In het vorige deel vertelden we over onze aankomst in Idumea, een oud koninkrijk uit de tijd van voor onze jaartelling begon.
Het hart van Idumea – oftewel Edom – bevond zich in de dalen van het Seïrgebergte, door de huidige bewoners Shera genoemd. Dat ligt ten noorden van de Sinaïwoestijn in Jordanië en is tegenwoordig vooral bekend vanwege de stad Petra die daar uit de roze gekleurde zandstenen rotsen is gehouwen. In de film ‘Indiana Jones and the Last Crusade, die hier is opgenomen, is dat goed te zien. Door de ligging van het koninkrijk, goed beschut en enkel via nauwe doorgangen te bereiken, kostte het potentiële invallers altijd moeite om het te veroveren.

Een van de meest bekende – of eigenlijk meest beruchte – Edomieten is waarschijnlijk Antipater, de stamvader van het huis Herodes. Mede dankzij het Herodiaanse huis zou de naam Edom (Idumea) menig orthodox religieuze Judeeër nog doen sidderen.


(Thomas in Petra)

In deel 2 vertelden we hoe de ‘Egyptische prins’ Mozes de Hebreeuwse bevolking van Egypte door de Sinaïwoestijn naar de Berg van God, gelegen in het land van Edom, zou leiden.
Van daaruit trokken de Hebreeën verder het ‘Beloofde Land’ in en maakten het tot één koninkrijk, het koninkrijk Israël, wat ‘God strijdt’ betekent.

Het land Edom had onder de koningen David en Salomo nog bij dat koninkrijk Israël behoord, maar nadat het Heilige Land tijdens de opvolgers van koning Salomo in twee delen uiteen was gevallen – in een koninkrijk Juda en een koninkrijk Israël - bleef het deel uitmaken van Israël. Al bleef het wel altijd een bijzondere plaats in dat koninkrijk innemen met een zekere autonomie.


Datzelfde Edom kan volgens diverse wetenschappers tegenwoordig enkel maar de plaats zijn geweest waar de Israëlieten hun allereerste Godshuis of Tempel zouden hebben, namelijk het in de Bijbel vele malen genoemde Bethel, wat ook nog eens ‘Huis van God’ betekent.
Het meest voor de hand liggend is dus dat de Berg waar Mozes voor het eerst met God had gesproken en waar hij later de stenen tafelen van Hem zou ontvangen die zelfde plaats moet zijn geweest. Mozes’ allereerste ontmoeting was gewoon bij Hem ‘thuis’.

Nadat er echter ten tijde van de zoon en opvolger van koning David, Salomo, een nieuwe Tempel te Jeruzalem zou worden gebouwd begon Bethel steeds meer een ‘sta in de weg’ te worden voor vooral de inwoners van de landstreek Judea waarin Jeruzalem zich bevond. Er ontstond als het ware een ‘concurrentiestrijd’ wat het ‘Ware Godshuis’ was.
Na de scheiding van de koninkrijken deden diverse profeten dan ook hun uiterste best om Bethel in een kwaad daglicht te zetten, door de Israëlieten – en vooral de Edomieten - van afgoderij te beschuldigen.

Maar deze laster mocht niet baten., zoals het citaat over Peor in deel 3 reeds aantoonde. Bethel bleef voortbestaan als cultusplaats. Pas toen in Juda koning Josia aan de macht kwam en rigoureuze religieuze hervormingen begon door te voeren leek er definitief met Bethel en Edom te kunnen worden afgerekend.

“Toen gebood de koning (Josia) de hogepriester Chilkia en de priesters van de tweede orde en de dorpelwachters om al het gerei dat voor de Baäl, de Asherah en het gehele heer des hemels was gemaakt, uit de Tempel des Heren naar buiten te brengen; en hij verbrandde die buiten Jeruzalem op de velden van de Kidron, en de as ervan bracht hij naar Bethel.”
(II Koningen 23:4)

Omstreeks het jaar 620 v. Christus moet deze Josia de gelegenheid hebben gekregen om met een leger Edom binnen te vallen en de tempel te Bethel te vernietigen. Want voor het eerst in lange tijd leken de Edomieten namelijk niet in staat te zijn geweest te voorkomen dat een vreemd leger hun versterkte stad tussen de rotsen binnen kon vallen. Het geval was namelijk dat het op dat moment machtige buurland Assyrië het koninkrijk Israël was binnengevallen en Edom was hierdoor tamelijk verzwakt geraakt.

Josia’s invasie in Edom wordt door de meeste moderne geschiedschrijvers dan ook wel gezien als het einde van het Edomitische koninkrijk, waardoor de Arabische Nabateeërs in staat waren zich omstreeks de vierde eeuw v. Chr. in dit gebied te vestigen om het opnieuw te kunnen bevolken en opbouwen.

Archeologische opgravingen van onder andere de oude Edomitische hoofdstad Teman – volgens Genesis de ‘plaats waar wijze mannen leven’ en nu in de aarde onder de stad Petra gelegen, aan de voet van de Berg van God - hebben echter aangetoond dat er in de tijd dat die Nabateeërs kwamen geen sprake geweest kan van een veroveringsstrijd. De Nabateeërs werden gewoon opgenomen door de achtergebleven Edomieten. Want niet alle Edomieten waren uitgeroeid tijdens de expeditie van koning Josia tegen Bethel, enkel de Tempel op de Heilige Hoogte was zijn doel geweest en deze had hij ontheiligd en vernietigd en de Priesters daar had hij om laten brengen.
De rest van Edom had hij schijnbaar ongemoeid gelaten.
Maar ondanks het samengaan met de Nabateeërs bleven de Edomieten wel een bijzondere plaats in de hierdoor ontstane samenleving innemen. Bewijzen hiervoor zijn vooral te vinden in oude Griekse en Romeinse geschriften waarin deze plaats wordt beschreven.

Nadat bijvoorbeeld de Grieks-Macedonische Alexander de Grote omstreeks 330 v. Chr. het gebied wist te veroveren noemden de Grieken het nog steeds bij de oude naam maar dan wel in een Griekse transcriptie, Idumea.
De Grieken konden op dat moment nog geen weet hebben van de vroegere geschiedenis van dit gebied en noemden het dus bij de naam die de bevolking er schijnbaar zelf nog aan gaf, niet Nabatea, maar Idumea.

De Griekse eerste-eeuwse historicus Diodorus Siculus weet ons verder over Petra te vertellen dat er onder de Nabateese bewoners nog een aparte groep was die over een eigen koning beschikte en die opviel omdat zij hoog ontwikkeld was.
Het viel Diodorus vooral op dat vrouwen binnen deze aparte groep als gelijk aan de man werden behandeld en dat deze mensen tegen het houden van slaven waren. Zij vielen verder op omdat zij al hun bezittingen met elkaar schenen te delen...

Diodorus weet ons verder nog een bijzonderheid te vertellen over zekere voedselvoorschriften die deze groep hanteerden, het was hen namelijk verboden bloed van dieren te nuttigen en geslachte dieren werden eerst zorgvuldig geprepareerd om ze van het bloed te ontdoen.
Hieruit blijkt duidelijk dat zij ‘kosjer’ aten, wat voor de Joden zoals bekend nog steeds een normale zaak is.
In Leviticus 19:26 staat uiteindelijk:

“Gij zult niets met bloed eten …”

Bovenstaande informatie levert ons eigenlijk al voldoende bewijs dat deze groep dan beslist niet Nabatees kan zijn geweest maar eerder Idumees. Enkel al door het gegeven dat die aparte groep geen slaven hield. Want de Arabische Nabateeërs deden dit namelijk wel.
Voorts spreekt Diodorus als hij het over die aparte groep heeft steeds over ‘hun God’, waaruit blijkt dat deze groep slechts over één God leek te beschikken, terwijl de Nabateeërs er nog velen hadden in die dagen.

We vertelden eerder al dat de Nabateeërs erg veel beschavingskenmerken van andere culturen zouden adapteren nadat zij zich definitief te Petra hadden gevestigd.
Om te beginnen is daar de taal, want uit wat men van de Nabateese inwoners te Petra weet is dat zij een vorm van Aramees spraken en een schrift gebruikten wat daarmee overeenkwam. Dit kan haast niet van henzelf zijn geweest terwijl dat in het koninkrijk Israël wel de meer gangbare taal was, in tegenstelling tot het Hebreeuws in Judea.
Dan is er ook nog die ene God der Edomieten die eerder ter sprake kwam, die leek namelijk tevens een prominente plaats in te nemen in de Nabateese Godengalerij. Deze God werd door de Nabateeërs ‘Dhu esh Shera’ genoemd, wat zoveel betekent als ‘Heer van Seïr’.
Zij het dan wel zonder die specifieke geslachtelijke aanduiding die men anders aan het woord ‘Heer’ toekent. Het sekseloze woord ‘Monarch’ lijkt qua omschrijving de lading eigenlijk meer te dekken.

Natuurlijk is het voor ons dan weer van belang te weten dat de Hebreeën tijdens Mozes hun God onder een soortgelijke naam moeten hebben gekend, want in het boek Genesis 33:14 noemt aartsvader Jacob God zelfs nog ’Heer in Seïr’.
Omdat de Nabateeën het monotheïstische gedachtegoed der Edomieten waarschijnlijk nooit helemaal zouden begrijpen besloten zij echter wel in de loop der tijd deze androgyne Edomitische Godheid als het ware in tweeën te delen door hem een aparte echtgenote te geven die zij ‘Allat’ noemden. Zon en maan werden zo door dit godenpaar vertegenwoordigd.

In die hoedanigheid bleef dit ‘echtpaar’ wel het voornaamste Godenpaar der Nabateeërs en hieruit blijkt hoeveel invloed de Edomieten bleven houden op hun voormalige koninkrijk.
Er bestond zelfs het gerucht (Diodorus) dat zij nog altijd een aparte eigen koning bleven houden binnen de Nabatees-Edomitische samenleving.

Dit dan wat betreft het Petra uit de tijd der Nabateeën die, al deelden zij de ruimte nog met Edomieten, toch gaandeweg steeds meer invloed over het gebied zouden gaan krijgen.
Totdat ook dit koninkrijk uiteindelijk tijdens de Romeinse overheersing de genadeklap zou krijgen en als zelfstandig rijk ophield te bestaan. Want in 63 v. Chr. slaagde de Romeinse veldheer Pompejus erin hen te overmeesteren en in het jaar 106 maakte de toenmalige Romeinse keizer Trajanus het zelfs tot een provincie van het Romeinse Rijk. Nu wel onder de naam ‘Nabatea’.

Nog even wat de Edomieten betreft het volgende, dat de invloed van deze ene Hebreeuwse stam op het religieuze denken der mensen verder reikt dan men eigenlijk in eerste instantie voor mogelijk zou houden, dat zal verderop nog uitgebreid ter sprake komen.

Na al deze geschiedenisverhalen is nu zo langzamerhand de tijd aangebroken om eens ter plaatse te gaan kijken. Zoals wij zouden doen die zeventiende mei 2008.

Omstreeks acht uur in de morgen betraden wij het oude koninkrijk Edom.

Habakuk 3:3 “God komt van Teman”

Obadja : “Zo zegt de Here over Edom... laat ons daartegen optrekken ten strijde.
Zie, Ik maak u klein onder de volken: gij wordt diep veracht. De overmoed van uw hart heeft u misleid, u die woont in rotskloven... Ja, zoals u gedronken hebt op Mijn Heilige Berg... Maar op de berg Sion zal er ontkoming zijn, en die zal een heiligdom wezen...”

Bovenstaande fragmenten uit het Oude Testament geven wederom het belang van de plaats aan die we zouden gaan betreden. Want al was het laatste fragment van Obadja weliswaar geschreven door de toenmalige tegenstanders der Edomieten - de Judeeërs - het geeft desalniettemin aan dat zich enkel in Petra in Jordanië het Ware Huis van de Joods-Christelijke God kon bevinden. Men had in de tijd dat men dit laatste op schrift zette hoogstens gepoogd God een nieuw huis te Jeruzalem te schenken op de Tempelberg (Sion), en zowel Hem als allen die in Hem geloofden ervan proberen te overtuigen dat dit beter voor Hem was. Dit deed men door af te geven op Zijn oude woning en die onbewoonbaar te verklaren. Alles wel in Zijn naam natuurlijk.


Als men zo met de bus daar aan komt lijkt de toegang tot de stad Petra nog ruim, men heeft er hierdoor dan ook geen idee van wat men te zien gaat krijgen als men eenmaal binnen is.
Wel krijgt men nabij de ingang reeds een klein voorproefje doordat men een blik kan werpen op een graf wat het ‘Obeliskengraf’ wordt genoemd. Door dit bouwsel kan men reeds bespeuren dat de Nabateeërs veel elementen uit de Egyptische cultuur hadden gekopieerd.


Na dit graf komt men dan eerst langs een stel blokken die door de Arabieren nu Djinn-blokken worden genoemd. Het woord ‘djinn’ is Arabisch en betekent zoveel als ‘geest’, zoals van een ‘geest in een fles’.

Eigenlijk presenteerden deze Djinn blokken de God Dushara waarvan men zegt dat dit de God der Nabateeërs was. Maar zoals wij nu dus weten is Dushara eigenlijk Die der Edomieten en hierdoor dus ook Die der… Israëlieten en Hebreeën onder Mozes!

Na dit stenen eerbetoon aan de ‘Godgeest in de fles’ volgt al snel de ingang tot de Siq.
Dat is de naam van een op sommige punten zeer nauwe kloof die vele miljoenen jaren geleden werd gevormd tijdens een aardbeving die een van de bergen van het Seïr-gebergte in tweeën had gespleten.
Hierdoor ontstond een doorgang naar een verder vrijwel geheel door bergen omgeven dal dat door de Edomieten heel goed te verdedigen was tegen eventuele invallers. Het zou latere invallers, zoals Grieken en Romeinen, dan ook veel moeite kosten het goed verdedigde Edom te veroveren.

In het volgende deel zullen we door middel van een fotoserie laten zien hoe die wandeling door de Siq eruit ziet en wat men te zien krijgt als men eenmaal in de beslotenheid van de dalen van het oude koninkrijk Edom aan is gekomen.
Het is alsof men een ‘gordijn’ passeert, het soort sluier waarvan de Europese Kelten dachten dat het tijdens Halloween (Samhain, 31 oktober) altijd een stukje werd opgetild zodat men even aan de andere zijde ervan kon spieken...

Invasion: Leuke doc. maar of het allemaal waar is?

http://video.google.nl/videoplay?docid=3938630399480635608&hl=nl
Op 12-01-2009 0:52:25 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
paps: Mooi blog. Alsof ik er zelf geweest ben.



(Nee, ik ben er nooit geweest... maar Petra staat wel op mijn lijstje...)
Koester uw onwetendheid, de rest kunt u opzoeken.
Op 12-01-2009 23:46:41 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Gerard: "De Griekse eerste-eeuwse historicus Diodorus Siculus weet ons verder over Petra te vertellen dat er onder de Nabateese bewoners nog een aparte groep was die over een eigen koning beschikte en die opviel omdat zij hoog ontwikkeld was.
Het viel Diodorus vooral op dat vrouwen binnen deze aparte groep als gelijk aan de man werden behandeld en dat deze mensen tegen het houden van slaven waren. Zij vielen verder op omdat zij al hun bezittingen met elkaar schenen te delen..."

Dat is pas echt beschaving.
'Don't forget rule number 6'
Op 14-01-2009 7:25:50 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Gerard: “Gij zult niets met bloed eten …”
Blijkbaar opgevat dat het bloed er eerst uit moet. Je kan het ook opvatten dat alles wat bloed heeft niet gegeten mag worden, hetgeen vegetariërs plegen te doen. Dat lijkt mij een betere interpretatie,
'Don't forget rule number 6'
Op 14-01-2009 7:29:12 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
moonwalker: "Djinn" is niet geest zoals het in de westerse wereld wordt gezien. Dus als een afdruk van een overleden persoon. Djinn is een aparte entiteit die ook door God is geschapen. De mens is geschapen van aarde en Djinn is geschapen van een deel van vuur.

Wilde het even duidelijk maken. Verder prima blog en zeer interessant.
(bericht gewijzigd op 3-2-2009 3:47:40)
Before I read newspapers I was uninformed. After reading newspapers I became misinformed
Op 02-02-2009 21:12:26 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden