Midden in het Andesgebergte van het huidige Bolivia ligt Potosi. Op 4090 meter boven de zeespiegel vind je de stad met die naam die uitkijkt op de 4824 meter hoge top van de berg waarnaar zij vernoemd is. Deze uitgedoofde vulkaan staat ook bekend onder de naam Cerro Rico: de rijke berg. Op deze plek heeft ooit de hel op aarde bestaan en hier vindt men de oorzaak van zowel de gigantische rijkdom als het failliet van het Spaanse imperium. Een fascinerend verhaal van meesters en slaven en de ironie van de geschiedenis.

Volgens de legende zou Huayna Capac, de laatste grote Inca-heerser, omstreeks 1462 Potosi bezocht hebben. Onder de indruk van de schoonheid en de rijkdom van de berg gaf hij opdracht te graven naar zilver. De berg echter sprak met een donderend geluid dat haar schatten voor andere heersers bestemd waren, waarna de Inca's wegtrokken. De naam van de berg zou aan deze gebeurtenis ontleend zijn: Potocsi betekent immers 'donderend lawaai' in de Inca-taal. Hoe verleidelijk dit verhaal ook is, we moeten het met een flinke korrel zout nemen. Huayna Capac besteeg immers pas in 1493 de troon en is op zijn vroegst in 1464 geboren.

De echte geschiedenis van Potosi begint in 1546 toen de mijnstad werd gesticht. Al snel groeide deze afgelegen en uiterst moeilijk bereikbare plek uit tot één van de grootste steden ter wereld. Met rond de 200.000 bewoners in 1672 was het een ware metropool, net zo groot als Londen en groter dan Parijs. De rijkdom was legendarisch en nog steeds bestaat in het Spaans het spreekwoord valer un potosí. Wat zoveel betekent als 'een fortuin waard'. Minder fortuinlijk waren echter de mensen die het zilver moesten delven. Volgens sommige schattingen zijn er in 300 jaar 8 miljoen slaven om het leven gekomen, anderen houden het op 'slechts' enkele honderdduizenden.

Strikt genomen waren de eerste arbeiders in de mijnen geen slaven. De Spanjaarden namen het Inca-gebruik van de mita over. Een soort sociale dienstplicht. De indianen die echter eenmaal te werk werden gesteld in de mijnen konden de rest van hun leven vaarwel zeggen. Wanneer zij niet voor het einde van hun 'dienstplicht' gestorven waren aan kwikvergiftiging bleken zij een torenhoge schuld voor 'levensonderhoud' te hebben opgebouwd bij de Spaanse uitbaters. Waardoor zij gedwongen verder moesten blijven graven. De indianen hadden natuurlijk ook wel door dat werken in Potosi een enkeltje richting begraafplaats was en dat het beter was in de open lucht te sterven dan onder de grond. Sinds 1608 werd de mijn dan ook bevolkt door Afrikaanse slaven.

Een beetje hel hEl Tioeeft natuurlijk ook een duivel nodig en in Potosi heerst hij onder de naam El Tio (De Oom). In de mijnschachten zijn honderden beelden en altaren van de god van deze onderwereld aangetroffen. Arbeiders offerden cocabladeren, drank, tabak en (volgens geruchten) zelfs foetussen om het lot gunstig te stemmen. Nog steeds wordt El Tio aanbeden door de mijnwerkers die de laatste restjes zilver uit de uitgeputte mijn proberen te wringen.

Tussen 1556 en 1783 is er 45000 ton puur zilver uit de mijn gehaald waarvan er 9000 ton direct in de handen vloeide van de Spaanse monarchie. En hier schuilt natuurlijk de ironie van het verhaal. Door de ongekende toevloed van zilver in Europa Munten uit Potosiwerd de wereld geconfronteerd met een daarvoor onbekend verschijnsel: inflatie. Terwijl Spanje zich rijk rekende met een haast onuitputtelijke bron van zilver en die rijkdom investeerde in de oorlog met de lage landen werd dat zilver steeds minder waard. Ook bestond er een aanzienlijk handelstekort ten opzichte van de Zeven Provinciën en Engeland. Precies die gebieden die de Spaanse koning zo graag wilde beheersen. Een eeuw na de stichting van Potosi was de Spaanse staat zo goed als failliet en bevond het leeuwendeel van haar zilver zich in de kluizen van Noord-Europa. Volgens sommige historici is het kapitalisme dan ook geboren dankzij deze zilverberg op het dak van het Zuid-Amerikaanse continent.

tobaeyen: Cerro rico was niet alleen een hel. Ook vandaag is het dat nog voor veel arme boeren die gedreven door honger de berg intrekken op zoek naar de laatste restjes erts. De manier waarop is ronduit hallucinant. Nadat de staatsmijnen werden opgeheven gebeurt dit vandaag in eigen beheer. Enkele boeren kopen samen een mijngang en gaan aan de slag in hun stukje berg. De manier waarop is nog steeds dezelfde als honderden jaren geleden: gaslamp, pikhouweel en enkele staven dynamiet. Elektrisch gereedschap komt er niet aan te pas. Bij hoe gevaarlijk dit wel is moet zeker geen tekeningetje worden gemaakt. De opbrengst is laag, de werkdruk immens en door de vermoeiheid nemen risico's hand over hand toe.

Als toerist kan je vandaag de berg bezoeken. Veiligheidsmaatregelen zijn daar niet zoals in het veilige Europa. Het begint bij de gids die vraagt of je de tocht wil ondernemen met verzekering (150€ of zonder (15€ . Bespaar u het geld; ik betwijfel of die verzekering veel voorstelt. Daarna een korte stop aan de markt om dynamiet, sigaretten en coca (dynamiet en sigaretten als geschenk voor de mijnwerkers of voor eigen gebruik, coca tegen de vermoeidheid en de hoogteziekte, alles boven de 4000 m weet je wel)

Een smerige overal aan en hup de berg in. Overal loeren gaten, kraters en afgronden terwijl je rondploetert met niet meer dan een gaspitje als verlichting; blijf dicht bij je gids, de laatste ziet geen steek. Veilige paadjes zijn er niet; dit heeft meer weg van speleologie in een druiperige glibberige grot. Na een tijdje kom je de eerste mijnwerkers tegen en begint de pret. Na het uitwisselen van coca, dynamiet en sigaretten nemen zij je mee dieper in de buik van de berg. Na een waarschuwing is het hollen geblazen door enkele gangen. Op luttele meters afstand wordt er dynamiet opgeblazen. Zonder twijfel de grootste aardbeving die je al hebt mogen beleven.. De onaards mooie glinstering die je her en der tegen de muur ontwaart zijn ongebonden asbestvezels...
Op 08-10-2010 8:55:21 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
tobaeyen: als je uiteindelijk bij een beeldje van oompje Tio staat prevel je mee schietgebedjes, gelovig of niet. De mijnwerkers zuipen daarbij alcohol van 96° alsof het water is en geloof, na een uurtje in de mijn kan je ook een slok gebruiken. Zie alleen dat je daarna heelhuids terug boven geraakt.

Terug boven lijkt het leven voor de mensen die daar werken een sprookje, maar schijn bedriegt. Hier zijn ze met zwaar materieel en vooral veel kwik aan de slag om het kostbaar goedje uit de ertsen te pleuren. Niet minder gevaarlijk en financieel minder lonend want lagere gevarenpremie. Van veiligheidsmaatregelen is ook hier weinig sprake

Niet verwonderlijk dat de levensverwachting schommelt rond de veertig afhankelijk van op welke leeftijd je de mijn indook. Wie niet verongelukt in de berg, bezwijkt aan stoflong. Pensioengerechtigde leeftijd bij de coöperaties ligt op 50 jaar. Toen er een mijnwerker dit enkele jaren geleden nog eens haalde was het groot feest in de stad. Ramingen van 8 000 000 doden zouden dus wel eens aardig in de buurt kunnen komen.

Voor toeristen daarentegen is dit alweer één van de hoogtepunten in een onvergetelijke reis. Cerro rico ligt immers in een gebied dat je voert van de ene verbazing naar de andere, genoeg om een grenswetenschappelijk blog te vullen. En de dynamiet die je zoëven vrij kocht op de markt, laat die alsjeblieft achter in Potosi. De rest van de reis kunnen hier alleen maar ongelukken mee gebeuren...
Op 08-10-2010 9:12:05 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Samblo: @ tobaeyen: cool! Een ooggetuigenverslag. Thanks!
Op 08-10-2010 9:23:34 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
tobaeyen:
Op 08-10-2010 10:12:39 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Plakband: Goed verhaal met dito reacties. Tobaeyen: Jij hebt klaarblijkelijk die hele trip gemaakt. Zou je dat hier niet in blogvorm willen gieten?
ech?
Op 08-10-2010 10:16:36 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
tobaeyen:
Plakband:

Goed verhaal met dito reacties. Tobaeyen: Jij hebt klaarblijkelijk die hele trip gemaakt. Zou je dat hier niet in blogvorm willen gieten?


't Is ondertussen ook al wat jaartjes geleden dat ik er was. Nu nog een accuraat ooggetuigenverslag is wat moeilijk. Maar ik kan je garanderen dat Bolivië een must is: de duizelingwekkende miljoenenstad La Paz, het geheimzinnige Titicacameer, het nog geheimzinnigere Tiwanaku, de dino's van Cal Orcko, de death road naar Coroico (dit mag je letterlijk nemen, met recht en reden de gevaarlijkste weg ter wereld), de zoutvlakte van Uyuni, 's werelds grootste zoutvlakte met zijn vreemde 'eilanden', flamingo's hoog in de bergen, de grens met Chili vol actieve en minder actieve geisers en vulkanen, enkel door de lokale gids gekende grotten vol mummies, laguna colorada, laguna verde, de Licancambur, vicuna's op de vlakten en condors in de lucht en... amper toeristen (10 jaar geleden toch, de globalisering gaat hard, ook in deze uithoek van de wereld).
Op 08-10-2010 11:09:22 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Duncan: Thanks goed Verhaal
Op 08-10-2010 11:30:43 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
blanchard: Take 2: klote, mijn hele commentaar kwijt. Leve 'het niet opslaan van je tekst' ... Maar goed, leuk dat Otto dit blog heeft geschreven en dat Tobayen er een verhaal bij heeft geschreven. Het ooggetuigenverslag klopt ook helemaal. Ik heb deze reis zo'n 8 jaar geleden gemaakt met 2 vrienden en heb van de aantekeningen nog een websiteje gemaakt die ik nu ook weer even teruglees. Een aanvulling die misschien interessant is :

Een spanjaard ontdekte in 1545 zilver in deze mijn en binnen een jaar was het een heuze mijnstad. Later brachten de Spanjaarden ook de 'highest technical invention at the time from Europe' naar Zuid Amerika. Dit waren machines om munten te fabriceren. Deze werden in 1752 naar Buenos Aires gebracht en voor het eerst in Potosi zelf in gebruik genomen in 1773. Deze machines kun je bezichtigen in het museum van Potosi, dat zeker een bezoekje waard is. Al met al werden deze machines gebruikt tussen 1575 en 1953, totdat de mijn uitgeput raakte en de concurrentie te groot werd ...
De munten werden vervolgens via Lima per schepen richting Panama vervoerd. Daar werden ze via ezels verplaatst van de westkust naar de oostkust. Vandaaruit vertrokken de schepen richting Spanje, waarbij af en toe éne piraat Peit Hein 'hij heeft gewonnen, de zilveren vloot uit Spanje' voorbijkwam ...

De coca, dynamiet en sigaretten kochten we voor 1 à 1,5 euro. Deze sigaretten bevatten meer 'mentol' dan tabak, om de mijnwerkers meer 'lucht' te geven. Het welkomsdrankje bestaat idd uit 96% alcohol. De coca gebruiken ze tegen de honger en om 'wakker te blijven'. De mijnwerkers beginnen op hun 12/15 en werken 6 dagen per week. Alvorens je de mijn ingaat, steekt de gids ook nog even een dynamietstaaf af ...

Al met al een hele ervaring en aanrader ! Op zoek naar een mooie en avontuurlijke vakantie? Lees ook even de zojuist genoemde aanbevelingen van Tobaeyen en je hebt het gevonden : bolivia ...

PS. onjuiste inhoud kun je gaan verhalen op de gidsen ter plekke ... geluk !
Op 08-10-2010 11:53:41 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Marsepars: Zie ik daar een piramide?
Kan iemand die Bosnische meneer even bellen?
Ik zie een extra klus voor 'm.


Edit: Mooi blog!
En dank voor de aanvulling: tobaeyen en blanchard!

Mmmm...
Bolivia staat genoteerd bij de lijst van 'zings toe sie'.

(bericht gewijzigd op 8-10-2010 18:47:47)
Cannot kill the Battery!!!
Op 08-10-2010 17:41:54 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Op 11-10-2010 11:07:07 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Samblo:

Thanks Ceejay!

Op 11-10-2010 0:57:06 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden