Te droog, te nat, te koud of te warm. Ieder jaar haalt het weer een nieuw record en wetenschappers maken zich in toenemende mate zorgen over een klimaatsverandering. Maar waar baseren zij zich op? De eerste serieuze weerrapporten verschenen niet eerder dan 1850. Om toch een beetje idee te krijgen hoe het weer voor die tijd was duikt men tegenwoordig in oude scheepsverslagen. De zeelui van weleer hielden behoorlijk exacte logboeken waarbij van dag tot dag het weer werd beschreven. Handig. Nu blijkt uit de oude scheepsverslagen van, onder anderen, de roemruchte kapitein Cook ook dat het aards magnetisch veld aan het afnemen is.

Op zich is de verwachting dat, door het afzwakken van het aard magnetisch veld, de polen gaan kantelen niet nieuw. Bij de zon komt dit verschijnsel zelfs elke elf jaar voor, maar op aarde was de laatste poolomkering 780.000 jaar geleden. Of het deze eeuw daadwerkelijk tot een omkering komt is onduidelijk. In het verre verleden 'floepten' de polen soms gaandeweg het proces terug. Vast staat dat de magnetische noordpool zich de laatste jaren met vijftig kilometer per jaar van Canada richting Rusland beweegt. Dat is volgens ingewijden ongekend snel. Professor H. Opgenoorth van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA in Noordwijk vindt het frappant dat de kracht van het magnetisch veld rond de aarde eveneens snel afneemt. Het veld beschermt ons tegen de kosmische straling van de zon. Het zwakker worden ervan kan serieuze gevolgen hebben voor satellieten, en op termijn wellicht ook voor het vliegverkeer, draadloos Internet en de stroomnetten.

Ook voor wat betreft het aards magnetisch veld gaan de rapporten niet verder terug dan 1837. Het was in dat jaar dat Carl Friedrich Gauss met een apparaat op de proppen kwam om het veld direct te meten. De gegevens van voor die tijd krijgen we voornamelijk van geofysici die sporen van het magnetisme meten in gesteentes.

Nieuw is wel dat de scheepboeken van kapitein Cook en andere zeeschuimers ons nu een aardig idee geven van het verloop van de veranderingen. Het was voor zeelui in de 17de en 18de eeuw heel normaal om hun kompassen te ijken op het echte noorden. De ijkverslagen waren heel accuraat en gaan terug tot 1590. Het was in die tijd letterlijk van levensbelang dat ze blind konden varen op het kompas. Door gebruik te maken van de scheeplocaties op het tijdstip van de meting en die met elkaar te vergelijken kon David Gubbins van de universiteit van Leeds (Eng.) een nauwkeurig beeld schetsen van het verloop van het geomagnetisme in die periode.

Door de gegevens te vergelijken met de indirecte gegevens van de geofysici kon Gubbins vast stellen dat tussen 1590 en 1840 nagenoeg onveranderd is gebleven. Na 1840 neemt de kracht van het veld af met ongeveer 5% per 100 jaar. Als noord en zuid echt van plaats willen wisselen dan zal het huidige veld eerst tot nul moeten afnemen. Een proces dat misschien nog wel 2000 jaar in beslag neemt.

De kans dat u een magnetische poolkanteling mist is overigens heel gering. Want op het moment van de kanteling zal overal het zogenaamde noorderlicht mondiaal te zien zijn. Wat de verdere effecten, buiten elektronische storingen om, zullen zijn is eigenlijk nog één groot vraagteken. Feit is wel dat onze voorouders de eerdere kantelingen overleefd hebben.

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden