Deze site gebruikt cookies. Is dat ok?
Wie waren die eerste Zeevolken?

Na onze bezoekjes aan Kreta's meest oostelijk gelegen plaats Itanos – een van de belangrijkste havens en handelssteden voor wat betreft het contact dat de Egyptenaren met de Keftiu hadden –  meen ik nu eigenlijk tot voorzichtige conclusies te kunnen komen voor wat betreft de hoofdreden van mijn onderzoek aan Kreta.
Wie waren die eerste Zeevaarders en waar zouden zij oorspronkelijk vandaan zijn gekomen?

Als men 'Kreta'  en 'Minoïsche beeldjes' intikt op Google dan krijgt men over het algemeen gelijk het volgende te zien.

Een vrouw met slangen in haar handen en een jurk met een decolleté dat de gehele boezem ontbloot laat, een man met een wespentaille en lang krullend haar …. en natuurlijk die stier.
Als men er desalniettemin aan twijfelt of de cultuur der eerste Kretenzers daar nu werkelijk zo de nadruk op legt als men ons op het internet wil doen geloven, dan hoeft men enkel maar naar het archeologisch museum te Iraclion (Heraclion)  te gaan om meer van die Minoïsche kunst te kunnen bewonderen.
Is men dan in dat museum, dan kan men vooral niet om de volgende beeldjes heen.

Waaruit blijkt dat het in ieder geval ten tijde van de Keftiu de mode was op Kreta voor vrouwen om hun borsten te laten zien. Natuurlijk hadden ook zij ideaalbeelden – het waren uiteindelijk mensen – maar de kunst laat zien dat ze er beslist niet allemaal exact hetzelfde uitzagen. Jong en oud, dik en dun, mooi en lelijk, van alles wat.
Ergens is het helemaal niet zo vreemd dat ze zo de nadruk legden op het vrouwelijk lichaam, want men heeft op talloze andere plaatsen eveneens  vondsten gedaan uit het neolithisch tijdperk met soortgelijke beeldjes  van vaak voluptueuze vrouwen met grote – hangende – ontblote borsten. HET symbool van het vrouwelijke, het nieuw  leven barende en het voedende.
Maar de Minoïsche Kretenzers leefden niet meer in het Stenen Tijdperk en waren beslist geen holbewoners meer, zij waren een beschaafd volk dat reeds brons kon bewerken.

Hun vrouwenmode scheen zelfs zo populair dat de vrouwen in het Egypte van de Farao's die mode eveneens konden appreciëren en uit het land der Keftiu in lieten voeren.
In ieder geval mag men er gerust van uitgaan dat de ontblote borsten der Kretenzer vrouwen een welhaast religieus symbool waren.
In deze tijden van commerciële seks en onnatuurlijke schoonheidsidealen is zoiets haast ondenkbaar. Die commercie zorgt er eerder voor dat er in deze tijd haast weer sprake is van een soort verpreutsing waardoor vrouwen hun borsten niet zo snel meer durven te laten zien, en als men niet oplet zou het moeizaam verkregen recht voor vrouwen om topless te gaan weer verloren kunnen gaan.
In ieder geval hebben mijn wederhelft en ik –  als eerbetoon aan de Keftiu en aan die tijd – dan ook bewust vele foto's op oude 'Minoïsche' plaatsen gemaakt met de borsten van mijn eega ontbloot.

Zijn borsten een specifiek vrouwelijk symbool, het mannelijke was daar eveneens vertegenwoordigd en wel in de vorm van die stier. Door de vele aardbevingen op Kreta zouden de Minoërs een mythe ontwikkelen waarin een stier – een zeer aards symbool en 'toevallig' mijn sterrenbeeld – een van de verschijningen van hun mannelijke hoofdgod zou zijn, en als deze kwaad met zijn hoeven op de aarde stampte dan trilde de wereld. Een aardbeving dus. Men moest deze God dus beslist te vriend houden. De stier was in ieder geval duidelijk een mannelijk symbool.

Hun doden begroeven ze, OF in uitgehakte grotten in een kloof zoals bv de Dodenvallei, OF ze maakten zelf crypten. Dat is een traditie die men vooral in het Midden-Oosten kan bespeuren. Petra te Jordanië is daar een goed voorbeeld van, en de Olijfberg te Jeruzalem is eveneens zo'n plaats. En natuurlijk is het 'Dal der Koningen' ook zo'n voorbeeld.
Ik beschreef reeds dat het 'Vrouwelijke Principe'  bij deze Minoërs in zeer hoog aanzien stond. 'Heilige' vrouwen – men is tegenwoordig snel geneigd die 'priesteressen' te noemen – leefden in religieuze centra zoals Knossos, Phaistos, Malia, Zakros en Elia (Roussolakos) die waarschijnlijk waren.

Daarnaast waren zij in tempeltjes te vinden op een van de vele Heilige Hoogtes die er op Kreta zijn. Waaronder die te Yukhtas, Petsofas en te Traostalos die in de delen hiervoor ter sprake zijn gekomen, maar ook die te Modi, Karfi, Tylissos, Vrysinas, Atsipades en nog verscheidene andere.
Het historisch onderzoek waar ik in 1996 mee begon had oorspronkelijk de aanbidding van het 'Vrouwelijk Principe' in culturen voordat onze jaartelling begon als hoofdthema, hierdoor was mij reeds een en ander over deze zogenaamde 'Piek-Heiligdommen' bekend. En natuurlijk ook over de rituelen die op zulke plaatsen werden bedreven. Het boek van Merlin Stone: Eens was God als Vrouw belichaamd, vertelt een en ander hierover op een prettig leesbare wijze. (Servire Katwijk, ISBN 9060775821)

Maar de volken die in dat boek werden beschreven en waren onderzocht, waren vrijwel allemaal van Semitische origine geweest, en vooral afkomstig uit Mesopotamië. Het land tussen de Eufraat en de Tigris dat tegenwoordig bekend staat als Irak en waar volgens de huidige kennis erover de allereerste menselijke stedelijke beschaving zou zijn ontstaan.
Waar de mensen die deze beschaving zouden opbouwen (4000-3000 v. Chr.) vandaan kwamen, daar is men nog niet helemaal zeker van. Er wordt wel beweerd dat zij uit Anatolië (Turkije) kunnen zijn gekomen, of juist uit de oostelijk van Irak gelegen Indusvallei. 
Men weet echter wel dat vanaf 3000 v. Chr. nog een ander volk dit land binnenviel, en dit waren in ieder geval Semitische stammen die uit het iets  noordelijker gelegen Akkad stamden en die de rivieren stroomafwaarts waren gevolgd.
Oorspronkelijk zouden deze Semitische Akkadiërs echteruit het Arabische schiereiland in het zuiden afkomstig zijn geweest.
Van deze Semitische volken is in ieder geval wel met zekerheid bekend dat zij 'Heilige Hoogtes' kenden in de door hen gecontroleerde gebieden en dat daarop altijd een 'Tempelpriesteres' – Qadishtu of Naditu –  te vinden was. Dat hier seksuele rites plaatsvonden lijkt erg aannemelijk, daar zijn voldoende bewijzen voor teruggevonden.
Overigens kan men misschien wel over de beroemdste 'Heilige Hoogte' in de Bijbel zelf lezen. Want de 'Berg van God' – of het 'Huis van God', Bethel  – was eveneens zo'n Heilige Hoogte.

  Deze volken hadden een Godin die 'Ishtar', 'Astarte' of 'Asherah'  werd genoemd en dan vaak zo werd afgebeeld. Een behoorlijk grote overeenkomst met de beeldjes die men op Kreta zou vinden dus.


Een ander interessant gegeven is dat bij deze zelfde Semitische volken de stier in hoog aanzien stond. Men heeft diverse beeldjes en afbeeldingen van stieren gevonden in het oude Mesopotamië
 











en Koning Sargon van Akkad werd zelfs als een gevleugelde stier afgebeeld.

Waarschijnlijk vanuit Perzië zou later zelfs de Mithras-cultus overwaaien waarin de stier eveneens een 'heilige' status had, al legde deze in de Mithraïsche rituelen wel altijd het loodje.

Volgens de huidige kennis over een en ander moet er reeds sprake zijn geweest van de verering van een godin die Inanna heette (foto links) en seksueel georiënteerde  rituelen zoals het 'Heilig Huwelijk' voordat die Semitische Akkadiërs het land tussen de Eufraat en de Tigris binnenvielen.
Wat in zou houden dat de Akkadiërs deze gebruiken van het eerste Soemerische volk, of dit nu uit de Indusvallei afkomstig was of uit Anatolië, misschien hebben overgenomen.
In ieder geval valt natuurlijk de overeenkomst met de vrouwenbeeldjes op Kreta op. Evenals die stier die overigens zelfs nog door de Hebreeën ten tijde van de Exodus in hoog aanzien had gestaan. De vermaarde 'gouden kalf' scene in dat verhaal betrof in werkelijkheid een stier maar deze passage is ooit onjuist vertaald.

In het hierboven reeds genoemde Anatolië heeft men sporen gevonden van een oude beschaving te Çatal Hüyük. De oudste lagen van deze nederzetting dateren uit plusminus 7500 v. Chr.! Wat gelijk de reden aangeeft waarom men denkt dat die eerste Soemeriërs hier vandaan zouden kunnen zijn gekomen.
Ook hier vond men de nodige vrouwenbeeldjes en men meende zelfs een tempel te kunnen reconstrueren
 












Wederom betreft dit dan een cultuur waarin de stier eveneens een belangrijke rol speelt.

Met bovenstaande kennis gaan we dan nu even naar Kreta.
Men meent vast te mogen stellen dat de allereerste mensen daar minstens 130.000 jaar geleden reeds aan moeten zijn gekomen.
De Middellandse zee bestond toen reeds, dus zij kunnen dit eiland enkel per boot hebben bereikt.
Met wat men weet van de bootjes die men zolang geleden al gebruikte – en aan de hand van vondsten van tekeningen op Kreta zelf –  zullen die bootjes er min of meer hebben uitgezien als op de tekening.

Dat men dit enkel kan hebben gedaan door van eiland naar eiland te varen vanuit Anatolië lijkt het meest voor de hand te liggen.

De oudste tekenen van beschaving op Kreta dateren volgens de huidige kennis erover uit plusminus 6500 v.Chr.
Wat men weet over de nederzetting te Çatal Hüyuk is dat die rond 6200 v. Chr. zou zijn verlaten.
Als men de vrouwenbeeldjes  uit die nederzetting vergelijkt met de primitieve beeldjes die op Kreta zijn gevonden, dan kan men toch wel van enige overeenkomst spreken (zie illustraties verder omhoog). Zeker als men daar dan tevens de verering van een 'Stiergod'  bij optelt.
Mijns inziens is de kans dus groot dat ze van een zelfde volk afkomstig kunnen zijn.
Mocht dit juist zijn dan heeft het er nu alle schijn van dat de allereerste tekenen van beschaving op Kreta afkomstig waren van een volk dat eerst een beschaving had gekend in Turkije en waarvan te Çatal Hüyük nog sporen te vinden zijn.
Of deze beschaving via contacten reeds over het bestaan van het eiland Kreta heeft afgeweten, is iets dat we wel nooit zeker zullen weten. Misschien hadden zij het eiland wel op een zelfde manier per ongeluk ontdekt door middel van 'Island hopping' (van eiland naar eiland varen) als die allereerste ontdekkers van Kreta.
Het is helaas niet na te gaan hoe deze mensen eruit zagen, misschien waren ze wel tamelijk klein en vooral de mannen met een iets donkere huid. Misschien behoorden zij wel tot het volk wat later de 'Pelasgen' zouden worden genoemd.

Tussen 3000 en 2700 v. Chr. vond er echter weer een verandering plaats op Kreta.
Ineens was er sprake van een cultuur die sinds de ontdekking-opgraving van sir Arthur Evans te Knossos 'Minoïsch' wordt genoemd.
Deze cultuur verscheen wel zo plotseling dat men zich terecht afvraagt of er niet weer nieuwe migraties naar Kreta hadden plaatsgevonden.
Als men de geschiedenis van die tijd in het nabije Midden-Oosten bekijkt dan valt dat beslist niet uit te sluiten.

Laten we daarvoor dan nu eens wat verder oostwaarts gaan kijken, naar Palestina en de aangrenzende landen.

Ik vertelde reeds dat minstens vanaf het 3e millennium voordat onze jaartelling begon, de Soemerische beschaving met nieuwe volkeren binnen hun grenzen te maken had gekregen. Dit waren volkeren van Semitische origine. Deze volken waren volledig geassimileerd met de autochtone bewoners in het land tussen de Eufraat en de Tigris.
Van oorsprong was deze groep immigranten een nomadisch volk geweest, dat eerst vanaf het Arabisch schiereiland noordwaarts was getrokken en uiteindelijk vanuit het noorden van Mesopotamië weer stroomafwaarts was gegaan, het Soemerische rijk binnen.
Een van de steden van deze nieuwe beschaving was de stad Mari geweest.
Deze stad is in zoverre al van belang omdat daar, voor zover men weet, de eerste keer het eiland Kreta wordt beschreven.
In deel 4  van deze reeks vertelde ik dat men te Mari een tekst uit de 18e eeuw voor Christus had gevonden waarin werd gesproken over 'Kaptara'. Een Semitische naam die wel heel erg lijkt op de naam 'Caphtor' die men weer in Assyrische teksten en zelfs in de Bijbel tegen zal komen als men over de Kretenzers spreekt.
In Mari wist men dus sowieso van het bestaan van Kreta en de Kretenzers  af vanaf zo'n 2000 jaar voor Christus.
Laten wij dit pad dan nu eens verder gaan bewandelen.
De stad Mari is minstens reeds vanaf 5000 v.Chr.  bewoond geweest, men zegt dat het omstreeks 2900 v. Chr. een cultureel hoogtepunt beleefde.
 











Uit de opgraving Tel Hariri te Mari heeft men diverse beeltenissen gevonden die men wel enigszins zou kunnen vergelijken met wat men op Kreta heeft gevonden.

Dat hoeft natuurlijk nog niets te zeggen want soortgelijke neolithische kunst is op wel meer plaatsen gevonden op geheel andere locaties als die waar we het nu over hebben.
Maar het volk van Mari heeft nu toch even onze aandacht. Zo blijkt uit de gevonden afbeeldingen tevens duidelijk dat het een zeer religieus volk betrof.

Een volk dat waarschijnlijk de rituele reiniging hoog in het vaandel had staan. Wederom net als de Kretenzers.

In de 18e eeuw v. Chr. wordt de stad Mari veroverd door de Babyloniërs, en niet veel later zou Egypte ineens te maken krijgen met een nieuw volk wat zich in de delta van de Nijl vestigde.
De Egyptenaren zouden deze mensen 'Hekaoe-khasoet' (slechts een van de vele transcripties van die naam) noemen, dit betekende zoveel als 'herders uit de hooglanden'.
Tegenwoordig kent men ze vooral als de Hyksos.
Deze Hyksos – een herdersvolk –  waren vanuit Mari en de nabije omgeving na die verovering 'afgezakt' naar de kust van Palestina om daarna steeds verder zuidwaarts te gaan tot zij in Gosen in de delta van de Nijl terechtkwamen, waar zij uiteindelijk zelfs de stad 'Avaris' (Tell ed-Daba ) zouden stichten.
Over de identiteit van deze Hyksos is men nogal onduidelijk, maar het betrof in ieder geval een Semitisch volk en misschien zelfs al wel een Aramees volk.
Wat echter interessant is aan deze immigranten in Egypte, is het gegeven dat zich onder hen een specifieke groep bevond die de 'Apiru' of 'Habiru'  werden genoemd.
Men is er vrij zeker van dat dit de eerste Hebreeën moet hebben betroffen en dat het Oud-Testamentische Jozefverhaal zich binnen dit volk heeft afgespeeld.

In deel 6 vertelde ik reeds dat bij opgravingen van de gebouwen te Tell ed-Daba (Avaris) bleek dat deze zekere overeenkomsten vertoonden met de zogenoemde Minoïsche 'paleizen' en dat hier schilderingen in werden aangetroffen die eveneens veel overeenkomsten vertoonden met die men te Kreta had gevonden (onder: fresco te Knossos).

Juist door deze overeenkomsten zijn er archeologen die menen dat er sprake was van een sterke overeenkomst tussen de Hyksos en de inwoners van Kreta. Sommigen gaan daar zelfs zover in te veronderstellen dat dit een en hetzelfde volk zou zijn geweest, dat dus een Semitische taal sprak.
Is dat onmogelijk? Laten we dat eens verder gaan bekijken.

Op het kaartje verder omhoog was al te zien dat de Semitische volken vanuit Akkad waren uitgewaaierd richting Perzië, Anatolië en de kust van Palestina. Dat zij hiermee al begonnen waren in het midden tussen vanaf 3e millennium voor Christus is bekend.
Het is dus evenmin ondenkbaar dat zij – eenmaal aangekomen aan de Anatolische kust – vernamen van een groot eiland dat veel te bieden had en waar goed te leven viel.
Dit Semitische volk – dat reeds beschaafd was – kan naar Kreta toe zijn gevaren en zich daar hebben gevestigd, wat de culturele 'boost' zou verklaren die er ineens plaats zou vinden op dat eiland (Knossos e.d.). Er zijn op Kreta geen sporen gevonden van een vijandige inval in die periode dus het heeft er dan de schijn van dat ze niet negatief zijn ontvangen door de plaatselijke bevolking. Daarvoor hadden ze uiteindelijk ook genoeg te bieden en het eiland was groot genoeg. Misschien ontdekten ze ook wel genoeg overeenkomsten in bijvoorbeeld hun religieuze beleving, of misschien werden ze wel als 'Goden' binnen gehaald. Dat gebeurde uiteindelijk in eerste instantie ook met de Spanjaarden van Hernan Cortès toen deze AD 1519 het land van de Azteken binnen viel.

Laten we voor die vergelijking er dan nog eens die legende bij halen van de Griekse God Zeus, die als stier vermomd naar de kust van Palestina zou zijn gegaan om daar de prinses Europa te verleiden en haar op zijn rug mee te nemen naar Kreta waar hij bij haar onder andere de zonen Minos en Rhadamantys verwekte.
Zou in dit verhaal niet heel goed de 'echo' kunnen schuilen van dat volk dat uit de omgeving van Mari (Akkad) ooit naar Kreta was gekomen?
Want aan de kusten van Palestina zou hetzelfde Semitische volk neerstrijken, dan bekend onder de namen Hyksos en Habiru.
De Israëlische archeoloog Yigaël Yadin meende reeds dat het volk dat als Hyksos bekend zou worden op de een of andere wijze verbonden moest zijn met Kreta nog voordat men de opgravingen te Avaris had verricht.

Dat deze nieuwe – en dus mogelijk een Semitische taal sprekende – immigranten op Kreta goede contacten zouden blijven onderhouden met hun verwanten in het Midden-Oosten lijkt dan ergens niet meer dan logisch.
Ze dreven handel met hen en dit verklaart dan gelijk de stichting van 'Minoïsche'  handelsposten aan de Palestijnse kust zoals bijvoorbeeld Gaza dat was. Want van deze plaats is bekend dat er in de 18e eeuw v.Chr. reeds opslagplaatsen van de goederen der 'Caphtor' waren.
Het verklaart tevens de handelscontacten tussen de Keftiu – zoals de eilandbewoners door de Egyptenaren werden genoemd – en de Egyptenaren. Net als met de Hyksos te Avaris.
Of de bewoners van Kreta reeds bedreven zeevaarders waren tegen de tijd dat deze eerste Semitische migranten er een nieuwe beschaving brachten, of dat ze dat pas werden na die tijd, is iets dat vooralsnog moeilijk na te gaan lijkt.
Maar door bovenstaande omschrijving hebben we nu tenminste wel een beetje een idee wie dat volk van die eerste zeevaarders moeten zijn geweest.

In het laatste deel van deze reeks zal ik beschrijven wat er van deze eerste zeevaarders terecht is gekomen in de roerige tijden van volksverplaatsingen en natuurrampen.
JaccoV: Interessant JB!
Homo sapiens non urinat in ventum
Op 19-09-2012 13:04:15 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2013Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden