In de vorige delen hoop ik voldoende duidelijk te hebben gemaakt hoe en waarom Berenger Saunière over fondsen kon beschikken waarmee hij allerlei bouwsels met een boodschap, in het dorp waar hij de pastoor was, neer kon laten zetten. Hij was zich er kort na zijn aanstelling bewust van geworden dat Rennes-le-Chateau een dorp was dat reeds lange tijd een geheim droeg. Een geheim dat heel veel te maken had met zijn overtuiging en zijn professie.  Maar dat niet alleen, hij zou er tevens achter komen dat men hem nodig had. Men had hem nodig om dit geheim te koesteren en zekere details uit te zoeken en/of veilig te stellen.
Berenger Saunière had zich al vrij vroeg in zijn carrière als dorpspastoor laten rekruteren door een occulte Vrijmetselaarsorde waar hij dankzij zijn broer Alfred kennis mee had gemaakt. Eigenlijk leek dit in eerste instantie door overeenkomstige politieke idealen te zijn gekomen. Maar natuurlijk hadden de mensen die interesse in hem hadden gekregen al geweten dat zij in deze pastoor een gewillig werktuig konden vinden. Dankzij de informatie die hij van die nieuwe vrienden kreeg begon hij anders tegen het orthodoxe Christusverhaal uit het Nieuwe Testament aan te kijken, zeker toen zijn erudiete collega uit Rennes-les-Bains een en ander kon bevestigen en hij ontdekte dat zelfs zijn bisschop hierin mee leek te gaan.
Wat hem waarschijnlijk volledig over de streep trok was een ontdekking die hij tijdens de restauratie in zijn kerkje deed, eentje waarover zijn collega uit  Rennes-les-Bains en medebroeders uit de loge hem reeds hadden verwittigd dat hij iets dergelijks zou gaan vinden.
Vanaf dat moment bevond Saunière zich eigenlijk in twee dimensies, die van de Katholieke orthodoxie en het dagelijkse leven en de verborgen dimensie van een 'ondergrondse stroom' waar  zijn logebroeders en goede vrienden (waaronder zijn eerste bisschop) deel van uit leken te maken.
Het was alsof er sprake was van een  'outer' en een 'inner' circle waarin hij zich kon bewegen. Één cirkel waarin enkel ingewijden zich konden bewegen, en een cirkel waar al die anderen in verkeerden die met de gewone stroom mee bewogen. Enkel maakte de Rooms-Katholieke kerk dan voor het grootste deel, deel uit van die groep oningewijden van de outer circle.
Deze situatie zou zo blijven tot hij een nieuwe bisschop kreeg die zich afvroeg hoe een plattelandspastoor op zulke grote voet kon leven. De nieuwe bisschop zat toch reeds met grote schulden die zijn voorganger voor het bisdom had achtergelaten bij zijn overlijden, en hij had zich voorgenomen eens met een bezem door zijn bisdom te gaan om alle verfoeilijke uitwassen eruit te vegen. Hij verdacht de pastoor van Rennes le Chateau van simonie op grote schaal waardoor hij deze op stel en sprong aan banden ging leggen. Toen zijn ondergeschikte hem openlijk niet gehoorzaamde en weigerde de herkomst van zijn financiën bekend te maken schorste hij deze uiteindelijk als priester.
En ineens was Berenger Saunière weer niet veel meer dan een eenvoudige plattelandspriester, zij het officieel zonder parochie. Weliswaar geschorst, belette dit Saunière niet zijn parochianen te ontvangen en misdiensten te zeggen in een door hemzelf aangebouwde privékapel. Maar inkomsten had de pastoor ineens niet meer. Evenmin ontving hij nog geheimzinnige gasten in zijn Villa Bethania. Schijnbaar was hij niet langer van waarde geweest voor zijn nieuwe vrienden, nu hij niet langer een gewijd priester in functie was. Hij had zijn doel gediend en was niet langer van enige waarde voor hen.
Het enige wat hij nog wel had waren zijn geheimen, geheimen die waarschijnlijk goed verstopt waren. In zijn hoofd en in… de crypte misschien?
En de enige manier waarop Saunière nog verder rond kon komen en een inkomen kon verwerven was door min of meer reguliere simonie, oftewel misintenties tegen een vergoeding. Maar dit leverde hem niet bijster veel meer op nu zijn voorname vrienden waren opgestapt. En hij had nu ook zijn broer niet meer (overleden in 1905) die hem aan 'klanten' kon helpen.
Hij zou berooid komen te sterven, en zijn trouwe metgezel en erfgename – Marie Dénarnaud – kwam er in financieel opzicht niet beter van af.
Getuigen die Marie nog mee hadden gemaakt konden wel vertellen dat zij had gezegd dat de inwoners van Rennes-le-Chateau op goud liepen. Maar we weten nu wel dat dit niet letterlijk moet worden opgevat.
                         --------------------------------------------------
Het verhaal over Rennes-le-Chateau is enorm populair geworden door de vele boeken met hypotheses erover die in de handel zijn verschenen. Wat vrijwel niemand zich echter realiseert is dat deze gebeurtenis eigenlijk een soort van 'proloog' had gekend. Er was namelijk eerder nog zo'n pastoor geweest die een 'domein' aan zou leggen, en die gesteund werd door een aantal van dezelfde geldschieters als kort erna Berenger Saunière. Een verhaal waarin genoeg overeenkomsten te vinden zijn. Zij het dat de plek waar een en ander plaats vond natuurlijk over lang niet zo'n rijk historisch verleden beschikte als Rennes le Chateau. Daarom leek het eigenlijk eerder een 'experiment' van zekere 'heren' te zijn. Het bracht ze op een idee.
Ik had het reeds eerder hierover in deel 12 en u heeft dan gelijk het filmpje erbij kunnen zien waarin GW-redacteur Thomas de hoofdrol speelt, maar belofte maakt schuld en deze eigenlijke proloog van het Rennes le Chateau dilemma is het waard om nu even in zijn geheel te worden verteld. Er is zover ik weet in onze taal eigenlijk nooit veel aandacht geweest voor deze geschiedenis.
Ik wil u er wel nog even op attenderen dat we het bestaan van dit verhaal wel grotendeels te danken hebben aan de vorig jaar december veel te vroeg overleden onderzoeker die af en toe ook iets schreef op Grenswetenschap, namelijk Philip Coppens. Dankzij Philip is menigeen geattendeerd op het bestaan van dit verhaal. Er was lang geleden wel een klein boekje in het Frans over geschreven maar door de beperkte oplage is daar nu al lang niet meer aan te komen. Ik had echter geluk, want een goede vriendin en bewoonster uit Baulou, die merkwaardig genoeg kort na Philip kwam te overlijden, was in het bezit van dit boekje en leende het mij.
Philip Coppens heeft trouwens ook een artikel geschreven ooit over wat ik nu ga vertellen en dat vindt u hier.
Het verhaal is dus niet helemaal hetzelfde als dat van Berenger Saunière, volgens mij blijkt duidelijk uit deze geschiedenis dat 'men' – en hiermee bedoel ik dan vooral die adellijke geldschieters –  nog aan het experimenteren was in hoeverre men priesters voor hun karretje konden spannen.
Het verhaal heeft voor mij vooral echter grote waarde omdat de pastoor die de hoofdrol erin speelt een boodschap op zijn domein achterliet waaruit nog duidelijker blijkt hoe die eerste-eeuwse geschiedenis zich moest hebben afgespeeld. Die geschiedenis waarin Maria Magdalena de hoofdrol speelde.
In Rennes-le-Chateau zou namelijk een veel minder duidelijke aanwijzing van dezelfde strekking achterblijven, en zou Saunière op een andere wijze aan deze gebeurtenis refereren.

Le Carol, een societeit van een 'goede dood'.
In de 18e eeuw vluchtte een zekere familie 'de Coma' –  behorende tot de lagere adel –  uit Spanje omdat ze deel uitmaakten van een contrarevolutionaire beweging. Zoals veel van hun lotgenoten streken ze in eerste instantie neer in Perpignan, de hoofdstad van de Roussillon waar een taal werd gesproken (Catalaans en Occitaans) die leek op die van hen. Omdat Perpignan lange tijd in de geschiedenis deel had uitgemaakt van Catalonië en ooit de hoofdstad was geweest van het 'Koninkrijk Mallorca'.
AD 1774, in de tijd dat de Franse koning Lodewijk XVI het even voor het zeggen had gekregen in Frankrijk, werd een zoon geboren. Deze kreeg de naam Bonaventura de Coma.
Deze zoon besloot een studie te gaan volgen tot architect  die hij met succes af zou sluiten waarna hij in 1812 trouwde met Euphrosine Therèse Vidal.
Het pasgetrouwde stel besluit niet in het land met die 'Spaanse roots' te blijven maar trekken meer landinwaarts naar de plaats Foix in het behoorlijk bergachtige departement de Ariège.
Hier weet  Bonaventure de functie van architect van het departement te krijgen.
Het koppel krijgt 9 kinderen:
Ferdinand 1814-1883, die net als zijn vader architect werd.
Pierre Christine Amélie Flore 1817-1819
Jenhy 1818-1852
Emmanuel 1820-?
Louis 1822-1911,  Priester
Marie 1827-1910
Victor 1828-1898
Gustave 1829-1907
Claire 1832-1919
Het nu volgende verhaal heeft - niet zo verrassend als u de namen van de kinderen hierboven heeft gelezen - de zoon Louis de Coma als hoofdrolspeler.
Louis de Coma heeft de passie en het temperament van een echte Spanjaard. Zijn opvoeding werd hoofdzakelijk bepaald door zijn moeder en haar zusters, die allemaal bijzonder vroom waren.
Het is daarom niet vreemd dat Louis in 1840 besluit om priester te worden. Zijn oudere broer zou zijn vader al op gaan volgen als architect dus ging Louis – mede dankzij de invloed van zijn moeder en tantes – voor het geloof.
Hij zou aan de bisschop van Pamiers hebben gevraagd of hij een opleiding aan het St. Sulpice in Parijs mocht volgen. Schijnbaar had dit instituut grote aantrekkingskracht op priesters en geestelijken in die dagen, want Saunière zou volgens verhalen tijdens zijn bezoek aan Parijs hier ook zijn geweest.
Maar Louis had geen geluk want de bisschop liet dit niet toe. Louis ging echter niet bij de pakken neerzitten en zocht een andere oplossing. Die vond hij bij de Jezuïeten, en in 1844 trad hij buiten de bisschop om toe tot deze orde. In 1846 werd hij naar Brugge in België  gestuurd waar hij een literaire studie volgt en daarna een studie in leiding geven en filosofie. In 1850 rondt hij tevens een studie theologie af en
5 jaar later legt hij zijn laatste gelofte af die hem volledig Jezuïet maakt.
Datzelfde jaar, 1855, komt zijn vader Bonaventura te overlijden en zijn kinderen besluiten dat zij eigenlijk het liefst een basiliek ter ere van hun vader zouden willen bouwen.
Bouwen zat hen schijnbaar echt in hun bloed.
Voor zijn overlijden nog had hun vader een stuk grond buiten Foix in de gemeenschap Baulou gekocht. Deze grond had voornamelijk uit bos en landbouwgrond bestaan en er hadden een boerderij en een tegelfabriekje voor het maken van tegels en dakpannen op gestaan. Het landgoed droeg de naam 'le Carol', naar een klein stroompje wat over het terrein liep.



Louis de Coma had ondertussen naam weten te maken als een begaafd redenaar en hij was befaamd om zijn preken. Hierdoor was hij een geziene gast geworden  in de salons van markiezen en gravinnen, waarvan hij natuurlijk ook meteen de biechtvader was.
Jezuïeten hadden het niet gemakkelijk binnen de republiek, en Frankrijk was in 1948 weer eens een republiek geworden (de tweede). Jezuïeten stonden er namelijk om bekend om geld voor hun diensten te vragen en dit werd bij de republikeinen niet erg gewaardeerd.
Louis besloot binnen de Jezuïeten-orde zich aan een studie te wijden waarmee hij het werk van van een 17e eeuwse voorganger van hem voort zou kunnen zetten. Want om de een of andere reden had de dood van zijn vader er zo bij hem in gehakt dat hij het werk van  Vincent Caraffa uit 1638  wilde zetten, namelijk 'L 'association de la Bonne Mort' (De sociëteit van de Goede Dood). Het doel van die sociëteit was eigenlijk niet veel anders dan een vorm van stervensbegeleiding in  religieus opzicht, om de overgang naar die andere dimensie zo prettig mogelijk laten verlopen voor diegenen die zover waren om over te gaan.
"Aangezien zich voorbereiden om bij het sterven een goed mens te zijn de belangrijkste bezigheid is van het christelijk leven, de meest effectieve manier om een goede dood te krijgen  is waarschijnlijk de herinnering aan, en de pijn ervaren van, de heilige Moeder...
Ik ben nog steeds in leven, maar de dood nadert, en binnenkort zal ik er niet meer zijn... Ben ik klaar om te verhuizen naar de eeuwigheid, te verschijnen voor de  rechtbank van God? ... Hoe denk ik op dit laatste moment over goederen, eer en de genoegens van het leven? Hoe lijken mij de achting en de kritiek van mensen? In welke staat is mijn geweten? Is er echt niets dat me bang kan maken voor de afkeuring van de Opperste Rechter? Niets dat me belet  God lief te hebben en te sterven in zijn liefde? En heeft hij wat gevaarlijk voor mij om een ?? aantal geheime afkeer in mijn hart... koppeling ontwikkeld? Mijn handen zijn ze helemaal zuiver: wat betreft het eigendom van anderen? Beantwoord al deze vragen, en na bestudering van wat je het meeste problemen zou bezorgen als je voor het einde van de dag zou sterven bedenk dan de oplossing dit snel te verhelpen."

('Handleiding van de Goede Dood', Louis de Coma.)
Sinds paus Benedictus XIII  (1724-1730) hadden de Jezuïeten de bevoegdheid gekregen deze 'Goede Dood' uit te voeren, oftewel erover te prediken, en aflaten te verstrekken tegen betaling.
Hierdoor kon de Coma vele donaties in ontvangst nemen voor aflaten, misdiensten en gebeden. Hij reisde hiervoor door heel Frankrijk vanwege zijn populariteit.
Terwijl Louis de Coma faam aan het verwerven was als prediker van een Goede Dood was zijn oudste broer Ferdinand inmiddels begonnen met het verwezenlijken van hun plannen. Want die basiliek  ter ere van hun vader moest er komen.
Ferdinand had een functie als de architect van het bisdom Pamiers, dus wie beter dan hij zou er geschikt zijn voor dit grote project?
Op de plaats waar de oude tegelfabriek had gestaan wilden ze eerst een familiecrypte aan gaan leggen. De basis daarvoor was er namelijk al, want er was een soort gang in de grond gedolven waaruit de klei was gewonnen voor het fabriceren van tegels en dakpannen.
De bedoeling was daar een soort van grot annex grafkelder van te maken en daaromheen een tuin à la Gethsemané aan te leggen.

Gethsemané – aan de voet van de Olijfberg in Israël – was uiteindelijk altijd reeds de plaats geweest waar religieuze Joden graag wensten te worden begraven, en waar Jezus uiteindelijk ook in een graf zou zijn bij gezet.
Hiermee gaf de familie de Coma dan gelijk aan niet te geloven dat de plaats van de huidige Heilig Grafkerk in Jeruzalem het echte 'Golgotha' was geweest. En dat was het ook niet, want die locatie was vele honderden jaren later pas door de moeder van keizer Constantijn (Helena) zonder enige voorkennis, op goed geluk, bepaald.
Om een modderige delfgang te veranderen in een heuse grot besluiten Louis en Ferdinand uit de verderop gelegen grotten van Portel echte druipsteenformaties te winnen voor hun kunstmatige grot. De eigenaar van die grot is een neef dus toestemming daartoe was zo verkregen. 
Helemaal aan het uiteinde van de grot werd een altaar gecreëerd waarop een beeld van Jezus zou worden neergezet zoals Hij volgens het verhaal in het Nieuwe Testament moet zijn geweest toen Hij zich in de nacht van het Passieverhaal in de tuin van Gethsemané had bevonden, wetende wat Hem te wachten zou staan.
Aan weerszijden van het altaar en eronder worden ruimtes geschapen waar de overblijfselen van de familie konden worden bijgezet. Gaten in het gewelf en een dubbele ingang dienden ervoor het licht op een mystieke wijze te verspreiden in de grot.
Nu is het geval dat de Jezuïeten  eigenlijk niet aan kloosters stichten en dergelijke doen, maar Louis krijgt desalniettemin toestemming ervoor van zijn orde, indien hij er wel zelf de volle verantwoordelijkheid voor neemt en een deel van de donaties die hij ervoor ontvangt afdraagt aan de orde.
Aan donaties heeft hij overigens geen gebrek. De graaf van Chambord, Hertog van Bordeaux – wiens weduwe later abbé Saunière zal ondersteunen –  doneert vierduizend gouden franken en een andere anonieme weldoener schenkt zelfs tienduizend frank!
De naam van het 'oeuvre' dat de de Coma broertjes op gaan zetten is bepaald, het zal de naam Gethsemané  gaan dragen en alle details uit het passieverhaal van Jezus Christus zullen erin verwerkt worden, te zien zijn, op het terrein van 'le Carol'.
Ze gaan zelfs zover om planten en bomen uit Palestina te importeren en deze aan te planten op het terrein. Dit was echter niet zo'n goed idee want de winters in de bergachtige Ariège zijn heel wat guurder dan die van het Midden-Oosten. Geen enkele plant zou het dan ook overleven, helaas.



Het terrein van le Carol ligt in een smal dal. Aan de ene zijde (rechts op de foto) had de familie de Coma dus die grot aangelegd in de mijn van die oude tegelfabriek en aan de andere zijde van het dal (links op de foto) besloten zij de Calvarieberg te creëren waar Jezus gekruisigd zou zijn.
Op de berghelling werden daarvoor kruiswegstaties aangelegd en bovenop de berg werd een kapel gebouwd met hierin beelden van een gekruisigde Jezus, Maria Magdalena op haar knieën voor het kruis en Maria de moeder van Jezus rechts en de evangelist Johannes links.
Met de crypte en de kruisweg nu klaar kon er worden begonnen aan het echte grote werk.
Direct boven de crypte op een soort van uitstekende kaap zou de basiliek worden gebouwd. Maar dat niet alleen, ze zouden er tevens een klooster bij gaan bouwen met cellen waarin monniken konden leven.
En aan de overzijde van het dal lieten ze onder de Calvarieberg nog een grot aanleggen, waarin Maria Magdalena werd geplaatst.
Alles leek volgens een zeker concept te worden neergezet, een opstelling waarin een boodschap verborgen lag. Later zal ik vertellen wat die boodschap moest zijn geweest, volgens mij.
De overeenkomst tussen de kerk die te le Carol werd gebouwd en die te Lourdes, die slechts kort ervoor was gebouwd, is overigens opmerkelijk. Ferdinand de Coma dacht waarschijnlijk zich als architect van het bisdom te kunnen permitteren uit te gaan van het principe: "beter goed gejat dan slecht verzonnen".



Al deze bouwwerken zouden natuurlijk enkel waarde gaan hebben als ze bewoond zouden gaan worden door een religieuze gemeenschap. Maar de Coma zat hier met een probleem. Het was hem privé namelijk onmogelijk om Paters te werven die  Missen voor de stervenden konden zeggen, want de wet van de Republiek is expliciet: slechts religieuze gemeenschappen hebben de mogelijkheid om zich te vestigen in kloosters! Hij vroeg de bisschop van Pamiers daarom om voorspraak maar dit leek weinig op te leveren.
Alsof  er nog niet voldoende tegen leek te zitten werd in 1879 door de Franse republiek besloten tot de ontbinding per decreet van de Sociëteit van Jezus, en driehonderd andere congregaties, over te gaan.
De Jezuïeten werden verdreven, hun gebouwen in beslag genomen. Waarna de meeste broeders  in ballingschap gingen in Spanje.
Louis de Coma zat nu pas echt met een probleem, want hij kon zijn oeuvre van Gethsemané niet voortzetten en daarnaast deel blijven uitmaken van de Sociëteit van Jezus. Zijn baas bij de Jezuïeten raadde hem dan ook aan de orde te verlaten om verder te kunnen gaan met het werk dat hij was begonnen.
In 1880 volgt dan de volgende tegenslag als Ferdinand de Coma wordt ontslagen als architect bij het bisdom. Misschien was het schaamteloos kopiëren van de kerk te Lourdes toch niet helemaal in goede aarde gevallen.
Ferdinand wilde nog wel even de voltooiing van het klooster meemaken, die nu nabij was, om zich daarna terug te trekken op zijn kasteel Peyrette te Escosse. Waar hij drie jaar later dan plotseling overlijdt, hij had al geruime tijd in een slechte gezondheid verkeerd.
In 1881 ontmoet Louis tijdens een rondje prediken door geheel Frankrijk dan de  'broeders van de Heilige Geest' die ook nog eens goede bekenden blijken te zijn van de nieuwe bisschop die zich ondertussen in Pamiers had gevestigd. Louis vertelt over zijn oeuvre en weet met deze broeders een overeenkomst te treffen dat zij zich in zijn klooster zullen vestigen.
1885 - een jaar voor de priesterwijding van Berenger Saunière - wordt er een verdrag ondertekend waarin een soort van verkapte verkoop zit besloten. Op omzichtige wijze proberen ze te vermijden dat de republiek zich met een en ander gaat bemoeien.
Louis krijgt wel 40.000 Franc voor zijn oeuvre van de 'Broeders van de Heilige Geest' en deze dienden contractueel te garanderen dat er altijd voldoende geestelijken zouden zijn om misdiensten te zeggen die hij had beloofd aan zijn weldoeners. En de broeders waren verplicht om regelmatig de weg van het kruis te lopen en rozenkransen op te zeggen voor stervenden.
Zouden zij hier op een zeker moment niet meer aan kunnen voldoen, dan zouden de broeders van de Heilige Geest worden gedwongen de stichter alle rechten van het goed in het geheel terug te geven.
Nadat de broeders eenmaal waren gearriveerd gaven zij een beschrijving die hieronder te lezen zal zijn omdat men zo een duidelijk beeld krijgt hoe het 'Oeuvre' van Louis de Coma er op dat moment uitzag.
"Gethsemane is de naam die men gegeven heeft aan een zeer mooie romaanse kapel met drie beuken, opgericht ter ere van de stervende Verlosser en bedoeld om een centrum van gebed voor de stervende armen te maken.
Dit is een gloednieuwe constructie, volledig ingevuld en ingericht in de beste omstandigheden van degelijkheid en elegantie. Naast de sacristie is er een ander  gebouw aangewezen als klooster, inclusief de kelder, een keuken, een eetkamer en bijgebouwen met uitzicht op een overdekte kloostergang zuid-zuidwest .
Een smalle trap leidt vanuit de kelder naar de sacristie met aan een kant open naar de kapel en aan de andere kant naar de gang met kamers. Er zijn twee grote slaapkamers, elk met twee glazen deuren en twee openslaande deuren naar het terras dat de onderste kruisgang dekt. Boven is er een eerste met dergelijke kamers en bewoonbare zolderkamers. Er zijn dan nog een paar kamers in de torens van de kapel.
Als we ons dan verplaatsen naar de klokkentoren die zich boven de belangrijkste deur van de kapel bevindt, is honderd meter naar rechts een boerderij, een oude en versleten constructie die echter voldoende biedt om in de behoeften te voldoen. Links, naar beneden richting de smalle vallei en aan de andere kant van het pad in de buurt waarvan een kleine stroompje loopt, is een andere kleine boerderij ingesloten in het landgoed.
Voor ons, een beetje naar links, zien we een kleine tuin gescheiden van het klooster door een prachtige nieuw gebouw waarvan het dak ter hoogte van het terras van het klooster is. Dit is een zeer mooie en zeer grote schuur verdeeld in drie compartimenten ~ een schapenstal, koeienstal en een paardenstal . Aan de zuidoostelijke kant van het gebouw is een toren met: kelder, huisvesting, leeszaal en terras erboven.

Tegenover de kapel, eronder is een rots van gestapelde stenen met daarboven een kolom met een urn waarvan een waterstraal als een waterval over de rots loopt in een kleine vijver die voor de grot met de graven is uitgegraven. Deze grot onder de waterstraal is een waar meesterwerk. Muren zijn samengesteld uit  grote stalactieten en het is smaakvol ingericht, de inhoud van de familie graven naast een altaar, links, bij binnenkomst, kan een grot van dezelfde soort worden aangetroffen. Aan elke kant van de grot (afgesloten door een hek), zijn er enorme rotsblokken die de vestibule vormen. Van daar ziet men nieuw geplante olijfbomen staan .
Tegenover ons, ongeveer driehonderd meter, zijn er twee  aangrenzende waterpartijen, eentje als trog de ander een wasplaats.

Verder nog een vijver gevoed door een bron uit de grot van Sainte Madeleine die van binnen is gebouwd met geïmporteerde rotsen, het standbeeld van de heilige verlicht door een paar kaarsen toen we aankwamen .
Hier zijn we aan de voet van Golgotha, dat is de naam die is gegeven aan een berg waarop een monumentale kruisweg werd gebouwd. Vanaf de onderkant van de berg tot de top zijn ceders geplant in twee rijen tot de Calvary kapel waar St. Johannes en de Maagd Maria staan aan de voet van het kruis, Ste. Madeleine knielend , kust de voeten van Christus. "

(R.R. Grizard , "Congregatie van de Heilige Geest".) 



Het moge duidelijk zijn, aan het oeuvre dat hier werd gerealiseerd zou abbé Saunière later met zijn Bethania-project niet kunnen tippen. Al was de oorspronkelijke bedoeling van het Gethsemané-project natuurlijk wel anders. Dit was uiteindelijk geheel ontsproten aan de geest van Louis de Coma en zijn broer Ferdinand, maar Louis had ermee wel echter de aandacht van een aantal zeer belangrijke donateurs weten te wekken die Saunière later zouden adviseren en ondersteunen in zijn projecten.
Een ander opmerkelijk, en overeenkomstig, gegeven is dat Louis de Coma evenals Alfred Saunière – u weet wel 'de broer van' – Jezuïet was. Schijnbaar hadden vooral Jezuïeten toegang tot zekere adellijke kringen in die dagen.
Maar laten we nu verder gaan met het verhaal van Louis de Coma, want ondanks zijn harde werk bleven tegenslagen deze abbé maar volgen.
Eigenlijk blijkt bij de komst van de Broeders van de Heilige Geest al dat men toch niet helemaal op goede voet stond met de stichter van het oeuvre van Gethsemané. Want als  Broeder Decressol later beschrijft:  "De ontvangst was hartelijk ,kruiperig" dan schetst dat niet per definitie een positief beeld.
Later blijkt uit diverse conflicten dat de baas van de Broeders van de Heilige Geest ter plaatse – deze Decressol – en Louis de Coma helemaal niet goed met elkaar op kunnen schieten. Louis probeert overal oog op te houden en Decressol – die zich toch al uiterst wantrouwig opstelt tegenover alles – stoort zich hier enorm aan.
Het dagboek van P. Decressol blijft een goede getuigenis over hoe hij over Père de Coma dacht:
"29 augustus 1885... Een paar dagen voor de ondertekening van de akte, die oude bleef maar opscheppen over wat een geweldige deal het wel niet was voor de Broeders van de Heilige Geest. Vermoeid van zijn commanderende gesnoef, wachtte ik op een gelegenheid om hem de mond te snoeren.
De woede van pater Decressol wordt mede gevoed door het feit dat de abbé de Coma de kas van het oeuvre beheert, en daar zeer généreus uit haalt om aan zijn passie voor  bouwprojecten te voldoen.
Het landgoed van le Carol is op dat moment voor het grootste deel bos. Velden voor de teelt en kwekerij zijn er onvoldoende om een religieuze gemeenschap self-supporting te laten zijn, zoals de Coma het eigenlijk wel had gewild.
Einde dat jaar vertrekken de eerste broeders al. Zij vonden de discipline in het klooster te hard en de sfeer had hen waarschijnlijk evenmin erg aangestaan.



Oktober 1886 is een conflict over het eigendomsrecht van de erbij gelegen boerderij 'Soulé' tussen Decressol en de Coma zo hoog opgelopen dat de Broeders van de Heilige Geest tijdens de afwezigheid van de Coma allemaal vertrekken van le Carol. Maar wel na een groot deel van het meubilair eerst te hebben laten veilen.
En zo komt Louis de Coma op een geheel verlaten en gestript domein terug. Hij kan de broeders echter wel voor contractbreuk aanklagen waardoor dezen ieder recht op iets kunnen vergeten, en de door hen ingelegde 40.000 Franc ook kwijt zijn.
Decressol schrijft later:
"Ik nam de trein naar Bordeaux. Een vogel uit zijn kooi is niet gelukkiger. God alleen weet hoeveel verdriet en problemen ik heb gehad in deze ongelukkige poging tot stichting. Het was tijd voor mijn ziel een beetje rust en stilte te vinden. Deze mislukking heeft me niet bedroefd. Dat alles wat vervloekt is mag vergaan. Dit is het advies van de decaan van Foix wiens woorden dienden als mijn motto. Het is ook die van onze beste vriend in de Ariége, Vader Estrade, pastoor van Vic waarvan de volgende woorden zijn:
- Le Carol is een vervloekt project omdat het een geval van schandelijke uitbuiting van christelijke naastenliefde is, te kwader trouw, echte zwendel die u de rillingen bezorgt door eraan te denken.
Ik beëindig dit met wat bisschop Rougerie, bisschop van Pamiers, bij afscheid zei :
- Het voorbijkomen van de Broeders van de Heilige Geest in mijn bisdom heeft mij althans gediend om te weten waar ik aan toe ben met dat arme hoofd van abbé de Coma en zijn oeuvre wat altijd een mysterie voor ons vormde."

Decressol, voormalig superieur.
Met de onverkwikkelijke situatie die tot het vertrek van de broeders heeft geleid is Louis de  Coma nu elke steun van het bisdom verloren voor wat betreft het creëren van een gemeenschap op le Carol. Eigenlijk is de bisschop van Pamiers erg boos, en wil niet meer horen over Gethsemané.
De jaren erna zet Père de Coma de missies in elke stad voort waar hij predikt tijdens de vastentijd, kerst Advent, eerste communie enzovoort. Maar zijn preken zijn inmiddels ouderwets en zijn gebeden bombastisch. De gelovigen nemen hem niet meer echt serieus.
Maar wat erger is, na deze mislukking is abbé de Coma niet meer geloofwaardig bij de adellijke families die hun bijdrage hadden geleverd aan alle werkzaamheden. Hij kon, nu de paters vertrokken waren, niet in zijn eentje al die missen vieren en al die andere geestelijke diensten die hij beloofd had in ruil voor hun donaties.
En precies in deze zelfde tijd (omstreeks 1887) krijgt abbé Saunière zijn eerste donaties - waaronder van de gravin de Chambord -  voor de restauratie van zijn kerkje te Rennes-le-Chateau. Kan dit dan nog toeval zijn?
Oud, geïrriteerd, teleurgesteld, krijgt Louis de Coma in 1890 de functie van pastoor van de parochie Ste Madeleine (!) in Baulou, waarvoor hij een aantal subsidies krijgt. Maar onze onverschrokken priester blijft te le Carol wonen en verhuurt de pastorie van Baulou voor voor wat centen eerst aan de beiaard en daarna aan twee gezinnen. Want een ding kon men wel van hem zeggen, hij was altijd zeer zuinig geweest.
Maar echt moeite nemen in zijn nieuwe functie deed hij niet. Op een zekere zondag zei hij de mis te le Carol en niet in de parochiekerk want het had namelijk gesneeuwd! En hij had geen zin gehad dat korte stuk door het bos te lopen, wat zijn huis te le Carol scheidde van het kerkje Ste. Marie Madeleine. De Bisschop van Pamiers kon het niet nalaten om de Abbé de Coma hierover ernstig toe te spreken .
In 1900, is het oeuvre van le Carol dan eindelijk pas echt helemaal klaar, geheel volgens de plannen van Ferdinand de Coma.
En dan lijkt het in de jaren erna heel even of er toch weer nieuw leven zal komen in het domein van de Coma.
Want ene pater Lambert had namelijk een Apostolische School  kunnen verwerven in 1888, maar door allerlei omstandigheden zag de faciliteit haar deuren sluiten aan het begin van het schooljaar 1901-1902. Echter, de pater verkocht de school niet. Hij trok zich in de nabij Baulou gelegen Bastide de Serou terug bij zijn vriend abbé Mir, de pastoor van Vic en docent van de kinderen van de vooraanstaande familie van Bellisen . En deze familie van Bellisen leverde in het verleden de nodige financiële steun aan het oeuvre van Gethsemane.
En zo ontstond er een nieuw idee: het transformeren van le Carol tot apostolische school!
In 1903 verkoopt Père de Coma  le Carol aan père Lambert in ruil voor de som van 57.000 frank die deze daarvoor heeft moeten lenen bij de bank.
De som zal worden gebruikt voor de aanleg en inrichting van klaslokalen, slaapzalen en de refter. Want natuurlijk wilde Louis gelijk weer gaan bouwen.
Twee binnenplaatsen bedekt met tegels zouden worden gebouwd aan beide zijden van de kerk: de ene om de kloostergebouwen te verbinden met de constructies op de boerderij, de andere om te worden gebruikt als schuilplaats op regenachtige dagen en als hof ter recreatie.



Jean Bardies, getrouwd met een dochter uit de adellijke familie van Narbonne-Lara en een waardig opvolger van Ferdinand de Coma, zal de werkzaamheden van deze nieuwe  wijzigingen aan le Carol onder toeziend oog van Pater Louis (81 jaar) uit gaan voeren.
Maar 13 juli 1904 is het dan toch voorbij voor abbé de Coma en pater Lambert ! Er was geen hoop meer op een dag ooit nog studenten te zien op de apostolische SCHOOL van le Carol .
Want ruzies tussen het Vaticaan en de Franse regering over de bisschoppen van Dijon en Laval hadden de oorzaak gevormd van een definitieve breuk tussen de Kerk en de Franse Staat. De wet begon hierop de eigendommen van de reguliere en seculiere geestelijken in beslag te nemen.
Victorin Vidal, een neef van Louis de Coma en adviserend advocaat, waarschuwde Louis voor de mogelijkheid van een inbeslagname van le Carol. Maar de manoeuvre van het onder hypotheek stellen van het domein bij de bank door pater Lambert compliceerde echter de vorderingen van de staat.
In 1907 onteigent  het Tribunaal wel van Paul Lambert het onroerend goed van diens Apostolische School van Pamiers. De waarschuwing was dus niet voor niets geweest. Maar de staat had er geen belang bij iets in beslag te nemen waarop een schuld rustte. Dus lieten ze 'le Carol' met rust.
Geconfronteerd met zoveel teleurstelling, verkeerde men op het domein le Carol nu volledig in mineurstemming. Bij abbé de Coma  begonnen de jaren nu echt te tekenen en hij kon de diensten van de kerk Ste Madeleine van Baulou, waar hij van I890 tot 1907 pastoor van was geweest, nu echt niet langer waarnemen.
Desalniettemin komen er in 1907 nog wel rijke en vrome mensen te le Carol met retraite. En op zondagen en feestdagen van heiligen kon men nonnen, paters en kinderen zien.
Bij gelegenheid liepen een paar geestelijken soms de weg van het Kruis.
Echter in geen geval zouden deze een religieus kloosterleven te le Carol hebben, op straffe van onmiddellijke arrestatie.
Veel later waren er wel even enige monniken die zich in de aangrenzende boerderij Soulé van de Coma vestigden om daar een azijnfabriek te exploiteren. 
Maar dan begint het leven rondom le Carol uiteindelijk langzaam weg te sterven. Abbé Louis komt op een gegeven moment zelfs bekend te staan als de  "Kluizenaar van le Carol".
Men ziet hem nu en dan tuinieren terwijl hij de jurken van zijn moeder Euphrosine draagt, met haar strooien hoed op. Alzheimer lijkt hem in zijn grip te krijgen en hij begint zijn leven en zijn oeuvre te vergeten, hij lijkt zich terug in zijn jeugd te bevinden.
14 november 1911 ontdekken Jean Baures en Baptiste Respaud hem dan levenloos in zijn slaapkamer  te le Carol, de dag na zijn 89ste verjaardag.
Maar wat moest er nu gebeuren met het domein? Van wie was het überhaupt?
8 jaar daarvoor had de Coma le Carol aan Vader Lambert gegeven, terwijl hij wel het vruchtgebruik ervan zou behouden maar nu had Louis de Coma zijn laatste adem uitgeblazen zonder een testament...
De Franse wet zegt in dit geval dat de eigenaar over de grond en de gebouwen zal kunnen beschikken. En de eigenaar blijkt een bank te zijn. De bank die het geld aan pater Lambert had geleend voor die Apostolische school die er nooit zou komen.
In 1912 verkoopt de bank het hele domein Gethsemané aan de jongste zuster van Louis de Coma, namelijk Claire.
Mr. Loubes, uit Baulou, die een belangrijke rol in het lot van Carol zal spelen, verwerft de boerderij Soulé die Louis altijd apart van le Carol had gehouden.  
In 1913 schenkt Claire de Coma le Carol dan aan het bisdom Pamiers, al blijft zij wel de vruchtgebruikster ervan.
1919, 1 november, overlijdt zij dan. Dit maakt het bisdom volgens de wet de onbetwiste eigenaar. Maar het bisdom moest eigenlijk wel de werkzaamheden aan Gethsemane voortzetten en de graven van de familie van Coma die onder de Abdij  liggen  onderhouden...   
En dan is het 1933. De nonnen, die tijdens het leven van Pere de Coma, iedere zondag kwamen om bloemen te brengen naar de kapel en de grot van Maria Magdalena, die kwamen al lang niet meer naar le Carol.
In 1939 vindt de eerste ontheiliging van de graven van de crypte onder het klooster plaats.
1940, de Tweede Wereldoorlog breekt los. Het verlaten klooster vervulde op zijn manier wel min of meer een apostolische rol: verzetsmensen zaten er ondergedoken, evenals vluchtelingen uit werkkampen.
1945 volgt dan de bevrijding. De burgemeester van Baulou, dhr. Estaque, ziet de mogelijkheid om van le Carol een vakantiekamp te maken. Mgr. Guiller, de bisschop van Pamiers , wil daar echter niets van horen…
De jeugd weet ondertussen op een minder respectvolle manier gebruik te maken van het verlaten domein door er regelmatig  "surprise-party's" te organiseren, waarbij het hoogaltaar dan als podium voor het orkest wordt gebruikt. De  akoestiek moet daar in ieder geval zeer goed zijn geweest.
Het Klooster van le Carol was min of meer een "bordeel" geworden, tot grote opwinding van vele bewoners van Baulou en de aangrenzende dorpen St. Martin en Cadarcet... men sprak er schande van.  De abdijkerk was totaal geplunderd en het bisdom weet ternauwernood de kruisweg te redden door die te laten verplaatsen naar La Reynaude, waar die nu nog kan worden gezien. 



De klok vertrekt naar Montgauzy en een zijaltaar gewijd aan de Maagd, wordt verplaatst naar de kerk naar Ornolac. Een ander altaar zou naar Lescure gaan.
Uiteindelijk wordt dan het grootste deel van de leistenen en al het timmerhout verwijderd.
Maar dan gebeurt er weer iets verschrikkelijks! Opnieuw worden de graven in de crypte ontheiligd en de doodskisten gestript. Men ziet op een zeker moment over het platteland wilde dieren en honden rondlopen met menselijke resten.
Marmeren dekplaten die de graven hadden afgesloten waren door onverlaten gebroken, de botten van lichamen waren verwijderd en overal op de grond achtergelaten.
1 augustus 1956, dient de heer l'Abbe Goudet, vertegenwoordiger van het bisdom,  het verzoek in bij de burgemeester van Baulou om de resten van de familie de Coma nu maar bij te zetten op de begraafplaats van Baulou.
Inmiddels is het bisdom al meer dan 40 jaar de eigenaar van de le Carol en zij willen er vanaf. Daarom wordt het domein in 1956 te koop gezet.
Dhr. Henri Baures uit Baulou verwerft het dan.
Het bisdom van Pamiers ondertekent de koopovereenkomst op één stellige voorwaarde:
VOLLEDIGE AFBRAAK VAN ALLE
GEBOUWEN DIE EEN RELIGIEUZE FUNCTIE HEBBEN!
Waarom een dergelijke clausule ?
Stel dat op een dag een religieuze gemeenschap zich hierheen verplaatst zonder de toestemming van het bisdom, of erger, stel dat een of andere sekte zich hier vestigt?
Dynamiet lijkt de enige oplossing te bieden om de gebouwen te slopen.



November 1956 worden er explosieve ladingen  geplaatst, waarna een verschrikkelijke explosie volgt! Maar de muren van het klooster staan als eerder en lijken zich zelfs niet te hebben verplaatst! Ferdinand de Coma had de bouwsels destijds zeer solide neer weten te zetten.
Een paar maanden later blijkt Mr. Vettor, aannemer, geïnteresseerd in de prachtige stenen van het klooster. Mr. Baures gaat  akkoord deze aan hem te verkopen. En zo volgt een tweede poging tot sloop.
Op een zekere ochtend is Carol  bedekt met een dikke laag sneeuw als er opnieuw een zorgvuldig en methodisch geplaatste hoeveelheid explosieven tot ontploffing worden gebracht. Het klooster stortte deze keer vrijwel geruisloos op een matras van sneeuw.



Nu resten er enkel nog wat sporen hier en daar tussen het groen naast de boerderij Soulé.
De huidige eigenaar van het grondgebied van Gethsemané is nog steeds een 'Baurès', die tevens de burgemeester van Baulou is op het moment dat ik dit schrijf.
Voor hem zijn de overblijfselen van Gethsemané eerder een last dan een lust.
Want overblijfselen zijn er genoeg namelijk. Niet alles was opgeblazen die ene dag in november 1956.
Zo was de crypte behouden gebleven...



... en de grot van Maria Magdalena. 



De calvariekapel  met daarin de beelden van Jezus, Maria Magdalena, Maria en Johannes was ook blijven staan.



Enkel de kruiswegstaties langs de weg naar boven waren destijds naar La Reynaude verplaatst.
De ter ere van Buonaventura gebouwde basiliek en het klooster waren de enige bouwsels die met dynamiet vernietigd, al zijn de ruïnes er nog wel.
Het probleem voor meneer Baurés is echter vooral dat hij als eigenaar verantwoordelijk is voor de gebouwen. En de ongelukken die er kunnen gebeuren met mensen die de kunstmatig gecreëerde crypte en de grot van Maria Magdalena op zijn terrein betreden.
Tot nu toe hebben diverse mensen die de restanten van le Carol naar waarde weten te schatten hem er nog van weten te weerhouden die laatste overblijfselen van het oeuvre van de Coma alsnog te vernietigen. Maar dan mag men wel verwachten dat er op zijn minst met respect mee om wordt gesprongen. En dat is helaas niet altijd het geval heb ik tot mijn grote spijt vast moeten stellen. Want nieuwsgierigen bezoeken nog steeds de graven in de crypte op zoek naar overblijfselen. En weten die nog te vinden ook. Schijnbaar waren toch niet alle menselijke resten verwijderd. Zo heb ik vorig jaar nog menselijke resten opnieuw toe moeten dekken in een van de graven in de crypte.
Ik hoop dus dat dit verhaal niet mensen zonder enig respect voor geschiedenis en overledenen naar deze bijzondere plek zal  trekken.
                  ------------------------------------------------------------
Dit is dan het hele verhaal over Baulou met het domein Gethsemané op het grondgebied van le Carol. De locatie heeft voor de rest geen bijzondere geschiedenis gekend van bijvoorbeeld vluchtelingen uit het Heilige Land of Visigothen, en zelfs de Katharen lijken er geen memorabele sporen te hebben achtergelaten.
Enkel Louis de Coma zou dit doen, met een schaalmodel van een gebeurtenis die 1900 jaar daarvoor in het 'Heilige Land' had plaatsgevonden.
Laten we daarvoor nu eens even naar zijn Gethsemané gaan kijken.
Een reeds bestaande tekening in het eerder door mij genoemde boekje over 'le monastère dynamité' klopte niet helemaal ontdekte ik. Maar door deze tekening aan te passen heb ik hem redelijk natuurgetrouw weten te krijgen.
Van het klooster en de kerk is dus weinig over, die liggen geheel verscholen in het welig tierende onkruid dat er groeit. De natuur heeft de grond gewoon opnieuw opgeëist.
Links hieronder wat erover is van het klooster en rechts wat er rest van de kerk.

 


Maar nu gaan we die crypte eens wat beter bekijken. Verder naar boven was er al een foto van te zien, maar de ingang is beslist ook de moeite waard om eens te bekijken.



Bij de scheiding van de dubbele ingang is een slangachtig wezen te bespeuren dat ten tijde van Louis de Coma nog water zal hebben gespuwd in het bekken waarin een fontein stond.
Dat hier een slang-achtige 'vis' voor uit was gekozen kan puur decoratief zijn geweest, of een boodschap hebben bevat. Ik hou het op het laatste.
Maar eerst gaan we nu de crypte weer eens in.



Alle mooie druipstenen komen dus uit een echte grot die zich enkele kilometers verderop bevindt.
 Achterin de grot bevindt zich een altaar met daaronder een graf en links en rechts van het altaar zijn de overige graven, waarvan de dekstenen zijn gelicht maar waarop nog wel de namen van de de Coma familie te lezen zijn.
Boven het altaar bevindt Jezus zich, gekweld - of peinzend - omhoog kijkend.
Dan gaan we nu weer naar buiten en langs die voormalige waterpartij gaan we dan door het struikgewas naar een soort van 'verbindingsweg' toe. Nu buiten gebruik want er loopt een asfaltweg naast maar in de tijd van Louis de Coma was deze weg heel belangrijk.
Aan het uiteinde van die weg is iets donkers te ontwaren, namelijk weer een grot.
Oorspronkelijk kwam men bij die grot uit door een bassin met water via een bruggetje over te steken. Nu is het zo door onkruid overwoekerd dat dit niet meer gaat en men om het bassin heen moet lopen.
De grot van Maria Magdalena, waarin ze volgens het originele verhaal na haar aankomst in de Languedoc de rest van haar leven zou hebben doorgebracht, was in het oeuvre van Louis de Coma dus enkel te bereiken nadat men eerst een waterpartij was overgestoken. Bij de crypte en bij de grot.



Waar de Coma deze grot aan zou leggen was eerst niets. Geen delfgang voor klei, helemaal niets. De gehele grot is dus – net als die in het plantsoentje in Rennes le Chateau – helemaal aangelegd met rotsblokken die van elders kwam. Maar daarmee houdt de vergelijking dan wel op. 



Door het water wadend komt men bij een klein bassin uit waarachter Maria Magdalena zit. Met een schedel naast haar – zoals ze doorgaans wordt uitgebeeld – en in overpeinzingen.



Wat we hier in feite zien is het verhaal van Jezus en Maria, wat er na de kruisiging plaats had gevonden. Maria die het land uit had moeten vluchten voor haar eigen veiligheid, als 'Vrouw van een Rebellenleider'. En Jezus, de gekruisigde rebel die nog leefde en voorbereidingen trof om Zijn land te heroveren op de Romeinen en als symbool dan het Joodse geloof te hervormen.
Als het verhaal in het eerder door mij genoemde boek 'The Jesus Scroll' klopt, dan zou Hij Zijn laatste dagen – net als Maria Magdalena – wel eens in een grot kunnen hebben doorgebracht.
Theoretisch is het dan zelfs niet uit te sluiten dat zij min of meer gelijktijdig zouden overlijden, zonder elkaar ooit weer te hebben gezien.
Jezus aan de ene zijde van de Middellandse zee, en Maria als het ware in het spiegelbeeld (!) daarvan aan de overzijde van diezelfde zee.
ALS Donovan Joyce het juist had in zijn boek dat Jezus als bejaard Messias-symbool van de Zelotische rebellen onder Eleazar ben Yaïr 14 april AD 73 zou sterven samen met de andere rebellen, ALS het klopt dat Maria Magdalena op hoge leeftijd in haar grot zou komen te sterven, dan is het niet onmogelijk dat ze min of meer tegelijkertijd het leven lieten.
Omdat ze fysiek gescheiden, toch verbonden waren geweest. In de geest, maar misschien ook wel door middel van energiebanen die zeker dwars door de Middellandse zee lopen.
Masada-Montsegur, Jeruzalem-Carcassonne, religie-oorlogen met griezelig veel overeenkomstige details. Misschien ZIJN de Languedoc en het Heilige Land wel op een bepaalde manier door energiebanen met elkaar verbonden. En misschien wist men dat in de tijd van Maria Magdalena en Jezus nog wel.
                               ---------------------------------------
Deze versie van Louis de Coma over Jezus en Maria Magdalena heeft een reflectie in één specifiek voorwerp dat abbé Saunière in het kerkje Ste Marie Madeleine te Rennes le Chateau zou ontdekken. En dat maakt dat ik meer waarde aan de hypothese ben gaan hechten. 



De afbeeldingen op de 'Riddersteen' zijn eigenlijk nooit goed verklaard.
Links ziet men een strijdbaar iemand op een paard onder een boog (Arca of grot) en rechts heeft men altijd beweerd dat daar iets van een vrouw met een klein kind ook op een paard zitten. Wederom onder een boog.
Wat nou als dit eveneens het verhaal van Jezus en Maria Magdalena moet voorstellen? Maria Magdalena was uiteindelijk zwanger toen ze vluchtte, en had een kind bij haar toen ze in Gallia aankwam. Als de makers van die steen Visigothen waren, zoals vaak wordt beweerd, dan hadden ze dit misschien nog geweten.
Voorts vond ik ooit niet ver bij mijn huis vandaan een gerestaureerd kerkje op een plaats waar volgens zeggen ooit vluchtelingen uit Palestina zouden zijn neergestreken. Tijdens de restauratie van dit kerkje (te Roubichoux) had men gegraveerde stenen aangetroffen waarop mogelijk Aramees schrift voorkwam maar ook - vooral -  een zekere tekening.



Twee omheinde gebieden met een grote open ruimte ertussen. Aan de ene zijde bevindt zich een persoon die gezien zijn grootte waarschijnlijk een man is. Naast hem bevindt zich een slangachtig wezen.  Aan de andere kant van die grote open ruimte bevinden zich twee personen, dat lijken een vrouw met een kind te zijn. En een uitgestoken hand voor 'contact'.
Deze afbeeldingen vertonen wel heel erg veel overeenkomsten met het door de Coma uitgebeelde verhaal te Baulou of die 'Riddersteen' in Rennes le Chateau.
Zou het kunnen dat een 'ondergrondse stroming' op deze wijze probeerde de kennis over een zeker verhaal niet verloren te laten gaan?
Het spirituele aspect eraan is dat twee mensen die 'innig' met elkaar verbonden waren met elkaar in contact waren blijven staan, ook al waren ze fysiek nog zo gescheiden. De slang kan een soort van 'kundalini' hebben moeten voorstellen. De verbindingsweg tussen punten van energie. Binnen de Tantra verbindt de Kundalini ook nog eens het 'mannelijke' en het 'vrouwelijke'.
En dat brengt ons dan als vanzelf weer bij waar die occulte loges - waar ik het in de vorige delen over had - zich mee bezig hielden.
                        ----------------------------------------------------
Dit is dan het einde van een wel heel erg lang deel, met een verhaal dat eigenlijk nooit echt uitgebreid aan de orde is gekomen in de verhalen die over het mysterie van Rennes-le-Chateau gaan.
Zover men weet is abbé de Coma nooit echt in occulte loges of dergelijke opgenomen. Al zullen er zich onder zijn donateurs beslist wel leden van zulke loges hebben bevonden. Maar zij hielden zich blijkbaar nog koest, toen nog wel.
Het volgende deel zal waarschijnlijk echt het laatste zijn. Er is nog maar één ding wat ik volgens mij niet voldoende toe heb gelicht. Namelijk wat de schilder Nicolas Poussin mogelijk af heeft geweten van dat ene grote geheim. Want dat hij IETS wist dat is wel zeker. Een vreemde brief uit die tijd weet daar voldoende over te vertellen, en waarom anders zou de Franse koning ineens zo'n grote interesse in het schilderij 'De Herders van Arcadia' hebben gekregen?
Ik meen te hebben ontdekt dat wat hierboven ter sprake kwam daarmee te maken zou kunnen hebben.
hugo: Top.
DansFans: je dance, donc je suis.
Op 23-12-2013 12:19:23 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: goh ik vind de tijd effe niet om dit lange artikel uit te lezen, het gaat met schokskes....tja t hele verhaal schokt...er zit een post-itje vast op mijn brein om niet te vergeten verder te lezen...zucht...en het interesseert me zooooo
(bericht gewijzigd op 25/12/2013 17:3)
Change the being by being the change
Op 25-12-2013 17:03:16 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
hugo:
chriske:
goh ik vind de tijd effe niet om dit lange artikel uit te lezen, het gaat met schokskes....tja t hele verhaal schokt...er zit een post-itje vast op mijn brein om niet te vergeten verder te lezen...zucht...en het interesseert me zooooo

Het staat er morgen nog.
(Speciale Kerstregeling.)
DansFans: je dance, donc je suis.
Op 25-12-2013 21:03:34 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Jean-Bob: Het slot wat binnenkort op GW verschijnt zal ook niet direct kort zijn, zenne. Maar het mag dan een zware bevalling zijn geweest, het kind is er. Kannekik al mijn tijd en energie besteden aan het creëren van een PDF bestand waarin al die 18 delen hoofdstukken zullen zijn. En dan nog een apart PDF document van de vertaling van de Jesus Scroll, enfin, ik heb nog wa te doen.
Op 26-12-2013 13:35:14 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: komaan hé JB hou de moed erin, ik ga nu opzoeken hoe ik dat moet doen om je een natje kado te doen en dan kan je dapper verder werken aan de PDF en aan het scrolleke, ik ga ondertussen verder lezen...want die speciale kerstregeling loopt misschien niet zo lang ;-)

tjien mijn bank staat er niet bij?? wat doe ik dan, twas weer te denken dat niet gemakkelijk zou zijn met die betalingswijzen...JB help, ge krijgt een literke....
(bericht gewijzigd op 26/12/2013 15:29)
Change the being by being the change
Op 26-12-2013 15:21:13 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Jean-Bob: Ik heb geen idee hoe dat allemaal werkt hier hoir.
Wettewa, neem d'r maar gewoon ene op uw en mijn gezondheid, dan komt 't wel goe.
Op 27-12-2013 1:09:14 | Kudos: 3 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: weet ge JB ik kan ter plaatse trakteren, wij zijn in juni 2014 in Argelès-sur-mer, da's zowat onze vaste stek om uit te rusten van de kleinkinderen (!) of in september dan zijn we er ook, wat denk je...
(bericht gewijzigd op 27/12/2013 20:57)
Change the being by being the change
Op 27-12-2013 17:23:58 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Jean-Bob: Dat klinkt als een goed idee. Argèles ligt maar 100 km van Rennes le Chateau vandaan en in de 'Jardin de Marie' tappen ze goed bier. Juni of september, dat maakt mij niet uit, ik bevind mij daar altijd wel in de buurt want wij wonen daar niet zo gek ver vandaan.
Op 28-12-2013 1:56:10 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: machtig, ik ga ondertussen nog eens alles herlezen en de filmkes zien want als ge me gaat ondervragen wil ik toch wat kunnen antwoorden...wij zijn zelf jagers (in 't klein) op dolmen en menhirs en wij zwerven graag rond in de Pyreneeën, goe werken aan de PDF van Rennes hé en aan de vertaling, ik geniet er echt van, we spreken dan nog af
Change the being by being the change
Op 28-12-2013 13:56:29 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Jean-Bob: Kende de Dolmen bij Sournia? Er is daar in de buurt ( de Fenouiiledes) wel meer fraais megalitisch te aanschouwen. De eerste Europeanen huisden in die buurt ongeveer. (Tautavel bv) En dan natuurlijk de Menhir in de vorm van een cijfer 7 op weg naar la Serpent. En de standaard Obelix soort Menhir van Belvèze du Razès. Dan is er nog een mooie Menhir met een gat in het midden (het ultieme symbool voor het vrouwelijk principe) in Quillan. En ik ben niet van het ondervragende soort hoir. Vragen beantwoorden wil ik daarentegen weer wel. Die vertaling van 'The Jesus Scroll hebbekik lang geleden al eens gemaakt in een zomer., moet hem enkel nog eens nazien en op PDF zetten. Een PDF van het RLC dilemma is aandere koek, want door de vele illustraties zal dat wat betreft de opmaak nog wel lastig worden.
Op 28-12-2013 18:13:16 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
chriske: JB 'k heb al wat wijn op en ben aan 't luisteren naar
Rodrigo y Gabriela - Complete CD
dus de menhirs staan op hun kop
mijn schatje onthoudt dat beter dus morgen
zie je me terug verschijnen toedeloe alles kits
Change the being by being the change
Op 28-12-2013 19:58:42 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2017Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden