In het vorige deel is vooral ter sprake gekomen hoe de oude Israëlieten de neiging hadden hun God met hoorns uit te beelden en dat Mozes hier niets op tegen kan hebben gehad. De reden dat dit ter sprake kwam was omdat wij ons nu op de plaats bevonden waar de eerste Israëlische tempel Bethel moet hebben gestaan, op de top van de Berg van God. Hier bevond zich een altaar dat ooit twee grote stenen hoorns moest hebben gehad.

Zoals studenten van de British School of Archaeology in 1996 tijdens opgravingen ontdekten toen zij aan de oostzijde van het plateau twee stenen langwerpige uitsteeksels vonden, die duidelijk door mensenhanden waren bewerkt en die ooit aan de zijkant van het altaar moesten hebben gestaan.Laten we dat altaar eens verder bekijken.

Zoals op de foto’s hierboven en hieronder te zien is bevinden er zich twee kleine trapjes bij de plaats van het altaar.

Het eerste trapje voert naar het podium van het altaar zelf, mogelijk werden hier de offergaven op neergelegd. Het tweede trapje voert echter naar een plaats die enkel voor rituele slachting kan hebben gediend.



Zelfs de gootjes waarlangs het bloed liep zijn nog duidelijk te herkennen. Het was dus duidelijk een ‘offerplaats’, daar kan geen enkele twijfel over bestaan.

Dat brengt ons op een aantal aardige passages over het brengen van offers in het Oude Testament.

Leviticus 9:24 weet ons te vertellen:
En er ging vuur uit van de Here en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken…”
Exodus 24:16-17 zegt:
“De Heerlijkheid des Heeren rustte op de Berg Sinaï… De verschijning van de Heerlijkheid des Heeren was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten.”

Nu dienen we ons weer even dat ene zinnetje te herinneren uit Exodus 25 dat ons vertelde:

“Zie nu toe, dat gij alles maakt naar het model dat u daarvan op de berg getoond is.”

Deze zin vertelt ons dat er zich op de Berg Sinaï (waarvan we inmiddels afdoende aan hebben weten te tonen dat die zich eigenlijk te Edom bevond) een ‘monument’ bevond dat enigszins de vorm moest hebben van de hedendaagse Joodse zevenarmige kandelaar die men ‘Menorah’ noemt. We vertelden eerder al over de archeologe Crystal Bennett die tijdens opgravingen te Teman een afbeelding van het altaar had gevonden, met daarbij een paal met naar boven gekeerde horens waartussen zich een kristal of soort zonneschijf had bevonden.

In 1982 vond men vlakbij het amfitheater onder de Berg van God een bewerkt stuk steen waarop in de 'Sabese' taal enige zinnen waren gezet. Sabees is een vorm van Aramees die verwant is aan de taal der Nabateeën en er zijn verschillende volken geweest (waaronder enkele die van belang zijn in dit onderzoek, later meer hierover) die deze taal spraken in het noordelijk deel van het Arabisch schiereiland.

Die Sabese steen dateert ongeveer uit het begin van onze jaartelling, dit kon men vaststellen omdat de naam van een Nabateese koning die omstreeks deze periode leefde erbij wordt vermeld. Wat deze ‘Sabese steen’ echter zo interessant maakt is een afbeelding die erop voorkomt. We zijn daar helaas zelf nog geen voorbeeld van tegengekomen maar uit de nauwgezette beschrijving ervan hebben we kunnen opmaken dat die afbeelding er ongeveer zo uit moet zien.



Volgens Crystal Bennett moest die driehoek de berg voorstellen waar men de steen aan de voet van had gevonden. Dat is dus de Djebel Madhbah die wij inmiddels hebben weten te identificeren als de ‘Berg van God’. Zij vertelt verder dat de halve maan op zijn kant zowel de mannelijke hoorns als de vrouwelijke maan moesten voorstellen, met de zon erboven als toegevoegd mannelijk symbool, misschien omdat beide seksen zo in het symbool werden verenigd. Het symbool dus van de ‘Heer van Seïr’ die hierdoor veel weg blijkt te hebben van de Egyptische God ‘Aton’.

Dit symbool vertelt ons echter ook dat er zich op de top van die Berg van God mogelijk een voorwerp of monument moet hebben bevonden dat er min of meer uit moet hebben gezien als de afbeelding hierboven. Met al deze informatie durven we nu een tekening te maken die een beeld zou kunnen geven van hoe het er op die offerplaats te Bethel ongeveer uit moet hebben gezien.

Op het plateau van de Berg van God waar zich dat altaar bevindt heeft waarschijnlijk een soort van ‘boom’ gestaan waaraan zich ‘armen’ bevonden - drie aan elke zijde - die wat weg hadden van horens. Vooral de twee bovenste armen moeten daar veel weg van hebben gehad, zoals de beeltenis die men te Teman vond duidelijk maakt. Tussen die twee bovenste armen of hoorns bevond zich dan een ster-achtig symbool, dat de zon moest voorstellen.

God zelf (of Zijn Priesters, waarover de Judeese schrijvers van dit verhaal natuurlijk niet reppen) had Mozes toestemming gegeven zo’n symbool van Hem te vervaardigen. Het voorbeeld van dit symbool, toen nog te vinden op de Berg van God zelf, moest ‘de Heere’ zelf representeren en was in staat geweest een vuur te produceren wdat de offergaven op het altaar verbrandde.

Als men er als voorbeeld het Egyptische ‘Atonisme’ bij haalt dan kan die 'ster' tussen de twee bovenste armen alleen maar een soort van bolle spiegel (gepolijst metaal) of een kristal geweest zijn, waarmee men de stralen van de zon op het altaar wist te richten. Zoiets als het trucje met het vergrootglas waarmee men zonnestralen op één punt kan richten om iets te verbranden.

De 'Heer' van Seïr was dus minstens voor een deel een ‘zonnegod’, die daarnaast ook de vrouwelijke maan in zich droeg.


(symbool van Aton)

Het op deze wijze verbranden van offergaven was echter niet het enige ritueel wat de Edomieten - en vroegere Hebreeën en Israëlieten - kenden ter ere van hun God. Men hoeft er maar het Oude Testament op na te slaan om er via de vele tirades van Judeese profeten achter te komen dat de diensten ter ere van Baäl (die ondanks alles wat men erover beweerde dezelfde is als JHWH) ook nog een zeker seksueel exponent kenden.

In vele mysterieculten in die dagen was dat overigens een normaal gebruik om het leven te vieren en vooral voor nageslacht te zorgen, want zonder nageslacht kwam het eigen leven en het leven van de stam in gevaar. Zulke rituelen noemt men ‘Hieros Gamos’, oftewel ‘Heilig Huwelijk’, en hiervan is bekend dat ze werden bedreven op het Minoïsche Kreta, in Mesopotamië, Kanaän (Palestina), Egypte, Turkije en Griekenland (Cyprus).

De Koning sloot in dit ritueel een verbond met het land door zich geslachtelijk te verbinden met een speciale priesteres voor dit soort aangelegenheden, of met zijn koningin. Natuurlijk geschiedde dit vrijwel altijd in het bijzijn van getuigen. Men dient goed te begrijpen dat er in die dagen heel anders tegen de menselijke seksualiteit werd aangekeken dan tegenwoordig, men vond daar toen nog niets ‘vies’ aan of iets om zich voor te schamen. En het had zeer zeker nog geen commercieel tintje.

Laten we nu we dit weten voor de aardigheid nog eens naar dat specifieke symbool gaan kijken waarvan we inmiddels weten dat het ooit voor het koninkrijk Israël stond. Dat symbool wat misschien eerder al voor de Edomieten en Hebreeën onder Mozes van belang was geweest, namelijk het Pentagram.



Maar deze keer bekijken we het in de omgekeerde positie, met een punt naar boven en de twee ‘horens’ aan de onderzijde. Zoals men op het plaatje rechts duidelijker kan zien vertegenwoordigt het dan de fysieke vereniging der beide geslachten. De driehoek is om begrijpelijke redenen al sinds neolithische tijden HET symbool voor de vrouwelijke sekse en het symbool eronder behoeft evenmin nadere uitleg om er het 'mannelijke' in te herkennen.

Overigens kan de Joodse Davidsster ondanks zijn iets andere vorm op eenzelfde wijze uitgelegd worden, dit werd sowieso in de tijd der Alchemisten nog zo gedaan.



Het ‘Heilige der Heiligen’ in de fameuze Tempel van Salomo (voorzien van een voorhang en hierdoor aardedonker) moest de vrouwelijke baarmoeder voorstellen. In de tijd dat Salomo nog koning van een verenigd Israël was werden zulke rituelen zeker nog toegepast. Natuurlijk zouden kwade tongen later beweren dat dit vooral door de invloed van zijn Fenicische echtgenote(s) zou zijn gebeurd, maar het lijkt er eerder op dat hij de oude tradities - die te Bethel altijd in ere waren gehouden - in het door hem gebouwde nieuwe ‘Huis van God’ doorgang wou laten vinden.

De illustratie hierboven laat tevens de zogeheten ‘Ourobouros’ slang zien die voor ‘oneindigheid’ en ‘onsterfelijkheid’ zou staan. Die slang was dus eveneens een ‘heilig’ dier in alle culturen die zich rond het oostelijk Mediterrane bekken bevonden en wie het Oude Testament erop naslaat kan enkel maar vaststellen dat dit voor de Hebreeën onder Mozes niet anders is geweest. Het beste voorbeeld daarvan is nog wel de ‘staf’ die hij van God had gekregen en die hij in een slang kon laten veranderen.



Uit al deze zaken blijkt maar weer eens te meer dat slangen en horens - al dan niet van geiten of stieren - ooit Goddelijke symbolen moesten zijn voordat men uit allerlei persoonlijke belangen zou besluiten er een ‘duivels’ tintje aan te geven.

Wat betreft dat eerder besproken Menorah-achtige symbool op de Berg van God nog even het volgende.

Binnen het meer ‘esoterische Jodendom’, - zoals men dat tegenwoordig noemt, - bestaat het Kabbalisme waarin de ‘levensboom’ voorkomt. Het orthodoxe Judaïsme erkent het actieve gebruik van de kabbalah eigenlijk niet en dat is ergens wel te verklaren, want het heeft er alle schijn van dat dit eigenlijk een overblijfsel is van datgene waar de Israëlieten in waren blijven geloven na de afscheiding van Juda en wat tijdens de hervormingen onder Josia geheel uit het nieuwe Judeese credo was gewist. Het wees te veel op de oude Tempel te Bethel en het zogenaamd ‘heidense’ geloof der Edomieten.


 
Tja mensen, als men op een zo bijzondere plek als de ‘Berg van God staat, die zo’n beladen geschiedenis heeft, waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag nog merkbaar zijn, dan moet dat wel iets met je doen. Eigenlijk mag men deze plaats pas echt het ‘Heilige der Heiligen’ noemen. En als men dan over zoiets een verslag wil schrijven dan ontaardt dat al gauw in een reis door de tijd en de geschiedenis. Zoiets vertel je niet zomaar eventjes gauw.

In het volgende deel zullen we dus wederom diep de geschiedenis induiken om één en ander te proberen helder te krijgen wat betreft het ons bekende Christendom en zijn ‘roots’.

lonley wolf: Draai het teken van de halve maan en de ster eens een kwart!
zie hier...... een ander bekend symbool !!!
Op 26-01-2009 16:34:40 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
tracer50: Echnaton heeft geen sonneschijf aanbeden,of de zon,dit was er al als RA,volgens mij is het Neberu,de planeet die ons alles heeft gegeven,het zijn geen zonnestralen,het zijn verbindingen met een hand in de vorm van geven,de planeet die alles heeft gegeven aan de mensheid.
Op --0 14:22:08 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden