Petra, een bezoek aan het ‘rijk der doden’.

In het vorige deel vertelden we over onze aankomst bij de ingang van het oude koninkrijk Edom, wat tegenwoordig vooral onder de naam Petra bekend is.

We stonden voor de ingang van de Siq, een smalle kloof die de dalen van Edom invoert en we vertelden dat het bijna het idee gaf alsof je door een ‘sluiter’ ging naar een andere ‘dimensie’. De dimensie waar men doorgaans pas na de dood belandt. Middels een kleine fotoserie willen we deze doorgang naar Petra illustreren...

Bovenstaande foto’s laten duidelijk zien dat de Siq op sommige punten echt heel erg nauw is, het zonlicht kan hier nauwelijks in doordringen, het was dus een goed te verdedigen doorgang.

De foto links toont een gedeelte van de Siq wat van Romeinse bestrating is voorzien. Deze bestrating loopt eigenlijk door de gehele doorgang, maar door eeuwen van regens en andere weersomstandigheden is deze nu voor een groot gedeelte onder een dikke laag zand en aarde verdwenen, omdat de plaats niet langer werd bijgehouden na de tijd van de Romeinen. En natuurlijk zijn vele straatstenen later gebruikt voor andere bouwsels.

De foto rechts laat een ingenieus waterleiding systeem zien dat door de gehele Siq loopt en zo de inwoners van Petra van water voorzag. Dit water kwam uit de Wadi Musa kwam, oftewel de rivierbedding van Mozes:. Uit de bron die hij volgens het Bijbelse verhaal zou hebben ‘geslagen’ na de lange tocht van de vluchtelingen door de woestijn. Tevens zijn op die foto nog de onderstukken van beelden te onderscheiden die een karavaan voor moesten stellen. Daaraan is duidelijk te zien dat de Nabateeërs hun inkomsten verdienden door de handel met langstrekkende karavanen.

Als men zo 1 kilometer door de Siq heeft gewandeld - dit stuk kan overigens ook op een paard of met een koets van de plaatselijke bedoeïenen worden afgelegd, maar dan loopt men ons inziens wel erg veel mis - krijgt men het eerste ‘wondertje’ te zien, dit wordt vooral in de ochtend erg mooi verlicht. Het is datgene waaraan men Petra gelijk herkent, namelijk de zogenaamde ‘Schatkamer’ of ‘El Khazneh’. Dit is waarschijnlijk het meest gefotografeerde gebouw in Petra. Zoals vrijwel alle gebouwen in Petra is het met grote precisie zo uit de zandstenen rotswand gebeiteld.

Men gaat ervan uit dat dit monument destijds is opgericht als graftombe voor de Nabateese koning Aretas III die ongeveer in de eerste eeuw v. Chr. had geregeerd. Op de foto helemaal rechts is de Siq nog te onderscheiden.
Vlak voor dit luisterrijke graf wat men nu dus Schatkamer noemt (foto midden) kan men dankzij opgravingen zien waar zich ooit het ‘maaiveld’ moet hebben bevonden. Toen het er nog maar net stond moest men eerst een aantal trappen op voordat men dit koninklijke graf binnen kon gaan. Binnen is overigens niet veel meer te zien wat de moeite waard is, een lege en donkere ruimte.

Waar men nu loopt als men Petra betreedt, bevindt men zich dus minstens anderhalve meter hoger - en op sommige plaatsen meer dan dat - dan zo’n 2000 jaar geleden. Het stof en puin van eeuwen hebben de grond behoorlijk weten te verhogen.

Die ‘Schatkamer’- waar nooit echte schatten zijn gevonden overigens - was na dat obeliskengraf (zie deel 5) de tweede van een hele reeks van tombes die we die dag te zien zouden gaan krijgen. Want wie net de Siq uit is gekomen en de stad Petra bezoekt, die zal opvallen dat het dal waarin men zich bevindt louter uit graftombes bestaat. Een heuse ‘dodenstad’ dus...

 

Al deze graven mag men zo’n beetje tot de zelfde soort rekenen als het graf waar Jezus Christus volgens de overlevering in zou zijn gelegd na de kruisiging te Jeruzalem. Zij het dat men van deze graven aan de buitenkant wel veel meer werk maakte. Het was in ieder geval wel een gebruik in deze streken om overleden mensen in uit bergen gehouwen holen bij te zetten en deze graven werden dan vaak gesloten middels een rolsteen...

Zo verder wandelend merkten we dat de stad Petra eigenlijk één enorm kerkhof is.

Maar juist dit ene gegeven brengt dan natuurlijk wel weer de vraag met zich mee waarom men schijnbaar juist hier zo graag begraven wenste te worden?



Het antwoord op deze vraag kan het beste gevonden worden door een parallel te trekken met een andere Heilige Plaats waar men iets soortgelijks kan bespeuren. Namelijk Jeruzalem, waar men God op een zeker moment naartoe had besloten te verhuizen. Want tegenover de Tempelberg te Jeruzalem bevinden zich de Olijfberg en de Kidronvallei waar iedere Jood - zowel in de tijd van Jezus als tegenwoordig - het liefste werd begraven.
In tegenstelling tot wat men tegenwoordig volgens de traditie wil is Jezus eigenlijk op dezelfde plaats in dat rotsgraf gelegd wat zich in de tuin van Jozef van Arimatea bevond. (zie hier)

 

Bovenstaande eerste foto is vanaf de Olijfberg gemaakt tijdens een bezoek van ons aan Jeruzalem eerder dit millennium. Op de voorgrond zijn de graven goed te zien. Op de achtergrond ziet men de Tempelberg met de in het oog springende Rotskoepelmoskee. Op de onderste foto zijn de graven in de Kidronvallei aan de voet van die Olijfberg te zien, die net als die te Petra uit de rots zijn gehouwen.

Want iedere religieuze Jood wenste namelijk graag in de buurt van het nieuwe ‘Huis van God’ te worden begraven nadat was bepaald dat hier de Tempel kwam te staan!
Natuurlijk stond men er geen moment bij stil of God wel werkelijk mee had gewerkt aan die gedwongen verhuizing vanuit Zijn allereerste huis te Bethel.

Voor de Edomieten echter - en mogelijk tevens vele andere vooraanstaande inwoners van het voormalige koninkrijk Israël zowel voor als na de afscheiding - was DE plaats om begraven te worden altijd de oorspronkelijke Berg van God gebleven, oftewel nabij de Tempel te Bethel!
Eigenlijk is dit ene feitje wederom een bewijs ter identificatie van de oude Israëlische Tempel Bethel in het huidige Petra, en dat de werkelijke Berg van God zich daar bevindt. De vele graven vormen dat stille bewijs.

Bovenstaand kaartje laat in het rood zien hoe wij verder liepen, nadat we uit de Siq waren gekomen en die Schatkamer hadden bezocht die zich exact tegenover het einde van de Siq bevond. Daar sloegen wij rechtsaf en wandelden wij door een dal vol tombes om uiteindelijk bij het laatste grote graf uit te komen. Na dit laatste graf werd de vallei gelijk breder.

Dat laatste graf wordt tegenwoordig het urnengraf genoemd en van daaruit heeft men een mooi uitzicht...

... op een antiek amfitheater wat daar aan de overzijde van het dal uit de rotsen is gehakt.

Aan de voet van de berg waar dat urnengraf zich bevindt zagen we allerlei kraampjes van Bedoeïenen die nog altijd het recht hebben hier allerlei diensten aan te bieden. Want voordat het dal waar Petra in ligt tot nationaal monument werd verklaard hadden zij hier namelijk nog gewoond – in de rotsgraven - en zij hadden dus gedwongen moeten verhuizen. Ter compensatie daarvan mogen zij nu onder andere allerlei kraampjes met handelswaar hier beheren waar zij alles wat zij tussen de ruïnes en in de meters dikke laag aarde soms nog weten te vinden te koop aanbieden.



Bij één van die kraampjes viel ons oog op een oud beeldje wat enkel maar de oude Hebreeuwse godin Asherah kon voorstellen...

Van deze specifiek Hebreeuwse godin zijn in Israël eveneens vele beeldjes gevonden wat erop duidt dat de inwoners van het Heilige Land niet altijd enkel maar in een jaloerse en naijverige en vooral mannelijke God hadden geloofd.
De pose van de godin – met de nadruk op haar borsten – toont aan dat het een soort van ‘aardgodin’ moet zijn geweest. Evenals de Kretenzische godin met de ontblote borsten...

... die men bij de opgravingen te Knossos vond en die door sir Arthur Evans als Rhea werd beschouwd, de vrouw van Cronos en moeder van alle andere belangrijke goden.

Maar vooral de naam van deze Hebreeuwse ‘aardgodin’ stemt tot nadenken, want uit de naam ASHERA kan men de naam halen van het gebergte van Edom, waar de Berg van God deel van uitmaakt. Etymologisch vertoont de naam namelijk overeenkomsten met de naam Dhu esh Shera, die androgyne Godheid der Edomieten. Hieraan denkend keken we toen omhoog en zagen boven het theater voor het eerst duidelijk die ene Berg waar het ons eigenlijk om te doen was.


(De Berg van God!)

Waar we naartoe zouden gaan zodra we de rest van de dag vrij zouden zijn. En de dag was nog lang genoeg daarvoor doordat we die ochtend vroeg op pad waren gegaan. Wel moesten we nog uitvissen hoe we het beste daarboven konden komen. We wisten van de plattegrond echter al dat er bij dat theater in de buurt een trap moest zijn.

In het volgende deel gaan we eerst nog andere bezienswaardigheden in het vroeger bewoonde deel van het dal nader toelichten met wederom een stukje geschiedenis erbij. Stay tuned!

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden