Romeinse ingenieurs construeerden een aquaduct doorheen meer dan 100 kilometer rotsen om steden in de oude provincie Syrië van water te voorzien. Volgens een Duitse onderzoeker die het aquaduct ontdekte, duurden de monumentale werken meer dan een eeuw. De Romeinen hielden er namelijk van om naast het veroveren van vijandig gebied ook massa's water te verspillen. De ingenieurs van het Romeinse Imperium bedachten loden pijpen, aquaducten zo hoog als forten en hoofdleidingen met een druk van 15 bar om water in de steden te laten spuiten en opborrelen. Maar met het 170 kilometer lange Gadara aquaduct liep het uiteindelijk verkeerd.

In de hoofdstad van het Romeinse Rijk alleen al waren duizenden sierfonteinen, drinkfonteinen en thermische baden. Rijke senatoren verfristen zich in privébaden en verfraaiden hun tuinen met koelgrotten. Dat resulteerde in een dagelijks verbruik van meer dan 500 liter water per persoon (vandaag verbruiken Nederlanders circa 130 liter per dag, Belgen circa 120 liter per dag). Toen de Romeinse legioenen kort vóór de geboorte van Jezus door het droge en onvruchtbare Palestina marcheerden moesten ze zich met veel minder water tevreden stellen. De ingenieurs van het Romeinse Rijk kwamen met een aquaduct als oplossing.

In de vroegere Romeinse provincie Syrië (tegenwoordig Jordanië) bestuderen onderzoekers een sensationeel systeem van tunnels die voor het grootste gedeelte (106 kilometer) ondergronds lopen. De tunnels werden ontdekt door Mathias Döring, een professor hydromechanica uit Darmstadt, Duitsland. Langs met mos begroeide trappen wurmt hij zich een weg doorheen donkere holtes die bepleisterd zijn met waterdichte mortel. De muren zijn rijkelijk versierd met Griekse letters en vleermuizen vliegen door de gangen. "Soms moet er gestopt worden met werken omdat er onvoldoende zuurstof aanwezig is," zegt de projectingenieur.

De lokale bevolking noemt deze oude en verweerde pijpleidingen Qanat Firaun (kanaal van de farao's). Er doen zelfs geruchten de ronde dat er goud in ondergrondse tunnels, die tot 80 meter diep onder de oppervlakte lopen, verborgen is. Maar Döring heeft een betere verklaring. Alles wijst er op dat dit een oud Romeins aquaduct is. Het aquaduct begint in een moeras in Syrië dat al lang is uitgedroogd. Van daar loopt de waterweg 64 kilometer boven de grond totdat hij verdwijnt in drie ondergrondse tunnels met een respectievelijke lengte van 1, 11 en 94 kilometer. Het voorheen langste ondergrondse kanaal van de antieke wereld (in Bologna) was maar 19 kilometer lang.

Het is verbazingwekkend wat de bouwvakkers, meestal legioensoldaten, verwezenlijkten. De soldaten beitelden meer dan 600.000 kubieke meter steen uit de ondergrond, dat is het equivalent van één vierde van de piramide van Cheops. Deze kolossale waterwerken bezorgden de grote steden van de 'Dekapolis', een tienstedenverbond in Syrië aan het begin van de gangbare jaartelling, van bronwater. Het aquaduct stopte in Gadara, 5 kilometer ten zuidoosten van het meer van Galilea, een stad met ongeveer 50.000 inwoners. Volgens de Bijbel was dit de plaats waar Jezus twee demonen uitdreef en hen in een kudde varkens joeg.

Evangelie volgens Mattheüs, Hoofdstuk 8: [28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: "Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?" [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: "Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens." [32] Hij zei tegen hen: "Ga maar." Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd.

Samen met zijn studenten onderzoekt Döring deze ondergrondse wereld. Iedere morgen trekt de groep, gewapend met theodolieten (een meetinstrument uit de landmeetkunde dat horizontale en verticale hoeken met een hoge nauwkeurigheid kan meten) en GPS-systemen, het kale landschap tegemoet op zoek naar nieuwe ingangen van het verborgen labyrint. Een oude bouwvallige boerderij aan het Meer van Tiberias, beter gekend als het Meer van Galilea, en tussen de ruïnes van het oude Gadara dient als basiskamp voor de opgraafwerkzaamheden.

Het indrukwekkende project ging rond het jaar 90 van start. Op dat ogenblik heerste keizer Titus Flavius Domitianus (81-96), zoon van Vespasianus en de broer van Titus, over Rome. Het Romeinse Rijk was op dat ogenblik op het hoogtepunt van zijn glorie. Sextus Iulius Frontinus (circa 35-103), een Romeinse officier, magistraat, (gelegenheids)auteur en ingenieur, was verantwoordelijk voor het bouwen van negen aquaducten boven op hoge stenen bogen. Frontinus pompte zelfs water in de kelders van het Flavisch Amfitheater, beter bekend als het Colosseum.

De Levant, het landgedeelte direct ten oosten van de Middellandse Zee, beleefde een hoogconjunctuur dankzij de handel met Azië. Omdat de inwoners van Rome leeuwen wilden zien, zorgde Domitianus er voor dat er een tamme leeuw aan zijn troon snuffelde. Rijke senatoren genoten van kruiden uit India en droegen zijde uit China. Wie het zich kon veroorloven brandde overvloedige hoeveelheden wierook en kocht mooie slaven uit Arabië.

De woestijnhandel floreerde op dezelfde manier. Terwijl de handelskaravanen zich verdrongen aan de poorten van Gadara deden kamelen zich tegoed aan de watertroggen. Naast het bouwen van twee theaters in de stad zorgden de Romeinen ook nog voor een tempel voor de nimfen, de jonge schoonheden, voorzien van fonteinen en een 22 meter lang waterbassin.

De plaatselijke bronnen produceerden echter onvoldoende water om deze luxueuze installaties van voldoende water te voorzien zodat de regio al snel leed aan watertekort. De stadsleiders beslisten om een ongekende krachttoer uit te halen. Ze takten een rivier, die diep in het binnenland (nabij Dille in het hedendaagse Syrië) lag, af en leidden het rivierwater door een in ruwe beton gemaakte structuur, het fameuze 'opus caementicium' naar de stad.

Om het betonnen kanaal af te schermen voor dieren, vogeluitwerpselen en stof werd het afgedekt met platte stenen. Deze oplossing zorgde er ook voor dat er geen licht in het kanaal kon, om de groei van algen te verhinderen. De waterleiding doorheen de Syrische hoogvlakte helde maar lichtjes af. Honderden betonmixers zwoegden in de hete zon totdat ze uiteindelijk de eerste stad Daraa (in het zuiden van Syrië, aan de grens met Jordanië), bereikten.

Een beetje verder werden de werkzaamheden versperd door de bergachtige streek van Noord-Jordanië, een aaneengesloten ketting van afgeplatte bergpieken en steile, diepe ravijnen. Het eerste struikelblok was de Wadi-al-Shalal, een 200 meter diepe kloof doorheen het landschap. Geen enkele Romeinse architect kon deze kloof ooit overbruggen. Wat moesten ze doen?

Wordt vervolgd.

Meneer Glimlach: Leuk, die cliffhanger...

Interessant artikel, Thomas!
Wie weet tegenwoordig nog wat waar is?
Op --0 8:46:59 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
lifetime: Las even snel Thomas Regenboog sorry grapje, maar paste zo mooi bij dit reuze intres. artikel! Zie uit naar deel 2 (bedankt al vast)
Live kost Time
Op --0 0:33:28 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Picobyte: Leuk verhaal ennuh ik denk dat ze een sifon hebben gebouwd.
Stroom moet vloeien.
Op --0 13:18:03 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
schapengrenswet: Zo, weten we ook weer waarom moslims geen varkensvlees eten..
Mooi verhaal
Op --0 13:25:55 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden