In het vorige deel waren we op het strandje van Marmara aangekomen, een klein strandje wat zich aan het uiteinde van de Aradenakloof bevond en waar veel wandelaars langskomen die de E 4 langs de zuidkust van Kreta volgen.

In principe bevonden we ons nu vlakbij de oude Dorische havenplaats Fenix, waar de apostel Paulus eveneens moest zijn geweest.
Wederom is het vreemd dat hier evenmin echt sporen zijn van die allereerste zeevaarders, de oorspronkelijke Kretenzers onder koning Minos.
We spraken op het strandje met een Nederlander die ons waarschuwde dat vooral bij de uiteinden van de talrijke kloven aan de zuidkust heel vervelende valwinden op konden treden. En dat er eigenlijk maar erg weinig jachthavens aan dit deel van de zuidkust van Kreta te vinden zijn. Netzomin als havens van de Keftiu, Kreta's eerste zeevaarders. Daar moest dan wel een verdomd goede reden voor zijn...

De volgende dag vertrokken we vanuit Marmara en begonnen aan wat achteraf de beste zeildag van de hele reis zou gaan worden.

De wind kwam precies uit de goede hoek en was voldoende om gelijk een goede vaart te maken.
Onze eerste bestemming zou Loutro worden, een klein pittoresk plaatsje onder de oude Dorische vesting Fenix die enkel over zee of te voet door de bergen valt te bereiken.

 

We trokken onze boot het strand op en gingen eerst wat inkopen doen. Want onze eindbestemming van die dag – het iets verderop gelegen strand Glyka Nera – had geen voorzieningen voor de rest. En we hadden behoefte aan wat voedselvoorraden en brandspiritus.

De meeste bezoekers van dit plaatsje waren per veerboot gekomen, en natuurlijk waren er tevens velen die over de E 4 hier naartoe waren gewandeld. We herkenden zelfs enkele wandelaars die we eerder nog op het strand te Marmara hadden gezien.

Nadat we alles hadden aangeschaft wat we maar nodig dachten te hebben bereidden we ons voor om onze tocht te vervolgen. Water hadden we niet getapt, want dat was het enige waarvan we zeker wisten dat we dat ook op onze bestemming van die dag konden bemachtigen.
En zo vervolgden we onze dag lekker zeilend, het strand waar we naartoe wilden lag maar een kort stukje varen verder.

 

Het strandje waar we nu op weg naartoe waren heet 'Glyka Nera', in het Engels wel Sweet Water Beach genoemd en dit is omdat er op het strand vlakbij zee zoetwaterbronnen zijn. Zuiver drinkbaar water dat uit de bergen via een ondergronds gangenstelsel op het strand weer aan de oppervlakte komt.

 

Door de wind was er sprake van een beetje branding maar niet in die mate dat het moeilijkheden opleverde aan land te gaan. Het water was hier zeer koud, ondanks het warme weer, maar dit schijnt altijd zo te zijn omdat het zoete water wat uit de bergen komt smeltwater is en hier in zee loopt dus.



We waren niet de enigen op het strand maar echt druk was het niet.

 

Het waren hier eveneens hoofdzakelijk wandelaars die er hun kamp op hadden geslagen, al zagen we op een bord wat zich vlakbij onze tent bevond dat er ook regelmatig een taxibootje langskwam.
Nadat we onze tent hadden opgezet gingen we gelijk op zoek naar die zoetwaterbronnen. We hadden verderop al mensen gezien die iets stonden te doen bij een gat in het strand dus we besloten daar maar eens te gaan kijken, de kans was groot dat zich daar wel eens zo'n bron zou kunnen bevinden.

 

 

 

Inderdaad bevond zich daar tussen wat stenen zo'n bron, voor de zekerheid testten we eerst of het water inderdaad zoet was maar dit bleek te kloppen. En het was nog lekker water ook.

Die nacht werden we wakker door zacht getik op het tentdoek, het was ons eerste regenbuitje tijdens ons bezoek aan Kreta. We hoopten wel dat dit geen weersverslechtering in zou houden.
De volgende ochtend echter stond er geen zuchtje wind en het zonnetje scheen weer.
Dat betekende dus weer roeien!

We begonnen ons echt als galeislaven te voelen. We hadden voor een zeilkajak gekozen om te kunnen roeien als er geen wind zou staan maar afgezien van de vorige dag hadden we meer geroeid dan gezeild.
We begrepen nu wel beter dan ooit dat de schepen in de tijd der Minoïsche zeevaarders – net als later de schepen der Grieken en Romeinen – altijd galeien waren geweest.

Doordat we inmiddels in de gaten hadden dat onze dagafstanden lang niet zo groot zouden worden als we oorspronkelijk hadden gepland voor vertrek, hadden we ons programma al flink aangepast. We wisten dat kaap Sideros waarschijnlijk al niet meer kon worden gehaald deze reis maar we konden later altijd weer eens verder gaan waar we deze keer zouden moeten stoppen.
Onze bestemming voor die dag zou de plaats Frangokastello zijn.

Ter hoogte van de plaats Chora Sfakion begonnen we te merken dat we de zeestroming behoorlijk tegen hadden. Maar de Imbroskloof, die net iets ten zuidoosten van deze plaats bij zee uitkomt, leek niet voor gevaarlijke wind te zorgen waar die Nederlander te Marmara ons voor had gewaarschuwd. In tegendeel, er was helemaal geen wind.

Na weer een halve dag voor galeislaaf te hebben gespeeld konden we in de verte laagland bespeuren wat in zee uitstak.
Best wel een opmerkelijke verandering na vele dagen enkel maar tegen hoge bergen te hebben moeten aankijken die direct de zee in staken.

 

Frangokastello vormt daar echter een uitzondering op, het bevindt zich namelijk in een soort van delta, gevormd door een rivier die zijn bezinksel in de loop van vele duizenden jaren hier in zee heeft uitgestort.
Daardoor is het op schaal te vergelijken met de Franse Camargue of zelfs Nederland, die beiden eveneens hun bestaan te danken hebben aan rivieren die daar zee bereiken.
De naam heeft overigens niets te maken met 'vrij kasteel' of iets dergelijks want het betreft een Venetiaans kasteel wat daar in de 14e eeuw is gebouwd.
Mede dankzij de Kruistochten, die in veel gevallen op Franse initiatieven waren gebaseerd, gingen de Kretenzers in die dagen alles wat uit westelijk Europa kwam als Frans beschouwen en daarom noemden zij het kasteel daar 'Kasteel der Franken'.


We wisten dat de beste plek om ons kamp voor die dag op te slaan zich aan de andere zijde van de landtong bevond waar het kasteel op staat. Toen we echter in de buurt van het kasteel begonnen te komen

 

 

 

viel ons ineens op dat er voor de kust kleine golfjes waren en een soort van stroomrafelingen. Daar de zee zich voor de rest rustig hield moest dit betekenen dat er zich daar ondieptes bevonden met mogelijk rotsen dicht onder de oppervlakte van het water. Daar moesten we dus met een ruime boog omheen gaan.

Dat verliep gelukkig zonder problemen en zo koersten we op het strand aan waar we ons kamp voor die dag op wilden slaan.

 

Het laatste stuk moesten we echter heel voorzichtig manoeuvreren want hier bevonden zich eveneens veel rotsen onder water. Gelukkig was het water glashelder en waren de gevaren hierdoor goed te onderscheiden.

Het strand waar we waren aangekomen bestond uit hoge zandduinen en schaarse begroeiing. In die begroeiing vonden we een verscholen plekje wat waarschijnlijk wel eens werd gebruikt om te schuilen als het slecht weer was. Dit leek ons de ideale plek om ons kamp op te slaan.
Net als alle eerdere stranden waarvan we wisten dat het gedoogd werd vrij te kamperen (officieel is vrij kamperen verboden) was ook dit weer een nudistenstrand.
Toen alles weer op orde was besloten we het kasteel eens te gaan bekijken en gelijk op zoek te gaan naar een plaats waar we wat konden eten.

 

We moesten daarvoor eerst tegen het behoorlijk hoge duin opklimmen. We vroegen ons af waar al dat zand vandaan zou kunnen zijn gekomen. Misschien wel met de zuidenwind vanuit Afrika meegevoerd door de loop van de tijd.

 

 

Een kleine wandeling bracht ons toen bij het 'kasteel der Franken' wat zijn naam ergens wel eer aandoet daar het voldoende overeenkomsten heeft met de vestingwerken van de kruisvaardersplaats Aigues Mortes

in de Franse Camargue. Natuurlijk is deze plaats wel groter dan het Venetiaanse kasteel dat we nu bezochten, maar de 'sfeer' voelde desalniettemin hetzelfde aan.

 

 

 

 

 

Ergens is het best wel vreemd dat de plaats waar Frangokastello ligt in de tijd van de Minoïsche zeevaarders niet of nauwelijks in gebruik is geweest. Want het lijkt een vruchtbare vlakte. Maar waarschijnlijk was er zeker in de millennia voor onze jaartelling begon geen echt bruikbare plaats voor schepen om aan land te gaan.
Al is het natuurlijk evengoed mogelijk dat de hele plaats nog niet bestond omdat het zich nog op de zeebodem bevond of verder omhoog lag. Want Kreta is op diverse plaatsen sindsdien meters omhoog gekomen en op andere plaatsen weer omlaag gezakt.

Als we hadden gedacht de volgende dag verder te reizen dan kwamen we bedrogen uit want de volgende dag was er wederom sprake van een weersomslag. Er was weer sprake van een westerstorm met windkracht 6 en door de ondiepten voor de kust was er flinke branding.

 

Daar zaten we weer. Weer een volledige dag verloren!
Luk: Bewonderingswaard. De reis én de artikels. Lijkt wel onze eigen National Geographic.
De schijnheiligen hebben het schijnbaar gehaald. Ehyeh Asher Ehyeh.
Op --0 20:22:56 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
G: Creatief met photoshop...
Op --0 8:45:45 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
nupeet: Heerlijk zo'n strand ervaring met zelfs vers water voorhanden.
Unity in the Heart of Diversity
Op --0 9:11:44 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Jean-Bob: Inderdaad heb ik een aantal foto´s later moeten fotoshoppen. Maar de reden daarvoor zal gauw genoeg duidelijk gaan worden.
Op --0 0:29:17 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2014Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden