Wie Peru aandoet zal ongetwijfeld gewezen worden op het Titicacameer. Dat is de plek waar volgens de oude overleveringen de Viracocha als eerste neerstreken om de beschaving te brengen. Als uitvalsbasis bouwden de Viracocha’s de stad Tiahuanaco. Maar de oude goden lieten meer na dan een indrukwekkende ruïne. Volgens de overlevering schonken ze ook een taal aan de lokale Aymara indianen. Een taal die volgens sommige deskundige als de oudste ter wereld mag worden beschouwd. En het is hier waar we ons verhaal oppikken...

Het was in de jaren ’80 dat een Boliviaanse computerdeskundige Ivan Guzaman de Rojas min of meer per ongeluk aantoonde dat de taal van de Aymara mogelijk met opzet was ‘ontworpen’. Op het eerste gezicht lijkt de taal kunstmatig omdat de zinsbouw veel strakker gestructureerd is dan normale ‘organische’ taal. Door deze synthetische en uiterst gereglementeerde structuur kon het Aymara eenvoudig worden omgezet in een computeralgoritme om bijvoorbeeld de ene taal in een andere om te zetten. Het Aymara algoritme is heel effectief gebleken om als brugtaal te functioneren. Zo is bijvoorbeeld een document in het Aymara heel gemakkelijk te vertalen in andere talen.

Hoewel het natuurlijk niet te bewijzen is dat deze slimme taal inderdaad een cadeautje van de ‘goden’ was geeft het wel te denken. Feit is wel dat de taal erg oud is en het niet de normale ontwikkeling heeft doorgelopen zoals andere talen. Een andere sterke aanwijzing dat er een grote intelligentie aan de wieg van de Aymara heeft gestaan zijn natuurlijk de ruines van Tiahuanaco.

De Spaanse historicus Garcilaso de la Vega schreef over de ruinestad omstreeks 1523 het volgende;

“Nu over de grote en bijna ongelooflijke gebouwen van Tiahuanaco. Er staat een zeer grote kunstmatige heuvel op stenen fundamenten opdat de aarde niet kan verschuiven. Gigantische figuren zijn uitgehakt in steen..ze zijn erg vergaan, hetgeen hun zeer hoge ouderdom bewijst. Er zijn muren opgetrokken uit zo enorm, dat het moeilijk voorstelbaar is dat deze door menselijke kracht zijn geplaatst.. Het opmerkelijkst zijn stenen portalen, uitgehouwen uit massieve rots; deze staan op voetstukken van ruim 9 meter lang, 4,5 meter breed en bijna 2 meter dik.. Hoe en met welk gereedschap of werkktuig zulke enorme werkstukken zijn vervaardigd, zijn vragen die wij niet kunnen beantwoorden… Evenmin kunnen wij ons voorstellen hoe de stenen hierheen zijn gebracht…”
(boek III, hfst. 1)

De Spaanse kroniekschrijver Pedro Cieza de Leon vroeg de Aymara over het hoe en waarom van Tiahuanaco. De Aymara lachte en vertelde dat het lang voor de Inca’s was gemaakt en dat alles in één nacht was ontstaan.

Dat de Aymara blijven verbazen wijst ook een recent onderzoek uit van de universiteit van California. Dr. Rafael Nunez en professor Eve Sweetser publiceerden onlangs een artikel in het ‘Journal of Cognitive Science’ waarin ze stellen dat de Aymara, in tegenstelling tot de rest van de wereldbevolking, een tegenovergesteld concept van tijd hebben dat tot uitdrukking komt in hun taal.

achter ons. De onderzoekers baseren hun conclusies op een analyse van 20 uur aan conversaties met 30 verschillende etnische Aymara volwassenen uit het noorden van Chili. Een groot deel van de conversaties ging over toekomstige gebeurtenissen en voorvallen uit het verleden. Het Aymara woord ‘nayra’ betekend zoveel als Volgens de Aymara ligt het verleden voor en de toekomstoog, voor en/of zien, maar wordt begrepen als verleden. Het Aymara woord ‘qhipa’ is het basiswoord voor achter of terug maar wordt gebruikt om de toekomst aan te duiden. Hieruit blijkt dat bijvoorbeeld ‘nayra mara’ (vorig jaar) letterlijk vertaald kan worden als ‘voor jaar’ of ‘komend jaar’.

Maar ook nonverbaal geven ze blijk van hun tegendraadse visie. Wanneer Aymara spreken over toekomstige gebeurtenissen gebaren ze met hun duimen of hand over hun schouder naar achteren, sprekend over het verleden wuiven ze met de handen naar voren. En hoe verder ze de handen naar voren uitstrekken hoe ouder het verhaal is dat ze willen onderstrepen.

Waarschijnlijk zullen de meeste mensen die dit verhaal lezen zich afvragen wat deze tegendraadse visie op het concept tijd te maken heeft met de mysterieuze Viracocha. Om dat te weten te komen moeten we even stil staan bij de vraag wat tijd nu eigenlijk is.
Ondanks dat de meeste mensen denken dat tijd een lineair proces is dat vast staat met het tikken van de klok is de werkelijkheid iets genuanceerder. Tijd is de ruimte tussen twee gebeurtenissen. We meten de ruimte tussen de tik en de tak van de klok en daarmee definiëren we tijd. Maar inmiddels is bewezen dat de ruimte tussen de gebeurtenissen (denk aan de tik en de tak) relatief is, met dank aan Einstein. Zo loopt een klok in een snelbewegend voertuig sneller dan zijn collega die blijft stilstaan. Dat is bewezen door het verschil te meten tussen een atoomklok aan boord van een straaljager en een atoomklok op een vaste plek.

Sir Arthur Eddington zei dat de verdeling in verleden en toekomst nauw verwant is aan onze voorstelling van oorzaken en onze vrije wil. In een vastliggend schema kan men verleden en toekomst in een vaste vorm voor zich zien liggen. Gebeurtenissen vinden niet plaats, ze bestaan al en wij bewegen ons enkel en alleen naar ze toe. Volgens Eddington staat het vast dat zonder bepaalde activiteiten in de tijd, bijvoorbeeld veranderingen in de natuur, we hetgeen we ‘tijd’ noemen niet eens kunnen waarnemen. Tijd krijgt pas betekenis door bepaalde verbanden, door vergelijkingen met andere grootheden. Dit leidt echter tot onvermijdelijke misverstanden. Zo wordt normaal gesproken alles wat zich ‘in de loop van de tijd’ voltrekt automatisch met de tijd zelf vereenzelvigt. De tijd is echter, in overeenstemming met zijn eigen karakter, duidelijk iets totaal anders. Iets dat door zijn aanpassing aan verschillende systemen uiterst veelzijdig kan zijn en veel verschijningsvormen kan hebben. Aldus Eddington.

In 1932 ontdekte hoogleraar Carl David Anderson van het Caltech instituut een vreemd deeltje dat de naam positron meekreeg. Een positron is een antideeltje (of antimaterie) en het tweelingbroertje van een elektron. Als een positron in de buurt van een elektron komt wordt hun massa razendsnel in straling omgezet in de vorm van twee fotonen. Richard Feynmann, ook hoogleraar bij Caltech, deed later een ontdekking die hem in 1965 in één klap zowel de Einstein–medaille als een Nobelprijs opleverde. Feynmann ontdekte namelijk dat positronen zich onder bepaalde omstandigheden terug in de tijd bewogen! In de actieradius van subatomaire deeltjes zou een kortstondige omkering van de tijdrichtingspijl optreden.

De ontdekking van antimaterie en hun tegendraadse gedrag zette de deur open voor nieuwe ideeën. Tegenwoordig houdt men er serieus rekening mee dat ons gezamenlijk universum voor de ene helft uit materie en de andere helft uit antimaterie bestaat. Misschien bestaat er, net zoals in de microkosmos, voor onze wereld wel een antiwereld waar tegenovergestelde fysische wetten gelden.

De Griekse filosoof Plato (427-347 v. Chr.) was met zijn idee van een pulserend universum, waarin de tijdpijl periodiek van richting verandert, zijn tijd ver vooruit. Plato beschreef in zijn werk Politikos zijn vermoeden dat de ontwikkeling van onze wereld aan het eind van een cyclus tot stilstand zou komen om vervolgens in omgekeerde volgorde terug te lopen. Vanuit ons gezien zou in zo een terugwaarts universum, de doden herrijzen en de levenden steeds jonger worden om vervolgens in de moederschoot terug te kruipen. Een bizar en belachelijk idee?

En met de beknopte toelichting raken we verstrikt in de quantummechanische wereld waar niets is wat het lijkt. Waar het op neer komt is dat het best wel eens zo zou kunnen zijn dat de Aymara ooit eens van hun Viracocha wat meer inzicht in het concept tijd gekregen hebben. En wie weet hebben ze gelijk en zullen wij, geheel volgens hun tegendraadse visie, op een dag zelf verantwoordelijk blijken voor de bouw van de piramiden.

Meer over de toekomst die al gebeurd is kunt u hier lezen.

 

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden