Wat doet een weldenkend mens tegenwoordig als hij of zij vergaat van de kiespijn? Juist ja, dan is de weg naar de tandarts opeens gauw gevonden. En terwijl de tandarts zich rijk rekent zal hij het gaatje uitboren en opvullen. Pijn weg, patiënt blij. Dat was een paar honderd jaar wel anders. Kwakzalvers schroomden niet om het gat in de tand op te vullen met een mengsel van muizenpoep en pissebedden. Later werden dergelijke lapmiddeltjes dankzij de VOC vervangen door bijvoorbeeld een kruidnagel. Baten deed het zeker niet en uiteindelijk was het de plaatselijke smit of rondtrekkende wonderdokter die er zijn hand niet voor omdraaide om de zieke tand eruit te trekken. Zo op het eerste gezicht zou men dus denken dat de tandheelkunde een keurige ontwikkeling heeft door gemaakt. Niets is echter minder waar. Volgens antropoloog Roberto Macchiarelli van de universiteit van Pointiers (Frankrijk) lieten mensen uit de steentijd ook gewoon hun gaatjes uitboren.

De antropoloog vond de bewijzen voor deze vorm van antieke tandheelkunde in zeer oude begraafplaatsen in Pakistan. Zijn bevindingen werden onlangs gepubliceerd in het gerespecteerde British Journal of Nature. Het komt erop neer dat Macchiarelli in schedels, waarvan de oudheid gedateerd werden tussen 5500 en 7000 jaar v. Chr., perfect uitgeboorde kiezen en tanden had gevonden. Opvallend hierbij was de nauwkeurigheid waarmee men ooit eens te werk is gegaan en zelfs de achterste kiezen bleken perfect te zijn behandeld. Iets wat tegenwoordig nog best wel moeilijk is. Volgens Macchiarelli zou de steentijd-tandarts minuscule boortjes van vuursteen gebruikt hebben om het werkje te klaren. Onderzoekers hebben inderdaad piepkleine vuurstenen boorpunten gevonden. Vermoedelijk werden deze puntjes op een stokje geplaatst waarna met een boogje een roterende beweging kon worden gemaakt. Met een dergelijke werkwijze zou je binnen één minuut door een tand kunnen boren.

Professor David Frayer van de universiteit van Kansas liet enkele van de oude behandelde kiezen aan zijn tandarts zien. De tandarts stond versteld van het vakmanschap en de nauwkeurigheid waarmee de behandeling was uitgevoerd.
Vullingen heeft men niet aangetroffen, Macchiarelli vermoedt dat er bij wijze van vulling een zacht materiaal zoals bitumen werd gebruikt. Ondanks de bewijzen van zeer hoogwaardige tandheelkunde uit de steentijd blijft het voor sommige moeilijk te verkroppen dat de oermens lang niet zo dom was als men in het algemeen aanneemt.  Macchiarelli zegt dan ook dat de behandeling uiterst pijnlijk moet zijn geweest. Nou het zou mij niet verbazen als later zou blijken dat de ‘lompe holenmens’ ook de beschikking had over een ruim aanbod van natuurlijke en goed werkende opiaten. Wat rest is de grote vraag waarom de kennis van deze effectieve en perfect behandelingswijze verloren is gegaan om pas weer in de 19de eeuw te worden herontdekt en toegepast?
 

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden