In het vorige deel zaten we nog steeds vast in Sougia omdat het weer totaal niet mee leek te werken. Daarom maakten we er maar het beste van door de omgeving wat te gaan verkennen. We hadden namelijk ontdekt dat men er hier vanuit ging dat de Griekse held Odysseus deze plaats had bezocht op zijn weg terug naar huis en er met de eenogige reus Polyfimos in aanraking was gekomen. Wandelpaden gaven een route aan die naar de grot van de cycloop voerden, maar die bleek verder weg te liggen dan we hadden gehoopt.

We konden hem in ieder geval niet vinden.
Maar misschien was dat maar goed ook? Zo'n vriendelijk wezen kon dit niet zijn geweest als we het verhaal mogen geloven.

De volgende dag leek er iets minder wind te staan, al was er nog wel een hevige branding. We hadden in het dorp gehoord dat er voor die dag inderdaad een afname van wind was voorspeld dus we laadden ons boeltje voor de zoveelste keer weer op de boot en probeerden die door de branding heen te krijgen. Dat zou ons meer moeite gaan kosten dan de laatste keer dat we het geprobeerd hadden en bij de pogingen dit te doen ging mijn partner op een zeker moment geheel koppie onder. Nu was dat op zich niet zo´n probleem, ze kan zwemmen en droeg een reddingsvest, maar ze had haar camera vergeten op te bergen in een van de waterdichte zakjes die we daarvoor hadden, en had deze nog om haar nek hangen. En in tegenstelling tot mijn camera was die van haar niet waterdicht.
Ik hoef u vast niet uit te leggen wat het extreem zoute water van de Middellandse zee doet met niet waterdichte elektronische apparatuur, die camera was onbruikbaar geworden. Evenals het horloge dat ze om haar pols had gehad gedurende die onderdompeling.


Eenmaal de branding voorbij hesen we het zeil maar echt gang kwam er nog niet in en we moesten weer gaan roeien. Het leek wel te zot of te bot iedere keer.
We begrepen al wel dat de westelijk van Sougia gelegen Kaap Lissos de westenwind mogelijk buiten de baai wist te houden dus we roeiden meer buitengaats in de hoop deze alsnog op te kunnen pikken. En dat lukte uiteindelijk dan ook, we waren de beschutting van de kaap nog niet voorbij of we kregen de wind vol van achter in het zeil.

Wat ik nu zal proberen te gaan beschrijven is hooguit te vergelijken met een extreme vorm van wildwatervaren, zij het dan niet met een raft in stroomversnellingen maar met een zeilkajak op zee in harde wind en met hoge golven.
Zodra de wind er vol van achter in begon te komen checkte ik de snelheid van onze boot op de GPS en dat werd al snel meer dan 10 km per uur.
Ik merkte dat onder deze omstandigheden de standaard bagageruimte op de boeg niet helemaal handig was omdat de mast eveneens tamelijk voorlijk is geplaatst, wat tot gevolg had dat de harde wind nu geneigd was de boeg met dat extra gewicht van de bagage de golven in te drukken. De enige manier waarop dat een beetje voorkomen kon worden was door de schoot meer ruimte te geven waardoor het zeil zover naar voren ging staan dat de wind er deels langsheen kon gaan. Want de bij de boot geleverde latijn-tuigage bood geen mogelijkheid tot reven en er had evenmin iets over vermeld gestaan in de meegeleverde informatie over de tuigage.
Natuurlijk was dit ontbreken van de mogelijkheid tot reven – dat is het minderen van zeiloppervlak bij harde wind - mij voor de reis al bekend geweest maar ik was ervan uitgegaan dat het wel niet zo'n vaart zou gaan lopen dat ik die mogelijkheid nodig zou kunnen hebben. Andere eigenaars van zo'n zeilkajak hadden het eveneens goed weten te redden zonder.

Ondanks de turbulente omstandigheden waaronder we nu met grote snelheid vooruit schoten had ik nog niet het idee dat het gevaarlijk aan het worden was. Wel viel me op dat de golven die door de harde wind met ons mee dezelfde kant op werden voortgestuwd behoorlijk hoog leken te zijn nu en dan.


Ik had ooit eens in het voor iedere zeiler aanbevelenswaardige boek van Adlard Coles 'Zwaar weer zeilen'

gelezen dat onder zekere omstandigheden zelfs op de Middellandse Zee 'monstergolven' konden ontstaan. Dat zijn golven die uitzonderlijke hoogte kunnen bereiken.
Als de wind met grote kracht uit het westen kwam dan waren de omstandigheden nu natuurlijk ideaal om zulke golven te laten ontstaan, want ze hadden een flink deel van de Middellandse Zee ten westen van Kreta om zich op te kunnen bouwen.

 

 

Dankzij dat boek wist ik gelukkig ook hoe ik het beste dat soort golven dan af kon gaan surfen, ik besloot dat uit te gaan proberen en dat bleek inderdaad de beste strategie te zijn..

Het zeil sleepte aan bakboordzijde regelmatig door het water en het roer liet zich slechts met grote kracht bedienen – ik kreeg er een lamme arm van - maar de surf tactiek leek desalniettemin de beste te zijn. En vooral de veiligste.
Op een zeker moment – toen we juist weer bezig waren een wat grotere golf af te surfen – was ik zelfs even in de gelegenheid dit te filmen. De omstandigheden waren zo uitzonderlijk dat ik dit vast wilde leggen op film.
(De illustraties hiernaast en verder hieronder, waarop wij tweeën met de boot in het geheel te zien zijn, zijn echter gephotoshopped en dienen enkel om een beeld te krijgen van de omstandigheden waaronder wij moesten varen. Want er was niemand aanwezig op zee om ons te filmen of fotograferen. Helaas.)

De afstand waar we de voorgaande keren vele uren over hadden gedaan werden nu in een luttele drie kwartier overbrugd en we zagen zelfs al de laatste grote kaap waarachter de baai lag waar zich onze bestemming van die dag bevond. We konden enkel maar hopen dat het achter die kaap dan wel weer wat rustiger zou zijn door de beschutting – net als te Sougia - en dat er niet teveel branding zou zijn.
Het was op dat moment dat ik achterom keek om de eerstvolgende golf weer schuin van achteren in te laten komen dat ik tot mijn afgrijzen merkte dat mijn helmstok bijna los van de roerkoning was gekomen.

Doordat de boot geheel uit elkaar te halen is, zijn al deze onderdelen met plastic vleugelmoeren op inbusbouten vastgezet en door de wrikkende krachten die er al die tijd op het roer en de helmstok hadden plaatsgevonden had de laatste zich beetje bij beetje uit zijn bevestigingspunt los weten te wrikken. Niets had er op een meer ongelegen moment kunnen gebeuren dan dit. De helmstok waarmee ik het roer bediende hing nog maar op het randje vast en er hoefde maar een klein beetje extra kracht op te moeten worden gezet en hij zou in zijn geheel loskomen. Dan zouden we stuurloos zijn en waren de rapen pas echt gaar.
Gereedschap voor zulke calamiteiten had ik natuurlijk altijd bij de hand gehouden, echter de plaats waar ik dan moest gaan sleutelen bevond zich pal achter mijn rug in een voortrazende en wiebelende boot die op koers moest worden gehouden want anders om zou slaan.
De enige oplossing leek me op dat moment om te gaan bijleggen, de boot met de boeg de wind in keren zodat het zeil even geen wind meer zou vangen en de vaart uit de boot zou zijn. Dat moment van relatieve rust gaf mij dan even de gelegenheid om me op mijn zitting om te draaien en met een inbussleutel de klem wat losser te maken, de helmstok er verder door te steken en de boel dan weer vast te zetten. Zo vast als maar mogelijk was.
Dit lukte wonderwel zonder enige complicaties, en gaf me zelfs even de gelegenheid om een grote golf die onze kant opkwam te filmen. Gelijk daarna draaiden we de boot weer om en vervolgden we onze tocht weer. Al surfend over enkele zeer hoge golven tot we de kaap voorbij waren en de bebouwing van de plaats Agia Roumeli in de verte konden onderscheiden.
Ik stuurde iets rechts van het havenhoofd waar onder normale omstandigheden regelmatig de veerboot vol met wandelaars voor de Samaria-kloof aanmeert. Wij hadden die dag natuurlijk geen veerboot gezien en dat was ook niet zo vreemd. We hadden überhaupt geen andere boot gezien op zee.

 

Vanaf het moment dat we onze koers verlegden naar bakboord kregen we de wind niet meer van achter maar van opzij en ontdekten we dat de boot enorm begon te verlijeren.
Hij werd door de wind opzij geduwd in plaats van dat we naar voren gingen en hoe we dit ook probeerden te compenseren, daar waar we oorspronkelijk op aan hadden willen koersen zouden we niet halen. De zwaarden aan de zijkant van de boot deden het duidelijk niet goed, waarschijnlijk omdat ze bij het monteren verkeerd waren geplaatst.
 

Echter moesten we wel opletten waar we dan wel uit zouden komen, want niet overal was strand daar en er staken hier en daar ook rotsen in zee.

 

 

Naarmate we de kust steeds meer naderden nam de windkracht gelukkig wel af want we zaten weer in de luwte van de kaap nu. Op een zeker moment meenden we in de verte op een smal strandje een figuur te kunnen onderscheiden en we besloten daar nu maar op aan te koersen. Dat moest lukken en er leek nauwelijks branding te zijn.
En zo kwamen we redelijk volgens het boekje aan op een uitermate smal strandje enkele kilometers voorbij de plaats Agia Roumeli.
Wat waren wij blij weer vaste grond onder de voeten te hebben!
lange wapper: Het lijkt toch elke maal weer spannend !
Op 15-03-2011 16:49:14 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2014Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden