeleiding. Geen jarenlange training, psychische bijstand, high tech materiaal en prima soldij. Soldaat zijn is nu een echt vak met dito CAO. Toch is één ding nog steeds hetzelfde gebleven. Het gaat om mensen die, gestuurd door klein groepje lieden, anderen proberen te doden voor vrede of vaderland, voor god of koningin. Boeken zoals die van Carl Heller zijn belangrijk omdat we er een hele wijze les uit kunnen halen; "oorlog is zinloos". Dat was het toen en dat is het nu nog steeds..

Wat kon het de gewone soldaat schelen of hij een stuk loopgraaf veroverde, of de overwinning behaalde? Voor hem was het belangrijk om te overleven en weer naar huis en familie terug te keren.


De oorlogsbrieven van Unteroffizier Carl Heller.  
Geschreven geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog.
Bewerkt, ingeleid van annotaties en kaarten voorzien door J.H.J. Andriessen.
ISBN 90 5911 197 4
Uitgeverij Aspekt
234 blz. inclusief foto en archiefmateriaal.
via Bol.com klik hier.

Tetzmol: Oorlog dient alleen de lieden die 's nachts onder satijnen lakens slapen, terwijl hun soldaten kreperen in de modder. Wanneer wordt de gewone man eens mondig en richt zijn wapens op de leiders die hen dwingen oorlog te voeren. Vrijheid is alleen nog maar een inhoudsloos leeg woord, dus waar vecht je dan voor?
Vijanden zijn eveneens de bedenksels van onze leiders. Alleen domme slaven volgen leiders.

Tetzmol.
“You never know what is enough unless you know what is more than enough.”
Op 05-10-2008 11:27:00 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Gerard:
Tetzmol:

Oorlog dient alleen de lieden die 's nachts onder satijnen lakens slapen, terwijl hun soldaten kreperen in de modder. Wanneer wordt de gewone man eens mondig en richt zijn wapens op de leiders die hen dwingen oorlog te voeren. Vrijheid is alleen nog maar een inhoudsloos leeg woord, dus waar vecht je dan voor?
Vijanden zijn eveneens de bedenksels van onze leiders. Alleen domme slaven volgen leiders.

Tetzmol.

Kweet t ook niet, maar het gaat wel altijd zo, het lijkt wel mens-eigen (om je oren naar machtigen te laten hangen)
'Don't forget rule number 6'
Op 05-10-2008 14:25:11 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
3.14po:
Tetzmol:

Oorlog dient alleen de lieden die 's nachts onder satijnen lakens slapen, terwijl hun soldaten kreperen in de modder. Wanneer wordt de gewone man eens mondig en richt zijn wapens op de leiders die hen dwingen oorlog te voeren. Vrijheid is alleen nog maar een inhoudsloos leeg woord, dus waar vecht je dan voor?
Vijanden zijn eveneens de bedenksels van onze leiders. Alleen domme slaven volgen leiders.

Tetzmol.

Mee eens.

United as one. Divided by zero.
Op 05-10-2008 14:50:46 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
BeyondPerceptio: Oorlog wordt verklaard door mensen die elkaar wel kennen, maar elkaar niet doden.
Oorlog wordt echter uitgevochten door mensen die elkaar niet kennen en elkaar wel doden.
Op 05-10-2008 20:54:24 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Firefox: Uit het artikel ;

'Wat kon het de gewone soldaat schelen of hij een stuk loopgraaf veroverde, of de overwinning behaalde? Voor hem was het belangrijk om te overleven en weer naar huis en familie terug te keren'.
Dat is niet helemaal waar. Tijdens de tweede wereldoorlog waren er in de Duitse Wehrmacht en dan vooral onder de SS (Schutzstaffeln) vele soldaten die fanatiek voor Hilter en vaderland vochten, en bereid waren te sterven, in de onwrikbare overtuiging dat wat zij deden goed was voor het vaderland. Toen het tij begon te keren, dat was na de onnoemelijke catastrofes tijdens de veldtochten in het winterse Rusland, waarbij tientallen zogenaamd 'onoverwinnelijke' Duitse divisies omsingeld en gedecimeerd werden, verloren vele SS-ers en gewone soldaten deze overtuiging.
Op 05-10-2008 23:15:54 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden