Telkens weer blijkt uit archeologische vondsten dat men in de oudheid lang niet zo dom waren als de schoolboekjes ons doen vermoeden. Nog dagelijks zijn er bijvoorbeeld debatten gaande over hoe men in godsnaam de piramides heeft kunnen bouwen of  andere megalithische bouwwerken. In tegenstelling tot de theorieën over het hoe en waarom van technologische kennis in de oudheid zijn er maar zijn weinig concrete bewijzen. In het rijtje van verbluffende technieken uit het oude Egypte, Europa of Zuid Amerika kunnen we sinds kort ook China toevoegen. Archeologen hebben daar een jade beeldje opgegraven waar men zo’n 5000 jaargeleden een gaatje van 0.15 millimeter in heeft geboord. Dat is dus ietsje dikker dan een haar op uw hoofd.

Het beeldje werd gevonden in Lingjiatan, Hanshan district van de provincie Anhui. Natuurlijk vond men niet alleen maar dat beeldje. Ook werden er 10 meter hoge stenen relikwieën aangetroffen en zelfs schroefvormige boorkoppen die bij de Gamma niet zouden misstaan. Natuurlijk is ook hier weer de vraag hoe en waarom het volkje van Lingjiatan zo geavanceerd kon worden. Misschien wordt het eens tijd om het idee van de ‘ontwikkelingen der volkeren’ te vervangen met de vraag ‘welke erfenis hadden ze overgenomen’. Want net zoals bij de oude Egyptenaren, de Soemeriers, de Olmeken en kennelijk nu ook de Lingjiatanen kwam de beschaving en de kennis zonder duidelijke voorafgaande ontwikkeling. De opgravingen in de regio zijn nog in volle gang en men verwacht nog veel meer moois te vinden.

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden