Deze site gebruikt cookies. Is dat ok?
De citadel der laatste Keftiu

Palekastro is dan wel een klein plaatsje, het voorziet in alles wat men als toerist maar nodig zou kunnen hebben. Meerdere kruidenierszaken, restaurantjes, souvenirzaakjes en zelfs internetcafés.
Maar tevens een zaak waar men fietsen, brommers en motorfietsen-scooters kan huren.
In het vorige deel vertelden we over onze eerste tocht over water naar een van de grote Minoïsche paleizen, namelijk die te Zakros, waar we gelijk de Dodenvallei hadden bezocht en wederom een Heilige Hoogte.

Maar we hadden nog steeds in ons hoofd zitten om die ene plaats in het binnenland van oostelijk Kreta te bezoeken, die zelfs in Griekse tijden nog Minoïsche inwoners moest hebben gekend.
Zowel de Griekse dichter Homeros noemt deze 'Eteo-kretenzers' (autochtone Kretenzers, Odyssee 19, 172 tot 177), Herodotus (VII 170-1) doet dat en de historicus Strabo (10, 475) die zegt:
“Van de Achaeërs, Eteocretenzers, de Kydoniërs, de Doriërs in hun drie clans en de edele Pelasgen zegt Staphylos dat de Doriërs de regio naar het oosten bezetten, dat het westelijk deel voor de Kydoniërs is, de Eteocretenzers zitten in de zuidoostelijke regio, hun stad is Praisos, waar de tempel van Zeus van Dikte zich bevindt. De Eteocretenzers en Kydoniërs zijn waarschijnlijk inheems, maar de anderen zijn later gekomen.”

In een eerder deel vertelde ik reeds over hoe vooral de Dorische invallers  omstreeks de 12e eeuw v. Chr. de bewoners van de stad Gournia deden besluiten te vluchten naar een veiliger plaats, en dat de meest voor de hand liggende plek voor hen op dat moment verderop in de bergen van het binnenland was. Oftewel de kant van Praisos op.
We hadden toen zelf reeds mogen ontdekken dat het ruige binnenland daar niet echt gastvrij te noemen is en we konden begrijpen dat de Bronzen tijdperk bewoners van Kreta zich juist daar eerder veilig konden voelen. De nieuwe invallers hadden zeker in het begin enkel de vruchtbare plaatsen en goede havens op het oog, waar reeds mooie steden zo voor het plunderen en bezetten lagen.

De enige goede weg vanuit Palekastro – waar we ons basiskamp hadden – richting Praisos, loopt over de grootste stad op oostelijk Kreta die zelfs over een klein vliegveld beschikt, namelijk Sitia.
En ongelooflijk maar waar, we hadden Palekastro nog niet verlaten richting Sitia of het weer begon te betrekken. Zou onze tweede poging om dat laatste bolwerk der Keftiu te bereiken dan weer falen?

Gelukkig was het beduidend minder ver rijden nu en konden we dus 'rustig aan' doen.
Toen we de hoofdweg eenmaal hadden verlaten en onze weg vervolgden over allerlei kleine binnenweggetjes werd het stapvoets rijden, we zaten inmiddels tamelijk hoog in de bergen van het Kretenzisch binnenland.
Op een zeker moment werd de weg wel zo slecht dat we besloten niet  meer verder te rijden per scooter, we wisten dat Praisos nu aardig dichtbij moest zijn dus de rest konden we wel lopen.
Uiteindelijk is lopend wel DE manier om een goede indruk te krijgen van deze laatste uitwijkplaats der oerbewoners van Kreta.

Na een kort stuk te hebben gelopen zagen we in de verte de heuvel liggen waarop het centrum van Praisos moest zijn geweest.

De Eteo-Kretenzische stad Praisos was gebouwd op de hellingen van drie heuvels waar op elk van de drie  een soort acropolis was. Er was ooit een sterke muur volledig omheen gebouwd en aan de voet van die heuvels bevond zich een vruchtbare vlakte waar een riviertje doorheen stroomde die destijds de Didymos werd genoemd.  Tegenwoordig heet deze 'Stomio'.

Wederom zo'n plek 'in the middle of nowhere'  waarvan de meeste toeristen te Kreta zich het bestaan niet bewust zijn, laat staan  het historisch belang ervan.  Het was er dan ook volledig verlaten toen wij er aankwamen.
 











De opgravingen te Praisos zijn door verschillende archeologen van diverse nationaliteiten gedaan. Onder andere door de Italianen Federico Halbherr (1884)   en Mariani (1884 en 1896), door de Britten Arthur Evans en R.C. Bosanquet en later zouden de Griekse archeologen N. Platon, E. Mavroldis en N. Papadakis dit werk voortzetten.
 











In een deel van de nederzetting dat zich net buiten de vestingmuren bevond heeft men een offer-altaar uit de 8e – 7e eeuw v. Chr. gevonden. 
Hier werden tevens vele offergaven gevonden zoals schilden, helmen, borstplaten, beenbeschermers en beeldjes.
    










 Vondsten die helemaal  van  belang worden beschouwd – omdat deze enkel te Praisos zijn gevonden –  waren voorbeelden van in Boustrofedon (afwisselend van rechts naar links naar van links naar rechts) geschreven schrift. Deze vondst is juist zo interessant omdat er wel reeds van een archaïsche vorm van het huidige Griekse alfabet gebruik wordt gemaakt, zij het in een taal die men nog niet heeft weten te ontcijferen, maar waarvan men aanneemt dat het die Eteo-Kretenzische taal moet zijn geweest. Oftewel de taal die de Minoërs of Keftiu moeten hebben gesproken.
 











Men heeft overigens diverse vormen van schrift terug gevonden waarvan de leeftijd varieert tussen de 7e eeuw en de 3e eeuw v. Chr. Maar niet meer geschreven in vroegere lineair-A, het schrift van deze laatste Keftiu had zich duidelijk verder ontwikkeld. Maar het lineair-B – wat men wel heeft weten te ontcijferen omdat het in Archaïsch Grieks-Myceens was geschreven - was hier niet aanwezig. Een bevestiging dat de Keftiu te Praisos nog steeds hun eigen taal waren blijven spreken, ondanks hun contacten en huwelijken met vroegere Myceense invallers.

Praisos moet lange tijd van groot belang en volledig autonoom zijn geweest, wat onder andere wordt bewezen door de 50 verschillende typen munten waarin het woord 'Praision' was gegraveerd.
 







Uit al deze vondsten kan men verscheidene belangrijke conclusies trekken over wat de nederzetting Praisos moet hebben betekend. Het moet een tamelijk belangrijke plaats zijn geweest op het oude Kreta, met een respectabele aanwezigheid in alle historische periodes, namelijk de Neolithische, de Myceense, de Geometrische en uiteindelijk de Helleense.
De naam 'Praisos' is overigens niet van Griekse origine maar betreft hoogstwaarschijnlijk een oorspronkelijke Minoïsche naam, dat meent men te kunnen opmaken aan de uitgang 'sos' die men vooral aantreft op Kreta in plaatsen waarvan men weet dat de naam pré-Helleens is. Het zou volgens zeggen een vrouwelijke uitgang zijn. Ondanks het feit dat men de taal der oorspronkelijke Kretenzers niet kent meent men dit desalniettemin vast te kunnen stellen.
De oudste vormen van bebouwing stammen uit de Midden-Minoïsche periode (2100 – 1600 v. Chr.) en de locatie bleef continu bewoond, om de meeste nieuwe bouwsels te krijgen in de periode dat de Doriërs Kreta binnen vielen (1200 v. Chr.).
Toen de Myceners Kreta veroverden (1450 v. Chr.) zouden er naar verloop van tijd steeds vaker gemengde huwelijken ontstaan zodat men er nu over spreekt dat er sprake was van  een Cretomyceense beschaving tegen de tijd dat de Doriërs het eiland binnen vielen. Al bleven de inwoners van Praisos dan wel in eerste instantie 'pure' Keftiu, dit proces zou bij hen op den duur ook plaats gaan vinden. Al bleef bij hen schijnbaar wel de taal en zekere gebruiken bewaard, waar die op andere plaatsen al verloren was gegaan door al die migraties.
Myceense – ook vaak 'Egeïsch' genoemde – Grieken namen wel dermate veel culturele gebruiken van de Minoërs over dat men in het begin van de archeologische opgravingen, op bijvoorbeeld het vasteland van Griekenland, vaak nog moeite zou hebben Minoïsch van Myceens te onderscheiden
(links afbeelding van Myceense vrouw).
De Minoísch-Myceense verwarring ging op een zeker moment zelfs zo ver dat toen men het Lineair-B schrift had ontcijferd en ontdekte dat dit in het archaïsch Grieks geschreven was, men dacht dat de Minoërs ook een Grieks volk waren geweest.
Nu weet men echter wel beter.

Als men overigens Homeros leest dan kan men zich bovenstaande haast niet voorstellen, dat Minoërs en Myceners op een zeker moment nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zouden zijn geweest. Want juist hij probeert in zijn verhalen het enorme verschil in cultuur en gebruiken aan te geven tussen de Grieks-Myceense en de Minoïsche mensen, die in die dagen nog vaak op de eilanden zaten. En hoogstwaarschijnlijk ook te Troje dus, als men enige waarde hecht aan het verhaal van Vergilius over de lotgevallen van Aeneïs.
Maar men dient dan niet te vergeten dat Homeros zijn verhalen pas vertelde in de tijd dat de Dorische Grieken alweer geruime tijd heer en meester over de Egeïsche gebieden waren, en dat zijn verhaal vooral geschikt moest zijn voor de oren van een volk wiens cultuur bestond uit een mix van Ionische en Dorische waarden. Met andere woorden had er in de tijd van Homeros al wel reeds een enorme cultuurverschuiving plaatsgevonden die duidelijk te herkennen valt in zijn verhalen.
Daardoor heeft hij in zijn verhalen  beslist overdreven, daar is iedereen het toch wel over eens.

Het grootste onderscheid tussen de Dorische invallers omstreeks 1200 v. Chr. en de inmiddels ontstane CretoMyceense beschaving op Kreta  was vooral het gebruik van ijzer. De  nieuwe veroveraars kenden reeds het gebruik van ijzer en pasten dit in hun wapens toe, terwijl de CretoMyceners op Kreta nog brons gebruikten. Hierdoor waren de nieuwe invallers dermate in het voordeel dat vele inwoners van Kreta verkozen naar het onherbergzame binnenland in het oosten van Kreta te vluchten. Want ze hadden al ondervonden dat ze in een veldslag  met hun bronzen wapens en bescherming vaak aan het kortste eind trokken.
Maar nadat ze zich eenmaal te Praisos hadden gevestigd zouden ze nog vele eeuwen met rust worden gelaten, de locatie was schijnbaar te onbelangrijk voor de invallers, en Kreta bleek gelukkig groot genoeg.
Het ging de inwoners van Praisos echter geruime tijd dermate voor de wind dat ze hun gebied steeds meer uit begonnen te breiden, en op een zeker moment begonnen de Dorische Grieken die te Itanos (oostelijk) en Hierapytna (Ierapetra, westelijk) woonden  zich steeds meer door hen bedreigd begonnen te voelen.  Wat alsnog territorium-conflicten met zich meebracht. Merkwaardig genoeg schijnt tevens de Tempel van Zeus te Palekastro een belangrijke rol in die conflicten met deze buursteden te hebben gespeeld.
Hierbij zij opgemerkt dat er enige onduidelijkheid bestaat over die Tempel. Het Heiligdom van Zeus te Dikte moet op de berg van Dikte zelf hebben gelegen, lijkt me, maar deze mythische grot op de berg Dikte lag wel veel verder westwaarts. Doch men heeft een specifieke  tempel van de 'Diktaian' Zeus – vertaal dat maar eens naar correct Nederlands – gevonden in het veel verder oostelijk gelegen Rousolakos. Als dit inderdaad dezelfde tempel betreft als die waar de onenigheid over bestond dan wil dit zeggen dat Rousolakos (bij Palekastro) ook min of meer tot het grondgebied van de inwoners van Praisos moet hebben behoord. En dit houdt dan in dat de Heilige Hoogte te Petsofas ook onder Praisos viel in die dagen.
In dat geval hebben de nog steeds 'Minoïsch' levende inwoners van Praisos toch weer een haven in hun bezit weten te krijgen, wat dan als een aardig grote bedreiging moet zijn gezien door de Helleense inwoners van Itanos en Ierapetra. En een voor hen zo belangrijke 'Heilige Hoogte'.
Maar dit is vooralsnog speculatie want mij is op dit moment nog niet meer daarover bekend.
Al weet ik wel hoe het af zou lopen.

Het conflict had uiteindelijk afwisselend een oorlog met beide steden tot gevolg waarin – volgens Strabo – Praisos  in 145 v. Chr.  door het Helleense Hierapytna werd vernietigd. De inwoners van Praisos die na de afloop hiervan werden gevangen werden als slaven verkocht en de rest vluchtte naar de kust in het noorden, richting het huidige Sitia. Praisos was vanaf dat moment volledig verlaten.
En daarmee kwam het voor de laatste groep mensen die een niet-Griekse taal waren blijven spreken, en die de cultuur der Keftiu aan waren blijven houden, tot een einde. Zij gingen alsnog op in de meerderheid.

Er is overigens veel veranderd in Praisos sinds de opgravingen eind 19e eeuw, veel van de restanten zijn nu weer gedeeltelijk begroeid. Het is natuurlijk ook veel te duur om dat allemaal goed bij te kunnen houden.

Gelukkig werd het weer niet slechter tijdens ons verblijf daar en konden we op ons gemak rondlopen op die allerlaatste uitwijkplaats der ECHTE Kretenzers.
We waanden ons  eigenlijk heel ergens anders dan op Kreta op dat moment, het was er groener en vochtiger dan we eigenlijk van dit eiland gewend waren. En beduidend minder warm.
 
















Ons bezoek en de geschiedenis van deze plaats deden ons wel gelijk het uitzonderlijk belang inzien van een andere plaats die we nog niet hadden bezocht, maar die hoog op ons verlanglijstje stond, namelijk Itanos.

Deze meest oostelijk gelegen nederzetting en havenplaats der Minoërs was de belangrijkste haven voor de handel met Egypte, en een soort van overslaghaven die men gebruikte om te vermijden om kaap Sideros heen te moeten varen.
 



Kaap Sideros is het meest noord-oostelijk gelegen punt van Kreta waar de Egeïsche zee en de Libische zee samenkomen en waar de stroming en de harde wind vaak voor problemen kunnen zorgen op zee. In de Bijbel wordt deze kaap 'Salmone' genoemd in de Handelingen der Apostelen 27:7.
Op weg naar deze kaap wordt Kreta zo smal dat men beide zeeën kan zien liggen en van de ene naar de andere kan lopen. Op de foto's rechtsboven en linksonder  de Egeïsche zee links en de Libische zee rechts.
De kaap is tevens de plek waar vandaan men het volgende eiland kan zien liggen richting het vasteland van Klein-Azië. Aldus één van de mogelijke locaties waar de eerste ontdekkers-kolonisten van Kreta ooit voet aan wal zetten.
 











Helaas is de kaap vandaag de dag verboden toegang voor bezoekers. Wat jammer is omdat er zich daar ergens ook nog enkele Minoïsche ruïnes zouden bevinden. Naar we vernamen zouden er tevens ooit plannen zijn gelanceerd om er een duur golf-resort aan te leggen, maar daartegen was groot protest.

In het volgende deel zal het dicht bij deze kaap bevindende Itanos ter sprake komen wat we de eerste keer over zee zouden gaan bezoeken.
Om na meerdere bezoekjes daar te ontdekken dat er hier mogelijk een tweede 'Troje' of Knossos voor toekomstige archeologen voor het opgraven ligt.
Deze GW'er is abonnee
Sinbad: Beetje weinig tieten dit keer
Hatseflats
Op 02-09-2012 12:35:14 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Phoenix:
Sinbad:
Beetje weinig tieten dit keer

Gelukkig ...

En zowat het enige waarop gereageerd wordt in deze blogreeks zijn tieten ...

Veelzeggend ...
Ardet nec consumitur ... En daar wordt niet mee gelachen eh mannekes ... en madammekes ... !!
Op 03-09-2012 7:35:59 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Emie :
Phoenix:
Sinbad:
Beetje weinig tieten dit keer

Gelukkig ...

En zowat het enige waarop gereageerd wordt in deze blogreeks zijn tieten ...

Veelzeggend ...

Niet iedereen reageert op alle artikelen. Er zijn veel mensen die het gewoon met plezier (of niet) lezen. Dat jij nou telkens even moet komen zeiken... Veelzeggend...
Op 03-09-2012 12:00:05 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
psixty4:
Jean-Bob Ildanach:

Wederom zo'n plek 'in the middle of nowhere' waarvan de meeste toeristen te Kreta zich het bestaan niet bewust zijn, laat staan het historisch belang ervan.

Dat zou ik ook hebben, zo van; "oh wat een leuk stapeltje stenen, daar kan je lekker op uitrusten" Daarna zou ik verder gaan en me verwonderen over hoe saai die weg is; 'valt niks te beleven'

Daarom is het goed dat jij af en toe op vakantie gaat en mooie stukjes schrijft, zo word ik ook wat wijzer.

It's all a figment of imagination!
Op 03-09-2012 12:12:39 | Kudos: 2 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Phoenix:
Emie :
Phoenix:
Sinbad:
Beetje weinig tieten dit keer

Gelukkig ...

En zowat het enige waarop gereageerd wordt in deze blogreeks zijn tieten ...

Veelzeggend ...

Niet iedereen reageert op alle artikelen. Er zijn veel mensen die het gewoon met plezier (of niet) lezen. Dat jij nou telkens even moet komen zeiken... Veelzeggend...

Ik zeik helemaal niet ... De tieten zijn ondertussen al genoeg getoond, het heeft niets moois meer (heeft het in mijn ogen nooit gehad, maar smaken verschillen natuurlijk) en het is al lang opdringerig geworden ...

Een vrouw die regelmatig post op dit forum heeft trouwens iets gelijkaardigs gezegd, reeds een aantal edities terug ...

Trouwens, indien het de bedoeling is hiermee te verwijzen naar de antieke, Kretenzische vrouw, dan is dat in mijn ogen mislukt.
Ardet nec consumitur ... En daar wordt niet mee gelachen eh mannekes ... en madammekes ... !!
Op 03-09-2012 15:08:31 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Deze GW'er is abonnee
Sinbad:
Phoenix:
Trouwens, indien het de bedoeling is hiermee te verwijzen naar de antieke, Kretenzische vrouw, dan is dat in mijn ogen mislukt.



Hatseflats
Op 03-09-2012 17:38:17 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
jantjeuitnl: Jean-Bob, bedankt voor het delen van je kennis en wijsheid.
Bijzonder interessant allemaal.
Op 03-09-2012 22:47:49 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2013Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden