In de serie 'Wereld in beweging' wil ik een aantal volksverplaatsingen uit de geschiedenis der mensen nader toelichten en vooral de redenen ervoor. De mens is namelijk heel vaak door omstandigheden minder honkvast geweest dan men wel eens denkt tegenwoordig.

In de eerste delen beschreef ik vooral hoe in Afrika de zich ontwikkelende en meer nadenkende mens zich steeds vaker begon te verplaatsen als de leefomstandigheden in het gebied waar hij zich op dat moment bevond hem niet meer aanstonden of hem niet meer voldoende aanboden om er te kunnen voortbestaan.

Veranderende omstandigheden in zijn oorspronkelijke leefgebied, in de loop van vele duizenden jaren, hadden al de nodige fysieke aanpassingen aan die omgeving bij hem teweeg gebracht. En waarschijnlijk had hij hieraan zelfs wel zijn vermogen aan te danken om daar extra over na te kunnen denken.
Hij had de wereld waarin hij leefde en waar hij zich had ontwikkeld zo al zien veranderen van eerst jungle in gedeeltelijk overstroomde kustbossen...

... om het dan veel later weer in savanne en zelfs in woestijn te zien veranderen.

Op een zeker moment besloten vele families elders maar op zoek te gaan naar een geschikte plaats om te wonen en deze migraties zouden in de loop der tienduizenden jaren diverse malen blijven voorkomen.

Dat vooral een verandering van klimaat de 'trigger' hiervoor was lijkt zeer waarschijnlijk.
Tijdens die zoektochten naar een geschikte woonplaats verlieten ze zelfs Afrika en zo zou de mens zich in de loop van de geschiedenis over de gehele wereld gaan verspreiden, al naar gelang de mogelijkheden hiertoe aanwezig waren.

Buiten Afrika zouden de eerste mens-achtigen dan vaak een nieuw paradijsje vinden om er na vele duizenden jaren dan toch weer achter komen dat niets zo betrekkelijk was als dat. Want de wereld bleef grillig. In plotseling optredende ijstijden zou het eerst zo idyllische en groene Europa veranderen in ijsvlaktes met toendra's waar de grond nooit geheel ontdooide. Waardoor de mens zich toch weer fysiek aan moest passen aan deze omstandigheden. En dat ook deed in de loop van honderdduizenden jaren.

In Afrika hield zo´n koele periode in dat in dat woestijnen en savannes ineens weer groen werden en het leven hier gelijk dermate draaglijk werd dat de achterblijvers zich snel vermeerderden. Want de Homo Sapiens was nu eenmaal een behoorlijk seksueel ingesteld dier.


(Net als sommige van zijn voorlopers)

Als door een opwarming van de aarde er dan weer woestijnvorming begon op te treden was er gelijk weer sprake van overbevolking en gebrek aan voldoende voedsel. Dus ging men dan maar weer op zoek naar andere oorden, waarvan men misschien zelfs nog wel wist dat anderen dat lange tijd voor hen ook al eens hadden gedaan.
Europa en het nabije oosten waren de plaatsen die bij het verlaten van Afrika dan het eerste werden aangedaan.

Europa bevond zich tijdens die laatste golf van Afrikaanse migranten natuurlijk dan juist in de periode dat het ijs zich weer aan het terugtrekken was, en zo kwamen zij beslist in aanraking met die voorgangers van hen die zich toen reeds geheel aan de koude en die volledig andere manier van leven hadden aangepast.
Wat betreft het Arabisch schiereiland, wat door sommigen werd gebruikt als doorreisland, dat was in die dagen beslist nog niet de woestijn die het nu is.

Bij het verlaten van dit schiereiland in het noorden kwamen zij in het stroomgebied van twee grote rivieren terecht waar zij uiteindelijk neerstreken en vele, vele generaties achter elkaar konden blijven wonen en waar zij zich verder zouden ontwikkelen.

Natuurlijk gold dit laatste heus niet alleen voor diegenen die Afrika verlieten.
Want velen zouden er bij het volgen van bijvoorbeeld de rivier de Nijl als slagader dwars door Afrika, al achter komen dat in de buurt van de plaats waar deze rivier in de Middellandse zee uitmondt eveneens zeer aangename plaatsen waren om neer te strijken. Het land in het stroomgebied van deze grote rivier bood hen voldoende om zich daar verder te ontwikkelen.

Dat niets op onze wereld een constante is wordt in deze tijd voldoende duidelijk als men kijkt naar die streken waar eens de allereerste grote menselijke beschavingen begonnen te bloeien.

Zowel het Soemerië tussen de Eufraat en de Tigris – waarvan men nu denkt dat er zich hier de allereerste menselijke beschaving zou ontwikkelen – als het Egypte aan de oevers van de Nijl, bevinden zich beiden in een woestijnachtige omgeving die moderne mensen niet direct uit zouden kiezen als DE plaats om er een duurzame samenleving op te bouwen.


(Thebe - 2009)

Wat moeten die landen er zo´n 6000 jaar gelden toch anders hebben uitgezien dan nu!

In Azië wist die constant veranderende wereld voor veel problemen te zorgen voor de daar wonende mensen.
Vooral het extreme klimaat van het uitgestrekte Siberië wist op gezette tijden mensen te verdrijven die – gehard door de barre omstandigheden waarin zij dan al vele generaties hadden gewoond – desnoods met geweld zich van een nieuwe geschikte woonplaats probeerden te verzekeren.

In het nu volgende deel zal dat een prominente gaan spelen: we keren nu namelijk terug naar Europa waar in de tijd dat het Romeinse rijk behoorlijk aan kracht aan het inboeten was, veel volken ineens in beroering kwamen.

In deel 4 kwam voornamelijk de tijd ter sprake dat het Romeinse rijk zich over Europa begon uit te spreiden. Wat begonnen was als een actie om hun stad te beschermen, was ontaard in een heuse veroveringsoorlog waardoor de Romeinen in contact kwamen met vele verschillende volken.

In de tijd dat het Romeinse rijk de grootste omvang had bereikt, en de grenzen ervan zich in onze Lage Landen bevonden, waren er aan de andere zijde van die grenzen vele Germaanse stammen die daar nog op een traditionele wijze leefden.
De Germaanse stammen dicht bij de grens dreven handel met de inwoners van het Romeinse rijk en onder hen waren er wel die als grensbewaking door de Romeinen konden worden gebruikt in ruil voor Romeins staatsburgerschap.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling was er echter iets aan het veranderen. Niet enkel kwam het steeds vaker voor dat onbekwame bestuurders de macht over het Romeinse rijk hadden, aan de noordelijke grenzen van het rijk vonden steeds vaker kleine natuurrampen plaats waardoor bijvoorbeeld hele stukken land door zee werden opgeslokt.
Dit was vooral merkbaar in onze Lage Landen, maar beperkte zich heus niet alleen tot daar. Er was schijnbaar weer eens iets aan het veranderen aan het klimaat, met alle gevolgen van dien.
Voor de Nederlanden betekende dit hoofdzakelijk dat de reeds geromaniseerde inwoners aan de Hollandse, Zeeuwse en Vlaamse kusten die hun leefgebied in gevaar zagen komen, verder zuidwaarts begonnen te trekken naar de hoger gelegen en dichter bevolkte Romeinse Civitas (steden). Ziehier trouwens gelijk de eerste oorzaak van de taalgrens in België, want de Franse taal is eigenlijk een Gallo-Romeins dialect.
De deels geromaniseerde Friezen aan de noordelijke kusten trokken langs deze kust steeds verder zuidwaarts om zo gelijk de ontstane leemtes weer op te vullen.

De reden dat deze Friezen dat deden was vooral omdat ze de hete adem in de nek voelden van een niet geromaniseerd, barbaars volk direct ten oosten van hen, namelijk de Saksen.
Deze Saksen trokken namelijk, samen met de noordelijk van hen wonende Angelen, steeds verder naar het westen en verlieten zo hun oorspronkelijke thuisland. Een land wat zich op ongeveer dezelfde locatie bevond waar veel eerder ooit de Cimbren en Teutonen vandaan moeten zijn gekomen.
Zoals ik in deel 4 reeds beschreef, zouden de Cimbren en Teutonen hun thuislanden omstreeks de 1ste eeuw voor Chr. hebben verlaten, mogelijk vanwege overstromingen in hun thuisland.

Het is heel goed mogelijk dat de Saksen en Angelen – nazaten van de achterblijvers van destijds (?) - om een zelfde reden nu aan de grenzen van het Romeinse rijk op kwamen duiken.
Maar als watersnood de enige reden was dan gingen ze er niet bijster veel op vooruit, want het Friesland waar vooral de Saksen zich in eerste instantie zouden gaan vestigen was net zo onderhevig aan overstromingen.
Zelf acht ik de kans groter dat de werkelijke reden van de plotselinge Angelsaksische migraties voortkwam uit het feit dat een nog veel groter en machtiger volk hen het leven in hun thuislanden onmogelijk begon te maken door invallen met hele families.

Op het kaartje verder omhoog is dat nog niet te zien maar in het zuiden van Zweden en kort daarna tevens in het noorden van Denemarken leefde een volk wat men de Goten noemt en wat steeds verder naar het zuiden aan het trekken was.

Men doet over het algemeen nog behoorlijk onduidelijk over het volk der Goten.
Onduidelijk over of ze nou van origine van het eiland Gotland in de Oostzee vandaan kwamen – daar in ieder geval hun naam aan te danken hadden,
of ze nu van het Zweedse vasteland vandaan kwamen waar dan de naam Västergotland nog aan hen doet herinneren,
of ze nu oorspronkelijk in het gebied woonden wat tegenwoordig Polen is…
En dan doet men tevens onduidelijk over de route die deze Goten zouden nemen toen ze uiteindelijk massaal hun thuislanden verlieten op zoek naar een beter leven.

Aan de hand van wat er WEL over de Goten bekend is meen ik ervan te mogen uitgaan dat dit volk van oorsprong zowel op het eiland Gotland als in het zuiden van Zweden woonde.
Maar op een zeker moment bood hun land hen schijnbaar niet meer voldoende om er zeker van te zijn daar te kunnen voortbestaan. Vele Goten – ook wel Gauten of Geaten genoemd - zijn toen niet enkel de Oostzee overgestoken op zoek naar nieuw land, zoals men tegenwoordig nogal eens denkt, maar hebben tevens de veel kortere oversteek via het Kattegat naar Denemarken gemaakt. Dat is niet meer dan logisch.
De in het noorden van Denemarken wonende Angelen voelden zich door deze massa waarschijnlijk zo in het nauw gedreven dat velen van hen gelijk overstaken naar Brittannië.
En toen die Goten steeds verder zuidwaarts gingen kwamen zij tevens met de Saksen in aanraking die zich eveneens bedreigd door hen begonnen te voelen en meer naar het westen oprukten, Friesland in en zelfs de Veluwe op (de Veluwse Hunneschans bij Uddel is bijvoorbeeld van Saksische makelij).
In het staatsarchief van Stockholm heeft men overigens een document gevonden waaruit men zou kunnen opmaken dat die migratie zuid en westwaarts van de Saksen niet zonder reden was, want de Goten zouden volgens dat document zelfs wel eens tot Arnhem hebben weten te komen alvorens zij besloten toch maar een heel andere route te gaan kiezen naar leefbaarder oorden.

En zo dreven de Goten dan weer allerlei andere Germaanse stammen voor hen uit.

Er was dus duidelijk sprake van een soort van 'domino-effect'.
Vele Goten staken de zeestraat naar Denemarken over en verdreven zo hele families van Angelen die in de meeste gevallen gelijk overstaken naar Romeins Brittannië.
Dat land werd in die dagen nog nauwelijks door de Romeinen verdedigd en had een hoop te stellen met agressieve raids van Picten en Scoten – deze laatsten waren eigenlijk weer Ierse zeerovers.
De Brits-Romeinse leider Vortigern (een koninklijke voorloper van de legendarische koning Arthur) was zelfs zo stom geweest bij gebrek aan voldoende soldaten de hulp van Angelen en Saksen in te roepen bij het bestrijden van deze plagen. In ruil voor land om zich te vestigen.

De Saksen stonden dus voor de niet al te moeilijke keuze tussen het drassige Friesland, waar intussen velen van hen waren neergestreken – een gebied wat in die dagen vrijwel de hele Hollandse kust betrof - en Gallo-Romeins Brittannië. Velen verkozen Brittannië boven hun Sassenheim (thuis voor de Saksen) en zouden zo hun deel gaan bijdragen aan de mythe over koning Arthur. Want deze mythe gaat over niets anders dan de laatste stuiptrekkingen van Gallo-Romeins Brittannië voordat het vrijwel geheel in barbaarse (lees Saksische) handen zou vallen.
De meeste Franken zagen dit overigens allemaal waarschijnlijk met lede ogen aan vanaf hun goede kant van de grenzen van het Romeinse rijk. Al waren er wel vaak schermutselingen met de Saksen.

Maar hoe zat het dan precies met degenen die het zojuist genoemde in bovenstaand relaas allemaal veroorzaakt hadden?
Waarom waren die Goten überhaupt ineens zo massaal naar het zuiden gekomen?
De enige verklaring die mij plausibel genoeg lijkt is dat het in het noorden ineens veel kouder was geworden, wat mislukte oogsten tot gevolg had waardoor alle monden niet meer konden worden gevoed.

Direct ten noorden van die Goten in Zweden woonde een volk wat de Svear heette – de naamgevers van Zweden – en die waren door de plotseling steeds kouder wordende omstandigheden in hun thuisland steeds meer naar het zuiden komen afzakken, het land der Goten in. Wat tot gevolg had dat het in het land der Goten een beetje dringen aan het worden was.

Dat Zweden en Goten niet de enigen waren die te lijden hadden onder die ineens verslechterende weersomstandigheden, daar zouden vooral de Goten op een zeker moment zelf achter komen.

Hierboven vertelde ik reeds dat de Goten op een zeker moment besloten langs de oostelijke grenzen van het Romeinse rijk verder naar het zuiden af te zakken, in plaats van onze streken binnen te vallen en gelijk een confrontatie aan te gaan met de geromaniseerde Franken die het Romeinse rijk verdedigden. Maar door die oostelijke route te volgen kwamen ze onvrijwillig in aanraking met andere klimaat-vluchtelingen, die voor nog een veel groter domino-effect zouden gaan zorgen dan de Goten al hadden gedaan.

We keren hiervoor dan weer even terug naar centraal Azië, naar de steppen waar de voorouders der west Europese volkeren ook voor een deel vandaan waren gekomen (zie deel 3).
Daar waren altijd zekere stammen blijven wonen, slechts nu en dan hadden onder hen families besloten naar het westen te trekken waar ze dan regelmatig voor de nodige onrust hadden gezorgd onder de volken in West Europa.
Zo waren er bijvoorbeeld de invallen van de Scythen geweest...

die vooral diverse Keltische stammen in midden-Europa meer naar het westen hadden gedreven nog voor onze jaartelling begon.
De volken die nu op die steppen woonden werden Sarmaten genoemd en Alanen. Het was een krijgersvolk van voortreffelijke ruiters, net als hun voorvaderen dat al waren geweest.
Zij voelden echter de hete adem in de nek van een ander volk van ruiters die - door de omstandigheden waarin die al geruime tijd leefden - nog meer gehard waren dan zijzelf.

In Siberië, dat gebied wat in voorgaande delen al eens ter sprake is gekomen, woonde een machtig ruitervolk wat eerst had geprobeerd het ten zuiden van hen gelegen China binnen te vallen...

... maar zij waren hier niet in geslaagd dankzij een huzarenstukje wat de Chinezen hadden verricht om hen hiervan te weerhouden. De Chinezen hadden hiervoor namelijk een 6.259 kilometer lange muur gebouwd dwars door China, waarbij de Romeinse muur van Hadrianus in Brittannië dan nog slechts broddelwerk lijkt.
Reeds vanaf 200 voor Chr. hadden deze ruiters regelmatig geprobeerd het Chinese rijk binnen te vallen maar het beschaafdere zuiden had hen telkens opnieuw weten te weren.
Wie die Aziatische ruiters waren? Zij worden tegenwoordig de Hunnen genoemd!

Na herhaaldelijk door Chinese legers te zijn teruggedreven richtten de Hunnen uiteindelijk hun blik maar op het westen.

Zo kwamen zij uiteindelijk op de steppes terecht waar de Sarmaten nog woonden en die dreven zij voor hen uit.
De Hunnen hadden echter nu zo de smaak te pakken dat zij verder westwaarts bleven gaan en zo kon het niet uitblijven dat zij in aanraking kwamen met die andere volkeren die aan de wandel waren gegaan, namelijk de noord-Europese vluchtelingen de Vandalen en... de Goten!

Voordat we in het kort de consequenties van al deze migraties gaan bespreken wil ik eerst nog even aanstippen dat de enige reden van die aanhoudende druk van de Hunnen op de grenzen van het Chinese rijk en later die van het Romeinse rijk, enkel maar kan zijn omdat het in hun land van origine onleefbaar voor hen aan het worden was.
Het land waar zij dan toch alweer vele generaties moeten hebben gewoond scheen hen ineens niet meer voldoende te kunnen bieden om er voort te kunnen bestaan.
Het simpele feit dat dit omstreeks dezelfde tijd tevens gold voor vele inwoners van Scandinavië maakt de conclusie, dat een verandering van klimaat wel eens de prominente drijfveer zou kunnen zijn geweest, wel gerechtigd. Want zowel het noorden van Scandinavië als Siberië staan niet echt bekend om hun warme en vriendelijke klimaat.

Er was in de wereld der mensen inmiddels echter zoveel veranderd dat zulke grootschalige migraties – zoals in de honderdduizenden jaren voorheen zo vaak was voorgekomen – niet meer zomaar konden worden uitgevoerd.
De Chinezen hadden dit eigenlijk middels die duizenden kilometers lange muur wel duidelijk gemaakt, omdat er nu beschaving was moesten er gelijk ook maar grenzen zijn. Grenzen die met hand en tand werden verdedigd.

Aan de oostelijke grenzen van het uitgestrekte Romeinse rijk had men geen grote muur gebouwd, de Romeinen waren onder keizer Hadrianus (AD 138) begonnen om vooral natuurlijke grenzen als rijksgrenzen in te stellen. De rivieren Rijn, Main en Donau waren goed te verdedigen grenzen voor de Romeinen in Europa...

Overigens was er in de tijd dat de Hunnen massaal naar het westen begonnen te trekken niet langer sprake van één Romeins rijk, men had het rijk nu (omstreeks 364 AD) in tweeën gedeeld. Er was nu een oostelijk en een westelijk deel en vooral op het oostelijk deel was het accent komen te liggen. Van dat oostelijk deel was Constantinopel de hoofdstad.

Het was in het oosten dat zich omstreeks 382 AD vele Goten bij de grens aan de monding van de Donau in de Zwarte zee zouden melden met het verzoek of zij zich daar mochten vestigen.
Deze Goten waren toen al ruim een eeuw langs de grenzen van het Romeinse rijk zuidwaarts getrokken, maar zij werden nu geconfronteerd met de Hunnen die alles op hun weg naar het westen vernietigden.
De keizer van het Oost-Romeinse rijk, Valens, stond hen hierop toe zich aan de grens aan de Donau te vestigen met in ruil daarvoor dat de Goten nieuwe grenssoldaten zouden zijn.

Alle beroering die de Hunnen veroorzaakten zorgde er echter al snel voor dat de Goten ook in hun nieuwe woonplaats aan hongersnood zouden gaan leiden, en toen keizer Valens hen liet zakken en weer als ongewenste vreemdelingen begon te behandelen was voor de Goten de maat vol.
Massaal trokken zij nu de grenzen van het Romeinse rijk over en splitsten zich terzelfder tijd min of meer in twee verschillende groepen die tegenwoordig vooral bekend zijn onder de namen Ostrogoten en Visigoten.
De Visigoten brachten eerst de legers van het Oost-Romeinse rijk een gevoelige nederlaag toe bij Adrianopel (AD 378) waarbij keizer Valens zelfs de dood zou vinden en daarna trokken zij plunderend door Griekenland.
Schijnbaar vonden ze hier toch niet waarnaar ze zochten en richtten zij hun blik maar weer op het noorden. Ze trokken nu binnen de grenzen van het Romeinse rijk langs de Adriatische zeekust richting Italië wat zij binnenvielen, waarna zij gelijk doorstoomden naar de legendarische hoofdstad van het Romeinse rijk, Rome.

Daar eenmaal aangekomen zouden de Visigoten, onder hun leider Alaric, datgene doen waarvan de Romeinen de Galliërs ooit had weten te weerhouden door hen schattingen te betalen, en wat de Carthaagse veldheer Hannibal om onbegrijpelijke redenen had nagelaten: zij veroverden Rome en plunderden de stad in 410 AD.
Waarna ze weer verder zouden trekken, schijnbaar koesterden zij niet de wens hier een nieuw bestaan op te bouwen. Daarvoor kozen ze namelijk de voormalige Romeinse provincie Gallia Narbonensis uit en Spanje.

Resteert nu enkel nog even te vertellen hoe het met de Hunnen af zou lopen. Deze lieten zich door de heersers van het Oost-Romeinse rijk grote sommen geld betalen om ervan af te zien het rijk binnen te vallen.
Deze Hunnen hadden trouwens in 433 AD een groot leider gevonden in Attilla, onder wiens leiding ze vooral strooptochten begonnen uit te voeren binnen de grenzen van het voormalige West-Romeinse rijk.

Zij wisten zelfs tot aan de limes aan de Rijn te komen die zij overstaken waarna ze Romeins Gallia binnenvielen.
In Gallië leden zij pas hun eerste nederlaag, in de buurt van Orléans tegen de Visigoten die onverwachte tegenstand boden. Op hun terugtocht hiervan stuitten zij uiteindelijk op een leger wat bestond uit een verbond van Romeinen en min of meer geromaniseerde Germaanse stammen, namelijk van Franken, Visigoten, Bourgondiërs en Alanen. Hier leden de Hunnen op de Catalaunische velden een dermate grote nederlaag dat zij zich terugtrokken uit Gallië door de Rijn opnieuw over te steken.
In Hongarije zou Attilla toen in 453 AD tijdens een soort van orgie zijn gestorven door verstikking.
Al bestaat er tevens een verhaal dat hij de dood zou hebben gevonden door toedoen van een van zijn vrouwen, Ildico of Gudrun.

Hiermee was er tevens min of meer een einde gekomen aan de periode van volksverhuizingen die zo hun stempel op de geschiedenis hadden weten te drukken.
Dat een verandering van klimaat hier een behoorlijk grote factor in moet hebben gespeeld lijkt mij zeer waarschijnlijk.
Het was echter niet de laatste keer dat er sprake zou zijn van klimaatvluchtelingen.

In het volgende en laatste deel wil ik ter sprake gaan brengen welke volken er nog meer zouden gaan verhuizen vanwege veranderingen in het klimaat om dan tevens tot een samenvatting van een en ander te komen. En vooral met de vraag of er nu echt wel een einde is gekomen aan grootscheepse migraties ten gevolge van veranderingen in het aardse klimaat.

Grounded: Het is natuurlijk een open deur dat het klimaat verplaatsingen van mensen stuurt; tenslotte is de eerste levensbehoefte 'voedsel' volledig afhankelijk van het weer.
Maar ik vind dat je de zaken toch te eenzijdig belicht JB.
Want zoals ik bij je vorige artikel al opmerkte onderbelicht je bijvoorbeeld het element extreme bevolkingsaanwas door het succes van een cultuur. (Kijk bijvoorbeeld de Hunnen: hoe konden die de halve wereld veroveren: omdat ze met 'heul veul' waren, HEUL VEUL!!!)
Een ander element is bijvoorbeeld: succes van de militaire capaciteiten. Dan blijkt 'migratie' (zei hij eufemistisch ) ook vaak te gebeuren met als reden 'omdat het kan'. Waarom kon Alexander de Grote zijn rijk stichten: superieure militaire capaciteiten (beroemde falanx), waarom konden de Romeinen hun rijk vestigen: superieure militaire capaciteiten (m.n. bewapening en strategieën), waarom konden de Hunnen hun rijken vestigen: superieure militaire capaciteiten (zeer beweeglijk want zeer omvangrijke 'cavalerie' met lichte bepansering, uiterst effectieve bogen en de kunst van het schieten vanaf het paard). Hetzelfde kun je aanvoeren voor de Perzen, de Egyptenaren, de Assyriërs, enz., enz., enz.
Andere aspecten zijn verder sociale factoren, politieke factoren, bestuurscapaciteiten, besmettelijke ziekten, aanwezigheid van grondstoffen, technische kennis, agrarische kennis, enz.
(bericht gewijzigd op 9-12-2010 13:01:09)
God? Dat ben je zelluf!
Op --0 9:53:08 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
welja: Ik vind het toch een interessant verhaal omdat je zo ziet welke volken er waren, hun oorsprong en uiteindelijke thuisland. We kunnen eigenlijk zonder genetisch onderzoek niet zeggen waar we zelf van afstammen omdat er door de talrijke migraties ook vermenging moet zijn geweest.
Ik vraag me wel eens af wie mijn verre voorvaderen waren.
Laatst zag ik iemand gelukkig staan te wezen.
Op --0 13:27:36 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
antitoerisme : Ook nog vergeten te vermelden dat de Hunnen zeker geen homogeen volk vertegenwoordigden in die tijd maar dat die ook een flinke verzameling andere stammen als iraanse en germaanse en turkse stammen vertegenwoordigden en dat er ostrogothen en visogothen tegenoverelkaar stonden bij de slag bij de Catalaunische Velden in frankrijk.

Verder een leuke theorie over de Gothen die via Jutland zouden zijn getrokken maar de volkeren die vanuit die gebieden zouden zijn vertrokken deden dat honderden jaren later dan dat de gothen hun landen zouden hebben verlaten . tegen die tijd zaten ze al lang en breed in het zuidoosten van het romeinse rijk. Ik sluit niet uit dat er mogelijk een groep via jutland zou kunnen zijn overgestoken maar het klinkt weinig aannemelijk dat dat een verhuizing tot stand bracht.

Wat we zien bij de germaanse verhuizingen is het samengaan van kleinere stammen tot grotere verbonden.
Alles dat ik zeg wordt herhaald door een zwoel vrouwenkoortje
Op --0 16:43:36 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
antitoerisme : aanvullling:

Het is niet uitgesloten dat de Juten genetisch verwant waren met de Gauten, en zelfs met de Goten, die vermeld worden in de Gutasaga. Volgens dat verhaal bereikten de bewoners van Gotland het vasteland van Europa. De archeologische vindplaats Wielbark in Polen zou aantonen dat de Goten daar in een vroeg stadium aankwamen.


Hoe dan ook zouden de juten gothen zijn geweest dan leide dat niet tot de verplaatsing van de saksen. Wellicht wel die van de verplaatsing van de cimbren die daar ook ooit woonden en het de romeinen zuur maakten .

Alles dat ik zeg wordt herhaald door een zwoel vrouwenkoortje
Op --0 16:57:42 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden