In het vorige deel vertelde ik hoe de mens van plusminus 1 miljoen tot 50.000 jaar geleden in diverse golven eerst Afrika had verlaten om zich daarna in de loop der millennia elders over de wereld te verspreiden. Ondanks dat ze telkens weer een goede plaats vonden om verder te kunnen voortbestaan bleef het toch nog voorkomen dat sommige nazaten van deze migranten wederom met gehele families op pad gingen op zoek naar een nieuwe plaats om te wonen.

De reden hiervoor kan enkel zijn geweest dat het land waar zij dan vaak inmiddels al vele generaties hadden gewoond, in de loop der tijd ineens niet voldoende meer te bieden had om er verder te kunnen leven. Overbevolking kan hier een oorzaak van zijn maar tevens een verandering van klimaat, waardoor het land niet voldoende voedsel meer opbracht.

Europa moet waarschijnlijk vanaf het begin af aan een tamelijk goede plaats zijn geweest om te wonen, want de mensen die daar heel lang geleden (minstens 50.000 jaar) reeds waren neergestreken – gelijk na het verlaten van Afrika - woonden hier nog steeds.

De cultuur van deze eerste Europeanen was nog wel wat men tegenwoordig een Stenen Tijdperkcultuur noemt.
In Azië daarentegen was wel een en ander veranderd. Azië – waar Europa eigenlijk aan vast zit – is de grootste landmassa op onze planeet en heeft hierdoor grotere klimatologische verschillen. De zee ligt soms dermate ver dat die niet voldoende invloed kan uitoefenen op de temperatuur van zekere oorden. Hierdoor heeft vooral Siberië een extreem klimaat waar het erg koud kan zijn. Maar er zijn tevens plaatsen waar het behoorlijk heet kan worden (Gobi woestijn).
Dat veranderingen van het klimaat op aarde in Azië dus direct merkbaar zijn lijkt logisch.

In het nabije oosten – in het stroomgebied van twee rivieren (Eufraat en Tigris) die in de Perzische golf uitmonden – waren eerdere migranten uit Afrika gaan wonen die het in de loop van duizenden jaren dat zij daar verbleven dermate voor de wind begon te gaan dat zij naast het vergaren van voedsel voldoende tijd over hadden om zich te buigen over een georganiseerd maatschappelijk systeem.

Zij ontdekten dat naast enkel het verzamelen van voedsel, het tevens mogelijk was dit te zaaien en verbouwen op de grond waarop zij woonden. Deze revolutionaire uitvinding hield in dat zij zich dan niet langer telkens hoefden te verplaatsen.
Zodoende ontstonden er daar naar verloop van tijd vaste woonplaatsen waarin men zich er steeds meer op toe kon leggen het leven te veraangenamen door het uitvinden van gereedschappen en andere zaken die het leven veraangenaamden.
Het was dan ook hier dat men het eerst gebruik wist te maken van brons en later ijzer voor duurzame gereedschappen waarmee men het land kon bewerken, in plaats van daar enkel maar bewerkt steen voor te gebruiken.

De volken die direct ten noorden van hen woonden leefden nog wel in de traditionele omstandigheden waarin men telkens van woonplaats moest veranderen op zoek naar nieuw terrein waar voldoende voedsel was .
Het land waar deze mensen woonden – de steppen van Azië tussen de Kaspische Zee en het Aralmeer – kende hete en droge zomers en strenge koude winters. Op deze steppes liepen specifieke steppe-hoefdieren rond in kuddes, die ze wisten te temmen en te gebruiken door er tweewielige wagentjes achter te spannen.

Zij waren degenen die als eerste paarden gingen gebruiken, op de dieren zelf rijden deed men toen nog niet.
Het houden en exploiteren van kuddedieren (waaronder ook schapen) werd zo hun specialiteit en dit bood ze de gelegenheid om handel te gaan drijven met het beschaafde volk ten zuiden van hen. In ruil voor paarden, wagens, huiden en andere zaken waar men in het zuiden behoefte aan had leerden zij op hun beurt weer van hen hoe ijzer te smeden waarmee ze onder meer de wielen van hun wagens konden beslaan, wat de duurzaamheid weer ten goede kwam.

Toen het deze nomaden schijnbaar zo voor de wind ging dat er overbevolking ontstond, of doordat er ineens zo'n verslechtering in het klimaat optrad dat het leven op de steppes steeds harder werd, besloten zekere families de zon achterna te trekken naar het westen. Waarschijnlijk gebeurde dit weer in golven.
Deze mensen wisten zich uiteindelijk over geheel Europa te verspreiden. Ze hadden genoeg te bieden aan de daar reeds wonende mensen om deze erop vooruit te laten gaan, waardoor er in de meeste gevallen niet echt sprake lijkt te zijn geweest van verovering en strijd.

Strijd zou er veel later pas gaan komen, toen verre nazaten van dit Aziatische ruitervolk in zekere aan de Middellandse zee gelegen gebieden zelf iets van een stedelijke beschaving hadden opgebouwd.

Als men overigens heden ten dage kijkt in dat oorspronkelijk zo beschaafde gebied in de Oriënt ten zuiden van waar de Indo-Europese volksverhuizers vandaan kwamen, en waar de allereerste menselijke grote en vruchtbare cultuur was, dan ziet men hoofdzakelijk nog...


(Tigris)

... woestijn !

Dit wil reeds voldoende zeggen over hoe het klimaat in 7000 jaar kan wijzigen. Want in de tijd van die allereerste beschaving zullen de omstandigheden beslist wel anders zijn geweest.

Te Griekenland zouden nakomelingen van de Indo-Europese volksverhuizers het eerst zelf een vorm van beschaving bereiken en onder de Macedonische leider Alexander de Grote zouden zij – tijdens het stichten van een eigen wereldrijk - op een zeker moment aan de grenzen komen te staan van die vroegere beschaving tussen de grote rivieren in het nabije oosten.
Al was dat nog maar een schim van wat het eerder ooit was.

In navolging van Alexander zouden meer dan 2 eeuwen later de inwoners van de stad Rome eveneens gaan pogen de hen bekende wereld te veroveren.
Wat begonnen was als een actie om hun stad te beschermen tegen de oncontroleerbare hordes Galliërs die het land ten noorden van hun stad terroriseerden, werd spoedig een heuse veroveringsoorlog.

Nu wil ik het dit deel eigenlijk niet zozeer over die veroveringen gaan hebben – al zijn dat natuurlijk eveneens een soort van volksverplaatsingen – maar eerder over wat er op een zeker moment zou gaan gebeuren aan de grenzen van dit nieuwe rijk.

En toen kwamen de Romeinen

De inwoners van de stad Rome hadden het de Galliërs nooit vergeven dat ze waren gedwongen aan hen schatting te moeten betalen wilde hun stad gespaard blijven. De Romeinen bleven die Galliërs als een zulk groot sluimerend gevaar beschouwen dat zij uiteindelijk het Cisalpijns Gallië (Gallië aan de Italiaanse kant van de Alpen, direct ten noorden van hun stad) zouden veroveren en niet veel later ook maar doorgingen naar Transalpijns Gallië (Gallië aan de andere kant van de Alpen) om dat onder Romeinse heerschappij te krijgen.
Het was vooral Julius Caesar die dit wapenfeit op zijn naam zou krijgen.
In een campagne die zo´n 10 jaar in beslag nam zou hij onder allerlei voorwendselen geheel Gallia veroveren tot aan de grote rivieren die zich in onze lage landen bevinden.

De meeste informatie over volkeren die in deze streken woonden heeft men dus van Caesar, al dient men wel kritisch te lezen in het boek dat hij zelf hierover heeft geschreven (Commentarii de Bello Gallico). Want dit boek was in de eerste plaats een vorm van propaganda waarin hij zijn daden voor de Romeinse senaat probeerde te verantwoorden.

Zo schrijft Julius Caesar bijvoorbeeld dat er bij die grote rivieren (de Maas en de Waal) 'Germanen' woonden. Om het maar een naam te geven dan, want de herkomst van de omschrijving 'Germanen' is niet helemaal duidelijk.

Deze Germanen waren mensen die nog groter en blonder waren dan de Galliërs, en deze werden door de gemiddelde Romein al als 'groot en blond' ervaren.
Julius Caesar noemde de stam die net ten zuiden en ten noorden van de rivier de Maas woonde – de stam der Eburonen – een Germaans volk, maar dit is onjuist gebleken.
Archeologisch onderzoek en filologie hebben namelijk aangetoond dat de Eburonen even Gallisch waren als de volken ten zuiden van hen.

Deze Eburonen gaven Caesar eerst het idee de Romeinse heerschappij te aanvaarden maar kwamen gelijk weer in opstand toen Caesar zich naar andere oorden had begeven. Zij brachten de daar gestationeerde Romeinse legioenen een gevoelige nederlaag toe.
De Eburonen hadden echter geen rekening gehouden met de snelheid en efficiency waarmee Julius Caesar zijn troepen kon verplaatsen om op de rebellie te reageren. Hij zou als represaille op het verzet van de Eburonen dit volk een zodanige slag toebrengen dat zij als stam zouden ophouden te bestaan.
Hierdoor raakte het land van de Eburonen zodanig ontvolkt dat er voldoende ruimte was ontstaan voor andere volken om er te gaan wonen. Na enige tijd zou een stam die van oorsprong van de overzijde van de Rijn vandaan kwam hier neer gaan strijken, namelijk de Bataven.
Nu was dit volk waarschijnlijk oorspronkelijk wel echt Germaans, en afgesplitst van een verder oostelijk - in de buurt van het Taunusgebergte in Duitsland - wonende Germaanse stam die de Chatten werden genoemd.

Dat deze Chatten niet in een volkomen onbewoond gebied terecht kwamen blijkt wel uit wat zou volgen, want tegenwoordig zijn er zelfs velen die twijfelen of de Bataven nu Germaans of Keltisch (= Gallisch) waren.

Dit kan volgens mij enkel maar zijn ontstaan omdat deze Bataven zich middels huwelijken mengden met de overgebleven Eburoonse inwoners die cultureel ver boven de Bataven verheven waren geweest. Zodoende namen deze Bataven veel gebruiken van de Eburonen over. Misschien zelfs wel de taal.

Ten noorden van dat land tussen die grote rivieren in waar eerst de Eburonen en later de Bataven woonden (Betuwe), leefde ten tijde van Caesar reeds een volk wat de ene keer Frisii wordt genoemd en de andere keer Frisiavones.
Ook dit zou een Germaans volk hebben betroffen, al geeft de naam Frisiavones eigenlijk al aan dat dit niet helemaal zeker is. Want de uitgang 'ones' is specifiek Gallisch.

Dat Julius Caesar in zijn verslagen aan de senaat juist de Germanen regelmatig ter sprake bracht was overigens met een specifieke reden.
Romeinen hadden namelijk na de eerder reeds genoemde vernedering door de Galliërs onder Brennus (4e eeuw voor Christus) - toen ze schatting hadden betaald om hun stad gespaard te zien – met nog een ander barbaars volk te maken gekregen wat ze benauwde momenten zou bezorgen. Want twee volken, die door de Romeinen de Cimbren en Teutonen werden genoemd, hadden in de tweede eeuw voor Christus hun thuislanden in Denemarken verlaten en waren via zuid-Duitsland naar zowel Gallia Cisalpina als Gallia Transalpina getrokken waar zij in botsing met de Romeinen waren gekomen.

Na verscheidene veldslagen waren deze Germaanse zwervers uiteindelijk in 101 v. Chr. bij Vercellae verslagen, waarna de overlevenden op de slavenmarkt waren beland.
De reden dat deze Germanen hun thuisland (Jutland) hadden verlaten zou door overstromingen zijn geweest. Het was waarschijnlijk de natuur geweest die er voor gezorgd had dat dit volk rusteloos zou worden en op zoek was gegaan naar een andere habitat.
En voor de Romeinen was er voldoende redenen om rekening ermee te houden dat het niet bij dit ene incident hoefde te blijven.
In ieder geval maakte Julius Caesar gebruik van de angsten der Romeinen voor dit mogelijke gevaar om de territoria der Germanen met zijn legioenen binnen te trekken, nadat hij eerst met het Gallische gevaar had afgerekend.

De Germaanse stammen woonden voornamelijk in het noordoostelijke deel van west Europa. Hun gebieden begonnen min of meer aan de overzijde van de (oude) Rijn, in de buurt van de Elbe en vooral in Denemarken en Zweden.
De reden dat zij aan het einde van de 2e eeuw voor Christus ineens aan de wandel waren gegaan geeft aan dat er wat in hun thuislanden aan het veranderen was.
Dit is niet slechts overbevolking geweest of de kennis dat er in het zuiden - binnen de grenzen van het Romeinse rijk - rijke buit viel te halen.
We hoeven enkel maar naar de geschiedenis van de vorming van ons eigen land te kijken om dit bevestigd te krijgen.

Dit zijn de lage landen zoals we ze kennen, en waar velen van ons wonen. Maar de Nederlanden waar de eerste Romeinen hun voeten zouden zetten – en dankzij wie we informatie over dit gebied hebben wat voor die tijd nog onmogelijk was...

... die zagen er nog heel anders uit.


Het Nederland wat Julius Caesar een klein stukje, en zijn troepen voor een groter deel, leerde kennen had nog de contouren zoals op het plaatje hierboven te zien is. Archeologisch en bodemkundig onderzoek heeft dit weten te bevestigen.
Er was nog geen sprake van een groot binnenmeer – laat staan van een Zuiderzee - enkel van een klein meertje met daarin veel drijvend land wat de Romeinen Lacus Flevo (Flevomeer) noemden.

Zeeland was beslist nog geen ZEE-land in die dagen, het was hoogstens een erg drassig moerasgebied waar de mensen – volgens die Romeinen – rauwe vis aten en onder erbarmelijke omstandigheden moesten leven.

De kust van Nederland lag in de Romeinse tijd veel verder naar het westen, nu op de bodem van de Noordzee.

Door het oprukkende water zouden kustplaatsen van destijds, zoals Fort Brittannicum (voor de kust bij Katwijk) en een grote Tempel bij de Zeeuwse plaats Domburg, verloren gaan.
Juist in de tijd der Romeinse bezetting zou er steeds meer sprake gaan zijn van een grote kustafslag door stormen en hoog water. Deze periode geeft men wel eens de naam 'Duinkerker transgressie 1' en deze vond plaats in de eerste eeuwen van onze jaartelling.

Archeologische opgravingen in Zeeuws-Vlaanderen hebben de contouren van de Romeinse stad Rodanum (nu Aardenburg) bloot gelegd. Zo heeft men aan kunnen tonen dat vanaf het einde van de 3e eeuw de zee tot aan de restanten van de muren van het castellum kon komen.

Van het einde van het Romeinse rijk is bekend dat dit niet enkel kwam door een aantal incompetente keizers, maar dat er vooral aan de noordelijke en oostelijke grenzen steeds meer druk begon te komen van allerlei Germaanse volken die per se de door de Romeinen aangegeven grenzen wilden oversteken.
Het werd steeds moeilijker om goede soldaten te vinden om deze volken te weren en vaak werden bevriende barbaarse volken geromaniseerd om hen als grensbewaking te laten functioneren.

De eerste Germanen die de Romeinen de rol van grensbewaking in de Lage Landen zouden laten spelen waren de Chatten die als Bataven volledig geromaniseerd waren.
Later echter kwamen er nog volledig Germaanse leden van de Chatten steeds dichter bij die grenzen wonen; ineens begon men toen van 'Franken' te spreken om hen aan te duiden.

De Friezen waren in die tijd reeds volledig geromaniseerd en langs de afbrokkelende kust steeds meer zuidwaarts gaan wonen, vaak net binnen de grenzen van het Romeinse rijk.
En misschien komt het juist wel door de bewegingen van die Friezen dat men kan zien wat er in hun oorspronkelijke thuisland aan de hand was.
Zoals ik eerder reeds vermelde is het onduidelijk of de Frisii in de Romeinse tijd überhaupt wel een Germaans volk waren. Als zij dit wel waren dan waren zij door de contacten – en mogelijk ook huwelijken - met de ten zuiden van hen wonende Keltische volken (Eburonen) dermate veel Gallische eigenschappen gaan overnemen dat er op een zeker moment tevens over Frisiavones gesproken ging worden.

De streken waar eerder de Cimbren en Teutonen vandaan waren gekomen, daar woonden nu andere Germaanse stammen die steeds meer naar het zuidwesten begonnen op te rukken.
De mogelijke reden hiervoor was dat het klimaat in hun thuislanden steeds onaangenamer begon te worden, maar het is evengoed mogelijk dat zij daar min of meer waren verjaagd door volken die van nog noordelijker stamden, waar de weersomstandigheden er zeker niet beter op waren geworden.

In de 4e eeuw van onze jaartelling werd de bewaking van de grens van het Romeinse rijk langs de grote rivieren steeds meer overgelaten aan geromaniseerde Franken en de Romeinen bemoeiden zich hier steeds minder mee door interne strubbelingen.
De consensus is dat Germaanse stammen aan de andere zijde van die grens hier gebruik van maakten door steeds vaker – al dan niet met de hulp van hun geromaniseerde volksgenoten - de grens over te steken om zich binnen de grenzen van het Romeinse rijk te vestigen.
Maar is de enige reden voor al die mensen om dit te doen het vooruitzicht van een rijke buit geweest?

Daarmee zou men suggereren dat al die Germaanse volken uit rovers en bandieten zouden hebben bestaan. Mannen, vrouwen en kinderen zouden dan enkel met al hun hebben en houden op pad gaan om ergens anders te gaan roven.
Dat kan ik niet geloven; de geschiedenis der mensen wijst voldoende uit – zie enkel voorgaande delen van de 'wereld in beweging' maar – dat de voornaamste reden voor hele volken om op pad te gaan nog altijd is dat het leven op de plaats waar zij verbleven steeds minder draaglijk was geworden.

De Grote Volksverhuizingen – die het einde van het Romeinse rijk inluidden – kunnen dan ook enkel maar op gang zijn gebracht door een rigoureuze verandering van de leefomstandigheden voor zekere volken die toen maar massaal op zoek gingen naar een nieuwe plaats om te gaan wonen. Hierdoor ontstond toen een soort van 'Domino-effect' want die hordes van migranten zorgden voor een dermate grote onrust in de bewoonde gebieden waar zij dan doorheen trokken dat de inwoners ervan zich lieten verjagen. Die gingen zelf dan eveneens met al hun bezittingen op pad.

De Cimbren en Teutonen zouden ineens hebben besloten hun thuisland in waarschijnlijk het zuiden van Denemarken te verlaten vanwege de overstromingen daar.

We weten dat in onze Lage Landen in het begin van onze jaartelling erg veel land moest worden prijsgegeven aan de zee. Het 'Flevomeer' werd steeds meer een 'Almere'. Dit werd dan ook de nieuwe naam van het binnenmeer.(later zou het zelfs een binnenzee worden)

 

 

 

 

Het moerasachtige land in de buurt van de Scheldemonding in Zeeland kreeg steeds meer diepe inhammen waar het land verziltte.

De volledig geromaniseerde inwoners van deze streken – de Menapiërs en Morini – trokken daarom verder zuidwaarts naar de hoger gelegen gebieden in huidig België.
De ten noorden van hen wonende Frisii streken neer op de plaatsen die hierdoor vrijkwamen. Dit deden zij vooral omdat zij de druk van de ten oosten van hen wonende Saksen steeds meer begonnen te voelen, en aan drassige woongebieden waren zij reeds gewend.

Die Saksen kwamen samen met de Angelen en Juten uit het zuiden van Denemarken en het noorden van Duitsland vandaan. Zij gingen wonen in de gebieden waaruit veel Frisii waren weggetrokken en namen, daar eenmaal aangekomen, wel veel van de gebruiken van de oorspronkelijke inwoners over. Mogelijk was er ook sprake van huwelijken met de achtergebleven Friese inwoners. Sommige van deze Saksen gingen zich zelfs Friezen noemen omdat dit statusverhogend zou werken.
Het enige wat zij niet inleverden - omdat zij nu eenmaal in de meerderheid verkeerden - was hun taal, zodat de huidige Friese taal niets anders is dan een Saksisch dialect.

Maar waarom waren deze Saksen ineens zo massaal naar het westen getrokken? Waarom hadden zij hun oorspronkelijke thuisland in het noorden van Duitsland ingeleverd voor het zompige Friesland wat zo te lijden had van overstromingen dat veel van de inwoners daar op terpen woonden om het hoofd boven water te houden?

De enige redelijke verklaring daarvoor lijkt dat het alternatief van in hun thuisland blijven nog erger was.
Dat thuisland zelf zal beslist niet erger zijn geweest - wat betreft overstromingen - dan het noorden van Nederland. Dus lijkt de enige andere verklaring dat ze zich min of meer verjaagd uit hun thuisland hadden gevoeld door een volk wat talrijker en machtiger was dan zijzelf.
Het enige volk wat ervoor in aanmerking lijkt te komen dit kunststukje voor elkaar te krijgen is hetzelfde volk wat enkele eeuwen later zelfs de stad Rome op de knieën wist te krijgen, namelijk het volk der Goten.

In het volgende deel zal ik dan de periode ter sprake brengen die bekend staat als de 'Grote Volksverhuizingen' en waarin de Goten een prominente rol zouden spelen, maar tevens een ander volk wat van verder uit het oosten kwam.
En dan vooral de vraag waarom zovele volken ineens weer aan de wandel gingen.

lange wapper: Ja wadde ....
Op --0 23:18:44 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Nick: You rock my world.

Hulde !!
Op --0 19:45:00 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
antitoerisme : Even een stukje gecopypaste die ik aan iemand anders gestuurd heb over het verhaal van de friezen in Nederland.

Een aantal zaken:
-Flevum Castelum lijkt in de beschrijvingen niet te liggen waar men het in de nederlandse traditie plaatst.
-De friezen worden beschreven als bewoners van de meren rond flevus lagus .
-Ik kan geen beschrijving vinden van de Friezen bij tacitus of ptolemeus als de bewoners van terpen deze eer valt de chauken toe die wij tegenwoordig aan de oostzijde van de eems plaatsen maar die in beschrijvingen ten dele aan de monding van eems wonen .
-De totale onduidelijkheid over de ligging van Ma(r)namarnis Portus maar die volgens ptolemeus westelijk moet liggen van Flevum toch tussen de rijn (?) en de eems.
-Na de volksverhuizing lijkt er sprake te zijn van een groot verlies aan bevolking in de noordelijke gebieden maar ineens duiken er in vlaanderen friesgekleurde toponiemen op dat de suggestie wekt van een zuidelijke emigratie uit het noorden. Doch wordt gesteld dat de veel terpen in het noorden onafgebroken bewoond zijn .

Bestaat er een mogelijkheid dat we de friezen niet moeten plaatsen in het friesland/groningen maar dat we ze moeten plaatsen boven de rijn maar beneden de noordelijke kleigebieden?
Zou de naam friesland niet een andere oosprong kunnen hebben in het noorden danwel betekenen dat de Chauken niet opgegaan zijn in het saksische stamverband maar in het friese stamverband?

Verder over friezen en wetenschap. Die zijn zo nationalistisch dat ze alles in het huidige friesland willen plaatsen wat zeer onlogisch is gezien de upstalboom in aurich lag en dat kennelijk gezien werd als de meest centrale plaats.*

Kom verder niet aan met de theorien van Delahaye; zijn visie is boeiend maar vondsten spreken een groot deel van zijn theoriën tegen.


*we hebben het hier over de middeleeuwse friezen en niet over romeinse friezen.
Alles dat ik zeg wordt herhaald door een zwoel vrouwenkoortje
Op --0 20:16:04 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden