"De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars", zo luidt het gezegde en helaas is dit maar al te vaak waar. Dit verslag over onze reis naar de Berg van God bekijkt die geschiedenis nu echter eens van een geheel andere kant. Eigenlijk vanuit de kant van die 'verliezers', maar heel misschien zijn die verliezers op de lange termijn uiteindelijk wel de winnaars.

We weten nu dat die grote profeet, Mozes, die door alledrie de grote monotheïstische religies wordt erkend, hier boven, waar wij ons nu bevonden, moet zijn geweest. De eerste keer dat hij hier kwam was toen hij in zijn eentje schapen hoedde in de woestijn:

“Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jethro, de priester van Midian, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de Berg Gods, Horeb." (Exodus 3:1-4)

... en naderhand kwam hij weer hier toen hij de Hebreeën aanvoerde op hun vlucht uit Egypte.

Maar hij was niet de enige profeet - of hoofdrolspeler - die hier op deze ‘Heilige Plaats’ zou komen voor contemplatie. Wij menen namelijk genoeg redenen te hebben om te mogen aannemen er dat na hem nog andere belangrijke personen zouden komen om God ‘thuis’ te bezoeken. Om maar meteen met de eerstvolgende van groot belang te beginnen: Jezus Christus.

Jezus was een Esseen

De opmerking hierboven is heden ten dage een veel gehoorde these. Daar zijn de nodige boeken over geschreven en dat is niet zomaar, men heeft namelijk gemeend zekere belangrijke overeenkomsten te hebben ontdekt tussen de leringen van Jezus en die van de Joodse sekte der Essenen.

Even in het kort, deze Essenen waren een groep Joden uit het Palestina rond het begin van onze jaartelling, die in een soort commune leefden in het gebied rond de Dode Zee. Zij hadden tamelijk expliciete leefregels en het geschreven woord beschouwden zij als heilig. Om die reden deden zij dan ook hun uiterste best om alle geschreven verhalen over de geschiedenis der Israëlieten op schrift te zetten en die op een veilige plaats voor het nageslacht te bewaren.

Dankzij hen zijn hebben we tegenwoordig de Dode Zee rollen nog, deze geschriften waren om veiligheidsredenen door de Essenen verstopt in grotten nabij Qum Ran aan de Dode Zee.
De Essenen hebben zeker deel uitgemaakt van de groep Godsdienstijveraars (Zeloten) die tijdens de Joodse oorlog (66 - 73 na Christus) het bergfort Massada bezet hielden. Dit fort was overigens door de van Edomitische herkomst zijnde Herodes de Grote gebouwd op een waarschijnlijk aan de Mithraïsche ‘Ahura Mazda’ gewijde berg (zie hier).



De Romeinen hadden in het jaar 73 uiteindelijk met erg veel moeite het fort weten te bereiken - middels een soort landbrug die ze hadden opgeworpen. De bewoners van het bergfort kozen voor een collectieve zelfmoord, nog voordat de Romeinen een voet in het fort hadden weten te zetten.

Het meeste van wat men tegenwoordig weet over die Joodse opstand heeft men te danken aan de Joods-Romeinse geschiedschrijver uit de eerste eeuw, die bij het beleg van Massada aanwezig zou zijn geweest, in Romeinse dienst. De eerder genoemde Flavius Josephes. (Bello Judeaico). Mede dankzij deze Josephes weet men nu aardig wat van de Essenen af en het is hierdoor dat men in staat is een link te leggen tussen de van het standaard Jodendom afwijkende gedragingen van Jezus en die Esseense leer. De Essenen hanteerden bijvoorbeeld een zonnekalender, in tegenstelling tot de maankalender die standaard in het Jodendom werd gebruikt.

De reden dat juist dit enkele gegeven zekere Christelijke commentatoren erg goed uit zou komen was omdat in de eerste drie evangeliën van het Nieuwe Testament het Laatste Avondmaal van Jezus en zijn volgelingen het Joodse Paasmaal zou hebben betroffen. Dit maal werd volgens de traditie genuttigd op het moment dat zilveren trompetten op de Tempelmuren het begin van de Pasen aankondigden.

Het probleem school echter hierin dat dit chronologisch onmogelijk bleek te zijn, omdat dit in zou houden dat Jezus zou zijn gekruisigd op de orthodoxe Sabbath die dat jaar ook nog eens met Pasen plaatsvond en dus dubbel zo heilig was. De Romeinen hadden nooit een opstand van de Joden zo weloverwogen uit willen lokken door zo weinig respect te tonen voor hun heilige wetten. Dit was bij de Christenen altijd bekend geweest en plaatste hen dus voor een probleem hoe één en ander dan uitgelegd diende te worden.

Als Jezus dat paasmaal eerder had genuttigd dan de meeste Joden dan zou er geen probleem zijn, het is juist hier dat de Essenen de oplossing boden. Het toeval wil namelijk dat de Essenen hun Sabbath (en dus ook Pasen) twee dagen eerder hielden, in verband met hun afwijkende kalender. Door de zonnekalender viel het Esseense Pasen elk jaar op dezelfde Sabbath woensdag.

Daarnaast is er nog een veel betekenend bewijsstuk voor die mensen die Jezus en zijn groep als Esseense aanhangers wensen te beschouwen. Terwijl het Pasen van het orthodoxe Judaïsme in hoofdzaak een familiefeest was, waar zowel vrouwen, kinderen als mannen aan deelnamen was het Esseense Pasen strikt voor mannen! En dat laatste stemt precies overeen met hoe alle vier de evangeliën de maaltijd beschrijven die door Jezus en Zijn gevolg werd genuttigd.

De informatie over deze traditie kan echter wel worden aangevochten, omdat er een aantal aanwijzingen zijn dat op zijn minst Maria Magdalena bij dat avondmaal aanwezig zou zijn geweest.

Vele kunstenaars (zoals Leonardo da Vinci) hebben door de eeuwen heen Maria Magdalena dan ook als Jezus’ tafelgenote aan zijn zijde geplaatst.

Zomaar uit de lucht gegrepen lijkt dit niet.

Als Maria Magdalena werkelijk bij dat Laatste Avondmaal aanwezig zou zijn geweest dan houdt dit in dat Jezus 13 disgenoten zou hebben gehad! En juist in dit getal schuilt een zekere verborgen boodschap.

Het getal 13 kwam de etnisch grotendeels Joodse schrijvers van de evangeliën numerologisch niet goed uit. Nog even afgezien van het feit dat juist een vrouw die belangrijke positie innam.
Waarom men binnen het Judaïsme meer waarde wenste te hechten aan het getal 12 kan overigens eenvoudig verklaard worden. De aartsvader Jacob - jawel, die van de droom waardoor Bethel zo’n belangrijke plaats zou worden - had 12 zonen die ieder één van de stammen van Israël zouden gaan vertegenwoordigen.

Dat waren:
1) Ruben,
2) Simeon,
3) Levi,
4) Juda,
5) Dan,
6) Naftali,
7) Gad,
8) Asher,
9) Issachar,
10) Zebulon,
11) Jozef,
12) Benjamin.

Genesis 34:1-31 kan ons echter leren dat Jacob meer dan 12 kinderen had. Naast die 12 zonen had hij ook nog één dochter die Dina heette en waarvan Jacob’s vrouw Leah de moeder was (Jacob had naast Leah nog één andere vrouw en twee ‘bijvrouwen’).

“Dina, de dochter van Lea, die zij Jacob gebaard had …”

Wat betreft de kinderen van Jacob betrof het dus eigenlijk twaalf mannen en één vrouw. En wat Jezus deed in het Laatste Avondmaal was in feite niets anders dan het ware verhaal van Jacob en de stammen van zijn nageslacht gestalte geven. Aartsvader Jacob moest wel belangrijk voor Jezus zijn want dat was degene die de Tempel op de Berg Gods had opgericht.

Natuurlijk had Jacob’s dochter Dina na de hervormingen onder Josia een ondergeschikte plaats verkregen - net als Jasers dochter Deborah - en mocht zij zeker geen stammoeder van één van de DERTIEN stammen worden genoemd. Waarmee men ironisch genoeg in feite ook nog tegen de eigen kalender inging, die ieder jaar toch echt dertien maal volle maan geeft!

Maakt de bovenstaande informatie Jezus nu een aanhanger des Essenen of juist niet? Als Hij überhaupt al tot deze sekte kan worden gerekend is de kans dat Hij zich strikt aan Esseense leefregels zou hebben gehouden overigens uiterst klein te noemen, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld Johannes de Doper had Hij niet onder de Essenen gewoond.

Er is echter een aardig detail wat alles weer op zijn plaats doet vallen, en wat ons gelijk weer terugbrengt op het onderwerp van dit verslag. De Romeinse historicus Strabo vertelt ons dat er zich te Petra omstreeks het begin van onze jaartelling een groep Joden van de ‘Esser-sekte’ zou hebben bevonden.

Men is het er over het algemeen wel over eens dat dit enkel de Essenen kan hebben betroffen die uiteindelijk niet eens zo ver van Petra vandaan zaten (aan de Dode Zee). Uit deze aantekening van Strabo blijkt dat de Essenen met de Edomieten te maken hadden en overeenkomsten met hen hadden. Zo komen we vanzelf weer terug bij Edom. Door nog een keer naar het getal dertien terug te keren kunnen we iets ontdekken dat de puzzel ineens stukken duidelijker maakt.

De Romein Strabo citeert namelijk in één van zijn werken uit een verloren gegaan werk van ene Athenodorus. Athenodorus is degene die de jonge Gaius Octavius (de latere keizer Augustus) onder zijn hoede zou hebben gehad. Volgens Strabo schreef Athenodorus over de Edomieten te Petra het volgende:

“Zij bereiden gemeenschappelijke maaltijden in groepen van dertien personen. De koning is zo democratisch dat hij niet alleen zichzelf bedient, maar ook zelf de overigen bedient.Vaak brengt hij een verslag uit van zijn koningschap in de volksvergadering en soms wordt een onderzoek ingesteld naar zijn levenswijze….”

Dat van die groep van dertien en het bedienen van anderen vinden we eveneens zeer prominent aanwezig in de beschrijving die men ons geeft over het Laatste Avondmaal. We hadden reeds al verteld over de gelijkwaardigheid waarmee men vrouwen binnen de Edomitische gemeenschap behandelde, dus dat er vrouwen bij zulke malen aanwezig waren staat buiten kijf.

Bovenstaande informatie lijkt duidelijk te maken dat Jezus er eerder Edomitische overtuigingen op na hield dan dat hij daadwerkelijk een Esseen was. We wisten reeds dat de Edomiten de zon een belangrijke plaats gaven binnen hun overtuigingen, dat zij er dus een zonnekalender op na hielden is niet meer dan logisch te noemen.

Voorts komt daar dan nog het niet onbelangrijke gegeven bij dat Jezus geen Judeeër was, hij was dus etnisch eigenlijk helemaal GEEN Jood. Men is tegenwoordig nogal eens geneigd te schrijven dat Jezus etnisch een Jood was, eigenlijk is dit onjuist want hij was als Galileeër een Israëliet in hart en nieren. Het koninkrijk Edom was ooit deel geweest van dit oude koninkrijk Israël in de dagen voor de Romeinse verovering toen de koninkrijken Judea en Israël nog gescheiden waren.

Natuurlijk zegt al deze informatie nog niets over de daadwerkelijke aanwezigheid van Jezus in het Seïrgebergte, al kan met uit bovenstaande wel aanwijzingen daarvoor halen. Er staat in het Nieuwe Testament een verhaal dat Jezus op een zeker moment 40 dagen in de woestijn zou doorbrengen (Wederom het getal 40, wat men hier vooral als symbolisch moet zien). Natuurlijk besloot men op een later tijdstip - geheel naar Judeese traditie – dit verhaal een zeker negatief tintje te geven.

" Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger. ….
….Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem." (Mattheüs. 4:1-11)
“En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; En werd veertig dagen verzocht van den duivel”(Lucas 4)

Zo is het verhaal over deze gebeurtenis in het Nieuwe Testament terug te vinden. Men dient zich wel te realiseren dat het Nieuwe Testament pas ongeveer aan het einde van de vierde eeuw de samenstelling zou gaan krijgen zoals we die tegenwoordig kennen.

Deze samenstelling gebeurde in de tijd dat Constantijn keizer was van het Romeinse Rijk, hij wilde beslist de leiding over de door hem gekozen nieuwe staatsreligie houden. Er waren in die tijd natuurlijk nog veel meer documenten dan diegenen die in het Nieuwe Testament kwamen te staan, maar men verkoos die er niet in te zetten omdat die te veel de verantwoording voor het zielenheil op het individu legden en niet op een zorgvuldig georganiseerde kerk met de keizer min of meer aan het hoofd.

Hierdoor gebeurde er exact hetzelfde als wat eerder bij de samenstelling van het Hebreeuwse Oude Testament door de Judeeërs was gebeurd, al waren het deze keer de keizer en de Rooms-Katholieke paus die hiervoor de verantwoording droegen. Alle boeken die omstreeks die tijd (4e eeuw) nog in omloop waren - en die niet waren uitverkoren om in het ‘Nieuwe’ Testament te komen - dienden op last van de keizer en de paus te worden verbrand.

Natuurlijk waren er vele gelovigen die er geen vrede mee hadden dat de voor hen heilige boeken aan het vuur moesten worden prijsgegeven, vele exemplaren werden dan ook verborgen om door de eeuwen heen in het geheim te worden doorgegeven. Zodoende bleef men op de hoogte van het bestaan van vele van deze zogeheten ‘gnostische’ evangeliën, tot het moment dat men in 1945 puur bij toeval een gehele bibliotheek van deze boeken in het woestijnzand te Nag Hamadi in Egypte zou vinden.



Daaronder bevond zich een evangelie volgens Maria Magdalena waaruit bleek dat Jezus - niet zo verwonderlijk - vrouwen een hogere plaats binnen de samenleving gaf dan onder de meer Judees georiënteerde bevolking gebruikelijk was in die dagen. Geheel volgens Edomitische traditie eigenlijk.

“Petrus zei tegen Maria:
‘ zuster, we weten dat de Verlosser meer van jou gehouden heeft dan van
andere vrouwen. Zeg ons de woorden van de Verlosser zoals jij je die
herinnert, die jij kent maar die wij niet kennen en die we ook nog niet
hebben gehoord’.
Maria antwoordde en zei:
‘Wat voor jullie verborgen is zal ik jullie bekendmaken’.”

"Maria, jij begenadigde die Ik in alle hemelse mysteriën heb ingewijd, spreek openlijk want jouw bewustzijn is meer dan dat van je broeders gericht op het koninkrijk der hemelen”.
(Evangelie volgens Maria Magdalena)

Maria aarzelt omdat ze bang wordt van Petrus:
”want hij bedreigt me en haat onze sekse."

Petrus op zijn beurt roept dan uit:
“Heer, deze vrouw is voor ons onverdraaglijk omdat zij ons de gelegenheid ontneemt om iets te zeggen, maar zelf herhaaldelijk aan het woord is.”
(Pistis Sophia)

Simon Petrus zei tegen Hem: Laat Maria bij ons weggaan, want vrouwen zijn het leven niet waardig”. (Evangelie volgens Thomas)

Sinds de vondst van deze Nag Hamadi codices zijn er vele boeken over geschreven, en teksten als hierboven zijn vaak genoeg geciteerd om een ander beeld te geven van het eerste eeuwse Christendom dan wat de meeste Christenen in de kerken en de zondagscholen hebben geleerd. Er zijn echter meer geschriften die niet ontdekt werden in Egypte maar waar eerste eeuwse kerkvaders in brieven naar elkaar wel over schreven. Vooral om er schande van te spreken.

In het volgende deel gaan we zo’n door kerkvaders geciteerd ‘evangelie’ ter sprake brengen omdat we denken dat het van belang is voor ons verhaal.

tracer50: Jezus was een religieus aktivist,het werd eerst een probleem toen hij op z,n esel jerusalem binnen kwam en ze hem de koning van israel gingen noemen,nu werd het politiek,en er werd geen koning geaccepteerd onder de Cecar,met religie hebben de romeinen zich niet bemoeid.Naar mijn onderzoek was Jezus evenals Johannes de doper esseens,en het esseense is weer terug te voeren naar het atongeloof,zowel het oude als nieuwe testament is doordrengt van Egyptiese invloeden.
Op --0 14:45:46 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden