Dan zijn we nu aangekomen bij het laatste deel van de serie 'Wereld in beweging', waarin ik diverse volksverplaatsingen uit de geschiedenis der mensen vanaf het prille begin ter sprake heb gebracht en waarin ik heb proberen aan te tonen dat het klimaat hier wel eens een belangrijker rol in zou kunnen hebben gespeeld dan vandaag de dag wordt aangenomen.
Het hele ontstaan van de mensen als speciale soort, waarin het zich ging onderscheiden van de overige primaten in Afrika, hebben we eigenlijk voor een groot deel te danken aan veranderingen in dat klimaat.

In de weinige ruimte die ik hier tot mijn beschikking had probeerde ik de lezer er eens over na te laten denken waarom wij als diersoort enige bijzonderheden zouden krijgen die ons zo doen onderscheiden van bijvoorbeeld de Chimpansee, die genetisch voor de rest toch zeer aan ons verwant is.

Ik heb mij hierin bewust niet laten beperken tot die zekere wetenschappelijke consensus die er in de loop van de laatste decennia is ontstaan over dit onderwerp, want deze laat nog veel te veel onverklaard terwijl een aantal serieuze geleerden er wel degelijk een goede verklaring voor heeft weten te vinden.
Een goed voorbeeld hierin is het plotseling rechtop gaan lopen wat zekere hominiden (Homo Habilis) gingen doen; dit brengt dermate veel fysieke veranderingen en aanpassingen met zich mee dat het eerder lijkt dat het voortbestaan van de soort daar in gevaar mee kwam dan dat het erbij was gebaat.

Tenzij er door veranderende omstandigheden in de directe leefomgeving geen andere keus was, wilde de soort kunnen voorbestaan.

De huidige consensus, namelijk een stelling die de 'savannetheorie' wordt genoemd en waarin wordt beweerd dat men door die savannen rechtop ging lopen, kan hierin niet helemaal stand houden. Niet alles wordt hierdoor namelijk verklaard.

Een habitat die zich voor een groot deel in en om het water bevond is een verandering die eerder in aanmerking komt als verklaring voor één en ander. In dat water hadden zekere hominiden voldoende tijd fysieke veranderingen te ondergaan die het rechtop lopen (Homo Erectus) vereenvoudigden, het zelfs tot pure noodzaak maakten. We hebben daar als voorbeeld de neusaap uit Borneo voor, dit is tegenwoordig de enige aapachtige die nog in staat is langdurig rechtop te blijven lopen. In het water en erbuiten. Dit komt door de waterrijke mangrovebossen waarin hij woont.

Dat mensenbaby's vanwege hun al veel grotere schedel daarvoor prematuur moesten worden geboren - met een nog niet helemaal gesloten fontanel om ze door het net iets te smalle gat van het bekken door te kunnen laten passen – dat was de keerzijde van de medaille. Een groter bekken kon weer niet in verband met dat rechtop lopen, wat daardoor aanzienlijk zou worden bemoeilijkt.

Zojuist genoemde aanpassingen brachten tevens met zich mee dat geboortes vaker verkeerd konden aflopen en dat moeder en/of kind stierven tijdens de bevalling. Maar de natuur stelt nu eenmaal alles in het werk om het voortbestaan van een soort enigszins te waarborgen. Op dat moment waren zulke aanpassingen de enige mogelijkheid om het voortbestaan van deze hominiden zeker te kunnen stellen.

Vanwege die zeer natte habitat verloor de Homo Erectus daar het meeste lichaamshaar en kregen de vrouwen meer uitstekende en vooral langere borsten. De natuur had daar weer een heel logische reden voor, en ondanks wat men nogal eens gauw denkt had dat in eerste instantie niet direct iets te maken met het lokken van de andere sekse. Al speelde dat er zeker op den duur heus wel een beetje een rol bij.

De eerste verklaring waarom heeft natuurlijk te maken met datgene waarvoor een vrouw überhaupt borsten heeft, namelijk om zuigelingen te kunnen voeden. In en om het water, een strand of een modderig stukje grond, was er niet altijd een boom met voldoende takken om een en ander makkelijker te maken voor de moeder tijdens het voeden. En de kindertjes konden niet direct meer naar moeders lichaamsbeharing grijpen om zo naar hun voedingsbron omhoog te klimmen. Wat voor mama betekende dat het zeer inspannend kon zijn als ze haar hongerige jong dan al die tijd omhoog moest houden zodat die zich aan de voedingsbron kon laven.
Als kindjelief niet uit eigen beweging naar de bron toe kon, dan moest de bron maar naar het kindje toe komen. De natuur zorgt altijd weer voor een oplossing.

Zie hiervoor tevens mijn verhaal 'De unieke vrouwenborst' hier . (De arts Marc Verhaegen heeft hier een uitstekend boek over geschreven: "In Den Beginne was het Water").

En dan die andere specifiek menselijke kenmerken die enkel op deze manier te verklaren zijn:

  • Het begin van kleine vliesjes tussen vingers en tenen (Chimpansees hebben die echt niet),
  • een ingedaald strottenhoofd wat gelijk naar lucht happen met neus en mond mogelijk maakte - wat als bijkomend voordeel bleek te hebben dat ze zo in staat waren uitgebreid en langdurig met elkaar te communiceren met echte woorden door het sturen van de lucht langs de stembanden,
  • voeten die alle beginselen van zwemflippers begonnen te vertonen, tenen werden toch niet meer gebruikt om aan te slingeren,
  • een veel meer uitstekende neus die zich goed afsloot onder de druk van water. Evenals een mond die beter afsloot trouwens, en meer van een goudvissenmond weg begon te krijgen,
  • actieve traanklieren die ervoor konden zorgen dat zout werd gefilterd uit per ongeluk ingeslikt zout water, vooral zeedieren beschikken om die reden over goed functionerende traanklieren. En de olifant, die aantoonbaar ook een evolutie in water moet hebben doorgemaakt,
  • veel meer direct onderhuids zittend vet, men hoeft maar naar zee-olifanten, walrussen, zeehonden, de olifant, het nijlpaard en vele andere dieren te kijken om te zien waarom dit noodzakelijk was in verband met het vasthouden van de lichaamstemperatuur in het water...

... allemaal kenmerken die voor ons zo gewoon lijken, maar ons mensen wel deed onderscheiden van al die andere primaten. En die enkel maar tot nut konden zijn in een zeer waterrijke habitat.
Het land in oostelijk Afrika waar deze eerste menselijk wordende stammen verbleven was in die dagen beslist waterrijker dan tegenwoordig. Ik meen eens te hebben gelezen dat men daar ook al bewijzen voor heeft kunnen vinden.

Maar de aarde bleef in beweging. Niets was permanent, en zeker niet het klimaat.
Het begon op een zeker moment weer veel droger te worden. Wat tot gevolg had dat Homo Erectus zich steeds vaker weer op droge en vaste grond bevond. Eerst boden bossen nog voldoende mogelijkheden om in verder te leven maar naarmate het droger werd waren velen van hen genoodzaakt – geholpen door hun vermogen langdurig rechtop te staan – goed uit te kijken over hoog gras of er geen roofdieren op de loer lagen.

Rechtop lopen bracht wel het voordeel met zich mee dat ze nu de handen vrij hadden om voedsel over grotere afstanden met zich mee te kunnen nemen, al werd dat voedsel wel steeds moeilijker te vinden en moest men steeds grotere afstanden afleggen om het te vinden.
En zo volgden er grootscheepse migraties waardoor ze uiteindelijk zelfs in geheel andere delen van onze wereld terechtkwamen.
In een direct ten noorden van Afrika liggend Europa bijvoorbeeld, wat groen en voedselrijk was. Misschien kwamen zij hier door water over te steken, maar misschien kwamen zij ook nog wel gewoon over land in bijvoorbeeld Gibraltar terecht. Want net als de mens bleef de wereld in beweging.

Maar eenmaal in Europa, terwijl ze het daar juist reuze naar hun zin hadden, begon het langzaam aan steeds kouder te worden. Dit ging echter zo geleidelijk dat er ruim de tijd was om weer enige fysieke veranderingen hiervoor te ondergaan.
De belangrijkste lichamelijke aanpassingen van deze keer waren:

  • vooral niet te lange ledematen want die konden eerder bevriezen omdat het bloed dan een langere weg naar de uiteinden moest afleggen,
  • een kortere nek en een gedrongener bouw (Homo Sapiens Neanderthalensis).
    Ze gingen in holen wonen en ontwikkelden gelijk iets van een vorm van spiritualiteit.
    Want dat zij intelligent waren heeft men inmiddels wel vast weten te stellen aan de hand van archeologische vondsten. Hun schedelinhoud was zelfs iets groter dan die van ons.

In Afrika was het in die zelfde tijd dan juist weer feest, want de woestijn werd weer groen en overal was voedsel in overvloed. Dat er door die overdaad dan al gauw vele extra monden te voeden bijkwamen als men zich weer eens overgaf aan die favoriete bezigheid leek geen enkel probleem. Net zomin als lange armen en benen die men hier weer wel had. In de warmte maakte dat niets uit.
Die lange ledematen zouden ze hard nodig gaan hebben toen het langzaam aan weer warm begon te worden en de boel weer eens begon te verdrogen.

Want zo konden ze dan door de savannen hele grote stukken afleggen op zoek naar een nieuw paradijs.

Vanaf het moment dat zij hiertoe overgingen sluit die savannentheorie er dus wel weer bij aan.

Als Homo Sapiens Sapiens – tot welks ze zich inmiddels hadden ontwikkeld - trokken velen toen maar weer naar het noorden, waar het beslist groener en voedselrijker was dan waar zij zich op dat moment bevonden.
Mogelijk reisden ze via Egypte, via Arabië en via Gibraltar.

Het is mogelijk dat zij daar misschien een zee voor moesten oversteken. Maar de dubbele Sapiens kon inmiddels wel eens in staat zijn geweest om een soort vaartuigen te bouwen uit boomstammen waarmee dat soort zaken dan mogelijk waren. Er zijn genoeg prehistorische boomstamkano's gevonden om dat vermoeden te rechtvaardigen.

Eenmaal aangekomen in Europa en Azië moeten deze reizigers beslist de Neanderthalers hebben ontmoet. Want archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat beide soorten korte tijd in een zelfde tijdvak naast elkaar moeten hebben bestaan.

Het plotselinge uitsterven van die ander, de Homo Sapiens Neanderthalensis, heeft men overigens nooit helemaal bevredigend kunnen verklaren. Men heeft in overweging genomen dat zij zouden zijn uitgeroeid door de nieuwkomers uit Afrika, of dat zij naar het noorden zouden zijn gedreven waar het nog koud was en waar minder voedsel was te vinden. Waardoor zij steeds minder in getal werden...

Maar het zou natuurlijk evengoed kunnen dat de Homo Sapiens Sapiens - die net uit het warme Afrika kwam - ziektes met zich meebracht waar zij zelf dan wel de anti-lichamen voor hadden intussen, maar waar de in de koude levende Homo Sapiens Neanderthalensis niet resistent tegen bleek te zijn. Waardoor zij massaal ziek begonnen te worden en zo uitstierven.

In Noord en Zuid Amerika zou uiteindelijk heel veel later iets soortgelijks gaan gebeuren met vele daar wonende Indiaanse stammen. Sommige stammen stierven volledig uit door ziektes die de Europeanen meebrachten (zoals bv. de Mandan). Europeanen waren er resistent tegen maar Indianen hadden die ziektes nooit onder hun gelederen gehad en er helemaal geen anti-lichamen voor.
Er zijn trouwens wel meer specifiek menselijke ziektes die hun oorsprong in Afrika hebben liggen.

Warm – koud – warm – koud... de wereld bleef continu in beweging. En daardoor ook degenen die op de wereld woonden.

Eigenlijk betreft al het bovenstaande in zeker opzicht niets anders dan een samenvatting van datgene wat ik in eerdere delen al onder de aandacht bracht.
In dit laatste deel gaan we verder met nog een aantal gevolgen van al die aardse en menselijke beroering.

In deel 5 waren we overigens de periode van de migraties van Homo Sapiens uit Afrika alweer lang voorbij.
De mens was inmiddels in bijna iedere uithoek van de wereld neergestreken en had daar op den duur iets van een bestaan weten op te bouwen, om die telkens weer onderbroken te zien worden door gebeurtenissen die aan het klimaat van dat moment gerelateerd kunnen worden.

Nu heb ik het in die beschouwingen hoofdzakelijk gehad over Europa en het nabije oosten, maar in Noord- en Zuid-Amerika is het beslist niet anders geweest. Integendeel juist.

Volgens de huidige consensus is de mens (Homo Sapiens Sapiens) tijdens trektochten door het stervenskoud wordende Siberië zo´n 20.000 jaar geleden bij de op dat moment nog bevroren Beringstraat uitgekomen waar zij besloten die zee van ijs over te steken op zoek naar voedsel. Om eenmaal in Alaska aangekomen naar het zuiden te trekken.
Eenmaal daar moeten ze er in de duizenden jaren die zouden volgen achter zijn gekomen dat vooral een groot deel van het land waar zij eerst waren beland op langere termijn niet aan hun verwachtingen bleef voldoen.
Want om de een of andere reden werd er pas echt sprake van permanente nederzettingen - waar zij dan zelfs weer iets van een beschaving konden ontwikkelen - toen zij het midden van dit uitgestrekte continent hadden bereikt. Wat betekent dat zij pas in Midden-Amerika (Mexico, Guatemala enz.) langere tijd op een plaats besloten te blijven.

Men hoeft overigens maar naar de geologie van Noord-Amerika te kijken om aanwijzingen te krijgen waarom zij niets permanents in het noorden zouden stichten.


(Monument Valley)

Zulke vormen van erosie – zoals die te zien zijn in de Noord- Amerikaanse staat Utah - kunnen enkel maar door ijs worden veroorzaakt. En als men dan ziet hoe zuidelijk het landijs op dit continent schijnbaar wist te komen...

... dan lijkt Europa daarmee vergelijken wel een tropisch paradijs.

Dat ijs was echter niet het enige wat het noorden van Amerika voor de eerste mensen op termijn geen goede vestigingsplaats deed zijn. Om dit bevestigd te krijgen hoeft men enkel maar de nieuwsberichten tegenwoordig te volgen, want als er een plaats op onze aarde is waar een veelvoud aan natuurrampen – aardbevingen, tornado's, overstromingen en sluimerende supervulkanen (Yellowstone) – voorkomen dan is het wel op het Noord-Amerikaanse continent.
 

Dat is tegenwoordig zo, maar in de tijd van de eerste mensen op dit continent is dat waarschijnlijk niet veel anders geweest. Monument Valley lijkt daar bewijs genoeg voor te bieden.
Toen de Europeanen na Columbus besloten om hier kolonies te gaan stichten woonden er in Noord-Amerika naar verhouding nog steeds niet veel mensen eigenlijk. Terwijl dat in Midden- en Zuid-Amerika juist wel het geval was.

En de stammen die er woonden leden vaak meer een semi-nomadisch bestaan waardoor de nederzettingen waarin zij verbleven nooit een echt permanent karakter leken te hebben.

Zelfs aan de oostkust troffen de Europeanen enkel maar dorpjes als op de illustratie links.

Pas in de buurt van de huidige grens met Mexico was er sprake van meer permanente nederzettingen.
De enige logische verklaring hiervoor lijkt dat die eerste Euraziatische migranten in Noord-Amerika al vrij snel ontdekt hadden hoe onbestendig de wereld in het noorden van de Amerika's was.
Niet dat het midden en het zuiden volledig hiervan verschoond bleven, maar het was daar wel beduidend beter schijnbaar.

Natuurlijk zou die beschaving die zich in Midden-Amerika begon te ontwikkelen op een zeker moment eveneens te lijden gaan krijgen onder volksverhuizingen. Net als in Europa was gebeurd. En als men de jaartallen bekijkt tevens in min of meer hetzelfde tijdvak!

Volken die uit het noorden kwamen deden bijvoorbeeld met grote regelmaat invallen in het Maya rijk. Ik neem aan dat dit vooral gebeurde nadat het eerst lange tijd goed toeven was geweest in het noorden en er dan plots weer een verandering optrad waardoor er teveel mensen waren in een gebied waar te weinig voedsel was.
Hoe dan ook, uiteindelijk trokken de Maya's zich onder die toenemende druk terug – naar het warmere zuiden - en lieten hun steden achter voor die invallers uit het noorden.

Niet eens zo gek veel anders dus dan wat er in Europa gebeurde. Waar ik dan nu alsnog maar weer even naar terug wil keren.
In deel 5 heb ik het voornamelijk over de periode van grote volksverhuizingen gehad, die het einde van Romeinse rijk zouden inluiden. Naar mijn mening een duidelijk gevolg van veranderingen in het klimaat waardoor het op bepaalde plaatsen op aarde steeds onleefbaarder begon te worden.

In een ander artikel van mij hier op Grenswetenschap, wat 'Onze IJstijd' heet, vertelde ik dat ik tijdens een lezing had vernomen dat we ons eigenlijk zelfs nu nog aan het einde van een ijstijd bevinden. Eentje die zo'n 3 miljoen jaar geleden zou zijn begonnen en nu zo'n beetje naar zijn einde toe begint te lopen.
Dit houdt dan in dat die periodes die we nu doorgaans 'ijstijd' noemen niet meer dan stuiptrekkingen zouden zijn geweest van die lange koudere periode die langzaam aan naar het einde toe aan het lopen is. Zodat het enkel nog maar warmer aan het worden is.
Als men die koude periodes die ik in voorgaande delen beschreef eens onder de loep neemt dan blijkt dat ze nu en dan terugkwamen maar telkens aan hevigheid in leken te boeten.
Een van die koude-stuiptrekkingen zou mogelijk kunnen zijn geweest toen ineens allerlei volken aan de wandel besloten te gaan tijdens de volksverhuizingen. De Germaanse inwoners van Scandinavië trokken in grote getallen zuidwaarts en in het verre oosten gingen Mongoolse ruitervolken massaal westwaarts, Siberië uit. Dat waren dan de Hunnen.

Ik veronderstel echter dat dit niet de laatste serieuze stuiptrekking van die tot een einde komende ijstijd was. Want ruim 500 jaar later zouden zekere volken die in streken woonden die men doorgaans als koud omschrijft, weer massaal besluiten op zoek te gaan naar een nieuwe woonplaats.
Wederom kwamen zij uit Scandinavië, enkel noemde men hen nu Vikingen of Noormannen.

Omstreeks het einde van de 8ste eeuw zou het beginnen. Zeg maar ruim 6 eeuwen nadat er een begin was gekomen aan de trek der Visigoten zuidwaarts, waarover ik in deel 5 heb verteld.
In die tussenliggende 600 jaar hadden de inwoners van het hoge noorden zich schijnbaar weer prima weten te redden in de ontstane ruimte na het vertrek van zovele van hun landgenoten, maar ineens was dat allemaal veranderd. Hoe kan dat nu?

De standaard verklaring is dan dat het gewoon goed met ze was gegaan waardoor ze zich dermate hadden vermeerderd dat er nu weer te veel monden waren om te voeden.
Het mag dan waarschijnlijk wel waar zijn dat de bevolking groeide, het verklaart niet helemaal waarom het land waar ze al die eeuwen al hadden gewoond hen ineens niet meer voldoende voedsel op zou leveren om er verder te kunnen voortleven.

Het lijkt mij waarschijnlijker dat de winters in Europa, vooral vanaf de 8ste eeuw, voor het noorden weer strenger waren geworden en langer begonnen te duren. Hierdoor bleef er voor de inwoners van Scandinavië niet voldoende tijd in lente en zomer om toereikende voorraden aan te leggen voor de winterse periode.

Tijdens de Volksverhuizingen was al gebleken dat de Germaanse inwoners van noordelijk Europa zich vaardigheden wat betreft de zeevaart eigen hadden gemaakt.
Hoe zij aan die vaardigheden waren gekomen blijft raden. Ze kunnen die in de loop der eeuwen zelf hebben ontwikkeld, ze woonden nu eenmaal al vele eeuwen langs kusten, maar er is tevens de mogelijkheid dat ze de kunst een beetje hadden kunnen afkijken.
Want wanneer was er pas echt sprake ineens van grootscheepse zeevaart op de Noordzee en het Kanaal?
Vanaf de Romeinse tijd, toen Groot-Brittannië ook door de Romeinen was veroverd en er sprake was van een uitgebreide handelsvaart tussen diverse steden binnen dat Romeinse rijk.

Vóór die tijd is er beslist ook wel sprake geweest van overtochten per schip, maar in de meeste gevallen was er dan eerder sprake van armetierige pieremachocheltjes dan van robuuste zeegaande vaartuigen waar men met velen op kon reizen.
De Romeinen noemen ook nergens echt de schepen der Germanen toen zij voor het eerst deze streken binnen vielen en de volken en hun leven beschreven.
Dit zou echter veranderen toen de Romeinen zich in Gallië hadden gevestigd en met een vloot richting Brittannië koersten met het doel dit eiland te veroveren.

De Romeinen waren overigens zelf evenmin de uitvinders van goede zeegaande schepen hoor. Zij hadden tijdens de Punische oorlogen (oorlogen met Carthago tussen 264 – 146 v. Chr.) beseft dat zij over een goede vloot moesten beschikken om een volk van zeevaarders te kunnen verslaan en zij hadden daarvoor buitgemaakte Carthaagse schepen schaamteloos gekopieerd en zelfs verbeterd hier en daar.


(Carthaagse galei) (Romeinse galei)

Is het dan zo onwaarschijnlijk te noemen dat in de loop van al die eeuwen dat de grenzen van het Romeinse rijk zich in het waterrijke Nederland bevonden, de daar vlakbij wonende volken op hun beurt de kunst van het bouwen van grotere schepen weer van die Romeinen hadden afgekeken?

Want ineens beschikten bijvoorbeeld Saksen en Angelen over grote schepen, vol met families, waarmee ze de Britse kusten konden teisteren in de 5e eeuw.

En een aantal eeuwen daarna was er ineens sprake van grote 'Drakenschepen' die langs de Noorse en Deense kusten voeren en al spoedig eveneens andere kusten begonnen te verkennen met niet altijd even goede bedoelingen.

De inwoners van Scandinavië wisten dat de inwoners van de landen ten zuiden van hen een beter en rijker leven hadden dan zijzelf. Maar dat deze tevens bereid waren dit te verdedigen, want sinds de Romeinen was er sprake geworden van grenzen.
Na de ineenstorting van het Romeinse rijk waren deze grenzen echter wel tijdelijk wat vager geworden en werden zij iets minder goed verdedigd. Daar besloten de 'Noormannen' gebruik van te maken.
Schijnbaar dachten zij dat als ze datgene waar zij zelf een gebrek aan hadden - met geweld desnoods - uit die andere landen haalden, zij hun eigen leven thuis konden verbeteren.
Zodoende begonnen zij de kusten van onder andere de Lage Landen te teisteren met georganiseerde plundertochten.

Stormvloeden en transgressie hadden er in de eerste eeuwen van onze jaartelling voor gezorgd dat vele plaatsen in de Nederlanden zeer goed bereikbaar waren geworden voor goede zeevaarders met niet al te diep stekende schepen.
Het verhaal van de rijke – van oorsprong Friese – nederzetting Dorestad behoort een ieder toch wel bekend te zijn.
Deze bij de voormalige Romeinse limes gelegen stad was het, na het ineenstorten van het Romeinse rijk, dankzij de handel behoorlijk voor de wind gegaan.

Deense Noormannen zouden deze stad herhaaldelijk plunderen en besloten er op een zeker moment zelfs maar te blijven om er te gaan wonen.
Hieruit blijkt dan gelijk dat dit alternatief vele inwoners van Scandinavië meer aanstond dan in hun eigen land te proberen verder te leven van de buit die men op wist te halen.
Via Normandië waren de Vikingen tevens in Frankrijk beland en na herhaaldelijke plundertochten – waarbij zij zelfs tot aan Parijs kwamen - kregen zij geheel Normandië in leen van de Franse koning. In de hoop dat zij zich dan koest zouden houden.

Hele families van 'Noormannen' konden zich zo in het rijkere, en warmere, zuiden vestigen.

Soortgelijke 'ontdekkingstochten' werden natuurlijk tevens naar andere streken uitgevoerd.
Zo zijn de Noormannen uit Noorwegen zelfs via IJsland – zie kaartje verder omhoog - de Atlantische oceaan overgestoken om uiteindelijk bij Newfoundland in Amerika uit te komen.
Eerst deden zij echter Groenland aan waar zij zich gelijk vestigden. Wat eigenlijk dan wel weer vreemd is, want daar was het beslist nog kouder dan bij hen zelf thuis.

Op zoek naar aangenamer (en warmer) oorden dan Groenland verder westwaarts kwamen zij terecht in Newfoundland waar zij bij een plaats die nu l'Anse aux Meadows heet, enige tijd zelfs een nederzetting zouden bewonen. Zij noemden deze nieuwe plaats zelf 'Vinland', naar een soort druiven die zij daar zagen groeien.
Op den duur bleken deze gebieden echter toch niet het 'Walhalla' waarnaar zij op zoek waren, want geen enkele vestiging in de nieuwe wereld bleef schijnbaar permanent door hen bewoond.
Ondanks dat zij minachtend de autochtone (Indiaanse) inwoners van Vinland 'bange zwakkelingen' noemden, namen zij toch enkele van hun vrouwen mee toen zij terug zouden keren naar IJsland. Want Spaanse wetenschappers hebben bij een onderzoek van het Mit-DNA bij IJslandse vrouwen – dit DNA wordt enkel van moeder op dochter doorgegeven - vast weten te stellen dat zij Indiaanse voormoeders hadden.


(Scene uit de film 'Pathfinder' over dit onderwerp)

De Deense vikingen hadden meer belangstelling voor de Britse eilanden, net zoals dat vóór hen al het geval was geweest bij eerst de Romeinen en daarna de Saksen en Angelen. De laatst genoemden hadden overigens eerst daar gewoond waar nu die Deense Vikingen vandaan kwamen.
Zij hadden al raids uitgevoerd in Schotland en Ierland - waar velen van hen gelijk bleven om zich te vestigen - maar hun interesse ging natuurlijk veel meer uit naar het rijkere en vruchtbaarder zuiden van de Britse eilanden.
En zo zouden de voormalige barbaarse stammen der Angelen en Saksen, die de Gallo-Romeinse inwoners van Brittannië nu overheersten en ten dele zelfs hadden verdreven, een koekje van eigen deeg gaan krijgen.
Omstreeks 1066 landde een contingent Normandiërs bij Pevensey op de Britse kust met het doel geheel Brittannië te veroveren.
De Noormannen hadden er nooit helemaal vrede mee gehad dat zij slechts een kruimeltje van de rijke cake in Europa in hun bezit hadden gekregen in Normandië, waar zij zelfs de Franse koning als hun soeverein moesten erkennen. Het aan de andere zijde van een zeestraat gelegen Engeland had meer hun interesse.
De daar inmiddels al aardig aan de Gallo-Romeinse levensstijl gewend geraakte Angelen en Saksen hadden in de ogen der Normandiërs uiteindelijk niet meer recht om daar te heersen dan zijzelf. De Normandiër Willem de Veroveraar was zelfs in de verte nog familie van de Saksische koning van Engeland, Eduard de Belijder.

Ik acht het daarnaast trouwens aannemelijk dat nazaten van de Gallo-Romeinse vluchtelingen, die na de invallen der Saksen en Angelen terug waren gevlucht naar Gallië (Frankrijk), hier hun kans schoon zagen om het land van hun voorouders op de Saksen terug te veroveren.
De Noormannen van Normandië waren in de 11e eeuw wel reeds zover aangepast aan de cultuur van het land waar zij woonden dat zij zelfs hun eigen taal niet meer spraken, maar in plaats daarvan het gangbare Gallo-Romeinse dialect wat er door de bevolking in Normandië werd gesproken.
De hertog van Normandië, Willem de Veroveraar, zal waarschijnlijk voldoende vrijwilligers onder de Normandisch-Franse bevolking van zijn hertogdom hebben kunnen vinden voor de verwezenlijking van zijn plannen. Er zaten sowieso vele Bretons onder zijn gelederen. En dit waren weer nazaten van de zelfs nog een Keltisch dialect sprekende vluchtelingen uit Zuid-West Engeland (Cornwall), die na de invallen der Angelsaksen vele eeuwen eerder een veilig heenkomen hadden gezocht in het uiterste westen van Gallië. Dat vanaf die tijd zelfs de naam 'Klein Brittannië' had gekregen (Bretagne).

De rest is geschiedenis.
Te Hastings versloegen de Normandiërs de Saksische heersers verpletterend en werd onder de Normandische koningen van Brittannië zelfs het Frans – wat niets anders is dan een Gallo-Romeins dialect – weer de hoftaal.

Minder bekend is misschien dat inwoners van Scandinavië niet enkel over zee op zoek gingen naar nieuwe landen om te gaan wonen.
Vooral inwoners van het huidige Zweden kozen voor een weg over land naar het zuiden. Na natuurlijk wel eerst de Oostzee te zijn overgestoken.
In de voetsporen van de Goten zouden Zweedse vikingen – eigenlijk niets anders dan Goten en Svear – door het oosten van Europa naar het zuiden trekken.

Zelfs de huidige naam RUS-land herinnert nog aan deze migraties, want de Slavische inwoners noemden hen vanwege hun haarkleur en uiterlijk Rossija (rossig was de kleur van hun haren).

De reden dat zovele Scandinaviërs een nieuw bestaan wilden opbouwen in landen ten zuiden van hen lijkt mij ergens toch een aanwijzing dat het in het noorden door klimaatsomstandigheden niet altijd even leefbaar was voor de inwoners daar.
Waarschijnlijk kwam het in periodes nog vaak voor dat de winters extreem streng konden zijn.

Zo is er een periode in de middeleeuwen die men de 'Kleine IJstijd' noemt en die ongeveer omstreeks 1586 plaatsvond. Die periode van extreme kou was weer voorafgegaan door een periode die men het Middeleeuws klimaatoptimum noemt en waarin het merkbaar warmer moet zijn geweest.
Er was dus sprake van een verandering van klimaatomstandigheden in de 16e eeuw. In 1530 begonnen er bijvoorbeeld langs de kusten van de Lage Landen ineens weer meer stormvloeden plaats te vinden met catastrofale gevolgen. Zo was er in het jaar 1530 sprake van een 'quade saterdach', toen de zee grote stukken van Zeeland en West-Brabant onder water zette.

De Nederlanden bevonden zich in die eeuw niet enkel in de Tachtigjarige Oorlog, maar waren tevens in oorlog met de zee. Het Flevomeer der Romeinen was nu geen voornamelijk zoetwater- bekken meer, maar een heuse aan getijden onderhevige zee, de 'Suydersee'.

Is het toeval dat de periode van grote ontdekkingsreizen en de kolonisatie van Amerika en Afrika door de Europeanen omstreeks dezelfde tijd zou gaan beginnen dat Europa in de periode van een kleine ijstijd zat?
Ik denk zelf dat het ergens een samenloop van omstandigheden betrof; het moedigde vele Europeanen in ieder geval wel aan hun heil op een andere plaats te gaan zoeken.
Voorts is het opmerkelijk te noemen dat juist die kleine ijstijd weer zo'n 5 eeuwen later plaatsvond dan de vorige periode van kou. Dat er tussen iedere koude periode en daaropvolgend klimaatoptimum iedere keer zo'n 4 à 5 eeuwen lijken te zitten.
Maar inmiddels leven we al wel weer 5 eeuwen verder dan die laatste echt koude periode.

In mijn artikel 'Onze IJstijd' beschreef ik reeds dat we volgens Professor Harald Lesch ons nu eigenlijk nog steeds in een ijstijd bevinden die langzaam aan op zijn einde is gekomen na een periode van zo'n 3 miljoen jaar. Dit kan dan enkel maar inhouden dat het warmer aan het worden is, en dat zou betekenen dat plaagstootjes zoals zojuist beschreven koude periodes enkel nog maar minder zullen gaan voorkomen.
Dat lijkt misschien positief, maar dat is ergens nog maar de vraag als men zich realiseert dat Nederland volgens het NAP…

voor een flink deel beneden zeeniveau ligt.

(evenals Vlaanderen trouwens)

En dat dit juist dicht bevolkte gebieden betreft is waarschijnlijk geen toeval.
Want alle dicht bevolkte gebieden op aarde bevinden zich op of rond zeeniveau vandaag de dag.
Daar waar rivieren in zee uitmonden of gewoon laag liggend land waar men goede havens kan aanleggen.
Met een stijgende zeespiegel en rivieren die ineens enorm veel meer water te verwerken zouden kunnen krijgen liggen al deze gebieden vroeg of laat in de gevarenzone.

Dat dan wat betreft klimaatsveranderingen door het warmer worden van de aarde, wat een proces betreft wat we in geen geval tegen kunnen houden. Vertragen, dat wel… omdat we het eerder door moderne industrieën en dergelijke in een versnelling hebben gebracht… maar tegenhouden?
Maar er zijn natuurlijk nog meer zaken die het klimaat kunnen beïnvloeden.
Zo zijn er bijvoorbeeld vulkaanuitbarstingen; ik schreef eerder al eens dat Yellowstone volgens zekere lieden al over tijd zou zijn.
En dan zijn er nog aardbevingen; de aarde blijft nu eenmaal in beweging. Continenten verschuiven en doen bergen ontstaan, of diepzeetroggen.
Maar zij zorgen tevens voor flinke tsunami's nu en dan, waar de dichtbevolkte streken op of nabij de kusten dan het eerst de dramatische gevolgen van kunnen ondervinden.
En dan is er het fenomeen wervelwinden, het Noord-Amerikaanse continent leek er altijd min of meer het patent op te hebben... maar het valt me op dat er tegenwoordig steeds vaker sprake lijkt van kleine tornadootjes her en der verspreid over Europa.

Dat klinkt allemaal vreselijk, maar zo mag men dat eigenlijk toch niet noemen. Het hoort gewoon bij onze planeet en heeft in de 5 miljard jaar dat de aarde bestaat er altijd min of meer bij gehoord.
De mens en zijn voorgangers hebben daar de laatste paar miljoen jaar regelmatig mee te maken gehad en zij hebben daar altijd een oplossing voor gevonden. Dat begon eerst op een natuurlijke wijze door fysieke aanpassingen, en naarmate men meer hersens kreeg om over de leefsituatie na te denken begon men met op zoek te gaan naar een andere geschikte plek om te gaan wonen als de lokatie waar men op dat moment verbleef niet meer volstond.

In het begin leverde dat geen problemen op, er was uiteindelijk een hele wereld aan mogelijkheden.

Maar de mens werd uiteindelijk 'beschaafd' en begon vanaf dat moment gelijk zijn gebied af te bakenen.

Door de beschaafde samenlevingen die er ontstonden werd het steeds minder makkelijk om zomaar een nieuw gebied binnen te trekken waar de leefomstandigheden op dat moment beter waren.
Minder makkelijk misschien, maar niet onmogelijk. Mijn beschouwing van de laatste twee millennia van die geschiedenis hebben dat wel duidelijk gemaakt. Als het dan niet op een vreedzame wijze kon, dan maar met geweld. Het overlevingsinstinct is nog altijd een zeer krachtige drijfveer voor de handelingen der mensen.

Probeer u, na dit alles te hebben vernomen, eens voor te stellen wat het zou betekenen als er nu sprake zou zijn van zulk een grote klimaatcatastrofe als er de afgelopen duizenden jaren op gezette tijden heeft plaatsgevonden.
We leven inmiddels met meer dan 6 miljard mensen op onze planeet en we hebben allemaal onze gebiedjes goed afgebakend en zijn bereid die met hand en tand te verdedigen.
Maar wat als die gebiedjes ineens niet meer leefbaar zijn en we weg moeten trekken naar de gebiedjes van anderen waar nog wel te leven valt?
Stoppen we dan keurig bij de grens als men ons daar zegt dat we niet verder mogen omdat we niet over de juiste papieren – of instelling - beschikken, of gewoon teveel zijn?

Of worden we dan net als de Hunnen?

Grounded: Op zichzelf is de inspanning van JB Ildanach te prijzen om zo'n uitgebreide artikelenreeks te schrijven. En de kern van het verhaal blijft wel overeind, namelijk: veel verplaatsingen van mensen zijn te wijten aan de invloed die het weer heeft op de verbouw van de eerste levensbehoefte 'voedsel'. Maar de inhoud laat verder echt te wensen over. Ik vind het werkelijk bizar dat je in één artikelenreeks zoveel van de theorieën waar consensus over is op de helling durft te zetten.

Een voorbeeldje: "... Is het toeval dat de periode van grote ontdekkingsreizen en de kolonisatie van Amerika en Afrika door de Europeanen omstreeks dezelfde tijd zou gaan beginnen dat Europa in de periode van een kleine ijstijd zat? ..."
Die specifieke ontdekkingsreizen begonnen natuurlijk al eerder! Namelijk rond 1415 en met een heel andere aanleiding ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_de_Zeevaarder ) En het ging in de zeehandel niet in om het handelen in voedsel maar met name specerijen, porselein, goud, zilver, enz. De Nederlanden bijvoorbeeld kochten wel veel graan in het buitenland (de zgn. 'moedernegotie') maar dat ging via de Oostzee en 'binnenvaart' die al eeuwenlang bestond.
En trouwens... Ontdekkingsreizen en internationale handel zijn natuurlijk van alle tijden. ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Ontdekkingsreizen )

Ook bijvoorbeeld 'de trek uit Afrika'... Is dat te wijten aan het milieu of aan bevolkingsaanwas. Met name jagers-verzamelaars hebben grote territoria nodig voor het vinden van voedsel. En je kunt dus niet allemaal van hetzelfde stukje grond leven! Vandaar dat je je heil dan elders gaat zoeken.

Deze artikelenreeks belicht de zaken veeeeeeeeel te eenzijdig en dit is geen 'grenswetenschap' maar pseudo- of slechte wetenschap!

Hier overigens ook noch een linkje naar het duitse Quarks & Co met een iets genuanceerder verhaal van de Neanderthaler. (Was toevallig van de week op tv.)

www.wdr.de/themen/global/webmedia/webtv/getwebtv.phtml?ref=70111
(bericht gewijzigd op 11-12-2010 13:29:40)
God? Dat ben je zelluf!
Op 11-12-2010 0:06:22 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
sypho: plus puntje voor zoveel moeite te doen

leuk leesgenot ,enkel zit nog maar aan deel 4^^

doe zo verder

was onder de indruk van de foto van vlaanderen als de zeespiegel 5 meter zou stijgen , is deze acuraat ? ik woon juist in sint niklaas volgens de foto gaat dat een eilandje worden ,en mechelen gaat er niet meer zijn ,weird want dat licht hoog en verder weg dan sint niklaas ,

oke water moet je echt niet onderschatte
Op 11-12-2010 13:18:19 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
lange wapper: Als het zo ver is, kom dan maar bij ons in Wilrijk wonen, sypho, en - vergeet uw laptop dan niet !
En dan in alle ernst : mijn hoed af voor de schrijver !
Op 11-12-2010 20:19:09 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Audax: @ Grounded: "Ik vind het werkelijk bizar dat je in één artikelenreeks zoveel van de theorieën waar consensus over is op de helling durft te zetten."
Is dat niet gewoon een kwestie van even geen oogkleppen meer op willen hebben waardoor je beter naar het totaalbeeld kan kijken? Zonder oogkleppen zijn de signalen ook beter te zien. Is mijn bescheiden mening.
Afgezien van die interessante link over Neanderthalers was je kritiek eerder puur om jezelf kritiek te zien maken want het raakte nergens echt de inhoud. Jammer. Mooi stuk JB, ik ga op zoek naar een boot. Just in case ;-))
Op 12-12-2010 0:22:54 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden