Er zullen misschien mensen zijn die de inhoud – en vooral de illustraties – van het vorige deel mogelijk als 18+ beschouwen. Dit omdat in het vorige deel vooral is geïllustreerd dat er zich in de streek van Rennes le Chateau – in een driehoek die door drie witte torens op de hoeken wordt aangegeven – een landschap bevindt dat het beste te vergelijken valt met een vagina. Lavaldieu strekt zich precies uit van iets boven de onderste punt tot voorbij het midden van die driehoek, om te eindigen bij la Pique. Met illustraties die ik enkel ter vergelijking erbij heb geplaatst  hoop ik duidelijk te hebben kunnen maken hoe ik zelf die kenmerken aanschouwde en daarin zekere delen van de vrouwelijke anatomie herkende. Toen ik mijn altijd aan mijn zijde verkerende eega vertelde wat ik meende te zien bevestigde ze mijn ontdekking vrijwel onmiddellijk.
Dit hele gegeven is helemaal niet zo raar als dat misschien voor menigeen kan lijken die er met 21ste-eeuwse ogen naar kijkt, want in de prehistorie kwam het nog vaak voor dat men de vrouwelijke genitaliën uitbeeldde in 'kunst' in het nog onbedorven landschap. Menig gevonden 'Venus-beeldje' geeft dit aan, zoals men bijvoorbeeld ook kan zien in mijn verhaal over de zeevolken.
Ergens is dit ook helemaal niet zo onbegrijpelijk, want voor de prehistorische mens was het helemaal een groot wonder dat er voor de gemeenschap zo belangrijk nieuw leven voortkwam uit die driehoek. Een wonder dat zij toeschreven aan de goden. Ik weet van Kreta en de eerste Kretenzers dat voor hen bepaalde plaatsen in de bergen, vooral rotsspleten en dergelijke, 'heilig' werden beschouwd en als DE plaats werden gezien om nieuw leven te verwekken. Jonge koppels verzekerden zich van nageslacht door zich even terug te trekken op zulke plaatsen (Paul Faure) omdat dit de kans op 'vruchten' zou vergroten.
Natuurlijk was dit bij diverse andere prehistorische volken eveneens bekend, hooguit iets minder goed onderzocht en gedocumenteerd.
Dat het gebied tussen die drie 'witte versterkingen', respectievelijk Rennes le Chateau (Tour Magdala), Blanchefort en Albedunum (le Bezu) met in het midden Lavaldieu als een soort van grote natuurlijke 'tempel' zou kunnen zijn beschouwd door vroege volken is niet zo ondenkbaar, zeker niet als men vanaf Albedunum de 'Vallei van God' in heeft kunnen kijken.
In deel 9 vertelde ik dat er einde 19e en begin 20ste eeuw sprake was van allerlei occulte stromingen juist in deze regio, men weet nu dat bij sommige daarvan soms gewijde seksualiteit voorkwam in zekere rituelen. Dat juist lieden die deel uitmaakten van zulke stromingen waarschijnlijk verantwoordelijk zijn voor de tekening op de Coume Sourde steen – de steen die zoals we ontdekt hebben enkel maar het heilige gebied tussen die drie torens kan hebben uitgebeeld –  lijkt dan haast geen toeval meer te kunnen zijn.



Resteert de vraag wat de rol van deze 'Heilige Driehoek'  in het landschap kan zijn in ons Rennes le Chateau dilemma en in hoeverre onze brave pastoor Saunière hiervan af zou kunnen hebben geweten.
Daarom keren we nu maar weer terug naar een ander punt in die driehoek, het punt dat gemarkeerd wordt door Tour Magdala te Rennes le Chateau.
               ------------------------------------------------------------------


In deel 9  vertelde ik u hoe Saunière tijdens zijn 'straf' te Narbonne - oktober 1885 tot juli 1887 -  in aanraking was gekomen met adellijke lieden die bereid waren hem gulle donaties te geven ter reparatie van zijn bouwvallige kerkje te Rennes le Chateau. Aangezien dit allemaal bekenden waren van zijn broer Alfred kan men er gerust van uitgaan dat hij hierin heeft bemiddeld. Alfred hield zich namelijk op in die kringen en kon deze mensen ervan overtuigen dat zijn broer begrip op zou kunnen brengen voor hun 'zaak', uiteindelijk had zijn broer in ieder geval reeds getoond fel anti-republikein te zijn ondanks de gevolgen die dat even voor hem bleek te hebben.
Het gangbare verhaal vertelt ons dan dat Saunière – eenmaal terug in Rennes – direct aan de restauratie begon en gelijk ook enige ontdekkingen deed. Ontdekkingen die ergens met zijn religieuze overtuigingen te maken moeten hebben gehad, maar die ook te maken hadden met de laatste Heren van Rennes, in wiens crypte hij uiteindelijk afdaalde. Hij zocht hierover contact op met zijn collega Boudet te Rennes les Bains voor verdere informatie.
Kort hierna begon hij ineens tekeningen te maken hoe hij het kerkpleintje een nieuw aanzien wilde geven. Onder andere door er een grot te plaatsen van door hemzelf verzamelde stenen met daarin het – inmiddels verdwenen – Maria Magdalenabeeld, en op een andere plek de voormalige omgekeerde Visigothische altaarzuil met nu een Onze Lieve Vrouwe van Lourdes erop, en dan nog een calvarie … de illustratie geeft aan hoe hij dat allemaal wenste te plaatsen.
Waarschijnlijk was er niet eens zoveel overtuigingskracht  voor nodig geweest om de pastoor het belang en het 'Goddelijke' van het alchemistische driehoekssymbool in te laten zien. Het kan in ieder geval geen toeval zijn dat  het door de pastoor aangelegde plantsoentje overeenkomt met een alchemistisch symbool waarin het gaat om de Goddelijke eenwording.
Dar er daarnaast gelijk enige overeenkomst bestaat met het 'vrouwelijke' landschap tussen de drie torens zou toeval kunnen zijn, of misschien toch niet?
Laten we eens wat verder gaan kijken, enkel hierboven genoemde aanwijzing zou wat magertjes zijn om aan te tonen hoeveel de pastoor 'afwist' van de betekenis van de  'Vallei van God'.
Vooral het kerkje zit natuurlijk vol met allerlei aanwijzingen van de priester en zijn donateurs. In deel 10 nam ik u al mee naar binnen om te laten zien hoe Saunière zijn 'tempeltje' zou decoreren. Vlakbij het altaar zag u een beeld van Sint Antonius van Padua, beschermheilige van onder andere verloren zaken, vrouwen en kinderen, het huwelijk, reizigers en verliefden. Als een Gallisch opperhoofd wordt deze heilige 'op een schild' gedragen door vier engelen. Eén van die vier engelen is echter enkel maar goed zichtbaar vanaf waar de priester stond, bij het altaar, of als hij uit de sacristie kwam, waar zich tevens die 'geheime ruimte bevond. Een bezoeker van de kerk behoort die engel dus eigenlijk nooit goed te zien, terwijl de priester er bij iedere misdienst juist goed zicht op had.


De openvallende rok is eigenlijk al iets wat opmerkelijk is. 'Frivool' noemde één van de eersten die dat opviel – Henry Lincoln – het. Maar dat gouden knopje bovenaan die split maakt de 'compositie' eigenlijk symbolisch. Geen enkele van die andere engelen heeft een split die naakt vlees laat zien eronder –  hooguit een onderjurk – laat staan dat ze een gouden knopje erboven hebben. En de enige engel die dat dus wel heeft laat het openvallen als een… de illustraties rechts ervan spreken voor zich. Met het knopje erboven is het mijns inziens een duidelijk symbool voor het vrouwelijk geslachtsorgaan.
Nu zou men dat gewoon de 'geilheid' van een priester kunnen noemen die moeite heeft met het celibataire leven, ware het niet dat we in het vorige deel reeds vast hadden mogen stellen dat eenzelfde symboliek voorkwam in het landschap waar Rennes le Chateau deel van uitmaakt.
Waar de priester vanaf het altaar dus eigenlijk tegenaan keek was een symbool voor 'Lavaldieu', oftewel de 'Vallei van God'.
Dit kan haast geen toeval meer zijn, Saunière gaf hiermee volgens mij aan dat hij een 'eigen wijze' van religieuze beleving had en dat hij afwist van die 'heilige driehoek' met daarin die zeer vrouwelijke vallei. De Rooms-katholieke kerk zou dit natuurlijk wel 'ketters' noemen omdat die visie behoorlijk 'heidense' trekjes heeft in hun ogen en hierdoor rigoureus afwijkt van het opgelegde credo. Vrijmetselaars, Rozenkruizers en Hermetisten waren om zulke afwijkende ideeën in het verleden wel vaker veroordeeld op ketterij (Cagliostro) en daarvoor op de brandstapel beland (o.a. Giordano Bruno). 
Ondanks dat er bewijzen zijn dat Saunière's eerste bisschop Billard niet onsympathiek kan hebben gestaan tegenover Vrijmetselarij was hij in 1884 nog wel genoopt geweest een pastorale brief uit te vaardigen waarin de afwijzing van de Rooms-Katholieke kerk stond ten opzichte van de Vrijmetselarij.
De enige reden waarom Saunière afbeeldingen en aanwijzingen toeliet zoals die in zijn kerkje zijn terug te vinden  – waaronder overduidelijke vrijmetselaarssymbolen  – is, omdat hijzelf er ook echt in geloofde. Uit alles blijkt dat Saunière een adoratie had voor la Bona Dea, het 'Spiegelbeeld' – of wederhelft – van God. En deze keer eens niet specifiek gepersonifieerd in de Bijbelse personage van Maria de Moeder van Jezus (en hierdoor van God, volgens het dogma) maar in haar naamgenote Maria Magdalena. Een andere verklaring is er niet voor al die afbeeldingen die te maken hebben met deze vertegenwoordigster van het Vrouwelijk Principe die er in zijn kerkje terug te vinden zijn.
                                    -----------------------------
Maar voordat we ons verder bezig zullen gaan houden met de details van Berenger Saunière's ietwat afwijkende religieuze overtuiging, zullen we eerst nog eens gaan kijken naar een soort van derde aanwijzing waarmee wordt aangegeven dat hij weet had van – ergo geloofde in –  het 'heilige landschap tussen de drie torens, oftewel die 'prehistorische driehoek'. En die aanwijzing is volgens mij terug te vinden in de derde – dankzij Saunière herrezen – 'witte toren/versterking', Tour Magdala.
Om tegenwoordig in deze toren te komen dient men een kaartje voor het museum te kopen. Dan gaat men via de pastorie – waar vele bezienswaardigheden zijn, waaronder de besproken grafstenen – naar de tuin achter villa Bethania en dan kan men de Villa in, of via een trap op Saunière's borstwering komen.



Zelfs het aantal treden van de twee trappen naar die borstwering heeft een numerologische waarde (2 x 11). Toeval? Er is zoveel nagedacht over bepaalde details in het domein en het kerkje van Saunière dat ik dit waag te betwijfelen. Maar ons eerste doel is nu één van die drie torens bezoeken, die de 'driehoek' – die onder andere op de Coume Sourde steen staat afgebeeld – markeren.
Saunière beweerde dus dat deze toren zijn nieuwe bibliotheek moest gaan worden. Eerst had hij daarvoor dat gebouwtje pal naast de ingang van het kerkhof laten bouwen maar enige donaties verder besloot hij dat die toren de 'toren van zijn kennis' moest worden.



Eigenlijk is die nieuwe bibliotheek qua ruimte niet bijster veel groter dan de vorige. Maar de ligging en het uitzicht maken natuurlijk alles wel weer goed.
 Het raam recht tegenover de ingang geeft ons uitzicht op de locatie van de toren van Albedunum, nu le Bezu.
Het raam links van de ingang biedt uitzicht op Villa Bethania, twee inmiddels volgroeide bomen en tussen de takken door Pech Cardou met daar tegenover Blanchefort. Oftewel de plaats waar die andere toren zich bevond. Rechts van de ingang bevindt zich een spiegel (zie illustratie verder omhoog), door deze kijkt men naar binnen, oftewel naar Tour Magdala.
De vensters hebben een klaver drie boven de ramen, zonder steel. Dit symbool kan evengoed op de drie torens slaan. Of natuurlijk op de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Een kleine wenteltrap die zich rechts tegenover de ingang bevindt voert naar het dak van de toren, vanwaar men nog een mooier uitzicht heeft op de plaats waar de andere twee torens stonden.



Meer aanwijzingen over Saunière's kennis van dat 'heilige' landschap, dat gemarkeerd werd door drie torens met dezelfde naam, heb ik vooralsnog niet kunnen vinden.
Maar er zijn nog wel andere aanwijzingen waar Saunière iets mee leek te willen verraden aangaande zijn overtuigingen, en die van zijn sponsors. En nu we ons toch op de Tour Magdala bevinden is dit een prima plaats om te beginnen.
Als we de toren weer verlaten door dezelfde deur als waardoor we naar binnen zijn gekomen zijn we terug op de borstwering en kijken we naar…



Nog een toren, maar deze keer eentje van hoofdzakelijk glas. Deze toren wordt 'Oranjerie' genoemd  omdat het eigenlijk een kas is.
Het is ergens niet meer dan logisch dat de pastoor de oranjerie op een toren liet lijken, omdat hij nu eenmaal op een herbouwde borstwering was gesitueerd. Maar hierdoor is die oranjerie wel een soort van spiegelbeeld van de Tour Magdala  geworden, en als men zich dan realiseert dat er twee trappen naast elkaar zijn die naar de borstwering voeren met elk 11 treden. Dit alles toont aan dat er sprake moest zijn van een zekere symboliek. De getallen 11 en 22 zijn 'mastergetallen' waarvan 11 onder andere inspiratie en verlichting inhoudt en 22  betekent meesterlijk en meester/bouwer met een brede visie. Het getal 11 bezit reeds het potentieel maar heeft nog een ander nodig om tot perfectie te komen. Twee maal 11 vormt dan de perfecte combinatie. Dat is heel in het kort een mogelijke numerologische interpretatie van die twee trappen die naar die twee torens voeren die met elkaar verbonden worden door middel van een borstwering.
Saunière kan hiermee volgens mij enkel maar hebben willen benadrukken dat een volmaakte 'Heelheid' –  zoals zijn God – uit twee elkaar aanvullende delen moest bestaan. Een mannelijk en een vrouwelijk principe. Deze denkwijze was gewoon binnen de gnostiek, maar beslist niet gebruikelijk binnen het Rooms-katholicisme. Binnen de occulte stromingen van de 19e en de 20ste eeuw was deze manier van benaderen echter eveneens normaal.
Het lijkt mij niet meer dan logisch om Maria Magdalena nu te betrekken in deze religieuze switch die Berenger Saunière op een zeker moment in zijn nog jonge leven moet hebben gemaakt.  Hij kan enkel hebben beseft dat Maria Magdalena meer in het leven van Jezus moet hebben betekend dan louter een bekeerde V/H zondige, volgelinge. En als Jezus de Zoon van God en dus Zelf God was, dan was Maria Magdalena als Zijn Wederhelft het 'Spiegelbeeld van God'.
Zijn er dan aanwijzingen die het rechtvaardigen te denken dat de pastoor een gnostische richting in was geslagen op het gebied van zijn religie? Jawel, die zijn er beslist.
Daarvoor moeten we dan weer terugkeren naar het kerkje en weer eventjes stoppen voor de ingang.
'Terribilis est Locus iste, hic Domus Dei est et Porta Coeli'
'Ontzagwekkend is deze plaats! Dit kan niet anders zijn dan het huis van God en de poort van de hemel.'
Domus mea Domus Orationis Vocabitur,
'Mijn huis zal een huis van het gebed worden genoemd'.
Regnum mundi et omnem ornatum soeculi contemps
Propter amorem domini mei jesu christi quem vidi
Quem amavi in quem credidi quem dilexi

'Ik heb verachting voor het koninkrijk van deze wereld gehad,
en alle tijdelijke versieringen.
Wegens mijn heer Jezus Christus, die ik zag, van wie ik hield,
in wie ik geloofde en die ik vereerde.'
Vooral die allereerste woorden vormen een belangrijke aanwijzing.
Doorgaans verbindt men die tekst aan de Duivel bij de ingang en denkt men dan aan de Engelse betekenis van 'terrible', wat 'verschrikkelijk' is. Maar Terribilis kan evengoed 'Ontzagwekkend' betekenen. En dat betekent het eigenlijk in die passage uit de Bijbel waar het aan is ontleend, het verhaal over de droom van aartsvader Jacob.



In mijn eerder op Grenswetenschap geplaatste serie 'Reis naar de Berg van God' vertelde ik hoe de werkelijke Berg van God voor het eerst werd geïdentificeerd door Jacob na hier een droom te hebben gehad. Die plaats werd door de aartsvader gemarkeerd en later zou de tempel van Bethel (Huis van God) hier herrijzen.
"Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niets anders dan een Huis Gods, dit is de poort des hemels. Den volgende morgen vroeg nam Jacob den steen die hij onder zijn hoofd had gelegd, stelde dien op een opgerichte steen en goot er olie bovenop. En hij noemde de plaats Bethel...
... En God zeide tot Jacob: Maak u reisvaardig, trek naar Bethel, blijf daar, en richt er een altaar op voor den God die u verschenen is toen gij vluchtte..." (Genesis 28 en 35.)
Iemand zo Bijbelvast als Berenger Saunière – of zijn collega, steun en toeverlaat Henri Boudet – heeft beslist het belang wel ingezien van deze eerste Hebreeuwse Heilige Hoogte. Dat hier eigenlijk de oorsprong lag van het Joodse en Christelijke geloof voordat die om allerlei – vaak politieke – redenen zou worden aangetast. Dit was een religie geweest waarin nog rituele handelingen voorkwamen die ergens te vergelijken vallen met rituelen van diverse occulte genootschappen zoals die van bijvoorbeeld die mysterieuze sponsors van Saunière. Waarin het Vrouwelijke  vaak nog een gelijkwaardige plaats naast het mannelijke had. Eigenlijk betrof dit een religieuze zienswijze die een rebelse Galileeër (=Israëliet) reeds in het begin van onze jaartelling had gepoogd opnieuw te introduceren onder de inwoners van het Heilige Land, maar waarin rituelen voor hadden gekomen waar latere patriarchale kerkvaders zulke moeite mee hadden dat zij ze als valse 'ketterse'  verzinsels af waren gaan schilderen.
Daar waren Judeese ballingen eigenlijk reeds lang geleden mee begonnen, na hun gedwongen verblijf in Babylonië. Zij hadden door middel van allerlei profeten hun uiterste best gedaan Bethel – wat in die dagen in het koninkrijk Israël lag – af te schilderen als een heidens en slecht oord. Daarmee eigenlijk negerend dat Mozes hun Hebreeuwse voorvaad'ren hier eerst naartoe had gebracht na een lange reis door de woestijn na hun vlucht uit Egypte. Met het verguizen van Bethel negeerde men dan tevens dat Mozes' broer Aäron er recht tegenover was gestorven en begraven, dat nota bene Mozes zelf mogelijk eveneens tegenover de Berg waarop Bethel lag, in een grot was bijgezet. En dat hun eerste Richters zoals Jaser en Deborah Bethel grote waarde hadden toegekend. Eigenlijk was men met dit verguizen al een beetje  begonnen na het besluit van David en zijn zoon Salomo om God te verhuizen naar de berg Moria in het pas veroverde Jeruzalem, waar Phoenicische meesterbouwers de Tempel van Salomo zouden bouwen die  wel zekere  kenmerken van de Tempel te Bethel kreeg.



Dit zijn allemaal details waar iedere serieuze geestelijke achter kan komen tijdens het kritisch lezen van de Bijbel. En dat Berenger Saunière de Bijbel beslist kritischer is gaan lezen na de 'ontdekking van een graf', waarschijnlijk op aanraden en met de hulp van zijn collega in Rennes les Bains lijkt wel zeker. Net als dat mijn vermoeden gerechtvaardigd is dat de vrijmetselaar donateurs-vrienden van Saunière hem eveneens van de nodige informatie voorzagen.
Dit alles is volgens mij dan ook de enige aannemelijke verklaring voor de religieuze 'switch' die de pastoor van Rennes le Chateau onderging na zijn terugkeer uit Narbonne. Het verklaart de meeste tamelijk onorthodoxe aanwijzingen die hij in zijn kerkje en op andere plaatsen achterliet, en het verklaart zijn goede omgang met die geheimzinnige donateurs waarvan we weten dat die zich ophielden in occulte loges. Die door zijn broer tijdens zijn tijdelijke verbanning naar Narbonne aan hem werden geïntroduceerd. Het verklaart gelijk Saunière's tamelijk 'intieme'  omgang met het andere geslacht (Marie Dénarnaud en Emma Calvé) wat hij zonder gewetensbezwaren meende te kunnen doen (en God zag dat het goed was). Ik denk dat hij beslist niet ineens van zijn geloof af was gestapt, hij meende hooguit 'het licht' te hebben gezien.
                                 ------------------------------------
Met die tekst 'Terribilis est Locus iste' boven de deur van zijn kerkje wilde Saunière volgens mij aangeven dat hij het eerder zag als een dependance van de tempel op de Heilige Hoogte te Bethel dan als van de latere tempel te Jeruzalem of de St. Pieter in het Vaticaan. Maar natuurlijk was die boodschap vooral louter voor 'wie oren had om te oren'. De inmiddels nauwelijks nog zichtbare afbeeldingen op de medaillons links en rechts van de tekst bevestigen dit enkel maar.
Laten we dan maar weer eens naar binnen gaan om te zien hoe zekere voorstellingen in het kerkje op ons overkomen, nu we dit allemaal weten.
Gelijk bij binnenkomst valt natuurlijk die Duivel op die men Asmodeus noemt en die een wijwatervat torst. Ik vertelde reeds dat het Bijbelboek Tobit deze demon voor het eerst noemt en dat hij op een zekere manier gekant was tegen het huwelijk, het samengaan dus van mannelijk en vrouwelijk. Enkel water kon hem in bedwang houden, zoals de wijze Salomo wist te bewerkstelligen (zie Testament van Salomo  en Talmoed). Dat Saunière deze voorstelling koos voor zijn kerk die hij eerder de tempel te Bethel wilde laten vertegenwoordigen dan die te Jeruzalem lijkt nu duidelijk. Want hier  kan men een beetje een idee krijgen hoe rituelen te Bethel er ongeveer moeten hebben uitgezien.
Vervolgens is er dan die zwart-wit geblokte vloer. Heel normaal, maar misschien schuilen hier eveneens wel kleine boodschapjes in. Zwart-wit, Yin-yang, mannelijk-vrouwelijk, Blanchefort-Roque Nègre… in deze kerk leek het motief van die vloer wel heel erg goed op zijn plaats.
Recht tegenover de ingang, aan de overzijde van het kerkje, zien we dan de afbeelding van Jezus die wordt gedoopt door Johannes (de Doper). Johannes en Jezus, Alpha en Omega, de eerste en de laatste. Of moet men dat eigenlijk omgekeerd zien? Zoals de Visigothische zuil buiten, die expres omgekeerd door de priester is neergezet voordat hij er het Alpha en Omegasymbool op liet graveren. Johannes torent boven Jezus uit alsof hij Diens meerdere is. Zou hij dat volgens Saunière misschien ook kunnen zijn geweest? Daar ga ik later nog wel even op terug komen.
Maar de voorstelling is ergens tegenovergesteld – zowel letterlijk, door de plaatsing, als figuurlijk  – aan de voorstelling van de getemde duivel bij de ingang van het kerkje. Hier wordt Jezus juist 'bevrijd' door het water, want Zijn tijd kwam pas echt na die doop.
De ene voorstelling is hierdoor weer een soort van reflectie-spiegelbeeld van de andere, omgekeerd-tegengesteld.
In het verleden heeft men vaak over bovengenoemde details geschreven als dat ze een mogelijk Kathaarse zienswijze zouden verraden – want de religie der Kathaarse 'ketters' richtte zich eveneens nogal op de twee tegenstellingen, goed en kwaad –  maar ik vrees dat dit te kort door de bocht is. De Kathaarse religie was sowieso tegen elke vorm van 'materie' en Johannes de Doper kwam er doorgaans helemaal niet zo goed af in de Kathaarse zienswijze, om over het element water dan nog maar te zwijgen. Het huwelijk werd door de Katharen eveneens als iets van de 'Kwade God ' beschouwd, zij zouden Asmodeus die tegen  huwelijk en seksualiteit was beslist niet hebben getemd dan. De enige overeenkomst die dan overblijft is de gnostische zienswijze, want de Kathaarse ketterij had wel enkele  gnostische trekjes.
                            ------------------------------------------------
Berenger Saunière liet zijn kerkje duidelijk een tempeltje zijn waarin men de oorspronkelijke religie der Hebreeën, die Jezus aan het begin van onze jaartelling had gepoogd opnieuw te introduceren, hoger in het vaandel had dan die versie die men vooral na keizer Constantijn en het concilie te Nicae (AD 325) als het 'Ware Geloof' was gaan beschouwen.
Maar voor wie had hij dit dan gedaan, behalve voor hemzelf natuurlijk? Want dat hij niet openlijk voor zijn overtuigingen uit kon komen, dat moge duidelijk zijn.
De enige anderen die ik kan bedenken die zijn 'tempel' zouden begrijpen en appreciëren, dat zijn die 'anonieme' donateurs. Met hun geld, en hoogstwaarschijnlijk ook wel een beetje op hun advies, kreeg de kerk het uiterlijk dat we zelfs tegenwoordig nog kunnen bewonderen.
Resteert echter nog wel de vraag waarom Berenger Saunière zo'n vakkundig verscholen geheime ruimte aan liet bouwen? Was dat eveneens in opdracht van die donateurs die net als hij volledig op de hoogte waren van het 'geheim'? Met welk doel?



Hoe we het ook wenden of keren, we komen iedere keer uit bij het feit dat Berenger Saunière contact had met occulte loges binnen de Vrijmetselarij. Dat moet zo'n beetje zijn begonnen via de donateurs die zijn broer in 1885 - 1887 had aangedragen, en daardoor misschien ook weer dankzij de diva Emma Calvé. Want hoe anders kan hij kennis hebben gemaakt met die 'Martinistische' loge te Lyon, waarvan bekend is dat hij die omstreeks de eeuwwisseling (1900) wel drie maal zou hebben bezocht?  Er zijn zelfs bewijzen gevonden door de erfgenamen van Marie Dénarnaud en Saunière, namelijk door de dochter van Corbu en haar man Antoine Captier, dat Saunière in het bezit was van een Vrijmetselaarsboordje wat hem schijnbaar 18e graad Vrijmetselaar maakte!
In deel 9  heb ik reeds een summier beeld geschetst van occulte stromingen in de tijd van Saunière in de Languedoc die de bron blijken te zijn van veel esoterische stromingen die zelfs tegenwoordig nog bestaan, stromingen waarvan we weten dat enkele leden van het adellijke 'Huis van Heren van Rennes'  zelfs een aandeel hadden in de oprichting ervan.
Dat de familie Chefdebien (Philapelphes) dankzij Saunière's broer tot de donateurs behoorde lijkt duidelijk. Maar laten we dan nu eens gaan kijken welke type loge op voldoende sympathie van Saunière had mogen rekenen dat hij daar ondanks zijn Katholieke achtergrond en beroep toch tot toe had willen treden. Bedenk hierbij dan wel dat de paus zich officieel tegen Vrijmetselarij had uitgesproken!



'De orde van de uitverkoren priesters'?
In het jaar 1754 had ene Martinès de Pasqually de Ordre des Élus-Cohen opgericht, oftewel de 'De orde van de uitverkoren priesters'. En deze naam maakt gelijk duidelijk dat priesters van belang waren voor deze orde. Vertelde ik niet reeds dat Saunière vooral juist in zijn functie van gewijde Katholieke priester belangrijk leek voor zijn mysterieuze donateurs? Ter vergelijking kan ik hierbij  die andere priester halen die ruim 30 jaar eerder in het plaatsje Baulou van dezelfde mensen donaties en ondersteuning had genoten. Zolang hij werkzaam bleef als priester!
Om een en ander te kunnen begrijpen is het interessant eens te gaan kijken hoe het zit met deze 'Élus Cohens', want deze orde zou anderhalve eeuw later (1888) namelijk evolueren tot de orde der Martinisten. Jawel, dezelfde soort orde als waar Saunière in Lyon minstens 3 keer een bijeenkomst van bij zou wonen als 18e graads ingewijde. Al was die overgang natuurlijk niet ineens gebeurd, er was in die anderhalve eeuw wel een en ander aan vooraf gegaan.
Martinès de Pasqually werd na zijn overlijden in 1774 opgevolgd door Louis-Claude de Saint-Martin. In 1882 werd Dr Gerard Encausse ingewijd, dit personage zou vooral bekendheid gaan krijgen onder de naam 'Papus'. In 1888 zou hij mede oprichter zijn van de inwijdende orde der Martinisten.
Het is deze Papus die elementen toe wist te voegen aan de orde die voor Saunière - die er waarschijnlijk toen reeds als lid bij was - intrigerend moesten zijn geweest. Want Papus leek actief te zoeken naar een alliantie tussen de geestelijkheid en occultisten om een traditie in stand te houden als tegenwicht van modernisering. Papus volgde de weg tussen occultisme en theologie verder zoals dat door de 'Élus Cohens' reeds was opgezet maar voegde daar beslist meer aan toe, vooral voor leden van de 'inner circle', die deze orde al kort na de oprichting had gekend.
Papus had de wens dat er meer de nadruk op een westerse vorm van esoterie kwam te liggen, en niet op de oosterse variant die in zijn dagen aan populariteit wist te winnen, Hierin vond hij een medestander in ene Stanislas de Guaïta. En dit heerschap kan men haast wel de oprichter van de 'Kabbalistische orde van het Rozenkruis' noemen, daar hij deze samen met Joséphin Péladan 1889 nieuw leven had ingeblazen.    
In 1892 voegde de orde van het Rozenkruis zich min of meer bij de Martinisten, al bleef 'de orde van het Rozenkruis' die naam wel behouden. Hij werd nu echter exclusief  toegankelijk voor 'bijzonder ingewijden' onder de Martinisten.
Misschien beginnen sommige van de lezers nu even sterretjes te zien door dat spinnenweb aan loges en leiders en graden, maar het is niet anders. Dit maakt wel degelijk allemaal deel uit van het grote Rennes le Chateau dilemma en de enige manier om een poging te kunnen wagen het mysterie te ontrafelen is het verder volgen van deze weg.
Even kijken, waar waren we gebleven? We hadden eerder reeds ontdekt dat Berenger Saunière ruim voor 1900 tot de 18e graad ingewijd moest zijn geweest. Want hij was de trotse bezitter geweest van een boordje, op de achterzijde ervan stond de graad die hij had bereikt. Maar het boordje was er wel eentje zonder juweel. Wat in kan houden dat hij bij zijn toetreding nog tot een 'Élus Cohen' versie van de orde was toegetreden. Want uit wat ik ervan weet schijnen enkel die nog geen juweel in hun boordje te hebben gehad en alle overige Martinisten vanaf 1888 wel. Maar dit lijkt weer logisch want Saunière was uiteindelijk een gewijde priester, en had de orde reeds gekend voordat ze officieel Martinisten werden.
Wat voor ons in de geschiedenis van Berenger Saunière en zijn religieuze overtuigingen overigens  ook weer een belangrijk gegeven is, is dat eerder genoemde Papus aan het einde van de 19e en het begin van de 20ste eeuw verbintenissen aanging met de 'Gnostische Kerk', een stroming die was opgericht door een bibliothecaris uit Carcassonne – Jules Doinel – die in 1885 was ingewijd als master in de Vrijmetselarij, maar zich vooral aangetrokken had gevoeld tot de gnosis.
Uit wat ik ervan begrepen heb schijnt Doinel een bekende te zijn geweest van Berenger Saunière.
Wat vooral voor sommigen interessant mag zijn is een motto wat Doinel voerde binnen zijn stroming: "Aime et faites ce que tu veux” (Heb lief en doe wat je wil). Een echo hiervan kan heden ten dage nog worden gehoord in de Wiccan Rede : "An Ye Harm None, Do What Ye Will". 
Aleister Crowley, die zoals we in deel 9 reeds konden lezen met de 'Ritus van Memphis- Mizraïm' te maken had gehad, had deze uitspraak van Doinel geleend en aangepast tot: "Do what thou wilt shall be the whole of the law. Love is the law, love under will." en later zou deze door diens opvolger in de O.T.O. –  Gerald Gardner – weer worden veranderd tot de eerder genoemde Wiccan Rede.
De Martinisten van Lyon zochten naast die Gnostische kerk ook nog toenadering tot de 'Ritus van Memphis- Mizraïm'  waarvan eerder reeds was verteld dat de families van Hautpoul en de Nègre daar belangrijk in waren geweest!
               -----------------------------------------------------------------
De grote vraag die we nu kunnen stellen is: Was Saunière zo'n 'uitverkoren Priester' geweest dat hij door zijn toetreding tot die orde in Lyon misschien gelijk ook toegang had gekregen tot HET grote geheim van de familie d'Aniort? Als dat tenminste bij de 'Memphis- Mizraïm' leden van deze orde in die dagen nog bekend was. Of had hij zijn toetreding juist te danken aan het feit dat HIJ er zelf mogelijk meer van afwist als dorpspastoor in Rennes le Chateau?
In het volgende deel zullen we deze weg verder volgen en kijken of we zo misschien meer aan de weet zullen komen over dat ene grote geheim. We zullen dan gaan kijken wat het kon inhouden voor Saunière om deel te nemen aan een orde die door de Katholieke kerk officieel als 'ketters' werd beschouwd.
psixty4: Weer helemaal top! Hoe meer ik erover lees, hoe meer zin ik krijg om zelf de omgeving van Lavaldieu eens te bezichtigen. Mocht het ooit zover komen, Wil jij (Jean Bob) dan mijn toeristische gids zijn?
It's all a figment of imagination!
Op 01-12-2013 11:11:25 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sar: Blijft indrukwekkend werk deze serie.
Leef niet je droom, maar leef het doorzien van die droom!
Op 01-12-2013 20:40:27 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: knap! wat een zoekwerk, spijtig dat er zoveel informatie verloren is gegaan of vernietigd of zelfs veranderd, het wordt moeilijk om door de bomen het bos nog te zien...de lezer houdt vol
Change the being by being the change
Op 01-12-2013 21:32:10 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Isismoni: "Een tip van de sluier"

Heerlijk stuk om te lezen..!

Heb het boek "De jacht op de Heilige Graal" in bezit..en gelezen natuurlijk...
Ik citeer de auteur:
De tekst van Berenger Sauniers documenten is nooit in zijn geheel ontcijferd. Er is een doceerdeersleutel voor nodig die op de dag van vandaag door niemand is gevonden.
Voor wie mijn relaas geen waarschuwing is, maar een aansporing om verder te zoeken, is het wellicht dienst te weten dat BS een aanwijzing achterliet die leidt naar de decodeersleutel. De tekst "pax 681" is als vertaald "vrede 681", gepubliceerd door een gezaghebbend boek en door kopiërende auteurs overgenomen en daarna door geen enkele onderzoeker onder de loep genomen. De enige juiste vertaling van "pax"is niet vrede, maar "pact"..het pact wat in 681 werd gesloten, ligt de opening besloten naar de code van Saunieres geheimschrift. Het is aan de puzzelaar om uit te zoeken welk pact er in het jaar 681 tijdens een concilie werd gesloten en welke zinsnede uit dat verdrag de decodeersleutel geeft..


(bericht gewijzigd op 4/12/2013 18:14)
Op 04-12-2013 18:11:06 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2017Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden