In het vorige deel waren we net op het station te Caïro in de nachttrein naar Luxor gestapt. De afstanden in Egypte zijn enorm en als de oude Egyptenaren de Nijl niet hadden kunnen gebruiken dan had de manier van reizen voor hen nog veel langer geduurd en vooral veel zwaarder geweest.
Maar de trein is natuurlijk nog sneller dan een boot.

De volgende dag kwamen we vroeg in Luxor aan.
We zouden de gehele dag de gelegenheid krijgen om te zien of Luxor zijn naam 'paleizen' eer aan zou doen.
In de tijd van de farao's heette het overigens nog Thebe, of zoiets.
Deze stad was trouwens in tegenstelling tot Luxor aan de oostelijke oever van de Nijl gelegen omdat de westelijke oever voor de doden was gereserveerd.
De westelijke oever, de zijde waar de zon onder ging, was de dimensie waar volgens de oude Egyptenaren de doden verbleven .
Zij waren trouwens niet de enigen die er zo over dachten, want zulk gedachtegoed kan men onder andere ook nog bij de Kelten bespeuren.


Al was het na de hoogtijdagen der farao's in Egypte al wel gelijk voorbij dat men er zo over dacht, want er waren toen al levenden aan de westelijke zijde gaan wonen.
En geen dooie schijnt hier echt protest tegen te hebben aangetekend.

 

 

 

Het kaartje rechts illustreert wat er in Luxor allemaal te zien is en waar het zich bevindt. Wij bevonden ons op dat moment nog rechtsonder. Daar lag de boot afgemeerd waarmee we later verder zuidwaarts zouden gaan varen.

Links aan de overzijde van de Nijl het Dal der Koningen en rechts de tempels van Luxor en Karnak. We bevonden ons nu midden in wat er van de oude beschaving te Egypte resteert.

 

Het was nog zeer vroeg en wij hadden de gehele dag vrij. Nu stond er wel een georganiseerde trip naar Luxor op het programma maar wij besloten lekker op eigen houtje alvast een keer naar die tempel toe te gaan.

Om meteen vast te mogen stellen dat de verhalen die we over de oude Egyptische cultuur hadden gelezen klopten. Vrouwen waren inderdaad maar nauwelijks gekleed in die dagen, en men keek ook heel anders tegen seksualiteit aan dan men het daar nu doet. Want de op onderstaande foto slechts onduidelijke figuur links laat echt geen derde been zien daar hoor, zo uitgestoken.


Later die middag gingen we nog even een boottochtje maken met een felucca, zo´n typisch Latijns getuigd vaartuig zoals je die wel vaker in dit deel van de wereld kan tegenkomen.

Hier begon bij ons steeds meer een idee te ontstaan over het belang van de zeevaarders voor de Egyptische beschaving, en wat zij voor de beschaving der mensen in het algemeen hadden betekend. Het zaad was gezaaid en begon reeds gelijk te ontkiemen.
Het was overigens best wel leuk (voor iemand die zelf zeilt) om te zien hoe men met die aparte tuigage omgaat. En een jaar erna zou ik al veel aan de toen afgekeken kunst gaan hebben.

De volgende dag zouden we eerst naar de tempel te Karnak gaan.
Karnak betreft een reusachtig tempelcomplex dat gewijd was aan de mannelijke God der Egyptenaren …en de farao.
Het was ooit door middel van een laan van sfinxen - deze foto komt van de tempel van Luxor – verbonden met de tempel van Luxor die weer gewijd was aan de godin, en de vrouw van de farao. Yin en Yang, of in het geval van de Egyptenaren, Lotus en Papyrus.
God en Godin, vertegenwoordigd door de Farao en zijn vrouw, konden via die kilometerslange laan dan bij elkaar komen… en feest vieren.
Dit was wel zoiets ondenkbaars voor latere bezetters van dit land dat men maar allemaal huizen zou gaan bouwen op deze laan. Al was die door de eeuwen heen toch al volledig door zand bedekt hoor.
Echter, men begint nu eigenlijk steeds meer te beseffen dat toeristen hier wel eens grote interesse in zouden kunnen hebben, dus men heeft het plan opgevat die laan in de toekomst weer in al zijn glorie te herstellen.

Op een maquette bij de Tempel te Karnak is goed te zien hoe men het allemaal weer vorm wil gaan geven. Al zal het nog wel even duren voordat dit verwezenlijkt is.

Interessant detail is misschien dat zowel Karnak als de tempel te Luxor vrijwel volledig bedekt met zand waren geweest door die eeuwige woestijnwind totdat men in de negentiende eeuw ontdekte dat er zich ware schatten onder het zand bevonden. Vele huizen moesten ervoor werden afgebroken en meters zand moesten er worden afgegraven om de tempels weer min of meer in hun oude luister te herstellen.

Deze foto toont aan dat men druk bezig is de ruimte om de Tempels in zijn oude glorie te herstellen.

Er was genoeg te zien te Karnak, het is echt heel groots.
Zo wees onze gids ons – omdat hij onze interesse inmiddels had begrepen - naar een plekje aan de buitenzijde van Karnak waar niet iedereen zomaar kon komen en dat werd bewaakt door politiemensen.

Daar bevond zich een apart tempeltje van de Godin Sekhmet.
Sekhmet is zoveel als de zwarte zijde van de Godin Hathor. Net zoals de Indiase Kali Ma de zwarte zijde is van de Godin Shakti.
We konden in dat tempeltje een beeldje van Sekhmet aanschouwen, tegen betaling van een kleine Bakshish (aan de politie hè?).

 

 

 

Op de foto rechts is goed te zien dat Sekhmet de Godin van het maanduister is. Het vierde gezicht van de maan zeg maar.

 

 

 

 

 

 

 

Een duidelijker voorbeeld dat de Lotus symbool stond voor het vrouwelijke is er niet volgens mij.
Een goedgelovige middeleeuwer zou hier overigens met gemak de Heilige Graal in kunnen herkennen, die eveneens aan het Vrouwelijke principe was verbonden.

Maar Karnak had nog iets te bieden dat voor ons van groot belang zou blijken te zijn voor wat we in de jaren erna zouden gaan ondernemen.
Namelijk meerdere bas-reliëfs met daarop volken die men ook wel de 'Zeevolken' noemt.

 

Onder Farao Merenptah (1220 v Chr.) was er al sprake van, maar vooral de Farao Ramses III (1186 v Chr.) noemt meerdere invallen van 'Zeevolken' in Egypte, die hij volgens hemzelf met succes wist te weren.
Ik zal Ramses III daar zelf even over aan het woord laten:

"…wat betreft de vreemde landen, zij smeedden een complot op hun eilanden. Plotseling waren alle landen in beweging en her en der op het oorlogspad. Geen land kon standhouden tegen hun wapenen, vanaf Hatti, Kede, Karkemis, Arzawa en Alasjia. Zij werden afgesneden. Een kamp werd op een plaats in Amor opgeslagen. Zij richtten de bevolking ervan te gronde en zijn land was als iets, wat nooit bestaan had. Zij trokken voorwaarts naar Egypte, terwijl de vlam voor hen bereid was. Hun bondgenootschap bestond uit Peleset, Tjeker, Sjekelesj, Denyen en Wesjesj. Zij maakten zich meester van de landen tot aan de einden der aarde, vastberaden en vol zelfvertrouwen: "Onze plannen zullen slagen"."

De Zeevolken waren volgens velen echter niet louter gelukszoekers geweest die het rijke Egypte hadden uitgekozen als nieuwe vestigingsplaats, het heeft er eerder weg van dat het vluchtelingen betrof die hun oorspronkelijk woongebied vanwege een ramp hadden verlaten en de hoop hadden gekoesterd zich in Egypte te kunnen vestigen om daar een nieuw bestaan op te kunnen bouwen.

Klimaatvluchtelingen, ja hoor, daar ga ik weer.
Het grootste probleem schuilt er nog steeds in deze volken te identificeren. Zij kregen van de Egyptenaren natuurlijk al luisterrijke namen maar in hoeverre deze volken zichzelf ook zo noemden blijft maar de vraag.
Het vreemdst blijft nog wel dat de zeevolken voor de Egyptenaren schijnbaar onbekend waren. En door de handelsbetrekkingen of krijgshandelingen met de omringende landen waren de meeste volken in Egypte toch wel bekend.
Zeker de zeevarende.

Dat plaatste mij persoonlijk voor een dilemma, want zelf ben ik er namelijk van overtuigd dat verreweg de grootste ramp die er omstreeks die tijd plaats moet hebben gevonden de uitbraak van vulkaaneiland Santorini moet zijn geweest.

 

Deze ramp zou het einde betekenen van de eens zo florerende Minoïsche staat op het eiland Kreta.

Volgens het laatste onderzoek moet de vernietigende explosie van Thera (Santorini) omstreeks 1600 v Chr. hebben plaatsgevonden, al zijn data als deze natuurlijk nooit echt keihard te noemen.
De inwoners van Kreta uit die tijd mag men gerust beschouwen als de allereerste menselijke handelsvaarders met grote kennis van de zeeën. We praten nu uiteindelijk wel over een periode die langer dan 3600 jaar geleden plaatsvond!!
De Middellandse Zee kenden deze eerste Kretenzers als hun broekzak en persoonlijk denk ik dat zij de Zuilen van Hercules (de Straat van Gibraltar) ook wel gepasseerd zijn om de oceaan daarachter te bevaren. Zelfs Hercules is uiteindelijk van Kretenzische herkomst.

Deze eerste Kretenzers waren natuurlijk bij de Egyptenaren uit die tijd ook bekend, en wel als Keftiu.
Dat een variant van deze naam mogelijk wel eens een naam zou kunnen betreffen die de eerste Kretenzers aan zichzelf gaven komt voort uit het gegeven dat zij aan de kust van Palestina – waar zij een handelsnederzetting hadden - Caphtor (Kaftor) werden genoemd en onder die naam worden zij zelfs in de Bijbel genoemd!

 

Keftiu en Kaftor lijken als namen voldoende op elkaar om een transcriptie ervan als de echte naam van deze Kretenzers te vermoeden.
De Egyptenaren kenden de Keftiu dus, afbeeldingen zoals hierboven stammen uit Medinet Habu en stellen de Keftiu voor (die met lang haar en diep decolleté). Zij worden gewoon bij die naam genoemd.
Dit houdt in dat als zij tot die zeevolken hadden behoord die Ramses III bestreed, ze gewoon bij die naam waren genoemd.

Alvorens nu verder te gaan met het verslag van ons bezoek aan Egypte wil ik eerst even vermelden dat het raadsel omtrent de zeevolken één van de redenen zou zijn dat we onze volgende reisbestemming reeds in gedachte kregen. We besloten op dat moment eigenlijk terug te gaan naar daar waar zowel voor ons als voor de geschiedenis der mensen veel zou gaan beginnen, het eiland Kreta.
Maar daarover later veel meer.

Wat betreft die zeevolken - die dus duidelijk niet door de Egyptenaren als Keftiu werden geïdentificeerd - kan ik natuurlijk ook slechts gissen wie of wat zij dan wel waren.
Persoonlijk denk ik dat het mogelijk Myceense Grieken zijn geweest waarvan het sowieso bekend is dat die van de gelegenheid gebruik hadden gemaakt na de uitbarsting van Santorini om het verzwakte Kreta binnen te vallen en de overlevende inwoners daar te onderdrukken en/of te verjagen.
Maar Santorini zou later nog enkele minder zware uitbraken hebben en daarnaast vonden er juist in de periode na die enorme explosie van het vulkaaneiland (volgens velen de ergste uit de geschiedenis der mensheid) vaker zware aardbevingen met vernietigende gevolgen plaats in het oostelijk Mediterrane bekken. En op Kreta in het bijzonder.
Het eiland moet een kantelende beweging hebben gemaakt waardoor de westkust enkele meters omhoog zou komen…

 

…zoals de in het westen van Kreta genomen foto hierboven duidelijk illustreert, en de oostkust daarentegen zou zakken. Daardoor zou een deel van de Minoïsche havens aan de oostkust – waaronder Itanos - in zee verdwijnen.
Rampen als deze – die paleizen ineen lieten storten die gespaard waren gebleven door de uitbraak van Santorini omdat ze aan de zuidkust hadden gelegen, en inmiddels herbouwde nederzettingen in het noorden opnieuw ernstig beschadigden - zouden de inmiddels volledig vergriekste inwoners van Kreta ertoe kunnen hebben doen besluiten hun heil maar ergens anders te gaan zoeken, bijvoorbeeld in Egypte.
Maar door die 'vergrieksing' - en door het gegeven dat de handelsvaart op Egypte in die periode waarschijnlijk volledig stil was gevallen – werden zij niet meer door de Egyptenaren als de voormalige handelspartners en Keftiu herkend. Hun taal en uiterlijk – Myceens, dus krijgshaftiger – was daarvoor te veel veranderd.
Dit lijkt mij vooralsnog de meest aannemelijke these.
Beschrijvingen van zeevolken als de Ekwesh (Egeeërs?) met de soorten helmen die zij droegen en de lengte van hun zwaarden bevestigen deze these enkel maar.

Toen het de bootvluchtelingen niet lukte om in Egypte vaste grond aan de voeten te krijgen streken ze neer op de plaats waar de Caphtor lange tijd daarvoor reeds een handelspost hadden gevestigd – en waar mogelijk wel enige Caphtor-vluchtelingen waren neergestreken na die eerste uitbraak van Santorini – namelijk Gaza in Palestina.
Zover ik echter weet bestaan hier echter nog geen harde bewijzen voor; het lijkt mij hooguit de meest voor de hand liggende gang van zaken.

Onze reisbestemming voor het volgende jaar werd door bovenstaande in ieder geval bepaald. Met dit in gedachten konden we ons nu weer volledig verder wijden aan ons bezoek aan Egypte.
De volgende ochtend zouden we namelijk vroeg naar het Dal der Koningen gaan en daarna zou er een vaartocht gaan beginnen die ons nog verder zuidwaarts zou brengen, met als einddoel de plaats Aswan.

Die volgende ochtend bracht een bootje ons naar de overzijde van de Nijl, de westelijke oever, en daar pikte een bus ons op om ons naar dat befaamde dal toe te brengen waar onder andere de befaamde Toetanchamon was gevonden.

 

Diens graf is een van de weinige – zoniet het enige – van de graven die nooit door grafrovers was gevonden en hierdoor intact was gebleven.

Dit graf had echter niet onze meeste interesse, in tegenstelling natuurlijk tot de meeste anderen die het Dal der Koningen bezoeken.
Het Dal der Koningen is namelijk tevens de plaats waar de tempel van Hatsjepsoet kan worden bewonderd.
Evenals het graf van haar stiefzoon Thoetmosis III die eveneens tamelijk veel succes zou hebben, zij het niet op het gebied van vrede maar juist op het gebied van oorlog en vele overwinningen.





Eerst bezochten we het graf van die boze stiefzoon van Hatsjepsoet, Thoetmosis III.
Er zijn overigens lieden die de mogelijkheid hebben onderzocht of Thoetmosis III niet dezelfde persoon zou kunnen zijn geweest als Mozes.

In mijn reisverhaal over die berg van God licht ik echter toe dat ik - net als auteur Graham Phillips - de mening ben toegedaan dat Mozes dan eerder een andere Thoetmosis moet hebben betroffen, namelijk de broer van de ketterse Farao Echnaton.

Daarna vertrokken we weer per bus om naar een graf van heel andere aard te gaan, namelijk de oorspronkelijk door en voor Hatsjepsoet gebouwde graftempel die iets verderop ligt.



Deze tempel mag best wel bijzonder worden genoemd. Enkel de locatie al waar hij is gebouwd.

Maar er is nog iets heel bijzonders aan deze tempel dat ergens wel weer wat te maken heeft met dat verhaal over de 'Berg van God' dat ik schreef na mijn bezoek aan Jordanië.

Hatsjepsoet had namelijk bij de ingang naar deze tempel twee bomen laten planten waar men tussendoor moest lopen wilde men de tempel in gaan.
Op de foto hieronder zijn links en rechts aan de onderzijde twee korfjes – met borden erbij - te bespeuren waar zich de restanten van die twee bomen bevinden.
Hatsjepsoet gebruikte dus geen zuilen (Boaz en Jakin zoals in de vermeende Tempel van Salomo) of Obelisken (zoals te Bethel bij de Berg van God), maar twee bomen waar men tussendoor moest gaan om haar dimensie te betreden.
Ik vraag mij nu dus af of het oorspronkelijke idee van die kunstmatige toegangspoort niet van deze – vrouwelijke - Farao zou kunnen stammen!

Het zien van die twee bomen bij de ingang van de graftempel van Hatsjepsoet - waar zij dus overigens nooit in begraven zou worden, zoals het verhaal over de vondst van haar mummie wel aangeeft - was een aangename verrassing voor ons.
Voor de rest is er niet echt veel bijzonders meer te vinden in de tempel van Hatsjepsoet, enkel een bas-reliëf van de godin Hathor is wel de moeite van het vermelden waard.

De godin Hathor, zoals wel vaker uitgebeeld als koe die een mens voedt.

 

 

 

 

 

Net zoals de Godin Nut soms zoals op het plaatje rechts werd uitgebeeld alsof ze de gehele wereld voedde.

 

 

 

Nut werd trouwens ook vaak als Zeug uitgebeeld. Een vrouwtjesvarken is met haar grote worpen en tien tepels helemaal het ultieme symbool voor voeding.

 

We vonden het wel echt iets voor een vrouw - en een moeder - om de opdracht te geven tot zo’n afbeelding als die van Hathor op de Tempel.

De laan naar die tempel is lang. We waren erheen gebracht met zo'n walgelijk toeristentreintje, maar terug besloten we - als enigen - te gaan lopen.
Al was het nog zo heet, op plaatsen als deze ervaar je omgeving het beste als je je op een niet mechanische wijze voortbeweegt.

Na dit bezoekje gingen we naar de kolossen van Memnon - twee reusachtige stenen beelden die ooit een nu verdwenen Tempel markeerden. Die was daar ooit gebouwd door Amenhotep III.

 

De naam Memnon werd natuurlijk veel later pas aangegeven en vormt een verwijzing naar de Ethiopische koning Memnon die aan de oorlog om Troje zou hebben meegedaan. Op een zeker moment zou hij hebben gegild – misschien bij zijn dood door Achilles – en aangezien deze beelden soms ook een fluitend geluid laten horen kregen ze deze naam.

Troje... eigenlijk is dat ook zo'n verwijzing naar die geschiedenis van de zeevolken. Want de strijd om deze stad was een Myceens initiatief geweest en Troje was in die dagen waarschijnlijk een van de weinige in stand gebleven voorposten van de Keftiu.
Waar zij in Myceense tijden waarschijnlijk nog woonden en waar mogelijk veel vluchtelingen na de uitbraak van Santorini naar toe waren verhuisd (Aeneïs). Hun 'poort naar de Zwarte Zee'.
Maar daarover vertel ik veel later wel meer.

Na de kolossen brachten we nog even een bezoekje aan een werkplaats waar men albasten voorwerpen maakte.
Wij vroegen gelijk of men ook een aardig niet al te groot albasten kruikje had.

Want... the woman with the alabaster jar, oftewel de vrouw met de albasten kruik, was niemand anders geweest dan Maria Magdalena die met de inhoud van zo'n kruikje Jezus in feite tot Messias had gezalfd.

Dat albast moest gewoon wel van een plek als deze zijn gekomen, zoveel plaatsen waar men dat materiaal kan vinden zijn er nu ook weer niet, dachten we.

Na deze zo vreselijk belangrijke uit de Egyptische oudheid stammende plaatsen aan beide oevers van de Nijl te hebben bezocht, zouden we nu deze rivier verder stroomopwaarts gaan varen richting Aswan, en langs nog diverse andere tempels.
In het volgende deel zal het vervolg van deze reis worden beschreven.

The Daleks : ik kan helemaal nergens de oorsprong van de afbeeldingen vinden van de kretenziërs

Medinet Habu zegt u?

waar dan?

deze kunst is zowel voor de egyptenaren als voor de kretenziërs te modern

YVI PRAINBIY IVASO V3 IKRNOVL
Op --0 15:00:35 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Audax:
The Daleks :

ik kan helemaal nergens de oorsprong van de afbeeldingen vinden van de kretenziërs
Medinet Habu zegt u?
waar dan?
deze kunst is zowel voor de egyptenaren als voor de kretenziërs te modern


http://www.egiptoantiguo.org/foro/viewtopic.php?t=59
Alsof de Keftiu niet bij de Egyptenaren bekend zouden zijn. Onderschat de grafische kunsten van de Egyptenaren niet hoor. Kijk maar eens in tempels als die van Hatshepsut en Kom Ombo.
Op --0 1:13:53 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
The Daleks : ja maar dat wist ik wel
ik heb het over de afbeeldingen hier boven
YVI PRAINBIY IVASO V3 IKRNOVL
Op --0 3:57:37 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Audax: De afbeeldingen van de Keftiu die ik heb gebruikt zijn duidelijk verbeterde afbeeldingen (van de originele) om lezers van mijn verhaal te kunnen laten zien hoe deze Keftiu eruit moeten hebben gezien, in de ogen der Egyptenaren. Voor mijn verhaal leek dat mij van belang, niet hoe die tekeningen en inscripties er in originele staat uitzien. Mensen die persé willen weten hoe de Egyptenaren de Keftiu uitbeeldden adviseer ik om maar te gaan Googlen op de naam Keftiu en Caphtor.
(bericht gewijzigd op 23-2-2011 14:26:12)
Op --0 14:26:12 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
The Daleks : Duidelijk . Alleen ik ben mierenneuker in mn vrije tijd en was nogal verbaast over de tekeningen.
In het bijschrift zou ik een uitleg dan wel prettig vinden .

YVI PRAINBIY IVASO V3 IKRNOVL
Op --0 14:34:54 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Ron B.:
Audax:

The Daleks :

ik kan helemaal nergens de oorsprong van de afbeeldingen vinden van de kretenziërs
Medinet Habu zegt u?
waar dan?
deze kunst is zowel voor de egyptenaren als voor de kretenziërs te modern


http://www.egiptoantiguo.org/foro/viewtopic.php?t=59
Alsof de Keftiu niet bij de Egyptenaren bekend zouden zijn. Onderschat de grafische kunsten van de Egyptenaren niet hoor. Kijk maar eens in tempels als die van Hatshepsut en Kom Ombo.

en vergeet ook de paleizen en tempels van achnaton niet, ook daar zie een geheel andere en veel weelderige stijl kunst, terwijl je in de periode ervoor en erna eigenlijk voornamelijk weer traditionele egyptische kunst aantreft...
We're Not Retreating; We're Advancing in a Different Direction
Op --0 21:03:34 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2014Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden