Deze site gebruikt cookies. Is dat ok?
Hoe verging het de Zeevolken uiteindelijk?

In het slot van deze tamelijk lange reeks wil ik me uiteindelijk eens gaan buigen over hoe het die eerste zeevaarders van Kreta zou vergaan in de tijd dat er op het Euraziatische continent allerlei volksverhuizingen plaatsvonden en nadat zij zelf de boel weer een beetje op orde probeerde te krijgen na de vernietigende ramp van de uitbarsting van vulkaaneiland Santorini.
Wat zou men hun erfenis kunnen noemen?
Die volksverplaatsingen op het vasteland zijn in meerdere 'golven' gebeurd, en het betrof op een zeker moment vooral mensen waarvan men weet dat zij een Indo-Europese taal spraken en uit de steppen van Rusland ergens tussen het Aralmeer en de Caspische zee vandaan kwamen.

De eerste golf die de kusten van het Griekse vasteland bereikten, was een Grieks sprekend volk dat men nu de Myceners noemt. Naar hun versterkte stad Mycene, die uit net zulke enorme bouwstenen zou zijn opgebouwd als de stad Troje. 

Waarschijnlijk bestond deze nederzetting echter al in Minoïsche tijden, enkel werd deze verder uitgebouwd en vooral versterkt na de komst van deze nieuwe immigranten.
In deze tijd hadden de 'Minoïsche' zeevarende handelaars van Kreta op diverse plaatsen langs de kusten van de Middellandse zee al handelsposten gesticht. De kust van Palestina en de monding van de Nijl noemde ik reeds, maar natuurlijk hadden zij eveneens diverse 'kolonies' -  of hoe men dat ook maar wenst te noemen – op strategische punten van het Griekse vasteland en de eilanden in de Egeïsche zee. In die zee schijnt het Cycladische eiland Thera (oftewel Santorini) een van hun belangrijkste buitenposten te zijn geweest.
Maar daarnaast hadden zij dus hoogstwaarschijnlijk een handelspost op Sicilië, op strategische plaatsen aan de Noord-Afrikaanse kust (de voorloper van Carthago misschien?) en natuurlijk aan de zeestraat die naar de Zwarte zee voerde. Aan een ondiepe en hierdoor beschutte baai (inmiddels verzand) hadden zij daar een handelspost die nu vooral bekend is als Troje.
Met 'strategisch' bedoel ik dan vooral dat het goede locaties betrof om met hun schepen aan te leggen en te schuilen voor slecht weer, naast natuurlijk handel drijven met de inwoners in de streek, want echt veroveren en strijd voeren behoorden niet tot de eerste handelingen en stijl der Kretenzers.
Misschien valt het wel een klein beetje te vergelijken met de eerste bedoeling van de stichting van Kaapstad bij Kaap de Goede Hoop door de Nederlanders.
Aan de hand van alles wat men over dit Minoïsche volk reeds op heeft weten te graven, lijkt het er vooralsnog op dat zij redelijk vreedzaam waren, zij hadden eerder een cultureel overwicht op een aantal van de volken waar ze hun goederen vandaan haalden voor de handel.
Overigens zijn die zelfde vreedzame eigenschappen ook wel eens – al dan niet terecht -  aan de Hyksos toegeschreven. Het volk dat zich in de Nijldelta zou vestigen en waarvan men een link met de Kretenzers vermoedt.
Over hoe de verhoudingen in het begin zijn verlopen tussen de Kretenzers en de Indo-Europese Myceners is niets bekend. Hooguit dat deze Myceners erg veel van de Minoïsche beschaving over zouden nemen (goden, kleding, het schrift, scheepvaart).
 











Die verhouding veranderde echter na een reeks vernietigende aardbevingen die uiteindelijk zelfs tot de explosieve uitbraak van vulkaaneiland Santorini zouden leiden (15e – 14e eeuw v. Chr.).
Vele belangrijke Minoïsche posten op de eilanden en de noordkust van Kreta werden tijdens die explosie door een tsunami vernield, en de overige steden op Kreta gingen ten onder aan aardbevingen die waarschijnlijk het gevolg waren van die uitbarsting.
De Myceense volken op het vasteland hadden veel minder te lijden gehad onder de tsunami's die dat deel van de Middellandse zee hadden geteisterd, de vele eilanden voor de kust zullen de vloedgolf wel hebben gebroken. In ieder geval doorstonden zij de catastrofe beter dan de inwoners van Kreta, die een gevoelige dreun hadden opgelopen.

Als van oorsprong nomadisch krijgersvolk waren de Myceners waarschijnlijk meer gewend aan het snel in actie komen dan de inwoners van Kreta, dus zij grepen hun kans.
Misschien konden zij ook niet anders, want wellicht waren zij tot die tijd in hun voortbestaan afhankelijk geweest van de Kretenzers, en was die handel nu volledig stilgevallen.
Ze bemanden die schepen die mogelijk niet door de vloedgolven waren vernietigd -  of ze bouwden zelf enkele -  en ze begonnen de eilanden in de Egeïsche zee te verkennen en misschien zelfs wel te bevolken.

En op die eilanden waar nog steeds Keftiu zaten die bezig waren de schade van de eerdere rampen te herstellen, vertelden de Myceners dat zij nu de dienst uitmaakten.
Iets dergelijks gebeurde uiteindelijk ook op Kreta zelf.
Toen de Myceners daar aankwamen zullen zij beslist verrast zijn geweest om daar de enorme schade te kunnen aanschouwen die de tientallen meters hoge tsunami na de explosie van Santorini had veroorzaakt. Want die schade was bij lange na nog niet hersteld.
Het eens zo trotse volk der Minoërs was waarschijnlijk volledig murw en zal zich in de meeste gevallen nauwelijks nog hebben verzet toen die nieuwelingen op hun eiland arriveerden en daar de baas begonnen te spelen.
Uiteindelijk pakten deze nieuwe heersers schijnbaar wel gelijk aan bij de opbouw van de door de vloedgolf vernielde centra aan de noordkust aan, zoals Knossos, Malia en Gournia. En tevens diverse andere door aardbevingen vernietigde centra zoals bijvoorbeeld die belangrijke te Phaistos. De archeologie weet dit voldoende aan te tonen.
Niet dat iedere autochtone Kretenzer gelukkig zal zijn geweest bij de overheersing door deze krijgshaftige vreemdelingen van het vasteland. Waarschijnlijk was het vooral de zogenaamde 'bovenlaag' van de bevolking, zeg maar de Minoïsche 'adel', die daarom gebruik maakten van de mogelijkheden die zij hadden om de wijk te nemen naar de handelsposten/kolonies buiten Kreta.
In dat geval hadden ze dan waarschijnlijk de keuze tussen Sicilië (Heraclea Minoa), de Palestijnse kust (Gaza), Troje (volgens het verhaal in de Aeneïs) en heel misschien ook wel ergens in het westen aan de noord Afrikaanse kust (Proto Cathago?)























De minder goed bedeelde burgers op Kreta die de Griekse overheersing niet zagen zitten, hadden natuurlijk niet de middelen om zich buiten het eiland te vestigen, zij vluchtten daarom maar de binnenlanden in. In dit geval in het oosten vooral naar de plaats Praisos in de bergen.

Maar was het dan werkelijk allemaal zoveel slechter voor de Minoïsche inwoners geworden toen de Myceense Grieken zich blijvend hadden gevestigd op Kreta?
Als men enkel van de verhalen van Homeros uitgaat - en die dan vooral letterlijk neemt - dan moet er een enorm groot verschil zijn geweest tussen de gebruiken der Myceners en die der Minoërs. Vrouwen hadden in de Griekse wereld van Homeros nauwelijks nog rechten. Ze moesten mooi zijn, kinderen baren, en mannen voor hen laten vechten. Recht om te erven hadden ze niet meer, en als ze jong weduwe werden dan was het normaal dat een nog vrije man in de familie van haar overleden echtgenoot haar als vrouw nam.
De wijze waarop het huwelijk van Clytemnestra met Agamemnon wordt beschreven, evenals het huwelijk tussen Helena en Menelaos, geven aan dat vrouwen er enkel voor de man waren. Een bezit om mee te pronken en de man beschikte over leven en dood binnen zijn gezin.
Homeros vertelt ons bijvoorbeeld dat om de wind ten gunste van de Grieken te laten blazen voor de afvaart naar Troje,  Iphigenia - de dochter van Agamemnon - wordt geofferd.

Als zijn echtgenote Clytemnestra – laten we zeggen 10 jaar later, na de val van Troje – wraak neemt door Agamemnon zelf - of door haar minnaar - te laten vermoorden dan wordt daar schande van gesproken! Het trieste is dat zelfs enkele hedendaagse schrijvers haar hiervoor veroordelen. Alsof het 'rotwijf' geen reden zou hebben gehad tot die laffe moord op die – ahum -  grote koning?

Maar ik vertelde eerder reeds dat Homeros in ieder geval behoorlijk heeft overdreven in een aantal details, waarschijnlijk rekening houdend met zijn Dorische en/of Ionische publiek. Soms bleef er echter per ongeluk een detail in zijn verhalen bewaard waaruit blijkt dat het allemaal eigenlijk wel mee moest hebben gevallen in de periode van de Myceense overheersing over oorspronkelijk Minoïsch territoria.
Neem nu bijvoorbeeld maar het simpele gegeven dat Penelope - de vrouw van de grote Griekse held Odysseus - schijnbaar de erfgename van de troon op Ithaka was. Met andere woorden, wilde men koning van Ithaka worden als haar echtgenoot – de huidige koning Odysseus – na zijn lange afwezigheid dood zou worden verklaard,  dan moest men wel eerst met haar trouwen. Dat is geen patriarchaal gedachtegoed zoals dat onder de 'echte' (latere) Grieken het geval zou zijn geweest. Echte (Dorische) Grieken hadden die troon gewoon bezet en de koningin verjaagd. Maar schijnbaar was dat zelfs in de CretoMyceense beschaving die op de eilanden in de Egeïsche zee heerste ten tijde van de Ilias nog ondenkbaar. Niet haar schoonvader Laertes – die nog wel leefde - heerste over Ithaca, niet haar zoon Telemachos toen zijn eerste baardharen verschenen kreeg de troon, maar Penelope bleef die schijnbaar houden. Totdat Odysseus terug zou keren of dood zou worden verklaard en de koningin opnieuw kon trouwen. Dan pas zou er een nieuwe koning kunnen heersen. En dit is beslist geen later Grieks gebruik.

Om zijn verhalen over de lotgevallen van zijn held Odysseus wat smeuïger te laten zijn beschrijft Homeros wel weer hoe op sommige eilanden, waar vrouwen macht leken te hebben, zijn helden doorlopend in gevaar verkeerden. Dat dan nog afgezien van het feit dat vrijwel alle 'monsters' waar onze held mee te maken kreeg van het vrouwelijke geslacht leken te zijn. Zoals de Sirenen,
en Scylla en Charybdis ...










Odysseus' terugreis begon gelijk met de verlokkingen van de Lotuseters,




Circe probeerde hen te beletten verder te reizen met het nodige getover,

en door Calypso raakte Odysseus elk gevoel voor tijd kwijt...

Maar zoals ik reeds vermeldde, Homeros vertelde dit aan een Dorisch-Ionisch gehoor en er had in de tijd dat hij deze verhalen vertelde reeds een grote culturele verschuiving plaatsgevonden. De Myceners bestonden als volk namelijk ook al lang niet meer toen Homeros leefde. Zij waren geïdealiseerd tot 'edele voorouders'.
En inmiddels hadden Dorische Grieken Kreta al bezet. Want zoals ik in deel 4 en deel 7 reeds vertelde, hadden bij de invasie van deze Dorische Grieken omstreeks 1200 v. Chr. weer vele Minoïsche Kretenzers - en mogelijk ook CretoMyceners -  de wijk hadden genomen de bergen in, waaronder naar Praisos.

Men noemt de periode van deze Dorische volksverhuizing en bezetting van Griekenland en de eilanden niet voor niets de Griekse 'middeleeuwen' of 'duistere' eeuwen. Want het zou weer lange tijd gaan duren voordat er opnieuw sprake zou zijn van beschaving in deze regionen.
Is het dan nog puur toeval te noemen dat precies in de periode van Dorische migraties, waarin er tevens Dorische schepen aan de noordelijke kusten van Kreta verschenen – omstreeks de 13e en 12e eeuw voor Chr. - er zich ineens allerlei schepen met mannen, vrouwen, kinderen en zelfs grijsaards voor de kusten van Egypte aandienden?

Ooit, namelijk in 2009, was mijn inspiratie over het onderwerp van deze reeks begonnen in Egypte bij juist die zeevolken, naast natuurlijk het zien van de afbeeldingen der Keftiu in Egypte.
Onder de vele namen waarmee men deze vreemde zeevolken zou beschrijven zaten de 'Ekwesh' die men sowieso al meent te kunnen identificeren als 'Egeërs'. En dat is dan tevens weer de benaming die vaak werd gebruikt voor Myceense Grieken. Ook door Homeros.
 







Een ander 'zeevolk' dat men doorgaans ook met vluchtelingen uit Kreta meent te kunnen identificeren zijn de 'Peleset'.
 







Te Praisos op Kreta heeft men een helm gevonden die overeenkomsten vertoont met de helmen die de Peleset volgens de Egyptenaren moeten hebben gedragen.
Kunnen de 'Ekwesh' dan nog van overal uit het Egeïsche gebied afkomstig zijn geweest, deze Peleset zijn waarschijnlijk CretoMyceners geweest die bij de komst der Doriërs alsnog op zoek gingen naar een nieuwe  woonplaats.
   Het feit dat men op de Phaistosschijf een afbeelding heeft gevonden van die zelfde helm draagt bij aan dit vermoeden.
Wat dan wel inhoudt dat de invloed der oorspronkelijke Keftiu
in de CretoMyceense mix dominant is gebleven daar men bij de overige CretoMyceners van elders van dit eiland zulke helmen niet meer heeft kunnen bespeuren. En de taal op de Phaistosschijf moet dus sowieso nog de oorspronkelijke - nog niet ontcijferde - taal der Keftiu zijn geweest.

Dan was er ook nog een zeevolk dat door de Egyptenaren de 'Denyen' werd genoemd. Over de identiteit van dit volk bestaan diverse hypotheses maar mijns inziens is het nog altijd het meest aannemelijk dat dit eveneens een Grieks-Myceens volk moet zijn geweest. Waarschijnlijk heetten ze de Danoi of zoiets.

































De reden waarom al deze bootvluchtelingen in eerste instantie hoopten zich in Egypte te kunnen vestigen blijft vaag. Egypte was natuurlijk beschaafd, rijk, en de bootvluchtelingen waren inmiddels wel gewend geraakt aan een zeker cultureel niveau. Maar zij hadden dan evengoed kunnen proberen zich op diezelfde plaatsen te vestigen waar Minoërs naartoe waren gevlucht bij de komst der Myceners op Kreta, enkele eeuwen eerder.
De enige verklaring die ik ervoor heb dat ze dit niet probeerden, is dat ze al wisten daar sowieso niet echt welkom te zijn. Want er mag op Kreta zelf na de Myceense verovering uiteindelijk dan wel sprake zijn geweest van een CretoMyceense mix door gemengde huwelijken en een min of meer vreedzame coëxistentie, waarschijnlijk wisten ze dat er mogelijk wel strijd zou moeten worden geleverd met zogenaamde geëmigreerde 'Eteo-Cretenzers' als ze zouden proberen zich direct vanuit Kreta in één van de voormalige handelsposten der Minoërs te vestigen.
En misschien is het verhaal over de Trojaanse oorlog daar nog wel het beste voorbeeld van waarom ze dat dan zouden kunnen hebben denken. Want de oorlog om Troje had reeds eeuwen eerder plaatsgevonden, toen de Myceense Grieken nog maar net aan hun expansie over het Egeïsche gebied waren begonnen. Kreta en de meeste andere Minoïsche nederzettingen op de eilanden  hadden zij toen reeds veroverd, en zij hadden zich gestoord aan de Trojaanse  buitenpost der Minoïsche Kretenzers die de poort naar de Zwarte zee bewaakte.  In tegenstelling tot de verovering van Kreta en de meeste eilanden was er wel een flinke oorlog met aardig wat slachtoffers voor nodig geweest om die ene stad in bezit te krijgen. Een herhaling van deze strijd konden deze - overwegend Myceense -  vluchtelingen dan waarschijnlijk ook wel bij de op dat moment nog resterende Minoïsche handelsnederzettingen verwachten, zoals bijvoorbeeld het strategisch gelegen en goed versterkte Gaza.
En de vluchtelingen waren nu bepaald niet op volle oorlogssterkte, maar hadden vrouwen en kinderen bij zich.
Dat het inmiddels reeds lange tijd Myceense Troje als vluchtbestemming afviel lijkt duidelijk, dat lag op het vasteland van Turkije en de Griekse Doriërs hadden reeds de aan hen verwante Griekse stam der Ioniërs die kant op gejaagd. Dat gegeven lijkt eigenlijk weer te worden bevestigd door het feit dat er mogelijk vluchtelingen  uit dat Myceense Troje  bij die 'Zeevolken' zaten die Egypte aan probeerden te doen. Men denkt namelijk dat het 'Zeevolk'  wat 'Luccu' door de Egyptenaren werd genoemd ( naar Lycië in Turkije)  Trojaanse vluchtelingen zou kunnen hebben betroffen, en dan waren de 'Teresh' er ook nog, waarvan de naam ook wel in verband wordt gebracht met Troje-Troas-Tyrrheens.

Laten we nu eens even een aantal van die zeevolken die Egypte binnenvielen op een rijtje zetten voor wat meer duidelijkheid.
Ik ga ze niet allemaal noemen omdat van een aantal genoemde volken het gewoon nog niet helemaal duidelijk is waar die vandaan zouden kunnen zijn gekomen, misschien waren die wel gewoon genoemd naar het eiland of de nederzetting waar ze vandaan kwamen maar die intussen een geheel andere naam draagt en waarvan de oorspronkelijke Minoïsche of Myceense naam lastiger te achterhalen valt.
Ik heb eerlijk gezegd wel de overtuiging dat ze allemaal min of meer vanuit het Egeïsche gebied en het aangrenzende Turkije vandaan kwamen, gewoon omdat daar erg veel beroering was ontstaan door allerlei Aziatische krijgersvolken die ineens naar het westen oprukten met het zwaard in de hand. En daarnaast omdat ik door persoonlijke ervaring weet dat grotere zeereizen van verdere vertrekpunten zeker in die dagen niet eenvoudig waren uit te voeren. En dan vooral niet met vrouwen en kinderen en ouderen aan boord, in schepen zonder kajuit en onvoldoende opslagruimte.
*) De Ekwesh waren waarschijnlijk de Egeërs, en zo noemde men de Myceners die over het gehele Egeische gebied verspreid woonden – een volk dat behoorlijk door de Minoïsche beschaving was beïnvloed. Mogelijk noemde men  CretoMyceneense vluchtelingen van Kreta zelf ook zo.
*) De Peleset waren hoogstwaarschijnlijk ook Creto-Myceners, maar zij kunnen evengoed  nog originele Eteocretenzers uit Praisos of omgeving zijn geweest die zelfs hun oorspronkelijke taal hadden weten te behouden. Want vreemd genoeg schijnen juist deze Peleset niet enkel maar tegenstanders van de Egyptenaren te zijn geweest maar ook huurlingen in Egyptische dienst. Als ze elkaar nog een beetje kenden van vroegere handelscontacten, zou dat een verklaring kunnen zijn. En mogelijk kenden de Egyptenaren de taal der Peleset, terwijl het Archaïsch Grieks der Myceners hen volledig onbekend moet zijn geweest.
*) De  Luccu  kwamen waarschijnlijk uit Turkije – Lycië -  uit de buurt van Troje, of Troje zelf.
Er wordt bij hen ook wel eens aan gedacht dat het een Hettitisch volk zou kunnen hebben betroffen.
*) De Teresh zijn mogelijk inwoners uit Troje zelf geweest.
*) De Tjeker is eveneens een volk uit noordwest Anatolië, uit de buurt van Troje dus.
*) De Denyen of Danuna waren hoogstwaarschijnlijk eveneens Myceense Grieken.
  Men denkt hierbij dan vooral aan  Myceners uit omgeving van Argos. Dana is overigens een Indo-Europese Godheid en zij zouden mogelijk hiernaar kunnen zijn vernoemd. Men heeft echter ook wel eens geopperd dat deze Denyen zeevarende Israëlieten zouden zijn geweest uit de stam 'Dan'. Enkel zie ik dan niet direct een reden voor hen om vanuit Palestina overzee naar Egypte te vluchten, wat zou hen daartoe dan moeten hebben bewogen in precies dezelfde tijd als de volken hierboven die uit het noorden kwamen?

Er waren natuurlijk nog wel meer namen van zeevolken bekend, zoals bijvoorbeeld:
*) De Shardana, men denkt dan wel eens aan mensen uit Sardinië maar ik zie geen beweegreden voor de bewoners van dit eiland om tezelfdertijd als voornoemde volken af te reizen naar zo'n onrustig gebied dat zo ver weg lag. En zulke grote zeereizen maakte men nog zelden in die tijd.
*) De Shekelesh, van dit volk wordt wel eens gezegd dat dit mogelijk Sicilianen zouden zijn geweest. Voor hen geldt het volgende als wat ik hierboven reeds schreef. Op Sicilië zaten trouwens volgens diverse andere bronnen juist al geruime tijd Minoïsche vluchtelingen. (Minoa Eraclea) en ik kan mij vooralsnog geen reden indenken dat die ineens terug zouden willen vluchten naar het nog steeds onrustige gebied waar hun voorouders juist vandaan waren gevlucht.
*) De Weshesh, weer zo'n moeilijk te identificeren volk dat mogelijk uit Wilusa-Wilios  afkomstig zou kunnen zijn. En dat is de Hettitische naam voor Ilios, wat weer een andere naam is voor… Troje!

Al deze volken werden door de Egyptenaren 'Zeevolken' genoemd, enkel omdat zij met hele families per schip van over de Middellandse Zee plots aan de Egyptische kusten verschenen met de bedoeling zich daar te vestigen.
De reden daarvoor lijkt duidelijk. Want veel later -  in de periode dat Europa  door de invasies der Hunnen werd geteisterd - was er eveneens sprake van grote groepen volkeren die vanuit het oosten op de vlucht waren voor deze Aziatische hordes.
Tijdens de invasies van de Indo-Europese – een Griekse taal sprekende – nomadenstam der Doriërs in het Egeïsche gebied besloten vele inmiddels beschaafder geworden volken van weliswaar dezelfde herkomst - zoals de Myceners -  toch maar hun heil ergens anders te zoeken. Het was dus beslist niet alleen vanuit Kreta dat grote groepen mensen op de vlucht waren geslagen, maar eveneens vanuit het Griekse vasteland en de vele eilanden die ooit Minoïsch waren maar nu alweer langere tijd een CretoMyceense beschaving hadden.
Het verschil tussen de Griekse Myceners en de Griekse Doriërs was cultureel klaarblijkelijk te groot geworden. Dat is nog wel het beste zichtbaar in het simpele gegeven dat Mycene en de Myceense beschaving bij de invallen der Doriërs simpelweg ophield te bestaan, de trotse stad Mycene werd verlaten en zou pas in de tijd van Schliemann 
(jawel, die van Troje) weer worden opgegraven. De Dorische Grieken zouden op den duur toch wel een en ander overnemen van de beschavingen die er voor hen waren, maar wel weer net iets minder en zij zouden het weer op een geheel andere wijze gestalte gaan geven. Dit is misschien nog wel het beste zichtbaar door de plaats die vrouwen binnen hun samenleving hadden.
In ieder geval maakten al deze 'Zeevolk' vluchtelingen wel een behoorlijke inschattingsfout door Egypte uit te kiezen als nieuwe plaats om zich te vestigen, want ze bleken helemaal niet welkom in Egypte, dat gelijk volop in de wapenen ging om ze te weren.
De Egyptenaren herkenden in hen dan ook niet de eventuele opvolgers van de voormalige handelspartners waar ze de kleurstof purper van hadden betrokken en van wie de Egyptische vrouwen die mooie en verfijnde onthullende mode hadden gekocht.
Wat de Egyptenaren vooral moet hebben verontrust is het veel krijgshaftiger uiterlijk van deze nieuwe zeevolken, die een taal spraken die de Egyptenaren volstrekt onbekend was.
Want het is in ieder geval zeker dat met de komst der Myceners op Kreta de oorspronkelijke taal der Minoërs verloren was gegaan (het Lineair B-schrift dat men heeft gevonden is wel vertaald en dit blijkt het archaïsch Grieks der Myceners te zijn). 
Maar ik had reeds verteld dat men enkel te Praisos op Kreta - en het gebied dat tot het territorium van deze stad hoorde – wel de oorspronkelijke taal der Minoërs nog lang heeft weten te handhaven.
En als zij tot het zeevolk kunnen worden gerekend dat door de Egyptenaren de 'Peleset' werd genoemd, dan verklaart dat misschien waarom die Peleset na enige onwil van de kant van Egypte zelfs op een zeker moment als huurlingen in dienst werden genomen.

                              --------------------------------------------

Maar wat gebeurde er nu eigenlijk met al die zeevolken? En het belangrijkst nog, wat gebeurde er met het eerste Zeevolk dat die naam echt had verdiend?
Te Gaza hadden reeds lange tijd Caphtor gewoond, of Caphtorieten. De oude Semitische naam voor de Minoïsche Kretenzers. Deze schenen volledig op te zijn gegaan in de daar eveneens wonende Kanaänieten, een Semitisch volk. Dit sterkt mij in mijn vermoeden dat deze  Minoërs ook wel eens een Semitisch volk zouden kunnen zijn geweest (zie het vorige deel).
Maar met de komst van de uit Egypte verdreven 'Zeevolken' aan hun kusten zou er iets gaan veranderen.
Vooral de Peleset zouden natuurlijk juist dit gebied in gaan trekken, waardoor uiteindelijk zelfs het gehele land tot op de dag van vandaag hun naam zou blijven dragen, namelijk Palestina.
Deze Peleset zouden zich vooral gaan vestigen in het voorheen volledig Minoïsche Gaza en daarnaast in Ashkelon en Ashdod.
Zij zouden tamelijk snel assimileren met de daar reeds wonende bevolking die moet hebben bestaan uit Kanaänieten en 'Eteo-Cretenzers'  Zo de Crethi en Plethi uit de Bijbel vormend (2 Sam 8:18 ; 15:18 ; 20:7).  
Er moeten eerder of later wel even schermutselingen hebben plaatsgevonden met de uit Egypte teruggekeerde Hebreeën. Al schijnt dit maar even te zijn geweest want later werkten de volken samen.
Niet veel later was er tevens sprake van havensteden iets verder noordelijk, namelijk te Jaffa, Dor, Acco (St Jean d'Acre), Tyrus, Sidon en Byblos.
En stonden de eerste twee zuidelijker gelegen plaatsen op een zeker moment min of meer onder Egyptisch bestuur, de noordelijke havens werden onafhankelijke stadstaten. 
Tyrus, Sidon en Byblos ging het op een gegeven moment behoorlijk voor de wind en zij behielden hun onafhankelijkheid lang genoeg om uit te kunnen groeien tot een grote zeevarende handelsnatie. Dit waren de handelaars in purper die onder de Griekse naam Phoeniciërs bekendheid zouden krijgen.
Ineens bleek het daar wonende volk der Kanaänieten zeevarend te zijn geworden en beschikten zij overal rond de Middellandse zee over adresjes voor interessante handelswaar.
Daarnaast bleken zij in staat langs de 'Zuilen van Hercules' (straat van Gibraltar) de Atlantische oceaan op te varen met hun schepen om naar Engeland en Ierland te varen voor tin, en zouden zij volledig rond Afrika varen. Tevens bestaat er een tamelijk gerechtvaardigd vermoeden dat zij zelfs op de eilanden in de Caribische zee zijn geweest.
Want bijvoorbeeld te Cuba zijn Indiaanse grottekeningen gevonden van mannen met puntschoenen met de neus omhoog gekruld en een keurig gecoiffeerd baardje, zoals dat bij de oostelijk Mediterrane mannen in die dagen de mode was. Dat, plus de sporen op Egyptische mummies van enkel te Amerika inheemse tabak  zijn sterke indicaties dat de Phoeniciërs in Amerika zijn geweest.
Op een zeker moment zouden enkele belangrijke inwoners uit Tyrus besluiten zich te vestigen aan de Noord-Afrikaanse kust (Tunis) om daar de stad Carhago (Qart Hadasht = Nieuwstad) te stichten. Deze stad zou nog voortbestaan - en tot een hoogtepunt komen - als de Phoenicische stadsstaatjes door oorlogen tegen eerst de Assyriërs, toen de Perzen en uiteindelijk de Macedonische Grieken onder Alexander de Grote ten onder waren gegaan.

                             --------------------------------------------

Dat dan wat betreft de nalatenschap der eerste  Kretenzers aan de bevolking in het Midden-Oosten. Als men ook maar enige waarde mag hechten aan het verhaal wat Vergilius in de Aeneïs vertelt  dan leefden er tevens meer westelijk nakomelingen van Minoïsche Kretenzers. Want op Sicilië was er een Minoïsche nederzetting waar op een zeker moment Trojaanse vluchtelingen aan land kwamen nadat deze eerst het eiland van hun voorouders Kreta hadden bezocht.

Deze vluchtelingen besloten echter niet op Sicilië te blijven bij hun volksgenoten, maar zich te vestigen aan de Italiaanse kusten rond Rome (dat toen nog niet bestond).
Archeologisch onderzoek heeft reeds aangetoond dat deze 'Tyrrheniërs' – zoals men ze ging noemen -  in ieder geval uit het oostelijk Mediterrane bekken afkomstig waren en dat zij een niet Indo-Europese taal hebben gesproken.

De positie van vrouwen binnen hun samenleving was in ieder geval meer overeenkomstig die van hun zusters in de Minoísche beschaving. Dit soms tot groot verdriet van de Romeinen later, want dit was geheel anders dan bij de meeste Indo-Europese volken waar vrouwen geen stem hadden en niet konden erven (uitzondering daarop waren overigens de Britse Kelten).

De Etruskische iconografie vertoont overigens tevens enige overeenkomst met de Minoïsche, waarin men de vrouwen een beduidend lichtere huidskleur gaf dan de mannen, en waarin men het verkoos idyllische omstandigheden uit te beelden.

In ieder geval was het wel dankzij de beschaving en vaardigheden van deze Etrusken dat de primitieve stam der Latijnen een mooi maar moerassig dal tussen zeven heuvelen droog wisten te leggen waar zij een stad konden stichten, voorzien van waterleidingen en riool. Deze stad werd Rome.

Als men de Romeinse verhalen erover moet geloven was het zelfs dankzij deze nakomelingen der Trojanen dat men de truc leerde om een plat en rond stuk deeg te beleggen met groenten en vlees. 
Is de verre overeenkomst tussen de Pizza en de Matses puur toeval? Of gebaseerd op eenzelfde traditie van een specifiek volk  heel lang geleden?
Men is het er heden ten dage over eens dat we ons alfabet
(en de Grieken het hunne) aan de Phoeniciërs te danken hebben. Ik denk dat het vermoeden wel is gerechtvaardigd dat de Phoeniciërs hun alfabet hebben gebaseerd op dat der Minoërs die het, net als de Phoeniciërs later, hoofdzakelijk voor de handel gebruikten.

Veel van onze hedendaagse westerse cultuur valt terug te voeren op een Romeinse herkomst. De Romeinen hebben echter veel van hun cultuur – zeker in het begin -  te danken aan de Etrusken en de Grieken. En zeker die laatsten  hebben het echt toch weer te danken aan de beschaafde inwoners van Kreta uit de tijd van koning Minos, die mogelijk een Semitische taal spraken.

Dat is het dus wat er volgens mij van die allereerste zeevolken is geworden. Hun nalatenschap zou wel eens groter kunnen zijn geweest dan men eigenlijk vandaag de dag beseft. En dat de naam 'Europa' - uit de mythe van de Phoenicische prinses met die naam en Zeus als witte stier vermomd - aan zowel Kreta als de kust van Palestina herinnert, lijkt dan niet meer dan op zijn plaats.

Dit beschouw ik als het einde van mijn verhaal over de Zeevolken. Niet dat ik denk nu te  stoppen met het onderzoek naar deze volken – er staat nog wat in de planning - maar ik verwacht niet snel nog iets volledig nieuws hieraan te kunnen toevoegen.
Emie : Petje af voor deze reeks, JB!
Op 30-10-2012 22:51:36 | Kudos: 1 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Veteo:
Emie :
Petje af voor deze reeks, JB!
Eens.
Ik heb er niks mee, maar leuk om te lezen, je brengt die ouwetjes weer helemaal tot leven. Hulde.
'Waarheid' is een niet-overdraagbare aandoening.
Op 30-10-2012 23:15:52 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Deze GW'er is abonnee
grappenmaker: Met veel plezier gelezen.
7.83
Op 31-10-2012 9:49:37 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
jantjeuitnl: Geweldige reeks. Veel van opgestoken. Nu nog onthouden
Hartelijk dank.
Op 31-10-2012 23:19:14 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2013Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden