Trouw kopte onlangs met het bericht "Turkse archeologe vrijgesproken van aanzet tot haat". Het ging over de 82 jarige archeologe Ilmiye Cig die uit de doeken had gedaan hoe men 5.000 jaar geleden in het oude Soemerie dacht over het dragen van hoofdoekjes. Cig, een expert op het gebied van de oude Soemerische beschaving in Mesopotamië, stelde dat de hoofddoekjes werden gedragen door priesteressen die jonge mannen inwijdden in seks. Natuurlijk was dat tegen het zere been van gelovigen en een Islamitische advocaat spande een rechtszaak aan omdat hij zich door de bewering van Cig beledigd voelde.

( Venus de godin van de liefde )

Op zich is de wetenswaardigheid dat het dragen van hoofdoekjes in het oude Mesopotamie vooral gedaan werd door zogenaamde 'tempelhoeren' niets bijzonders. In Nederland beschreef Selma Schepel in het boek"Enuma Elisj, Het Babylonische scheppingsverhaal" hoe dat nou precies zat met deze priesteressen en het dragen van hoofddoekjes. Ergens in de duizend jarige geschiedenis verloor men de oude betekenis van de hoofddoekjes in de recente Islam is het dragen van een hoofddoekje het toppunt van zedigheid.

Hoe wel de term tempelhoeren nogal oneerbiedig klinkt in onze moderne oren was het in die dagen behoorlijk eerbaar. De oude Phoeniciers bijvoorbeeld geloofde dat hun god Baal zo nu en dan op aarde kwam om een aardse vrouw zwanger te maken. Baal zou zich dan vermommen als sterfelijke om bij de tempels op zoek te gaan naar een geschikte vrouw. En zeg nou zelf welke vrouw wil er nou geen halfgod op de wereld zetten? In die dagen gingen vrouwen dus naar de tempels en hadden seks met vreemdelingen in de hoop bezwangerd te worden door Baal himself. Een eerbaarder ding kon je als Phoencische vrouw in die dagen niet doen. Een dergelijke filosofie zou heden ten dage de kerken weer doen volstromen.

Bord voor de kop.

Misschien vraagt u zich af waar het grenswetenschappelijke element zit in deze wetenswaardigheden. Nou dat is simpel te beantwoorden. Het gaat om het onvoorstelbare menselijke vermogen om de ogen te sluiten voor feiten die het, al dan niet individuele, geloofssysteem aantasten. Het veilige wereldbeeld mag niet aangetast worden en kennelijk onderdrukken we liever de feiten of geven we ons willens en wetens over aan fantasie dan dat we ons verdiepen en het paradigma bijstellen.

Natuurlijk is het onderdrukken of ontkennen van kennis niet voorbehouden aan de Islam, ook het christendom is meester in het aanpassen. Neem bijvoorbeeld het evangelie van Marcus en de wijze waarop bisschop Clemens met deze informatie omging;

Een van de redenen waarom Jezus’ huwelijkse staat niet wordt vermeld in het Nieuwe testament is dat het bewijs hiervoor opzettelijk door de Kerk werd verwijderd.
Dit werd nog maar kort geleden onthuld toen een manuscript van de Oecumenische Patriarch van Constantinopel werd ontdekt in een klooster bij Mar Saba, ten oosten van Jeruzalem. Het document werd gevonden door Morton Smith, professor klassieke geschiedenis en verbonden aan de Universiteit van Columbia (USA).
Het citaat hieronder is afkomstig uit een publicatie die hij schreef naar aanleiding hiervan


Het gaat om een transcriptie van een brief van bisschop Clemens van Alexandrië (ca.150-215) aan zijn collega Theodorus. Het gaat om delen van de evangelie van Marcus.
In de brief gaf Clemens opdracht om een deel van de oorspronkelijke inhoud van Marcus verborgen te houden, aangezien dit niet in overeenstemming was met de kerkbepalingen. De brief luidde als volgt:

’Ook al beweren ze iets waars, toch kunnen zij die de Waarheid liefhebben het niet met hen eens zijn. Want niet alle ware dingen zijn de Waarheid; evenmin zou die waarheid die naar menselijke opvatting waar lijkt, verkozen moeten worden boven de echte Waarheid dit in overeenstemming met het geloof.’

Het evangelie van Marcus was het evangelie dat het eerst werd gepubliceerd. Het vormde letterlijk de basis voor de andere synoptische evangeliën van Matteüs en Lucas.
De brief van bisschop Clemens eindigt met een officiële instructie om bepaalde oorspronkelijke teksten van Marcus geheim te houden:

’Men moet nooit voor hen wijken; noch mag men, als ze hun falsificaties op tafel leggen, toegeven dat het geheime evangelie door Marcus is geschreven – maar men moet onder ede ontkennen. Want niet al wat waar is, kan worden verteld aan alle mensen.’

Uit de geheime evangelie van Marcus zou ook blijken dat Jezus voor zijn wederopstanding niet in lichamelijke zin dood was, hetgeen natuurlijk indruist tegen de leer van de Kerk, dat de opwekking een bovennatuurlijk wonder was.

Natuurlijk is er niemand uit de christelijke wereld die deze wetenschap openlijk gaat bespreken. Het zou een hele andere kijk op de persoon Jezus kunnen geven en de mythevorming rondom hem. Maar nee. Men drukt deze historische feiten liever weg omwille van de instandhouding van de oude leer en het geloofssysteem.

Als het gaat om ons veilige wereldbeeld dan ontkennen we alles.
“zalig zijn de onwetende”.

Enuma Elisj
Het Babylonische scheppingsverhaal.
Selma Schepel
Uitgeverij Ankh-Hermes
ISBN: 90 202 1962 6

Geheime evangelie van Marcus:
Laurence Gardner, De erfopvolgers van de Graal.
Tirion Uitgevers BV Baarn.
ISBN 90 5121 684X
Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden