Deze site gebruikt cookies. Is dat ok?
Naar de plaats waar het ooit begon?

We hadden het beste voor het laatst bewaard. Eindelijk was nu Itanos aan de beurt om te bezoeken. Juist deze plaats leek ons van enorm belang omdat die aan het meest noordoostelijke punt van Kreta lag, vlakbij die beruchte kaap van Kreta.  
Deze kaap Sideros ligt 'slechts' 200 km van het schiereiland Bozburan te Anatolië (Turkije) vandaan en hiertussen bevinden zich nog een aantal eilanden zoals  bijvoorbeeld Kasos, Armathia, Karpathos en Rhodos.

Het is in het geheel niet onredelijk te veronderstellen dat dit punt van Kreta heel lang geleden het allereerste punt was waar onverschrokken lieden met hun kleine bootjes voor het eerst aan zouden komen na van eiland naar eiland te zijn gevaren.
Om te ontdekken dat ze deze keer wel op een behoorlijk groot eiland terecht waren gekomen, eentje waar ze makkelijk met hun gehele stam naartoe konden verhuizen en het rijk dan alleen zouden hebben. 
Resteert de vraag tot welk volk die eerste pioniers gerekend zouden kunnen worden? Natuurlijk hadden we al aardig een idee voor onszelf, maar we hoopten dat hier min of meer bevestigd te zien worden. Onder andere door in de geschiedenis van de plek te duiken. 

Om de locatie op de juiste wijze te eren wilden we het sowieso de eerste keer over water zien te bereiken. Dat het niet bij één bezoekje zou blijven was ons al wel duidelijk, daarvoor was er gewoon te veel wat we daar wilden bestuderen.
In het filmpje hier
kunnen we de lezer gelijk een beetje een idee geven van die tocht over water, de locatie van Itanos is hier ook even op te zien.

Zo zag ons vertrek per boot naar Itanos er uit. Dankzij een Duitse surfer – die ons later de foto's per e-mail stuurde –  hebben we daar nu ook zelf een beetje een beeld van.
 










De wind in deze regio is eigenlijk altijd wel gunstig. Al is het wel zaak in de buurt van de kust te blijven want het kan er best wel  spoken als de Meltemi opsteekt.
 











Er zijn langs de kust wel diverse mogelijkheden om weer aan wal te gaan als de wind te hard zou worden of wanneer het om andere redenen te gevaarlijk zou worden op zee te blijven.
Dit in tegenstelling tot de meer westelijk gelegen kust van Kreta, die we het jaar ervoor hadden gedaan. Die had slechts weinig gelegenheid geboden om ergens eerder aan land te gaan bij omslaand weer.
Maar daar waren dan ook maar bar weinig havens uit de tijd der Keftiu geweest.
Onderweg kwamen we ook nog langs het palmenstrand van Vai, maar we hadden geen tijd om dat nu te gaan bezoeken. Dat zouden we wel een keertje doen over land.
We hadden trouwens al begrepen dat er ook genoeg palmen bij Itanos zelf te vinden zouden zijn.
De reis duurde al met al toch wel enkele uurtjes want we moesten meermalen steken om de juiste wind te blijven houden. Dat zou natuurlijk ten koste gaan van de tijd die we op Itanos konden besteden maar daar we toch al van plan waren meerdere malen hier naar terug te keren, maakte dat niet zoveel uit.
Itanos is van oorsprong een Minoïsche stad, oftewel de stichting van deze nederzetting stamt uit de tijd dat de Keftiu nog heer en meester waren over het eiland.
Als men de locatie nu zou bezoeken – die tegenwoordig Erimoupoli heet –  zal men er vooralsnog maar bar weinig overblijfselen uit die periode terug vinden. Sporen van de Minoïsche bewoning zijn echter wel gevonden, en te Vai, wat 1,6 km naar het zuiden ligt, is een Minoïsch gebouw opgegraven. De meeste zichtbare ruïnes die men nu te Itanos kan zien zijn in ieder geval wel van later datum waardoor er afgezien van wat archeologisch bewijs  dus niet al te veel bekend is van de geschiedenis van de stad voor de 3de Eeuw voor Christus.
De Griekse historicus Herodotus is waarschijnlijk de eerste die de stad noemt in zijn werken.
In boek IV vertelt hij over zeevaarders uit Thera (Santorini) die de haven bij Itanos aanlopen om er een gids te zoeken die hen naar de kust van Noord-Afrika zou kunnen brengen, waar zij een handelspost-kolonie wilden stichten. Zij vonden uiteindelijk een visser, die Korovios heette, bereid om hun loods te zijn.
Door dit verhaal wordt wel gelijk duidelijk dat de inwoners van Itanos in ieder geval de naam hadden goede zeevaarders te zijn en dat zij in die dagen contacten hadden met volken aan de Noord-Afrikaanse kusten.

Als de traditionele stichter wordt in legendes een man met de naam 'Itanos' genoemd, deze zou een zoon van ene 'Phoinix' zijn geweest. Waarschijnlijk is dit verhaal van later datum en specifiek ontstaan in een poging de hoogstwaarschijnlijk Semitische oorsprong van de naam te verklaren.  De naam Itanos kan namelijk  herleid worden tot het Semitische werkwoord 'YTN', wat 'geven' betekent.
In de tijd dat dit verhaal ontstond was de purpervisserij – die reeds in Minoïsche tijden werd beoefend –  nog steeds levend, enkel waren het nu de zeevarende Phoeniciërs die er naam en faam mee wisten te verwerven.
Maar het aspect van die Semitische naam en de aanwezigheid later van Phoenicische handelaars had wel tot gevolg dat iemand als Stephan Byzantios ging denken dat Itanos dan een kolonie moet zijn geweest die door Phoeniciërs gesticht was. Phoeniciërs waren overigens een Semitisch volk die zelf aan de kusten van Palestina woonden en waarschijnlijk hun zeevaartkennis aan andere 'zeevolken' te danken hadden. Namelijk die van Kreta.
De mening dat Itanos een kolonie der Phoeniciërs was ben ik echter niet toegedaan, ik denk dus juist eerder het tegenovergestelde.

Dat de meest oostelijk gelegen stad op Kreta – die het dichtst bij het vasteland van Azië lag en daardoor waarschijnlijk tot de eerste plaatsen kan worden gerekend waar pioniers vanuit Azië ooit een nederzetting stichtten –  dat deze plaats een Semitisch klinkende naam heeft en verbonden lijkt met de latere zeevarende handelaars uit Phoenicië lijkt mij eerder iets heel anders over de herkomst van die eerste 'Kretenzers' te vertellen. Dit kan worden opgeteld bij vele andere overeenkomsten tussen die eerste Kretenzers en zekere volken uit het Midden-Oosten waar ik in de laatste delen van deze reeks nog op terug zal komen.

Op het hoogtepunt strekte het  grondgebied van Itanos zich uit van de eerder reeds door mij genoemde  Kaap Sideros tot aan een Kaap die lang 'Erythrae' werd genoemd maar tegenwoordig  Kaap Goudouras heet.
Er waren diverse producten waaraan de stad zijn welvaart te danken zou hebben, namelijk de handel in glas, visserij en bovenal de handel in de kleurstof purper.  Deze kleurstof werd gewonnen uit de schelp van een purperslak die men vooral veel op het eiland Koufonissi aantrof. Dit eiland werd dan ook tot het bezit van Itanos gerekend en daar bevonden zich diverse factorijen voor de productie van purper.
De Tempel van de Diktaean Zeus in het huidige  Palekastro  –  wat in die dagen (1690 v.Chr.) 'Elia' heette –  werd in die tijd eveneens tot het grondgebied van Itanos gerekend.  Al was daar wel een conflict aan voorafgegaan waar ik het in het vorige deel reeds over had.
Want de nederzetting der laatste 'echte' Kretenzers – Praisos –  had deze tempel in bezit gehad tot omstreeks 150 v. Chr.  Itanos hier in een conflict een eind aan wist te maken. 
Men zegt dat zij hiervoor de steun van  bondgenoten uit Ptolemeïsch Egypte hadden die zij daarvoor om hulp hadden gevraagd. Een inscriptie die hierover gaat heeft men in een muur van het klooster Moni Toplou terug gevonden, dit ligt slechts een aantal kilometers verder naar het westen richting Sitia.
Praisos kwam die klap niet meer te boven en werd kort erna ook nog eens bedreigd en uiteindelijk vernietigd door die andere rivaal,  Ierapytna (145-140 v.Chr.). Zo bleven er nu nog maar twee machten – Itanos en Ierapytna – over in het oosten van Kreta en deze kregen gelijk opnieuw conflicten over het bezit van het purpereiland en de Tempel. Dat geschil werd uiteindelijk beslecht in 112-111 v.Chr., ten voordele van Itanos. Op het 'Zegel van de Megnesians', wat tegenwoordig in de muur van de genoemde Toplou abdij is te vinden, staat de uiteindelijke uitspraak waarin het Purpereiland en het Zeus heiligdom aan Itanos worden toegewezen.
De welvaart van Itanos was terug te zien in diverse  marmeren gebouwen, tempels (gewijd aan Asclepius, Zeus, Tyche, Athena) en zij sloegen zelfs een eigen munt. De vroegste munten die men vond dateren uit 400 v. Chr. en  deze geven het maritieme belang van Itanos aan met de afbeelding van een Triton erop (een Griekse zeemeerman met een drietand). Het maakt deze stad tevens een van de eerste steden op Kreta die een munt sloeg.
Overigens komen er nog wel meer  interessante details uit de geschiedenis in de 3de en 2de eeuw aan het licht door de gevonden inscripties. Zo schijnt er in het begin van 3de eeuw een eed van trouw te zijn opgelegd aan alle burgers.
In 260 v.Chr. zocht Itanos dus hulp bij Ptolemeïsch Egypte tegen haar buurman Praisos, waardoor een Egyptische garnizoen zich hier vestigde dat er zou blijven tot ongeveer het einde van de 3de eeuw. Later, in het midden van de 2de eeuw voor Christus, zou het kort nog een keer terugkeren naar Itanos.
Dit leidde wel tot een toenemende Egyptische invloed in de politiek.
Egypte werd in die dagen overigens bestuurd door de erfgenamen van een veldheer van Alexander de Grote, namelijk Ptolemaeus. De latere fameuze koningin Cleopatra kan eveneens tot dat huis worden gerekend.

Een fikse  aardbeving omstreeks 795AD luidde het begin van het verval van Itanos in.
Zoals ik in een eerder deel al eens vertelde, komt door de regelmatige aardbevingen die Kreta teisteren het westelijke deel steeds hoger te liggen  (6 tot 9 meter in de afgelopen 2000 jaar) en het oostelijke deel juist steeds lager. De aardbeving in de 8ste eeuw had tot gevolg dat het land bij Itanos zakte en een deel kwam nu onder water te liggen.

Dit stuk van de kust is sinds de oudheid minstens 2 meter onder water gekomen. Hierdoor zijn er antieke overblijfselen gevonden op het net van de kust afgelegen eiland Elasa (oude Onysia).

Zij hadden zich hier nog maar nauwelijks van hersteld of te 824 AD  kwam daar nog eens een aanval van Arabische zeerovers overheen, al wist Itanos ook daar weer overheen te komen. Dit wordt nog wel het beste aangetoond door mooie Christelijke kerken die in de jaren erna nog werden gebouwd. 
Tegen de 15e eeuw was het echter gedaan met de stad, zij moet omstreeks die tijd helemaal zijn verlaten. Vooral constante raids van Arabische zeerovers  zouden hier debet aan zijn geweest. 
Er wordt beweerd dat de vluchtelingen die Itanos zouden verlaten zich zouden vestigen in de huidige steden Sitanos, Nea-Praisos en Karydi.
 











De eerste opgraving te Itanos werd gerealiseerd door de Italiaan Federico Halbherr, samen met Bursian en Demarge in 1900. Toen werden er vooral Helleense gebouwen en restanten van Byzantijnse tempels onthuld, naast talloze zegels die  het antieke Itanos bevestigden.
Die zegels bevinden zich tegenwoordig trouwens in het archeologisch museum te Iraclion.
Systematisch uitgevoerde opgravingen in 1950,  door de Franse archeologische faculteit onder leiding van Gallet de Santerre, brachten een Helleense wijk en begraafplaats aan het licht.
In 1995 begon er een nieuw onderzoek van de Franse archeologische faculteit samen met het instituut van Mediterrane studies, deze keer onder leiding van  Prof. R. Etienne en A. Kalpaxi en onderzoek-coördinator Prof. D. Viviers.
De opgravingen werden voortgezet in het Helleense district waar diverse stadia van opbouw van de antieke stad werden gelokaliseerd, vanaf de geometrische periode tot in de 7e eeuw.
 











Op dit moment  kunnen bezoekers de archeologische site bezoeken en de diverse ruïnes bewonderen, zoals die van een grote toren die op de westelijke acropolis die met zwarte stenen is gebouwd,

een grote christelijke kerk in het oostelijke deel van de citadel, de Helleense nederzetting, twee vroege christelijke kerken aan de voet van de heuvel richting palmenstrand Vai en de begraafplaats net buiten de stad.

Als men naar een strandje iets verderop noordwaarts loopt, komt men langs die locatie die nu vooral 'Necropolis' wordt genoemd.
Het betreft een locatie waar men wel met opgravingen is begonnen ooit, maar daar nog niet echt ver mee is opgeschoten.
Er wordt beweerd dat het een 'begraafplaats' zou zijn geweest maar de titel 'Necropolis' – oftewel 'Dodenstad' lijkt dan meer op zijn plaats want wat wij er zagen waren toch echt huizen.











Al met al zou mij het niets verbazen als hier onder de grond nog een volledige nederzetting gevonden zou worden, misschien wel in lagen op elkaar net zoals te Troje het geval is.
Na dit bezoek aan Itanos, wat wij in 2011 meerdere malen zouden herhalen, zullen wij in het volgende deel enige mogelijkheden ter sprake gaan brengen waar die allereerste Kretenzers weleens vandaan konden zijn gekomen. Wie volgens mij de voorouders moeten zijn geweest en tevens wat die eerste Kretenzers voor een sporen in de geschiedenis na zouden laten.
En dan komen vooral weer de Zeevolken ter sprake. Het uiteindelijke hoofdthema van deze hele blogreeks.


Sitemap - © 2013Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden