… er is geen nieuw ding onder de zon. Er is, om het even wat, geen ding waarvan kan worden gezegd; “Zie dit is nieuw”. Het was er al in de oude tijden die vóór ons waren." Aldus de wijze koning Salomon.

De wijze koning doelde misscien wel op de technologische verworvenheden van de verloren beschaving(en) voor ons. De discussie over het al dan niet bestaan van een vorige technologische hoogontwikkelde beschaving begint langzaam maar zeker steeds serieuzer te worden. En terecht. Er zijn zo ontzettend veel aanwijzingen dat als de discussie als een rechtzaak gevoerd zou worden de rechter zou oordelen dat er inderdaad zo’n dergelijk beschaving bestaan moet hebben.

( Een klassieker.. kende de Egyptenaren een soort gloeilamp? )

Toen de onderzoekers uit de negentiende eeuw de tombes van de piramides betraden was één van de zaken die hen opviel dat er geen roetsporen op de plafonds te zien waren. Ondanks dat er verhalen uit de oudheid spraken over de technologie van het ‘eeuwig’ brandend licht dat olie noch lont nog had, werd er toen niet bijzonder veel aandacht aan besteed.

Ellen Lloyd is de auteur van het boek “Voices From Legendary Times” waarin ze dieper ingaat op de verbluffende technologieën uit de verre oudheid. Op zich is ze daarin niet uniek, maar wat het boek zo aantrekkelijk maakt is het gedegen onderzoek en de bronvermeldingen. Enfin, laten we eens wat historische getuigenissen over ‘eeuwig branden’ lampen uit haar boek bekijken.

Volgens Lloyd zijn er historische verslagen uit letterlijk alle delen van de wereld te vinden waarin men spreekt over ‘eeuwig brandende’ lampen. Alleen al in de middeleeuwen hebben naar schatting ongeveer 170 auteurs geschreven over het fenomeen.

Kerkvader Aurelius Augustinus (354) beschreef een Egyptische tempel die gewijd zou zijn aan Venus. In de tempel zou een lamp zijn geweest die noch door wind noch door water gedoofd kon worden. In zijn wijsheid verklaarde hij het ding als werk van de duivel.

Onder het bewind van keizer Justianus ontdekte soldaten in 527 in Edessa, Syrië in een holte van een doorgang een ‘eeuwig brandende lamp’. Naar verluidt was de lamp opzettelijk zuurstofvrij dichtgemaakt. Volgens een inscriptie was de lamp in het jaar 27 ontstoken en had dus kennelijk 500 jaar onafgebroken licht gegeven. De soldaten hadden de lamp vernietigd.

Toen koning Henry VIII in 1534 brak met de katholieke kerk werd onder zijn bewind veel in Engeland gebouwde kloosters geplunderd. In Yorkshire ontdekte men tijdens deze slooptocht een lamp in de tombe van Constantius Chlorus (vader van de grote Constatijn). Constantius was al in het jaar 300 overleden wat dus zou betekenen dat de lamp al 1.200 jaar onafgebroken licht had gegeven.

Over de werking van dergelijke lampen is niet zoveel bekend. Sommige bronnen spreken van een vreemde vloeistof die in de lampen zou zitten en anderen bronnen doen weer denken aan elektriciteit.

De Franse schrijver Eliphas Levi verhaalt in zijn boek ‘Historie de la Magie’ over een mysterieuze Franse rabbijn Jechiele, die vertrouweling was van Louis IX in de dertiende eeuw. Jechiele zou voor zijn huis een lamp hebben gehad die, zonder olie of lont, zichzelf ontstak. Op de vraag hoe de lamp werkte antwoordde de rabbijn steevast dat het een geheim was. Het is bekend dat de rabbijn nogal eens experimenteerde met elektriciteit. Zo zou de rabbijn onder anderen zijn ijzeren deurklopper onder stroom hebben gezet. “wee diegene die de deurklopper aanraakte, hij zou dubbelslaan, schreeuwen alsof hij zich branden en dan zou hij wegrennen zo snel als zijn benen hem konden dragen.” Ook staat er geschreven dat de rabbijn in zijn studeerkamer een spijker bezat die als je het aanraakte een blauwachtige, knetterende vonk afgaf.

Aldus een zeer beknopte greep uit het boek van Lloyd. Wie nog wat meer wil lezen kan hier even kijken.

De oudste bron die ik ken van verlichting zonder olie of lont staat beschreven in het apocriefe Ethiopische boek Henoch. Henoch de 7de aartsvader na Adam en van wie gezegd word dat hij wandelde met god beschrijft onder anderen hoe hij door een 'wachter' (in latere vertalingen onjuist engel genoemd) wordt meegenomen naar een bijzonder gebouw waarvan het lijkt of de ‘vlammen langs de muren likken’ . Henoch maakt meer van dit soort observaties die in onze ogen verdacht veel lijken op halogeen spotjes.

Sitemap - © 2016Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden